donatieknop english

Vandaag heeft het Europees Hof van Justitie (EU Hof) in Luxemburg een langverwachte uitspraak gedaan in een viertal Nederlandse zaken over de opslag van vingerafdrukken onder de Nederlandse Paspoortwet. Het EU Hof deed dit op verzoek van de Nederlandse Raad van State. Het EU Hof oordeelt dat de opslag van vingerafdrukken in databanken buiten de werking van de Europese Paspoortverordening valt. Het Hof laat de rechterlijke toetsing van dergelijke opslag daarmee over aan nationale rechters en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Aanleiding voor de uitspraak

In de vier Nederlandse zaken hadden burgers geweigerd om hun vingerafdrukken (en gezichtsscans) af te staan bij de aanvraag van een nieuw paspoort of identiteitskaart. Om deze reden werd hen een nieuw paspoort of identiteitskaart geweigerd. Hun daaropvolgende rechtszaken hierover belandden in 2012 bij de Raad van State, dat vervolgens besloot om het EU Hof om verduidelijking van relevante Europese wetgeving (Europese Paspoortverordening) te vragen alvorens zelf uitspraak in de zaken te doen. Het EU Hof oordeelde vervolgens in een vergelijkbare Duitse zaak in 2013 (zaak Schwarz) dat de verplichting om vingerafdrukken af te staan onder de Paspoortverordening niet onrechtmatig was. Van grondige toetsing door het EU Hof aan de privacyrechtelijke vereisten van noodzaak en proportionaliteit was in deze Duitse zaak echter geen sprake. Bovendien weigerde het EU Hof om de Nederlandse (grondiger beargumenteerde) zaken met de Duitse zaak samen te voegen, hoewel de Raad van State hier wel nadrukkelijk om had verzocht. De uitspraak van het EU Hof in de Duitse zaak stelde vervolgens de Raad van State (en 300 miljoen Europese burgers) voor een teleurstellend fait accompli. Tijdens de rechtszitting eind 2014 in de Nederlandse zaken bij het EU Hof bleken nieuwe argumenten en nieuw feitenmateriaal aan dovemansoren gericht: het EU Hof wenste niet op de Duitse zaak terug te komen en bleek ongeïnteresseerd in het inmiddels gebleken gebrek aan noodzaak en proportionaliteit van vingerafdruk-afname (lage paspoort-fraudestatistieken) en de enorme foutenpercentages bij biometrische vingerafdruk-verificatie (25-30%). In die zin verbaast de huidige uitspraak van het EU Hof Stichting Privacy First helaas niet.

Lichtpuntje: ID-kaart zonder vingerafdrukken

Enig lichtpuntje in de uitspraak van het EU Hof is de bevestiging dat nationale identiteitskaarten niet onder de werking van de Europese Paspoortverordening vallen. De Nederlandse Staat lijkt reeds op dit oordeel van het Hof geanticipeerd te hebben door de afname van vingerafdrukken voor identiteitskaarten per 20 januari 2014 afgeschaft te hebben. In die zin brengt de uitspraak van het EU Hof geen verandering in de huidige situatie, maar bevestigt wel dat de invoering van een "vingerafdrukvrije" ID-kaart begin 2014 een juiste keuze van de Nederlandse regering was. De meeste andere Europese lidstaten hebben overigens nooit identiteitskaarten met vingerafdrukken gekend; onder de Europese Paspoortverordening gold verplichte afname van vingerafdrukken immers slechts voor paspoorten. Dat Nederland in de periode 2009-2014 verder wenste te gaan dan de rest van Europa was dan ook voor eigen risico van Nederland zelf.

EU Hof laat oordeel over databank-opslag over aan nationale rechters en Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Het EU Hof in Luxemburg oordeelt dat eventuele opslag en gebruik van vingerafdrukken in databanken niet onder de werking van de Europese Paspoortverordening valt en laat de toetsing van dergelijke opslag over aan nationale rechters en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. In de diverse (meer dan een dozijn) individuele zaken die tot nu toe in Nederland tegen de Paspoortwet aanhangig zijn gemaakt heeft de bestuursrechter tot nu toe echter geoordeeld dat dergelijke toetsing buiten zijn bevoegdheid valt, aangezien de betreffende bepalingen van de Paspoortwet (nog) niet in werking zijn getreden. Het is nu aan de Raad van State om hierover te oordelen. Tegelijkertijd buigt de Hoge Raad zich momenteel over het collectieve civielrechtelijke Paspoortproces van Privacy First en 19 mede-eisers (burgers) waarin dergelijke toetsing reeds succesvol door het Gerechtshof Den Haag is verricht en nu aan de Hoge Raad voorligt. In februari 2014 oordeelde het Hof Den Haag terecht dat centrale opslag van vingerafdrukken in strijd is met het recht op privacy. In die zin volgt de zaak van Privacy First de lijn van het EU Hof: toetsing van databank-opslag door de nationale rechter, eventueel gevolgd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook de huidige individuele zaken bij de Raad van State zullen binnenkort wellicht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens worden voortgezet. Privacy First hoopt dat deze complexe wisselwerking tussen verschillende rechters uiteindelijk het gewenste privacyresultaat oplevert: afschaffing van de afname en opslag van vingerafdrukken voor paspoorten!

Lees HIER de volledige uitspraak van het EU Hof.

Update 17 april 2015: helaas leidde de uitspraak van het EU Hof gisteren tot veel misleidende berichtgeving via het ANP (zie bijvoorbeeld HIER bij de Volkskrant). Beter is het commentaar bij SOLV Advocaten, dit Engelstalige commentaar van prof. Steve Peers en onderstaand commentaar door de Telegraaf vandaag:

"Wangedrocht.

Een databank van vingerafdrukken, afgestaan bij het aanvragen van een paspoort, lijkt een stap dichterbij te zijn gekomen. Dat zou kunnen worden afgeleid uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

De Raad van State had de rechters in Luxemburg om een oordeel gevraagd in vier zaken van burgers die weigerden hun vingerafdrukken af te staan. Zij kregen geen paspoort en gingen in beroep. In een vergelijkbare Duitse zaak sprak het Hof eerder uit dat een verplichte vingerafdruk niet onrechtmatig is onder de Europese wetgeving.

In de Nederlandse zaak bepaalde het Hof gisteren dat de opslag van vingerafdrukken een bevoegdheid is van de lidstaten. De nationale rechter moet dat dus toetsen. Nederland wilde als enige lidstaat een centraal register van vingerafdrukken; een bestand dat zelfs toegankelijk zou zijn voor de geheime diensten. De Paspoortwet die dit regelt is nog niet in werking getreden en vorig jaar oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat een centrale opslag in strijd is met het recht op privacy.

Uit onderzoek blijkt dat zo'n databank tal van risico's met zich meebrengt, variërend van lekken in de beveiliging tot oneigenlijk gebruik en criminele manipulatie. Daarmee staat vast dat dit hele systeem een wangedrocht is dat nooit moet worden ingevoerd."   Bron: Telegraaf 17 april 2015, p. 2.

Gepubliceerd in Biometrie

"Iemand steelt een fiets. De politie zou om dat te bewijzen de historische belgegevens van de verdachte bij de provider kunnen opvragen. Die bedrijven waren verplicht om voor een jaar te bewaren wie met wie belt, voor hoe lang en vanaf welke locatie.

Tot de rechter gisteren in een kort geding die bewaarplicht van tafel veegde. Omdat het gaat om het opslaan van gegevens van alle Nederlanders, ook mensen die nergens van worden verdacht, moeten hoge eisen worden gesteld aan wanneer de politie de database mag inkijken. Die zijn er onvoldoende, vindt de rechter. (...)

(...) Want de staat kan wel zeggen dat het alleen bij zwaardere delicten telecomgegevens opvraagt, maar het is volgens de Wet bewaarplicht wel mógelijk om de informatie van een fietsendief in te zien. Inzage mag namelijk bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van minimaal vier jaar staat. Daarbij is het de officier van justitie die beslist wanneer het middel wordt ingezet en dat is volgens de rechter geen onafhankelijke toets.

De rechter erkent dat de uitspraak 'ingrijpende gevolgen' kan hebben voor de opsporing van criminelen. Toch staat de politie niet helemaal met lege handen. Zo slaan providers vanwege de facturering, de belgeschiedenis van hun klanten sowieso op. KPN bijvoorbeeld voor zes maanden. De politie kan die gegevens alsnog opvragen.

Alleen een kant-en-klare database met gegarandeerd het historische bel- en internetgedrag van alle Nederlanders, is niet meer beschikbaar. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank zijn verschillende providers al gestopt met uitvoering van de bewaarplicht.

Hoe zit het in Europa?

Het kort geding bij de rechtbank in Den Haag is het gevolg van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie. Dat verklaarde de Europese richtlijn die ten grondslag ligt aan de bewaarplicht vorig jaar april ongeldig. Voormalig minister van veiligheid en justitie Ivo Opstelten weigerde de bewaarplicht in Nederland echter op te schorten.

Verschillende organisaties, waaronder Privacy First, de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten en journalistenvakbond NVJ, dwongen dat daarom via de rechter af.

Ook verschillende andere Europese lidstaten namen maatregelen. In zeventien landen is de bewaarplicht opgeschort of lopen er procedures, waaronder in Zweden, Slovenië, Oostenrijk en Denemarken. In Duitsland was de bewaarplicht nooit ingevoerd. (...)"

Bron: Trouw 12 maart 2015, p. 5.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Een bonte coalitie van providers en belangenorganisaties voor privacy, mensenrechten, journalisten en advocaten klaagt de Staat aan. Die moet per direct de onrechtmatige bewaarplicht buiten werking stellen, is de eis.

Vandaag een historische rechtszaak in Den Haag. Omdat minister Opstelten weigert de bewaarplicht op te schorten, vragen de eisers aan de rechtbank of die de wet wil kaltstellen.
Waarom? De bewaarplicht is altijd al omstreden geweest, tegen de komst is fel geageerd. Maar nadat de Europese richtlijn erdoor was, moesten lidstaten volgen (alhoewel het Duitse Hof het al afschoot).

EU-Hof, Raad van State, CBP

Echter, vorig jaar verwees het Europese Hof de richtlijn met terugwerkende kracht naar de prullenbak. Het opslaan van bel- en internetgegevens van iedereen zonder concrete verdenking schendt de mensenrechten op een disproportionele wijze.

Justitie hield vol dat de Nederlandse wet wel geldig bleef. Maar de Raad van State maakte duidelijk dat die positie onhoudbaar was, en in november erkende ook Opstelten zelf dat wet moet worden aangepast omdat die in strijd is met fundamentele rechten.

Maar opschorten, ho maar. En dat is dubbel onrechtmatig, want het handhaven van een wet die in strijd is met mensenrechten is verboden in de Grondwet. Nog deze week leverde privacywaakhond CBP meer munitie aan: ook de door Justitie voorgestelde wijziging van de wet bewaarplicht blijft in strijd met grondrechten en het arrest van het EU-Hof.

Brede coalitie

Genoeg voer dus voor de eisers. Dit zijn zijn privacyclub Privacy First, de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, internetprovider BIT en telecomaanbieders VOYS en SpeakUp. De advocaten zijn Fulco Blokhuis en Otto Volgenant van Boekx Advocaten. Helaas ontbreken de grote (mobiele) providers, die kijken de kat uit de boom.

Lees HIER het live verslag van de zitting terug."

Bron: http://webwereld.nl/beveiliging/85407-lees-terug-historische-rechtszaak-tegen-opstelten-en-de-bewaarplicht, 18 februari 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Eisers: 'Wet Bewaarplicht Telecommunicatie moet van tafel'

Verschillende organisaties waaronder ict-bedrijven spannen een kort geding aan tegen de Staat over de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie. Die zaak dient vandaag, 18 februari 2015, bij de rechtbank in Den Haag. Volgens de eisers is de wet die telecom- en internetaanbieder verplicht om meta-data over die communicatiegegevens te bewaren in strijd met de privacy van burgers.

De eisers zijn Stichting Privacy First, de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA), de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), internetprovider BIT en telecomaanbieders VOYS en SpeakUp. De procedure wordt gevoerd door Boekx Advocaten in Amsterdam.

Onder de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie worden sinds 2009 de communicatiegegevens (telefonie- en internetverkeer) van iedereen in Nederland respectievelijk twaalf maanden en zes maanden opgeslagen voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. In het kort geding eisen de organisaties en ondernemingen dat die wet buiten werking wordt gesteld wegens strijd met het recht op privacy.

Volgens de eisende partijen is de Nederlandse bewaarplicht van telecommunicatie (dataretentie) in strijd met fundamentele grondrechten die privéleven, communicatie en persoonsgegevens beschermen.

'Bewaarplicht onrechtmatig'

Privacy First: 'Dat was vorig jaar ook het oordeel van zowel het Europese Hof van Justitie als de Nederlandse Raad van State. Minister Opstelten van Justitie weigert niettemin de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie buiten werking te stellen. De wet wordt door de minister gehandhaafd totdat een aanpassing in werking is getreden, en dat kan nog jaren duren.'

De privacy-organisatie licht toe: 'Op 8 april 2014 verklaarde het Europese Hof van Justitie de Europese Dataretentierichtlijn in zijn geheel en met terugwerkende kracht ongeldig. De Nederlandse Wet Bewaarplicht Telecommunicatie is vrijwel identiek aan deze ongeldige richtlijn. Volgens het Hof is het lange tijd vastleggen van communicatiegegevens van iedereen, zonder concrete verdenking, in strijd met het fundamentele recht op privacy. Het onbeperkt en ongericht verzamelen van communicatiegegevens van gebruikers in het kader van zogenaamde 'mass surveillance' is volgens het Hof niet toegestaan.'

Kritiek van CBP

Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft op verzoek van minister Opstelten op 17 februari 2014 advies uitgebracht over de Nederlandse bewaarplicht. Privacy First: 'Het CBP concludeert hierin dat de noodzaak van de huidige bewaarplicht nooit is aangetoond, dat de bewaarplicht disproportioneel is en onvoldoende privacywaarborgen bevat. De bewaarplicht is daarmee onrechtmatig. We beschouwen dit als krachtige ondersteuning van het kort geding bij de rechtbank Den Haag.' (...)"

Bron: http://www.computable.nl/artikel/nieuws/telecom/5231671/1276977/telecomaanbieders-slepen-rijk-voor-de-rechter.html, 18 februari 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Al jaren probeert de Europese Commissie tevergeefs om een maatregel in te voeren waardoor iedere Europese vliegtuigpassagier bij voorbaat als potentiële terrorist beschouwd zal worden: in het zogeheten PNR-voorstel (Passenger Name Records) zullen allerlei persoonlijke gegevens van miljoenen Europese vliegtuigpassagiers massaal gedeeld worden met geheime diensten. De laatste jaren strandde dit voorstel van de Commissie telkens op privacybezwaren, en terecht: in een op vrijheid gebaseerde democratische rechtsstaat dient de overheid onschuldige burgers zoveel mogelijk met rust te laten en niet iedereen als potentiële terrorist in een centrale databank op te slaan. Na de aanslag in Parijs doet de Europese Commissie nu opnieuw een poging om dit draconische voorstel alsnog aangenomen te krijgen. Op BNR Nieuwsradio werd Privacy First om een reactie gevraagd. Beluister hieronder het hele fragment, inclusief reacties van luisteraars:

Gepubliceerd in Privacy First in de media
zaterdag, 06 december 2014 11:55

Kort geding tegen Bewaarplicht Telecommunicatie

Een brede coalitie van organisaties en ondernemingen start een kort geding tegen de Staat. Onder meer Stichting Privacy First, internetprovider BIT, de Nederlandse Vereniging van Journalisten en de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten eisen dat de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie wordt afgeschaft. De wet is in strijd met fundamentele grondrechten die privéleven, communicatie en persoonsgegevens beschermen, zo oordeelden zowel de Raad van State als het Europees Hof van Justitie eerder. De Nederlandse regering weigert niettemin de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie buiten werking te stellen.

Op 8 april 2014 heeft het Europees Hof van Justitie de Europese Dataretentierichtlijn 2006/24/EG in zijn geheel en met terugwerkende kracht ongeldig verklaard. Volgens het Hof is het lange tijd vastleggen van communicatiegegevens van iedereen, zonder concrete verdenking, in strijd met het fundamentele recht op privacy. Er moeten volgens het Hof objectieve criteria worden toegepast om de noodzaak van verzamelen en opslaan vast te stellen, en er moet voorafgaande controle zijn door een onafhankelijke instantie of rechter. Het onbeperkt ongericht verzamelen van metadata (verkeersgegevens) in het kader van zogenaamde 'mass surveillance' is volgens het Hof niet toegestaan.

In Nederland is regelgeving op dit gebied vastgelegd in de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie, die grotendeels overeenkomt met de Dataretentierichtlijn. De wet houdt in dat telecombedrijven en internetproviders diverse gegevens over internet- en telefoniegebruik zes tot twaalf maanden moeten bewaren zodat Justitie die kan gebruiken voor opsporing en vervolging. De Raad van State oordeelde onlangs dat de wet in strijd is met de grondrechten die privéleven, communicatie en persoonsgegevens beschermen. De Nederlandse regering legt het advies van de Raad van State echter naast zich neer en weigert de wet buiten werking te stellen. Naleving van de wet zal worden gehandhaafd.

Vincent Böhre van Privacy First: "Door deze mass surveillance worden de privacyrechten van burgers massaal geschonden. Het is onacceptabel dat de Nederlandse regering hier aan vast blijft houden nadat de hoogste Europese rechter al in april duidelijk heeft gezegd dat deze privacyschending niet is toegestaan."

Thomas Bruning, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten: "Telecombedrijven en internetproviders zijn nu verplicht een grote hoeveelheid gegevens over de communicatie van alle burgers te bewaren. Ook van journalisten. En ze moeten die gegevens op verzoek aan de overheid verstrekken. Er is geen enkele waarborg voor bronbescherming."

"De Nederlandse regelgeving is in strijd is met de geldende Europese fundamentele grondrechten", zo stelt Fulco Blokhuis, partner bij Boekx Advocaten, die inmiddels een dagvaarding heeft opgesteld. "Dat is even verontrustend als onwenselijk. Het handhaven van deze wet is onrechtmatig, zowel richting burgers als richting bedrijven die verkeersgegevens onder zich hebben en moeten houden."

Alex Bik van internetprovider BIT: "Bij de invoering van de wet verschool de Nederlandse regering zich achter het argument dat dat nu eenmaal moest van Europa, maar nu de Europese regeling met terugwerkende kracht is afgeschaft geldt dat argument plotseling niet meer. Dat klopt niet."

Otto Volgenant van Boekx Advocaten: "Nu minister Opstelten van Veiligheid en Justitie de Nederlandse wet voor de bewaarplicht van telecomgegevens niet wil afschaffen, gaan we de rechter verzoeken de wet buiten werking te stellen, dan wel te verbieden dat deze wet nog wordt toegepast. We zullen zeer binnenkort een kort geding aanhangig maken."

Update 12 januari 2015: het kort geding tegen de Staat over de bewaarplicht van telecomgegevens zal plaatsvinden in een openbare rechtszitting op woensdag 18 februari 2015 om 11.00 uur bij de Rechtbank Den Haag. Inmiddels heeft ook het gerenommeerde Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) zich bij de coalitie van eisende organisaties aangesloten. Klik pdfHIER voor de dagvaarding (pdf), klik HIER voor het persbericht van Boekx Advocaten en HIER voor het bericht dat vanochtend bij de Telegraaf verscheen.

Update 30 januari 2015: gisteren vond in de Tweede Kamer een hoorzitting ("rondetafelgesprek") plaats over de bewaarplicht van telecomgegevens. Klik pdfHIER voor het schema van de hoorzitting (pdf) en pdfHIER voor de voorafgaande gespreksnotitie van Privacy First aan de Tweede Kamer (pdf). Tijdens de hoorzitting kwamen voornamelijk het gebrek aan noodzakelijkheid en proportionaliteit van de huidige bewaarplicht aan bod. Andere aspecten die door Privacy First werden ingebracht hadden betrekking op het maatschappelijke chilling effect en mogelijke function creep (doelverschuiving) van de bewaarplicht.

Update 13 februari 2015: vandaag diende de landsadvocaat namens de Staat een Conclusie van Antwoord tegen de dagvaarding in; klik pdfHIER (pdf, 9 MB). De ontvankelijkheid van de eisende organisaties zal niet door de Staat worden aangevochten, zo heeft de landsadvocaat telefonisch aan onze advocaten meegedeeld. Het geding zal zich daardoor meteen op de inhoud i.p.v. de procedurele vereisten van de zaak kunnen toespitsen. Dit is een baanbrekende ontwikkeling: in vergelijkbare rechtszaken werd de ontvankelijkheid van eisende partijen vrijwel altijd aangevochten door de Staat. Een cruciale rechtszaak over dergelijke ontvankelijkheid (Paspoortproces tegen de opslag van vingerafdrukken) wordt momenteel door Privacy First tegen de Staat gevoerd bij de Hoge Raad. Privacy First beschouwt de erkenning van ontvankelijkheid door de landsadvocaat in het kort geding over de telecom-bewaarplicht als sterke ondersteuning voor deze en toekomstige rechtszaken rond het recht op privacy. In een tijd waarin de toegang tot de rechter voor individuele burgers in toenemende mate onder financiële druk staat, vormt de ontvankelijkheid van maatschappelijke organisaties als Privacy First bovendien een belangrijke waarborg voor een functionerende democratische rechtsstaat.

Update 18 februari 2015: voor een volle zaal (veel ambtenaren, burgers, studenten en journalisten) kruisten Privacy First c.s. en de Staat vandaag de juridische degens; klik pdfHIER voor het pleidooi van onze advocaten (pdf) en pdfHIER voor de pleitnota van de landsadvocaat (pdf). De rechter luisterde aandachtig en stelde geen vragen. De datum van het vonnis is vooralsnog bepaald op woensdag 11 maart 2015.

Update 11 maart 2015:
in een baanbrekend vonnis heeft de rechter vandaag de Wet Bewaarplicht Telecommunicatie buiten werking gesteld! Lees HIER ons nieuwsbericht.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Naar aanleiding van een drone-filmpje in het televisieprogramma Zondag met Lubach werd Privacy First door Gijs Staverman op Radio 2 gevraagd wat er nou eigenlijk wel en niet mag met een drone. Beluister hieronder het hele interview:

Update 27 november 2014: inmiddels is bekend geworden dat de Rijksvoorlichtingsdienst geen aangifte tegen Lubach zal doen.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Dé internethit van de afgelopen dagen, het filmpje van de Utrechtse Dom, kan een vervelende afloop hebben voor de maker, Jelte Keur. Hem hangt een boete van 8000 euro boven het hoofd, meldt RTV Utrecht.

Keur maakte de beelden met een drone. Maar om met een onbemand vliegtuigje boven bebouwing te vliegen, moet je een vergunning hebben - en die had Keur niet.

De beelden zijn op YouTube meer dan een kwart miljoen keer bekeken.

Perfect weer

"Ontheffing aanvragen kan, maar dat duurt bijna vijf weken. En zo lang van tevoren kan ik niet zien of ik dit weer ga krijgen", zegt de 32-jarige filmer tegen RTV Utrecht. Hij wachtte tien maanden op het perfecte weer, en dat was er afgelopen week.

Van de gemeente Utrecht hoeft Keur geen boete te verwachten, die zegt dat ze het mooie beelden vinden. Een eventuele boete zou komen van de luchtvaartpolitie. Maar daar heeft Keur nog helemaal geen contact mee gehad. "Hij loopt op de feiten vooruit", zegt een woordvoerder. "We weten van het bestaan van het filmpje en wat hij doet mag inderdaad niet, maar we hebben er nog niets over besloten."

Als de zaak naar het OM gaat en die besluit proces-verbaal op te maken, volgt er waarschijnlijk een schikkingsvoorstel. "Dat hoeft ook helemaal geen 8000 euro te zijn", aldus de politie.

(...)
Regelgeving

De drone-industrie maakt zich zorgen over de regelgeving in Nederland; we dreigen een achterstand op te lopen in vergelijking tot de rest van Europa. In de grote landen om ons heen zijn de regels voor het vliegen met een drone soepeler.

"Er zijn op Europees niveau allerlei ontwikkelingen gaande rondom dit onderwerp", zei Vincent Böhre van Privacy First eerder. "Het schiet alleen niet op. Ik heb nog geen conceptwetgeving voorbij zien komen. Er moet haast mee worden gemaakt. De ontwikkelingen gaan enorm snel en de risico's nemen alleen toe."

Efteling

Een 18-jarige Nederlandse filmer kwam in de problemen toen hij de Python in de Efteling had gefilmd met z'n drone. Volgens het attractiepark had de jongen mensen in gevaar gebracht door te dicht bij achtbanen te vliegen. En hij kon het vliegtuigje niet de hele tijd zien - een van de eisen om een drone te mogen laten vliegen."

Bron: http://nos.nl/op3/artikel/2004861-dom-filmpje-met-drone-mocht-niet.html, 21 november 2014.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Drones worden tegenwoordig niet alleen door het leger en de politie gebruikt, maar ook steeds meer door burgers en bedrijven. Wat zijn hiervan de risico's? En welke regels gelden er eigenlijk? Bekijk hieronder een item van Omroep Gelderland over dit onderwerp met o.a. Vincent Böhre van Stichting Privacy First:

Gepubliceerd in Privacy First in de media
donderdag, 27 februari 2014 12:07

Europees Parlement wil spionagekastje in auto

Privacy First bezint zich op juridische maatregelen.

Tegen alle privacybezwaren in heeft het Europees Parlement deze week gestemd voor verplichte invoering van het eCall-systeem in nieuwe auto's. Dit systeem vormt een directe bedreiging voor de privacy van iedere automobilist. Indien ook de Europese Raad (d.w.z. een meerderheid van EU-lidstaten) met het voorstel van het Europees Parlement instemt, zal eCall per oktober 2015 voor alle nieuwe Europese auto's verplicht worden. Privacy First eist dat eCall vrijwillig i.p.v. verplicht wordt en zal daartoe zonodig een rechtszaak beginnen.

Door eCall worden bij een verkeersongeval automatisch de 112-hulpdiensten opgeroepen. Het eCall-alarmsysteem laat echter ook een spoor van locatiedata achter zonder dat de automobilist daar vooraf toestemming voor heeft gegeven. Het systeem wordt immers verplicht ingebouwd en er zit geen aan/uitknop op, maar laat wel continu sporen (metadata) achter in omringende GSM-netwerken. Dit vormt een flagrante schending van het recht op privacy en anonimiteit in de openbare ruimte. Het systeem zal bovendien voor andere doelen en door andere organisaties kunnen worden gebruikt dan louter voor de verkeersveiligheid, waaronder door politie en justitie, verzekeraars, belastingdienst, geheime diensten en mogelijk zelfs criminele groeperingen. Van maatschappelijk debat rond eventuele invoering van eCall is echter nauwelijks sprake geweest. Verplichte invoering is daarmee niet alleen onrechtmatig, maar ook ondemocratisch. Nadat de Nederlandse bevolking enkele jaren geleden massaal het rekeningrijden met bijbehorende spionagekastjes naar de prullenbak verwees, dreigt diezelfde bevolking nu via een Europese achterdeur alsnog met spionagekastjes in de auto te worden opgezadeld. Dit is een democratische rechtsstaat als Nederland onwaardig.

Privacy First grijpt in zodra het recht op privacy massaal geschonden dreigt te worden. Indien het eCall-systeem in Nederland verplicht wordt ingevoerd zal Privacy First een rechtszaak beginnen om dit ongedaan te maken. Privacy First is bereid om daartoe door te procederen tot aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg en ziet de uitkomst van een dergelijke zaak met vertrouwen tegemoet.

Gepubliceerd in Wetgeving
Pagina 5 van 9

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon