donatieknop english

Een groep maatschappelijke organisaties, aangevoerd door het Platform Bescherming Burgerrechten, start een bodemprocedure tegen de Nederlandse Staat over het risicoprofileringssysteem SyRI. De rechtszaak heeft ten doel een halt toe te roepen aan de risicoprofilering van onverdachte burgers in Nederland.

Naast de juridische coalitie die bestaat uit het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP en Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, heeft auteur Tommy Wieringa zich als mede-eiser bij de rechtszaak aangesloten. Hij zal met publicist en filosoof Maxim Februari optreden als ambassadeur van de campagne die rondom de rechtszaak zal worden gevoerd. De procedure wordt behandeld door Deikwijs Advocaten en is opgezet door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Werking van SyRI

In SyRI, het Systeem Risico Indicatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), worden op grote schaal persoonsgegevens van Nederlandse burgers samengevoegd en geanalyseerd. Met behulp van geheime algoritmen worden burgers vervolgens onderworpen aan een risicoanalyse. Wanneer volgens SyRI sprake is van een verhoogd risico op overtreding van één van de vele wetten die het systeem bestrijkt, worden zij opgenomen in het Register Risicomeldingen, dat toegankelijk is voor vele overheidsinstanties.

Iedere burger kan heimelijk worden onderworpen aan profilering in SyRI. Hij/zij weet niet welke gegevens zijn gebruikt, welke analyses zijn toegepast en wat hem of haar al dan niet tot een ‘risico’ maakt. SyRI kan echter ingrijpende gevolgen hebben. Overheidsinstanties kunnen naar aanleiding van een risicomelding maatregelen treffen waarbij ze boetes opleggen, uitkeringen intrekken of een strafrechtelijke procedure starten. Het is voor de burger onmogelijk te achterhalen hoe een risicomelding tot stand is gekomen en een onjuiste melding te weerleggen. In de praktijk komt dit neer op een omkering van de bewijslast.

Bedreiging voor de rechtsstaat

De toepassing van SyRI betekent een schending van fundamentele rechten, waaronder het recht op een eerlijk proces. Het algemeen belang van fraudebestrijding kan dat niet rechtvaardigen. Gevoelige gegevens worden door de overheid gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor deze zijn verzameld, zonder enige vorm van onafhankelijk toezicht. Er zijn onvoldoende waarborgen om te voorkomen dat de risicoprofielen die SyRI over burgers maakt, worden ingezet in andere domeinen. Deze ‘black box’ levert grote risico’s op voor de democratische rechtsstaat. De informatiemacht van de overheid wordt op ondoorzichtige wijze uitgebreid en de vertrouwensrelatie tussen overheid en burgers wordt ondermijnd. Burgers worden bij voorbaat verdacht en vrijwel alle informatie die zij delen met de overheid kan zonder verdachtmaking of concrete aanleiding tegen hen worden gebruikt.

Fundamentele bezwaren genegeerd

Ondanks fundamentele bezwaren van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens over de rechtmatigheid van het systeem, werd de wetgeving voor SyRI als hamerstuk aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer. Sinds de invoering eind 2014 zijn in twee SyRI-projecten duizenden Nederlandse burgers door het systeem geprofileerd – daarbij de 21 projecten die voor de wettelijke invoering van het systeem plaatsvonden niet meegeteld.

In strijd met het EVRM

De coalitie is van mening dat SyRI in strijd is met het recht op privacy zoals neergelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dat recht wordt door de Nederlandse Staat met voeten getreden. Het wordt niet ingezet als toets voor het handelen van de overheid, maar juist misbruikt om bevoegdheden op te rekken. De EU-lidstaten hebben in de nieuwe Europese Privacyverordening (Algemene Verordening Gegevensbescherming, AVG) allerlei uitzonderingen ingebouwd die systemen zoals SyRI mogelijk moeten maken. Met een beroep op de fundamentele mensenrechten hoopt de coalitie een halt toe te roepen aan dit soort praktijken.

Publieke lancering

Op vrijdagavond 19 januari as. zal de procedure door advocaten Anton Ekker en Douwe Linders aan pers en publiek worden toegelicht in theater De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Tegelijk wordt deze avond de publiekscampagne Bij Voorbaat Verdacht gelanceerd. Op deze bijeenkomst zullen Tommy Wieringa en Maxim Februari spreken, evenals hoogleraar Vincent Icke van de Universiteit Leiden en dr. Aline Klingenberg van de Rijksuniversiteit Groningen.

De campagne beoogt een publieke discussie op gang te brengen over de inzet van risicoprofilering door de overheid en de impact die dit heeft op individuele rechten en vrijheden en het functioneren van de democratische rechtsstaat. Op de campagnewebsite zullen informatie en updates over de rechtszaak verschijnen. Daarnaast zal de campagne met Wob-verzoeken, juridisch en journalistiek onderzoek en interviews met deskundigen publieke voorlichting geven over risicoprofileringspraktijken in Nederland.

Meer informatie over de kick-off bijeenkomst is te vinden op de website van De Nieuwe Liefde.

Volg het twitteraccount van Bij Voorbaat Verdacht voor updates over de campagne en de rechtszaak.

De dagvaarding zal worden gepubliceerd op de website van Deikwijs Advocaten en op de website van PILP.

 

Bron: https://platformburgerrechten.nl/2018/01/12/ngos-starten-rechtszaak-tegen-de-staat-over-risicoprofilering-van-nederlandse-burgers/, 12 januari 2018.

Gepubliceerd in Rechtszaken
vrijdag, 08 december 2017 14:27

Hoge Raad stuurt aan op privacy by design

Sinds 2013 voerde de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen een fundamentele rechtszaak tegen de private opvolger van het Elektronisch Patiëntendossier: het Landelijk Schakelpunt (LSP). Eind vorige week besloot de Hoge Raad dat het LSP vooralsnog niet in strijd is met het huidige privacyrecht. In het oordeel van de Hoge Raad ligt echter de opdracht besloten dat het LSP snel zal moeten gaan voldoen aan het wettelijke vereiste van 'privacy by design'. Dit vormt een belangrijk precedent en legt de lat voor de toekomst hoog.

Private doorstart EPD: Landelijk Schakelpunt

In april 2011 werd het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) door de Eerste Kamer unaniem verworpen, voornamelijk wegens privacybezwaren. Door diverse marktpartijen (waaronder zorgverzekeraars) werd vervolgens echter vrijwel ditzelfde EPD in private vorm doorgestart als Landelijk Schakelpunt (LSP) voor grootschalige, centrale uitwisseling van medische gegevens. Het LSP is sindsdien nationaal ‘uitgerold’: veel huisartsen zijn inmiddels (onder druk van zorgverzekeraars) op het LSP aangesloten. Ook hebben miljoenen Nederlanders inmiddels ‘toestemming’ gegeven voor uitwisseling van hun medische gegevens via het LSP. Probleem met deze ‘toestemming’ is echter dat deze dusdanig breed en algemeen is, dat deze vrijwel onmogelijk rechtmatig geacht kan worden. Dit was dan ook één van de principiële bezwaren waarop de rechtszaak van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VP Huisartsen) tegen het LSP betrekking had. Andere bezwaren tegen het LSP hebben o.a. betrekking op het feit dat de architectuur van het LSP inherent onveilig en privacyschendend is: via het LSP is ieder aangesloten medisch dossier voor duizenden zorgverleners inzichtelijk. Dit is in strijd met het recht op privacy van de patiënt en het medisch beroepsgeheim van behandelend artsen. Bovendien is hierbij geen sprake van privacy by design, bijvoorbeeld middels end-to-end encryptie. In wezen is het LSP hierdoor zo lek als een mandje, ideaal voor function creep (doelverschuiving) en mogelijk misbruik door kwaadwillenden.

Campagne SpecifiekeToestemming.nl

Privacy First heeft hierover de laatste jaren talloze malen alarm geslagen richting politiek en media. Zelfs op VN-niveau heeft Privacy First het Nederlandse LSP actief aangekaart. Op initiatief van Privacy First en het Platform Bescherming Burgerrechten is sinds april 2014 bovendien een grootschalige internetcampagne gelanceerd ter behoud en bevordering van het recht op medische privacy: www.SpecifiekeToestemming.nl. Deze campagne wordt sindsdien gesteund door tal van maatschappelijke organisaties, zorgverleners en academici. Kern van de campagne is dat specifieke toestemming (weer) het leidende principe moet worden bij de uitwisseling van medische gegevens. Bij specifieke toestemming kunnen patiënten voorafgaand aan het delen van hun medische gegevens bepalen of, en zo ja welke, gegevens mogen worden gedeeld met welke zorgverleners voor welke doeleinden. Dat beperkt de risico's en maakt het mogelijk voor patiënten om controle te houden over de uitwisseling van hun medische data. Dit in tegenstelling tot de generieke toestemming die geldt bij het LSP. Bij generieke toestemming is niet te voorzien door wie iemands medische gegevens kunnen worden ingezien, gebruikt, uitgewisseld etc. Generieke toestemming is daarmee per definitie in strijd met twee klassieke uitgangspunten in het privacyrecht: het beginsel van doelbinding en het recht op vrije, voorafgaande en volledig geïnformeerde toestemming bij de verwerking van persoonsgegevens.

Privacy by design

Mede onder druk van onze campagne SpecifiekeToestemming.nl werd het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens in de zorg (wetsvoorstel 33509) door de Tweede Kamer in 2014 aangescherpt en werden door de Eerste Kamer in 2016 twee cruciale moties aangenomen: de motie-Bredenoord (D66) c.s. over de verdere uitwerking van dataprotectie-by-design als het uitgangspunt voor de elektronische verwerking van medische gegevens en de motie-Teunissen (PvdD) c.s. inzake het decentraal (i.p.v. centraal) toegankelijk houden van medische dossiers. Onder deze nieuwe wet wordt specifieke (“gespecificeerde”) toestemming verplicht; dit dient nu geïmplementeerd te worden in alle bestaande en toekomstige systemen voor de uitwisseling van medische gegevens, waaronder het huidige LSP. Bovendien wordt onder de nieuwe Europese privacywetgeving privacy by design een harde juridische plicht: reeds vanaf het allereerste ontwerp dienen privacy en dataprotectie in alle relevante hardware en software te worden ingebouwd. In dit verband zijn er de laatste jaren reeds diverse marktontwikkelingen gaande die er op duiden dat bij nieuwe systemen specifieke toestemming de norm wordt en dat privacy by design de nieuwe standaard wordt. Een goed voorbeeld hiervan in de medische context is Whitebox Systems dat al in 2015 een Nationale Privacy Innovatie Award won.

Rechtszaak VP Huisartsen

Sinds maart 2013 voerde VP Huisartsen een grootschalige civiele rechtszaak tegen de private beheerder van het LSP: de Vereniging van zorgaanbieders voor zorgcommunicatie (VZVZ). Na teleurstellende uitspraken door de rechtbank Utrecht en het Hof Arnhem stelde VP Huisartsen eind 2016 cassatie in bij de Hoge Raad. In cassatie kreeg deze zaak (via Pro Bono Connect, op advies van Privacy First) ondersteuning door advocatenkantoor Houthoff Buruma. Bij de Hoge Raad diende Privacy First vervolgens samen met het Platform Bescherming Burgerrechten een amicus curiae-brief (PDF) in ter ondersteuning van de standpunten van VP Huisartsen, in lijn met onze gezamenlijke campagne SpecifiekeToestemming.nl. In het advies (“conclusie”) van de Advocaat-generaal bij de Hoge Raad werd vervolgens uitgebreid aan deze amicus curiae-brief gerefereerd. Op 1 december jl. heeft de Hoge Raad uiteindelijk uitspraak gedaan. In deze uitspraak sluit de Hoge Raad zich helaas grotendeels aan bij de eerdere argumentatie van het Hof Arnhem. Privacy First kan zich daarbij echter niet aan de indruk onttrekken dat het LSP (zelfs voor de Hoge Raad) blijkbaar “too big to fail” is: dit gebrekkige systeem is inmiddels dusdanig groot dat men het wellicht niet onrechtmatig durft te verklaren. Toch is er ook een belangrijk lichtpunt, en wel in de slotoverweging van de Hoge Raad:

“[Het hof heeft] onderkend dat de zorginfrastructuur ook kan worden ingericht op een wijze waarbij meer onderscheid tussen (soorten) gegevens en (categorieën) zorgaanbieders kan worden gemaakt, en waarbij in het bijzonder gegevensuitwisseling op basis van toestemming bij voorbaat desgewenst kan worden beperkt tot spoedeisende gevallen. In zijn oordeel ligt besloten dat deze inrichting meer en beter in overeenstemming is met de beginselen die aan de Privacyrichtlijn en de Wbp ten grondslag liggen, maar ten tijde van het wijzen van het bestreden arrest nog niet van VZVZ kon worden geëist. Van VZVZ mag volgens het hof wel worden verwacht dat zij, zodra dit voor haar technisch mogelijk en uitvoerbaar is, het systeem aanpast door daarin meer keuzevrijheid te bieden.

Deze overwegingen zijn niet onbegrijpelijk. Daarbij verdient nog opmerking dat gelet op de (...) ambities van VZVZ met het systeem en op de veranderingen in de regelgeving (...), waarbij ‘privacy by design’ en ‘privacy by default’ uitdrukkelijk tot uitgangspunt zijn genomen (art. 25 leden 1 en 2 Algemene verordening gegevensbescherming), eens te meer in de rede ligt wat het hof van VZVZ verwacht.” (5.4.4)

Evenals het Hof Arnhem stuurt de Hoge Raad hiermee duidelijk aan op implementatie van specifieke toestemming en privacy by design in het LSP. De Hoge Raad creëert hiermee een positief precedent dat ook in bredere zin (voor andere systemen) de toon voor de toekomst zet. Privacy First zal de ontwikkelingen hieromtrent actief blijven volgen en e.e.a. indien nodig opnieuw bij de rechter (laten) aankaarten.

 

Lees HIER het hele arrest van de Hoge Raad en HIER de eerdere conclusie van de Advocaat-generaal.
De amicus curiae brief van Privacy First en het Platform Bescherming Burgerrechten vindt u HIER in pdf.

Commentaar VP Huisartsen: http://www.vphuisartsen.nl/nieuws/cassatieberoep-vphuisartsen-verloren-toch-winst/

Commentaar SpecifiekeToestemming.nl: http://specifieketoestemming.nl/werk-aan-de-winkel-na-teleurstellend-vonnis-over-lsp/ .

Gepubliceerd in Medische privacy

Op 21 november jl. nam de Eerste Kamer een controversieel wetsvoorstel aan waardoor de reisbewegingen van iedere automobilist 4 weken in een centrale politiedatabank zullen belanden. Privacy First start een rechtszaak om dit wetsvoorstel onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy.

Massale privacyschending

Vast beleid van Stichting Privacy First is om massale privacyschendingen bij de rechter aan te vechten en onrechtmatig te laten verklaren. Privacy First deed dit de laatste jaren reeds met succes bij de centrale opslag van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet en de opslag van ieders communicatiegegevens onder de Wet bewaarplicht telecommunicatie. Een actueel wetsvoorstel dat zich bij uitstek voor een dergelijke rechtszaak leent is het wetsvoorstel van minister Grapperhaus inzake Automatic Number Plate Recognition (automatische nummerplaatherkenning, ANPR). Onder dit wetsvoorstel zullen de kentekens van alle auto's in Nederland (oftewel ieders reisbewegingen) door middel van cameratoezicht vier weken in een centrale politiedatabank worden opgeslagen voor opsporing en vervolging. Iedere automobilist wordt hierdoor een potentiële verdachte. Dit is totaal niet noodzakelijk, volstrekt disproportioneel en bovendien ineffectief. Het wetsvoorstel is daarom in strijd met het recht op privacy en daarmee onrechtmatig.

Oud wetsvoorstel

Het huidige ANPR-wetsvoorstel werd reeds in februari 2013 bij de Tweede Kamer ingediend door voormalig minister Opstelten. Voorheen was ook minister van Justitie Hirsch Ballin al in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit voorstel echter controversieel. De ministers Opstelten en Van der Steur deden er in het huidige wetsvoorstel alsnog drie scheppen bovenop: 4 weken opslag van ieders reisbewegingen. Wegens privacybezwaren lag de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel vervolgens jarenlang stil, maar werd daarna alsnog door de Tweede en Eerste Kamer heen geloodst. Het wetsvoorstel past echter allang niet meer in deze tijd: het is reeds ingehaald door Europese rechtspraak waardoor dit type wetgeving (massale opslag van gegevens van onschuldige burgers) onrechtmatig is verklaard. Bovendien heeft de ANPR-praktijk in binnen- en buitenland reeds uitgewezen dat massale ANPR-opslag niet werkt.

Rechtszaak

Privacy First zal nu (in coalitie met andere maatschappelijke organisaties) een rechtszaak beginnen om de nieuwe ANPR-wet buiten werking te laten stellen. Privacy First heeft daartoe via Pro Bono Connect het gerenommeerde advocatenkantoor CMS Derks Star Busmann ingeschakeld. De eerste formele processtap is gisteren genomen: per brief (PDF) heeft Privacy First aan minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) om overleg ex art. 3:305a BW gevraagd. Mocht dit overleg niet tot intrekking van het ANPR-wetsvoorstel leiden, dan valt onverbiddelijk het zwaard van Damocles: Privacy First c.s. zullen dan de Nederlandse Staat in kort geding dagvaarden om de wet buiten werking te laten stellen wegens strijd met Europees privacyrecht. Gezien de Europese en Nederlandse jurisprudentie terzake achten Privacy First c.s. de kans op een succesvolle rechtsgang buitengewoon hoog.

Gepubliceerd in Rechtszaken

"Het kabinet moet onmiddellijk werk maken van het stoppen met het opnemen van vingerafdrukken in paspoorten. Dat stelt Vincent Böhre van stichting Privacy First in reactie op het nieuws dat vingerafdrukken van Nederlandse burgers momenteel nauwelijks gebruikt worden.

Hoewel het al acht jaar verplicht is om vingerafdrukken af te staan voor in het paspoort, worden die op Schiphol, bij de grens of in het buitenland nooit gecontroleerd, zo bleek gisteren uit navraag van de NOS.

Alleen gemeenten gebruiken de vingerafdrukken in incidentele gevallen, bijvoorbeeld als er twijfel is over iemands identiteit. "Dat gebeurt een of twee keer per jaar", zegt teamleider Jan Jansen van het stadsloket in Breda. "Het kan ook zijn dat de politie ons benadert als de identiteit van een overledene niet vastgesteld kan worden. Dan kunnen we een printje van de vingerafdruk meegeven."

Het opslaan van vingerafdrukken in een chip op de paspoorten gebeurt naar aanleiding van een Europese verordening. De afdrukken worden niet opgeslagen in een centrale database, omdat een wet hierover het in Nederland niet haalde.

Privacyschendingen

Voor privacyjurist Böhre is het niet nieuw dat er verder nauwelijks iets met de vingerafdrukken gebeurt. Hij vraagt al jaren aandacht voor de kwestie. Sinds 2009 is er ongeveer 20 miljoen keer vingerafdrukken afgenomen bij Nederlandse burgers. Volgens Böhre zijn dat "20 miljoen privacyschendingen".

Volgens de wet mag de privacy van burgers door de overheid alleen geschonden worden als er sprake is van noodzaak en proportionaliteit. Het moet aantoonbaar nut hebben. Dat ontbreekt hier volledig, zegt Böhre in het NOS Radio 1 Journaal. "Na acht jaar moet je toch echt conclusies gaan trekken. Het kost verschrikkelijk veel geld, tijd en moeite. En dat allemaal voor niets.""


Bron: https://nos.nl/artikel/2203728-kabinet-moet-stoppen-met-vingerafdrukken-in-paspoort.html, maandagochtend 20 november 2017. Beluister hieronder het hele interview op Radio 1:

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Morgen behandelt de Eerste Kamer een controversieel wetsvoorstel waardoor de reisbewegingen van iedere automobilist 4 weken in een politiedatabank zullen belanden. Vandaag verzocht Privacy First de Eerste Kamer om dit wetsvoorstel te verwerpen. Hieronder volgt de volledige tekst van onze brief (PDF):
 

Geachte Kamerleden,

Morgen gaat u met de minister van Justitie in debat over het wetsvoorstel inzake Automatische Nummerplaat Registratie (ANPR). Reeds sinds 2011 heeft Privacy First haar kritische standpunt over dit wetsvoorstel talloze malen kenbaar gemaakt, zowel in de media als richting Tweede en Eerste Kamer als aan de minister persoonlijk. Op 20 juni jl. vond over het wetsvoorstel in uw Kamer een kritische hoorzitting plaats.[1] Teneur van deze hoorzitting was dat dit wetsvoorstel niet voldoet aan de juridische vereisten van noodzaak en proportionaliteit. Bovendien is de effectiviteit van ANPR tot op heden niet aangetoond.[2] Het wetsvoorstel past om deze redenen niet in een democratische rechtsstaat en dient daarom verworpen te worden.

Wetsvoorstel is juridisch onhoudbaar

Het wetsvoorstel voldoet niet aan de vereisten die het Europees Hof van Justitie de laatste jaren aan dit type wetgeving heeft gesteld in de zaken Digital Rights en Tele2.[3] Bij dit wetsvoorstel is immers sprake van algemene, ongedifferentieerde gegevensopslag en wordt die opslag niet beperkt tot dat wat strikt noodzakelijk is. Bovendien ontbreekt voorafgaande rechterlijke toetsing bij toegang tot de gegevens. Privacy First verwacht dan ook dat de rechterlijke macht het wetsvoorstel desgevraagd onverbindend zal verklaren wegens strijd met Europees privacyrecht.

ANPR-sleepnet

In de kern komt het huidige wetsvoorstel neer op massale opslag van ieders reisbewegingen op de openbare weg. De maatschappelijke weerstand tegen dergelijke massa-surveillance is groot en neemt immer toe, getuige de volksopstand tegen de centrale opslag van ieders vingerdrukken onder de Paspoortwet in 2009-2011, de rechterlijke buitenwerkingstelling van de telecom-bewaarplicht in 2015 en het aanstaande referendum (en geplande grootschalige rechtszaak) tegen de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), ook wel ‘Sleepwet’ genoemd. Het huidige ANPR-wetsvoorstel vormt een vergelijkbaar sleepnet: niet van ieders vingerafdrukken, telecommunicatie of internetgedrag, maar van ieders reisbewegingen. Mocht uw Kamer dit wetsvoorstel desondanks goedkeuren, dan rest Privacy First geen andere optie dan dit door de rechter ongedaan te laten maken.

Internationale kritiek

Privacy First staat hierin niet alleen: diverse organisaties hebben reeds toegezegd zich bij onze rechtszaak tegen het ANPR-sleepnet te zullen aansluiten. Ook in het buitenland neemt de kritiek op ANPR toe: onlangs won ANPR in België een nationale Big Brother Award.[4] Daarnaast ontving Nederland vanuit de VN Mensenrechtenraad in Genève in mei dit jaar het volgende dringende advies: “Take necessary measures to ensure that the collection and maintenance of data for criminal purposes does not entail massive surveillance of innocent persons.”[5] De Nederlandse regering heeft dit advies in september jl. uitdrukkelijk geaccepteerd.[6] Daarmee heeft Nederland op internationaal niveau stelling genomen tegen massa-surveillance. Het huidige wetsvoorstel ANPR is hiermee in strijd en dient daarom te worden verworpen.

Huidige praktijk reguleren

De huidige ANPR-praktijk vindt plaats op basis van artikel 3 Politiewet. Dit oude, brede vangnet-artikel is daar echter nooit voor bedoeld en voldoet niet aan de moderne vereisten van artikel 8 EVRM (recht op privacy). De huidige ANPR-praktijk is daarom onrechtmatig. Het Nederlandse parlement zou beter die huidige praktijk wettelijk kunnen reguleren en van strikte privacywaarborgen moeten voorzien: louter opslag van kenteken-hits en slechts tijdelijke opslag van no-hits in concrete, uitzonderlijke gevallen, na rechterlijke toestemming. Het huidige wetsvoorstel schiet hier echter mijlenver voorbij: iedere automobilist wordt hierdoor een potentiële verdachte en belandt 4 weken in een centrale politiedatabank. Onder de nieuwe Wiv zal deze databank bovendien direct toegankelijk kunnen worden voor AIVD en MIVD en zullen ANPR-data tevens uitgewisseld kunnen worden met buitenlandse diensten. Massa-surveillance wordt hierdoor een feit. Nederland wordt hierdoor een Big Brother maatschappij. Dit vormt een historische breuk met het verleden. Het is aan uw Kamer om dit te voorkomen en aan te sturen op betere, privacyvriendelijke wetgeving waardoor Nederland vrij én veilig zal kunnen blijven.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..


Hoogachtend,


Stichting Privacy First



[1] Zie https://www.privacyfirst.nl/aandachtsvelden/wetgeving/item/1075-hoorzitting-eerste-kamer-over-wetsvoorstel-anpr.html.

[2] Zie bijvoorbeeld meest recentelijk WODC, ANPR: toepassingen en ontwikkelingen (december 2016), https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2387-intelligente-toepassingen-van-automatic-number-plate-recognition.aspx.

[3] Zie Hof van Justitie van de Europese Unie, gevoegde zaken C-293/12 & C-594/12 (Digital Rights, 8 april 2014) en gevoegde zaken C203/15 & C698/15 (Tele2, 21 december 2016).

[4] Zie https://bigbrotherawards.be/nl/.

[5] Zie https://www.privacyfirst.nl/aandachtsvelden/wetgeving/item/1071-nederland-onder-de-loep-bij-verenigde-naties.html. Zie in dit verband tevens de recente brief van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten aan de Nederlandse regering, waarin dit advies wordt herhaald en wordt aangedrongen op implementatie en rapportage: https://www.upr-info.org/sites/default/files/document/session_27_-_may_2017/letter_for_implementation_3rd_upr_nld_e.pdf (23 oktober 2017).

[6] Zie UN Doc. A/HRC/36/15/Add.1 (14 september 2017), beschikbaar op https://www.upr-info.org/sites/default/files/document/netherlands/session_27_-_may_2017/a_hrc_36_15_add.1_e.pdf

 

Update 21 november 2017: vanmiddag heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel ANPR aangenomen. SGP, ChristenUnie, VVD, PvdA, CDA, 50Plus, OSF & PVV stemden voor. D66, GroenLinks, SP & PvdD stemden tegen. Privacy First c.s. zullen nu een rechtszaak beginnen om deze wet onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met Europees privacyrecht. Nadere berichtgeving hierover volgt zeer binnenkort.

Gepubliceerd in Wetgeving

Privacy First in hoger beroep in rechtszaak anoniem betalen en parkeren


Afgelopen week heeft de rechter uitspraak gedaan in mijn zaak voor het behoud van het recht om cashbetalingen te kunnen blijven doen bij overheidsdiensten. Dit vanuit de idee dat ik anonieme betalingen wil kunnen doen in het geval mijn persoonsgegevens hierin betrokken worden en dat ik geen keuzevrijheid heb bij het afnemen van een monopolistische overheidsdienst. Mijn irritatie over de onstuitbare controlewaanzin van overheden, goedbedoeld ambtelijk amateurisme en het vilein omdraaien van rechtsprincipes zijn de redenen om in vele zaken (maar zeker in deze zaak) de rechter in te zetten. De rechter besloot echter dat er in deze zaak geen inbreuk zou zijn op de privacy en heeft de zaak daarmee terzijde geschoven zonder de principiële en inhoudelijke kant in behandeling te nemen.

Na 10 jaar principiële rechtszaken voeren kan ik wel concluderen dat ons rechtssysteem zich niet kan verweren tegen politieke en ambtelijke uitholling van binnenuit. Er ontbreekt een belangrijke check & balance, namelijk toetsing van wetgeving aan de Grondwet door een onafhankelijk rechterlijk college zoals in Duitsland het Constitutionele Hof in Karlsruhe. Steeds weer duiken Nederlandse rechters in dit soort zaken weg vanuit de argumentatie dat zij niet “over” de wetgeving heen recht kunnen spreken, dat de gekozen route bestuursrechtelijk hetzij strafrechtelijk aangevlogen had moeten worden, dat Privacy First of daarvoor optredende eisers niet ontvankelijk zijn om de rechtszaak te voeren en zo nog meer redenen om maar vooral niet tot een principiële uitspraak te hoeven komen. Verder en verder glijdt Nederland daardoor af in plaats van juist sterker uit de strijd te komen vanuit nieuwe technologie en mogelijkheden om eeuwenoude rechtsprincipes te beschermen.

Zo ook weer in onze zaak om anoniem (cash) te kunnen betalen voor parkeren. Privacy First gaat hierbij uit van het recht op anonimiteit in de openbare ruimte en het recht op anonieme betaling met contant geld danwel een ander waterdicht technologisch alternatief. Opvallend aan deze zaak (en ook onze eerdere zaak over trajectcontroles) is dat de rechter niet inhoudelijk wenst te toetsen. De rechter beargumenteert ten onrechte dat de privacy hier niet in het geding is en komt daardoor niet aan toetsing toe. De rechter ontduikt daarmee zijn rechterlijke verantwoordelijkheid, als een soort juridische struisvogelpolitiek.

In de optiek van Privacy First is het recht op privacy hier wel degelijk in het geding: middels kentekenparkeren heeft de overheid immers onbeperkt zicht op wie waar en wanneer in Nederland parkeert. Dit is in strijd met het recht van burgers om in eigen land vrij en anoniem te kunnen reizen en parkeren. Dit wordt nog verergerd door het gebrek aan contante betaalmogelijkheid: middels elektronische betaling is immers traceerbaar wie waar en wanneer parkeert. Daarmee vormt verplicht kentekenparkeren met verplichte elektronische betaling een dubbele privacyschending.

De arrogante overheidshouding is stuitend als men bedenkt dat de Hoge Raad reeds bepaald heeft dat invoering van het kenteken niet verplicht mag worden gesteld en de Nederlandse gemeenten hier gewoon mee doorgaan en een reis- en verblijfsdatabase optuigen buiten het zicht van de burger. Privacy First heeft daarom in kort geding geëist om dit gedrag van gemeenten te verbieden, waarna de rechter dit afwees wegens zogenaamde “complexiteit”... complex van wat en voor wie? De huidige bodemprocedure bij de belastingrechter heeft meer dan een jaar geduurd, met maar liefst twee rechtszittingen en tussentijdse verwijzing van enkelvoudige naar meervoudige kamer (vanwege de complexiteit van deze principiële zaak van groot maatschappelijk belang). Met als resultaat echter opnieuw een oppervlakkig en halfslachtig vonnis waarin vrijwel niets inhoudelijk en kritisch wordt getoetst, het zogenaamde “ontwijk- of struisvogelvonnis” dat wij inmiddels gewend zijn bij principiële (privacy)zaken.

Privacy First gaat nu in hoger beroep en hoopt dat het Hof Amsterdam wél in staat zal zijn (en de rechterlijke moed zal hebben) om alsnog een kritische uitspraak te doen. Het gaat in deze zaak immers om principiële kwesties die de hele bevolking aangaan: anonimiteit in de openbare ruimte en het recht om contant te betalen. Nieuwe technologie zou voor deze uitgangspunten ingezet moeten worden in plaats van deze uit te hollen en te vernietigen. Contant geld is een wettig betaalmiddel. In monopoliesituaties hebben burgers het recht om te kunnen kiezen tussen elektronische en contante betaling, zo luidt de formele Nederlandse consensus. In 2015 verscheen hierover een uitvoerig rapport van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) waarin dit standpunt unaniem wordt onderschreven door alle Nederlandse organisaties die zich met betaalverkeer bezighouden, waaronder de Nederlandsche Bank.

Kentekenparkeren is een monopoliesituatie: de parkeerder kan hiervoor maar bij één partij terecht. Reeds daarom zou contante betaling mogelijk moeten zijn. Dit is immers het enige betaalmiddel dat anonimiteit garandeert. Contant geld is bovendien een kwestie van Europees recht. In hoger beroep zal Privacy First dan ook trachten te bewerkstelligen dat deze kwestie aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg wordt voorgelegd. Hierover bestaat immers nog geen jurisprudentie, terwijl deze kwestie voor alle Europeanen van belang is en steeds belangrijker wordt naarmate cash geld steeds meer wordt uitgebannen en het recht op anonieme betaling steeds meer onder druk komt te staan. In de huidige uitspraak van de rechtbank Amsterdam valt niets van dit alles terug te lezen. Het is een wereldvreemd vonnis dat totaal los lijkt te staan van de juridische en feitelijke realiteit.

Privacy First vraagt zich inmiddels af: is de Nederlandse rechterlijke macht eigenlijk wel geëquipeerd voor dit soort zaken? Is er bij de rechterlijke macht voldoende kennis aanwezig van het privacyrecht en ICT-kennis om deze zaken goed en grondig te kunnen behandelen? Beseft de rechterlijke macht welke implicaties het heeft om dit soort privacyschendende ontwikkelingen volstrekt ongemoeid te laten? Tot welk soort maatschappij gaat dit leiden? Privacy First staat voor Nederland Privacy Gidsland en de inzet van nieuwe technologie ter versterking van de rechtsstaat. Vanuit principes. Niet vanuit politiek opportunisme.


Bas Filippini,
voorzitter Stichting Privacy First


Lees hier de hele uitspraak van de rechtbank Amsterdam op rechtspraak.nl.

Gepubliceerd in Columns

"De omgang met privacygevoelige kentekenfoto's door de Belastingdienst was de afgelopen jaren technisch en organisatorisch niet op orde. Voor de fiscus niet-relevante gegevens over miljoenen kentekens werden jarenlang niet verwijderd.

Dat blijkt uit documenten die op verzoek van het ANP zijn vrijgegeven.

In interne memo's (pdf) staat dat "geen schoning" plaatsvond van de jaarlijks 1 miljoen kentekenfoto's die de fiscus zelf verzamelde met camera-auto's met automatische kentekenherkenning (ANPR). "De fotogegevens en metadata zijn vanaf 2010 nog beschikbaar".

Volgens de Wet bescherming persoonsgegevens mogen dit soort data niet langer worden bewaard dan noodzakelijk. Pas eind vorig jaar schoonde de fiscus eenmalig deze bestanden op. De Belastingdienst erkent dat het bewaren onterecht was.

Vernietigd

Inmiddels is het inwinnen en gebruik van de kentekenfoto's gestopt en zijn de gegevens vernietigd. Dat gebeurde nadat de Hoge Raad begin dit jaar had bepaald dat er geen wettelijke basis was om de kentekenfoto's te gebruiken voor het aantonen van privégebruik van auto's van de zaak.

Volgens de rechters was sprake van systematisch verzamelen van gegevens over de bewegingen van voertuigen.

In een reactie laat de Belastingdienst weten dat er "ten tijde van de uitspraak van de Hoge Raad een gestructureerd proces voor het systematisch vernietigen van de niet-relevante ANPR-gegevens in voorbereiding was". Ook zegt de dienst dat de opgeslagen gegevens wel "steeds volgens de geldende richtlijnen zijn beveiligd".

Beheer

Privacy First is kritisch en spreekt van een "opeenstapeling van onrechtmatigheden". Behalve het ontbreken van een wettelijke basis en het opslaan van niet-relevante gegevens, was volgens Vincent Böhre van de privacyorganisatie ook de "organisatorische puinhoop" onrechtmatig.

Ambtenaren concludeerden de afgelopen jaren dat het beheer "niet juist was belegd en ingeregeld". Er was sprake van ICT-problemen en provisorische systemen. Het beheer was niet ondergebracht bij de juiste afdelingen. Veel werk moest bovendien handmatig worden gedaan en het ontbrak aan deskundigheid en vaste werkwijzen. Het beheer van bewaartermijnen werd daardoor niet structureel, maar alleen ad hoc gedaan.

Dat was ook het geval bij de vele miljoenen foto's die de fiscus verkreeg uit ANPR-camera's van de politie. Niet-relevante gegevens werden hier wel binnen twee weken gewist, maar mogelijk bruikbare kentekenfoto's (52 miljoen van de 130 miljoen per jaar) bleven enkele jaren bewaard."

Bron: http://www.nu.nl/binnenland/4904951/belastingdienst-had-beheer-kentekenfotos-jarenlang-niet-orde.html , 2 september 2017.

Zie ook https://www.rtlnieuws.nl/geld-en-werk/onzorgvuldige-belastingdienst-bewaarde-kentekenfotos-veel-te-lang
http://www.telegraaf.nl/dft/29111797/__Kentekenfoto_s_onterecht_bewaard__.html
https://www.ad.nl/binnenland/kentekenfoto-s-door-belastingdienst-onterecht-bewaard~a45895b5/
https://nos.nl/artikel/2190991-belastingdienst-bewaarde-onterecht-kentekenfoto-s.html
https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/02/kentekenfotos-onterecht-door-belastingdienst-bewaard-a1572036
https://www.volkskrant.nl/politiek/belastingdienst-bewaarde-ten-onrechte-miljoenen-kentekenfoto-s~a4514668/
https://fd.nl/economie-politiek/1216719/fiscus-verzuimde-gegevens-kentekens-te-verwijderen
https://www.security.nl/posting/529607/Fiscus+bewaarde+niet-relevante+data+over+miljoenen+kentekens

Gepubliceerd in Cameratoezicht

NS laat reiziger extra betalen voor privacy. Autoriteit Persoonsgegevens weigert te handhaven. Raad van State gaat zaak beoordelen.

Op maandag 4 september as. zal de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zich buigen over twee rechtsvragen: mag de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) weigeren om te handhaven wanneer treinreizigers met een voordeelurenabonnement door NS worden gedwongen om extra te betalen als zij hun privacy willen behouden? Of mag de AP misschien zelfs weigeren om de zaak überhaupt te onderzoeken, ondanks haar toezichthoudende taak?

Drie jaar geleden schafte NS de papieren treinkaartjes af en verplichtte alle reizigers voortaan een OV-chipkaart te gebruiken. Het bleek dat reizigers die omwille van hun privacy voor een anonieme OV-chipkaart kozen, van NS geen voordeelurenkorting krijgen – ook niet als zij al vele jaren in het bezit zijn van een voordeelurenabonnement. Arnhemmer Michiel Jonker vroeg de AP om handhavend op te treden, wat de AP weigerde. Op 16 augustus 2016 gaf de Rechtbank Gelderland Jonker deels gelijk en gelaste dat de AP de zaak alsnog serieus moest onderzoeken, maar verplichtte de AP nog niet om handhavend op te treden. De AP en Jonker gingen beiden in hoger beroep bij de Raad van State.

Met ingang van 9 juli 2014 heeft NS Reizigers BV het voor abonnementhouders onmogelijk gemaakt om een papieren kaartje te kopen dat in de trein samen met hun abonnementskaart wordt gecontroleerd. Wie in de voordeeluren met korting wil reizen, mag dat van NS alleen als hij in- en uitcheckt met een persoonsgebonden OV-chipkaart waarop ook zijn identiteit staat vermeld. Het gevolg hiervan is dat reizigers alleen nog voordeelurenkorting krijgen als zij al hun individuele reisbewegingen via de persoonsgebonden OV-chipkaart door NS laten registreren. Als zij hun privacy wensen te behouden, verliezen zij hun voordeelurenkorting.

Jonker ervaart het feit dat een reiziger met privacy in de voordeeluren meer moet betalen dan een reiziger zonder privacy, als een vorm van discriminatie. “Ik wil net als vroeger het openbaar vervoer kunnen gebruiken zonder dat een bedrijf of de overheid precies kan bijhouden waar ik op welk moment geweest ben. Daarvoor is de anonieme OV-chipkaart ook bedoeld. Maar die wordt op deze manier ontmoedigd. Er wordt een ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt tussen mensen met privacy en mensen zonder privacy. Mensen die hun privacy willen houden, moeten meer betalen. Dat is discriminatie. NS probeert me er zo toe te dwingen mijn privé-reisgegevens voor commerciële doelen ter beschikking te stellen. Nederlandse wetten en Europese verdragen verbieden dat.”

Ook heeft Jonker bezwaar tegen de wijze waarop NS zijn persoonsgegevens heeft overgedragen aan Trans Link Systems (TLS). “NS zegt dat ik een contract met TLS heb, maar dat is onzin. Ik heb nooit zo’n contract afgesloten, en dat heeft geen enkele treinreiziger. NS heeft zijn algemene voorwaarden veranderd. Maar NS kan niet rechtmatig in zijn algemene voorwaarden opnemen dat ik opeens een contract over mijn persoonsgegevens afgesloten zou hebben met een derde. Je ziet hier hoe de zogenaamde privatisering van een publieke voorziening, het OV, leidt tot onrechtmatige praktijken.”

-- De AP is in hoger beroep gegaan tegen de opdracht van de rechtbank om de zaak nu serieus te gaan onderzoeken.

-- Jonker is in hoger beroep gegaan tegen het ontbreken van een opdracht aan de AP om, na al die jaren van gedogen, zelfs maar een voornemen kenbaar te maken om te gaan handhaven.

-- Ook NS zal in de rechtszaal deelnemen aan het geding.

Jonker wordt in deze zaak gesteund door Stichting Privacy First en Maatschappij voor Beter OV. De rechtszitting is openbaar: iedereen is welkom om de zitting bij te wonen.

Zaakinformatie: M. Jonker vs. Autoriteit Persoonsgegevens, zaaknr. 201607123/1/A3.
Tijdstip: maandag 4 september 2017, 10.30u.
Locatie: Raad van State, Kneuterdijk 22, Den Haag. Klik HIER voor een routebeschrijving.


Update 4 september 2017: de rechtszitting vandaag verliep relatief voorspoedig, de rechters zaten goed in de materie. Klik HIER voor de pleitnota van de heer Jonker (pdf). Over 6 weken (of later) doet de Raad van State uitspraak.

Media:
https://www.computable.nl/artikel/nieuws/security/6191053/250449/conflict-ap-en-privacy-first-om-ov-chipkaart-ns.html
https://www.ad.nl/economie/privacy-wordt-geschonden-door-ov-chipkaart-met-abonnement~a4405fa0/
http://www.gelderlander.nl/economie/privacy-wordt-geschonden-door-ov-chipkaart-met-abonnement~a4405fa0/
http://www.hartvannederland.nl/nieuws/2017/ns-beperkt-korting-onterecht-tot-abonnees/
https://www.bnr.nl/nieuws/mobiliteit/10328758/dalurenkorting-ns-discriminatie-of-niet
http://www.treinreiziger.nl/reiziger-eist-anoniem-reizen-ook-abonnement/
http://www.dvhn.nl/binnenland/NS-beperkt-korting-onterecht-tot-abonnees-22465090.html
https://www.security.nl/posting/529824/Raad+van+State+onderzoekt+of+AP+moet+optreden+tegen+NS


Update 22 september 2017: de Raad van State heeft op 20 september jl. uitspraak gedaan in de zaak, zie ECLI:NL:RVS:2017:2555. In een eerste reactie zegt Jonker: “Een uitspraak twee weken na de zitting is opvallend snel, ook gezien de termijn van zes weken of langer die de Raad van State ter zitting had aangekondigd. Mogelijk heeft de Raad van State snel uitspraak gedaan om nog niets te hoeven zeggen over de uitkomst van het onderzoek dat de AP afgelopen jaar in opdracht van de rechtbank heeft gedaan, en waarover de AP binnenkort een besluit neemt. Of misschien wil de Raad de AP gelegenheid geven om zo’n nieuw besluit af te stemmen op de uitspraak.”

Samenvatting op hoofdpunten van de uitspraak:

(1) De Raad van State stelt, net als de rechtbank, Jonker inhoudelijk in het gelijk: de AP had Jonkers handhavingsverzoek niet mogen afwijzen zonder in deze specifieke zaak voldoende onderzoek te doen.

(2) Uit de eerdere onderzoeken waarnaar de AP had verwezen, blijkt volgens de Raad van State niet “of de verwerking van persoonsgegevens door middel van een persoonlijke OV-chipkaart noodzakelijk is voor het sluiten en de uitvoering van de overeenkomst betreffende het voordeelurenabonnement”, en ook niet “of als gevolg van het verplicht stellen van de persoonlijke OV-chipkaart voor een abonnement die verwerking van persoonsgegevens toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig is.”

(3) Voorts constateert de Raad van State dat “de omstandigheid dat de OV-chipkaart in haar algemeenheid voldoet aan de Wbp, niet betekent dat de omstandigheid dat het onmogelijk is een persoonlijk product te combineren met een anonieme kaart ook voldoet aan de Wbp.”

(4) Verder is de Raad het met de rechtbank eens dat de AP uit de door NS zelf opgestelde algemene voorwaarden en de voorwaarden van het voordeelurenabonnement niet het bestaan van een noodzaak voor het verwerken van persoonsgegevens mocht afleiden.

(5) De Raad is het anderzijds niet met Jonker eens dat de AP op basis van de reeds bekende feiten al had moeten concluderen dat er aanleiding was voor een voornemen tot handhaving. Volgens de Raad hoeft de AP daarover pas een standpunt in te nemen na een meer uitgebreid onderzoek.

(6) Procedureel is de Raad het met de AP eens dat de rechtbank de AP geen opdracht had mogen geven tot het doen van een meer uitgebreid onderzoek op grond van artikel 60 Wbp. Volgens de Raad had de rechtbank alleen het afwijzingsbesluit van de AP moeten vernietigen, zonder opdracht te geven tot zo’n onderzoek, omdat de rechtbank zich daarmee “de beleidsruimte van de AP toeëigende”. De AP heeft in haar beleid een “fasering” van onderzoek opgenomen, waarbij het door de rechtbank opgedragen onderzoek pas in fase III valt.

Jonker: “Ik ben blij dat de Raad van State me, net als de rechtbank, inhoudelijk in het gelijk heeft gesteld dat mijn handhavingsverzoek door de AP niet zo makkelijk had mogen worden afgewezen. De Raad heeft een aantal drogredeneringen doorgeprikt die de AP naar voren had gebracht.”

Toch is Jonker niet helemaal tevreden: “De uitspraak van de Raad van State leidt er ook toe dat de AP nu in een nieuwe ronde de gelegenheid krijgt om weer nieuwe argumenten te verzinnen om mijn handhavingsverzoek toch nog te gaan afwijzen. Het voelt een beetje als een knockout-toernooi met twee deelnemers en een half dozijn rondes, waarbij het thuisteam, de AP dus, meteen al verzekerd is van een finaleplaats, terwijl de andere partij, ik dus, in al die rondes de wedstrijd moet winnen om zelfs maar in de finale te komen. En als ik ook maar één echte fout maak, lig ik eruit. Dat is eigenlijk het tegenovergestelde van effectieve rechtsbescherming. Wat me ook opvalt is dat de Raad van State het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) met geen woord heeft genoemd, terwijl het EVRM een meer fundamentele bescherming biedt dan de door de Raad wel genoemde Europese Privacyrichtlijn. Ik heb steeds naar het EVRM verwezen.”

Gevraagd wat eventuele nieuwe argumenten van de AP dan zouden kunnen zijn, antwoordt Jonker: “Net vorige week heb ik een zogeheten bevindingenrapport van de AP ontvangen over het onderzoek dat de AP in opdracht van de rechtbank moest doen. Maar omdat de AP mij verzocht heeft daar vertrouwelijk mee om te gaan totdat de AP een nieuw besluit heeft genomen over mijn handhavingsverzoek, wil ik daar op dit moment verder niks over zeggen. De AP had dat rapport natuurlijk aan mij moeten toesturen ruim voorafgaand aan de rechtszitting van de Raad van State, maar koos er helaas voor om daarmee te wachten tot na de rechtszitting – terwijl NS in essentie wel op de hoogte was. Dat draagt niet bij aan een eerlijk proces. Volgende week houdt de AP een hoorzitting. En daarna duurt het waarschijnlijk nog een aantal weken voordat de AP een nieuw besluit neemt. Tegen dat besluit kan ik dan eventueel weer in beroep en hoger beroep gaan. Het houdt me wel van de straat...”

Wordt dus vervolgd.

Media:
http://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2143524/Treinreiziger-uit-Arnhem-krijgt-weer-gelijk-meer-onderzoek-naar-privacy-discriminatie-ov-chipkaart
https://www.security.nl/posting/532206/Autoriteit+Persoonsgegevens+hoeft+NS+niet+uitgebreid+te+onderzoeken (met commentaar van Michiel Jonker onder artikel).
https://www.ovmagazine.nl/2017/09/opnieuw-onderzocht-tegen-privacydiscriminatie-ov-chipkaart-1527/

Gepubliceerd in Wetgeving

Autoriteit Persoonsgegevens legt dwangsom op aan gemeente Arnhem vanwege privacyschending met adresgebonden afvalpassen 

Vandaag heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) bekendgemaakt dat zij aan de gemeente Arnhem een last onder dwangsom oplegt waarin de gemeente gelast wordt de verwerking van persoonsgegevens met adresgebonden afvalpassen binnen een maand te beëindigen. Reeds verzamelde gegevens dienen binnen twee maanden te worden verwijderd.

Drie jaar geleden voerde de gemeente Arnhem een systeem in waarmee persoonsgegevens worden verwerkt van alle Arnhemse huishoudens die restafval in ondergrondse afvalcontainers deponeren, door middel van adresgebonden afvalpassen. Op deze manier wordt geregistreerd WAAR (in welke container), WANNEER, HOEVEEL (aantal vuilniszakken) en door WIE (welk huishouden) er restafval wordt gedeponeerd.

Arnhemmer Michiel Jonker maakte bezwaar tegen deze onnodige registratie en voerde daartoe verschillende juridische procedures tegen zowel de gemeente Arnhem als de AP. Hoewel de AP in april 2017 als toezichthouder erkende dat er sprake is van een overtreding, besloot zij de overtreding te gedogen. Nadat de rechter Jonker op 13 juli 2017 opnieuw in het gelijk had gesteld, treft de AP nu alsnog een handhavingsmaatregel.

De handhavingsmaatregel van de AP moet vooral gezien worden als normstellend. Het bedrag van de dwangsom (€10.000 per twee weken als de overtreding niet wordt beëindigd, oplopend tot maximaal €50.000) is slechts een fractie van de kosten die de gemeente Arnhem de afgelopen drie jaar heeft gemaakt voor het illegale systeem, en in die zin nauwelijks afschrikwekkend.

De zaak van de heer Jonker wordt gesteund door Privacy First en vormt een belangrijk precedent. In haar motivering van het handhavingsbesluit benadrukt de AP dat er (in objectieve zin) ook sprake is van persoonsgegevens als de identiteit van een persoon indirect herleidbaar is, via middelen die kunnen worden ingezet door de verantwoordelijke (in dit geval de gemeente) of door enige andere organisatie of persoon.

Jonker: "Dat is een terecht standpunt dat de AP nu inneemt, in navolging van Europees privacyrecht. Privacy First zegt dat ook steeds. In de huidige tijd van Big Data en profilering met statistische methodes, kunnen allerlei gegevens gebruikt worden om iemand te identificeren. Daar moet je rekening mee houden bij het ontwerp van elk systeem." Jonker is ook blij dat de AP nu expliciet aangeeft dat de privacyschending veel mensen raakt. "Het gaat om ruim 150.000 Arnhemmers." Het besluit van de AP is bovendien van groot belang voor alle andere Nederlandse gemeenten met vergelijkbare afvalpassen en andere vormen van afvalregistratie.

Toch is Jonker niet tevreden met het besluit als geheel. "Blijkens haar besluit op mijn bezwaar, dat ik vandaag ook ontving, vindt de AP nog steeds dat er na invoering van Diftar (gedifferentieerde tarieven bij afvalinzameling) alsnog een noodzaak zou zijn voor verwerking van persoonsgegevens. Ik heb onderbouwd waarom dat ook na invoering van Diftar niet nodig is. Maar doordat de AP nu wèl handhaaft in de periode voorafgaand aan Diftar, is het de vraag of het voor mij op dit moment mogelijk is om van de rechter een oordeel te krijgen over de eventuele consequenties van Diftar voor de privacy van burgers. Het gaat dan om de juridische vraag van ‘procesbelang’. De gemeente wil nog steeds bij de invoering van Diftar persoonsgegevens gaan verzamelen, het gemeentelijke ‘gluren bij de burgers’ wordt vooralsnog alleen tijdelijk onderbroken, omdat de gemeente en de AP er nu even niet onderuit kunnen. Het ziet er dus helaas naar uit dat dit een kwestie is van: wordt vervolgd."

Privacy First zal u graag van het vervolg op de hoogte houden.

De tekst van het gehele handhavingsbesluit van de AP staat HIER (pdf, 13 pp).

Media:
https://www.security.nl/posting/526408/AP+legt+Arnhem+last+onder+dwangsom+op+voor+gebruik+afvalpas
http://www.gelderlander.nl/arnhem-e-o/arnhem-riskeert-boete-voor-afvalpas~a0a3f8f6/
http://www.arnhem-direct.nl/berichten/autoriteit-persoonsgegens-dreigt-met-50-000-euro-boete/
https://www.rtlz.nl/algemeen/binnenland/gemeente-arnhem-op-vingers-getikt-om-volgen-bewoners-met-afvalpas.
https://radar.avrotros.nl/nieuws/detail/arnhem-moet-stoppen-met-afvalpas-vanwege-privacy-inwoners/
https://tweakers.net/nieuws/127903/autoriteit-persoonsgegevens-dwingt-arnhem-blijvend-te-stoppen-met-afvalpas.html
http://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/afvalpas-landelijk-onder-de-loep-na-uitspraak.9568678.lynkx
http://www.vngnieuws.nl/nieuws/redactie/afvalpas-alsnog-dwangsom-voor-arnhem.

Update 4 augustus 2017: gisteren heeft de heer Jonker bij de rechtbank Gelderland beroep ingesteld tegen (onder meer) het standpunt van de AP dat invoering van Diftar de verwerking van persoonsgegevens alsnog zou rechtvaardigen. Daarbij heeft Jonker benadrukt dat hij, met het oog op de vereisten van art. 8 EVRM (recht op privacy) en de rechtszekerheid, er procesbelang bij heeft dat hij in rechte kan opkomen tegen de afwijzing van dit onderdeel (inzake Diftar) van zijn handhavingsverzoek door de AP. Privacy First steunt Jonker bij deze nieuwe zaak.

De Arnhemse afvalzaak leidt inmiddels tot nationale onrust onder gemeenten en binnen de afvalbranche, getuige bijvoorbeeld dit bericht bij branche-organisatie NVRD. De inschatting van Privacy First is dat talloze Nederlandse gemeenten (evenals Arnhem) al jaren gebruik maken van privacyschendende afvalpassen en andere vormen van afvalregistratie (waaronder persoonsgebonden chips in containers). De AP weigert vooralsnog echter om tot actief onderzoek en handhaving bij andere gemeenten over te gaan, getuige bijvoorbeeld dit actuele bericht bij Binnenlands Bestuur. De AP acht het nu aan gemeenten om zelf orde op zaken te stellen en een privacyvriendelijk afvalbeleid in te voeren. Privacy First herhaalt hierbij haar eerdere standpunt: Nederlandse gemeenten dienen hun burgers een privacyvriendelijk alternatief voor een persoonsgebonden afvalpas te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van een anonieme afvalpas zonder extra kosten. Desgewenst is Privacy First graag bereid om gemeenten daarbij te adviseren.

Gepubliceerd in Wetgeving

"Arnhem heeft voorlopig een einde gemaakt aan de ‘afvalpassensoap’. De gemeente stond de afgelopen jaren meerdere keren voor de rechter vanwege het schenden van privacy met afvalpassen voor ondergrondse containers. De komende weken zijn alle duizend containers in Arnhem ‘van het slot’ gehaald en opengesteld voor iedereen.

Combinatie met adresgegevens

De afvalpas scannen om de container te openen is voor Arnhemmers momenteel niet meer nodig. De gemeente heeft de beslissing genomen na een langlopende discussie over privacy met bewoner Michiel Jonker, die met de steun van Privacy First een juridische strijd aan is gegaan over de afvalpas. De combinatie van stortgegevens en adresgegevens vindt Privacy First een schending van de privacy.

'Geen andere mogelijkheid'

De gemeente laat aan De Gelderlander weten dat het geen andere mogelijkheid zag om aan de discussie een einde te maken. ‘Hoewel wij tot op heden op geen enkele wijze gebruik maken van een koppeling van de afvalpas en de stortgegevens, vindt het college het niet langer gewenst om deze situatie te laten voortbestaan.’ De wethouder zegt dat de gemeente niet wil weten wanneer bewoners hun afval storten, al is dit via een koppeling in theorie wel te achterhalen. En dat is in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Om het risico op te veel afval in de containers klein te houden is de gemeente aan het zoeken naar alternatieve toegangssystemen die niet in strijd zijn met de wet.

Discussie over besluitvorming

Jonker ging in 2014 bezwaar tegen de invoering van de afvalpas en vroeg de rechter om het gemeentelijke besluit ongedaan te maken. De rechter gaf de gemeente gelijk. Jonker ging daarop in hoger beroep bij de Raad van State. Deze besloot dat de gemeente nooit een formeel besluit heeft genomen voor het verzamelen van persoonsgegevens. De gemeente Arnhem ging ondanks die uitspraak verder met de adresgebonden afvalpassen.

'AP had situatie niet mogen gedogen'

Er volgde daarna een handhavingsverzoek van Jonker bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Die wees het verzoek op 20 april 2017 af, omdat de toezichthouder vindt dat er sprake is van een ‘bijzondere omstandigheid’, aangezien de gemeente eind maart 2017 heeft besloten tot invoering van DIFTAR (gedifferentieerde afvalheffing) per 1 januari 2018. Jonker legde de zaak opnieuw aan de rechter voor. Daaruit bleek dat de Autoriteit Persoonsgegevens de situatie niet had mogen gedogen. Naar verwachting neemt de Autoriteit eind augustus een nieuw besluit. Tot die tijd zijn de containers zonder afvalpas toegankelijk."


Bron: http://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/arnhem-stelt-ondergrondse-containers-voorlopig.9568246.lynkx, 26 juli 2017.

Zie ook http://www.gelderlander.nl/arnhem-e-o/arnhemmer-kan-voorlopig-afval-weggooien-zonder-afvalpas~a4bd049f/,
http://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2139430/Arnhem-haalt-slot-van-ondergrondse-afvalcontainer en
http://www.arnhem-direct.nl/berichten/voorlopig-einde-discussie-privacy-afvalpas-ondergrondse-containers-gaan-open/, 24 juli 2017.

Zie voor meer achtergrondinformatie https://www.privacyfirst.nl/aandachtsvelden/wetgeving/item/1081-gedoogbeleid-autoriteit-persoonsgegevens-rond-afvalpas-onder-vuur.html.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 1 van 24

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon