donatieknop english

"Elke auto op de weg wordt straks heel precies bekeken door de Belastingdienst. Miljoenen foto’s van automobilisten stromen vanaf komend jaar maandelijks bij de dienst binnen, op jacht naar een kleine groep ontduikers van de motorrijtuigenbelasting.Dat staat in de Prinsjesdagstukken, enigszins weggestopt in het wetsvoorstel 'Overige Fiscale Maatregelen'.

De Belastingdienst mikt er op het systeem al vanaf 1 januari 2019 werkend te hebben. Het nummerbord van elke automobilist op de openbare weg wordt gescand. De fiscus krijgt dan al die miljoenen foto's om te bepalen of de motorrijtuigenbelasting goed is betaald.

Belastingdienst is watching you

Voor 2017 maakte de Belastingdienst al gebruik van de camerabeelden. Maar de Hoge Raad floot de Belastingdienst toen terug. Er was namelijk geen wettelijke basis voor het verzamelen en verwerken van de camerabeelden. Die wettelijke basis gaat er nu dus wel komen, staat in het Belastingplan 2019.

Heel precies houdt het plan in dat het kenteken, de locatie, de datum en het tijdstip waarop de foto gemaakt is, door de Belastingdienst mag worden verzameld en verwerkt. Daarvoor kan de Belastingdienst onder andere gebruik gaan maken van de snelwegcamera's van de politie. Die kom je tegenwoordig overal tegen, in totaal hangen er in Nederland al zo'n 800.

(...)

'Privacy in het geding'

De inzet van de camera's is omstreden; het grootschalig verzamelen van kentekengegevens wordt gezien als flinke inbreuk op de privacy van automobilisten.

Vincent Böhre van Privacy First maakt zich zorgen. "Je gaat alle kentekengegevens verzamelen om een relatief kleine groep te kunnen pakken. Er wordt beloofd dat de gegevens van automobilisten die netjes hebben betaald binnen 24 uur worden verwijderd, maar eerder bleek al een keer dat de Belastingdienst daar niet goed mee omgaat. (...) Alles aan deze wet lijkt een opstapje tot meer controle met camera's. Het wordt dan nu voor doel A gebruikt, maar je zult zien dat uiteindelijk doel B tot en met Z erbij worden gehaald."

De Belastingdienst zelf laat in een reactie weten dat het op vooralsnog echt alleen gaat om de motorrijtuigenbelasting. De dienst zegt daar wel eerlijk bij: er loopt al een onderzoek om te bekijken of de beelden ook gebruikt mogen worden om privé-gebruik van leaseauto's te controleren."

Lees het hele artikel bij RTL Nieuws en RTL-Z. Klik HIER voor het interview met Privacy First in het RTL Journaal (vanaf 6m46s).

Update 22 september 2018: zie tevens de reportage van EenVandaag via https://eenvandaag.avrotros.nl/item/belastingdienst-mag-omstreden-camera-inzetten-in-jacht-op-fraudeur/.

Gepubliceerd in Cameratoezicht
donderdag, 21 juni 2018 12:44

Politie krijgt brede hack-bevoegdheid

Volgende week stemt de Eerste Kamer over een wet die de politie de bevoegdheid geeft om iedere computer of smartphone te kunnen hacken. In dit verband verzond Privacy First vandaag onderstaande oproep aan alle relevante Kamerleden:

Geachte Kamerleden,

Op dinsdag 26 juni as. stemt u over het controversiële wetsvoorstel Computercriminaliteit III, dat de politie de bevoegdheid geeft om vrijwel ieder apparaat te kunnen hacken. Zoals reeds door Privacy First aangegeven bij de parlementaire expert-meeting op 20 juni 2017 is bij dit wetsvoorstel echter nooit sprake geweest van een grondige en onafhankelijke Privacy Impact Assessment. Bij het wetsvoorstel zijn bovendien de vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit tot op heden nooit hard aangetoond. In de optiek van Privacy First lijkt het wetsvoorstel vooral gedreven door technologisch determinisme: alles wat technisch kan, wordt wettelijk mogelijk gemaakt. Van enige wettelijke inperking in technologische zin is bewust geen sprake: de werking van het wetsvoorstel zal zich uitstrekken tot vrijwel alles wat met het internet in verbinding staat. In de toekomst dus vrijwel de gehele maatschappij, waaronder het Internet of Things. In politiekringen wil men zelfs rijdende auto's kunnen hacken en stilzetten, met alle gevaren van dien voor de verkeersveiligheid. De misdrijven waarbij dit wetsvoorstel kan worden ingezet, kunnen bovendien simpelweg door de Minister worden uitgebreid bij Algemene Maatregel van Bestuur. Dat is geen privacy by design, dat is function creep (doelverschuiving) by design. Dit staat op gespannen voet met het grondwettelijke vereiste in artikel 10 Grondwet dat iedere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer gebaseerd dient te zijn op een wet in formele zin, met parlementaire goedkeuring vooraf. Privacy First verzoekt uw Kamer dan ook om dit wetsvoorstel te verwerpen, danwel tenminste paal en perk aan het huidige wetsvoorstel te stellen door de moties van de Kamerleden Bredenoord (over parlementaire controle) en Strik (over onafhankelijke toetsing) aan te nemen.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

 

Lees HIER de brief die Privacy First eerder over dit wetsvoorstel aan de Tweede Kamer verstuurde.

Update 26 juni 2018: vandaag heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel helaas aangenomen. VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie, SGP, OSF en D66 stemden vóór. GroenLinks, SP, 50Plus, PvdD en PVV stemden tegen. De motie-Bredenoord (D66) werd unaniem aangenomen. De motie-Strik (GroenLinks) werd helaas verworpen. De wet zal waarschijnlijk op 1 januari 2019 in werking treden.

Gepubliceerd in Wetgeving

Een groep maatschappelijke organisaties dagvaardt vandaag de Nederlandse staat om het Systeem Risico Indicatie, kortweg SyRI. Volgens de eisers is het risicoprofileringssysteem een ‘black box’ die een risico vormt voor de democratische rechtsstaat en moet de toepassing hiervan worden gestopt.

De coalitie van eisers bestaat uit het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP, de Stichting Platform Bescherming Burgerrechten en de Landelijke Cliëntenraad (LCR). Auteurs Tommy Wieringa en Maxim Februari hebben zich op persoonlijke titel als eisers aangesloten. Als ambassadeurs van de rechtszaak spraken zij zich reeds meerdere malen fel uit tegen SyRI.

De procedure wordt behandeld door Deikwijs Advocaten en is opgezet door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Sleepnetacties met geheime algoritmes op onverdachte burgers

SyRI koppelt op grote schaal persoonsgegevens van onverdachte burgers uit databanken van overheden en bedrijven. Een geheim algoritme voorspelt vervolgens of ze een risico vormen om één van de vele wetten die het systeem beslaat te overtreden. Leidt de analyse van SyRI tot een risicomelding, dan wordt een burger opgenomen in het zogeheten Register Risicomeldingen, dat inzichtelijk is voor een groot aantal overheidsinstanties.

SyRI is een ‘black box’ die grote risico’s bevat voor de democratische rechtsstaat. Het is voor een burger die zonder enkele aanleiding door SyRI kan worden doorgelicht, volstrekt onduidelijk welke gegevens daarvoor worden gebruikt, welke analyses daarmee worden uitgevoerd en wat hem of haar al dan niet tot risico maakt. Bovendien is de burger door de heimelijke werking van SyRI ook niet in staat om een onjuiste risicomelding te weerleggen.

Volgens de coalitie schendt SyRI meerdere fundamentele rechten en wordt de vertrouwensrelatie tussen de overheid en haar burgers door het systeem ondermijnd. Burgers zijn bij voorbaat verdacht en vrijwel alle informatie die ze delen met de overheid kan zonder verdachtmaking of concrete aanleiding op heimelijke wijze tegen hen worden gebruikt.

Ministerie weigert transparantie over werkwijze

Ondanks fundamentele bezwaren van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens over de rechtmatigheid van het systeem, werd de wetgeving voor SyRI eind 2014 als hamerstuk aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. SyRI wordt echter al ingezet sinds 2008. Sindsdien zijn er tientallen onderzoeken uitgevoerd waarbij gehele wijken in verschillende Nederlandse steden door SyRI zijn doorgelicht. Sinds de wettelijke vastlegging werd het systeem in Eindhoven en Capelle aan den IJssel ingezet. Onlangs is aangekondigd dat SyRI zal worden toegepast in de wijken Rotterdam Bloemhof en Hillesluis en Haarlem Schalkwijk.

Een Wob-verzoek leverde nauwelijks informatie op over de tientallen SyRI-onderzoeken die zowel voor als na de wettelijke vastlegging in 2014 zijn uitgevoerd. Door inzage te geven in de gebruikte gegevens en risicomodellen zouden calculerende burgers weten waarop ze moeten letten wanneer zij fraude plegen, zo luidt de reden van het Ministerie van Sociale Zaken om geen openheid van zaken te geven. Volgens de eisers is dit in strijd met onder meer de informatieplicht en het recht op een eerlijk proces.

Meer informatie

Rondom de rechtszaak is de voorlichtingscampagne ‘Bij Voorbaat Verdacht’ gestart. Op de campagnewebsite www.bijvoorbaatverdacht.nl worden updates over de rechtszaak geplaatst en zal een publiekssamenvatting van de dagvaarding verschijnen. De volledige dagvaarding is te raadplegen op de website van Deikwijs Advocaten www.deikwijs.nl

Gepubliceerd in Rechtszaken
dinsdag, 16 januari 2018 08:31

Big Brother in de bibliotheek

Door Simone van Dijk


"Als wij samen naar de bibliotheek zouden gaan en er zou bij de ingang een man staan met een camera, die permanent zou meelopen. Welk boek je inkijkt, waar je naar zoekt... Nou, die sla je onmiddellijk in elkaar. Althans vrij snel. Nu zit de bibliotheek op internet en gebeurt hetzelfde. En niemand maakt zich er zorgen over. Vind ik raar."
Aleid Wolfsen – voorzitter Autoriteit Persoonsgegevens.

Dat vind ik ook raar. En nog raarder vind ik het dat scholen en bibliotheken zich hier geen zorgen om lijken te maken. Sterker nog ‘die man’ die meekijkt (ik stel mij ouderwets een man in een lange grijze regenjas voor, met hoed, donkere zonnebril, notitieblokje en pen in de hand) wordt uitgenodigd in het klaslokaal. Hij staat daar in de hoek, een beetje verscholen achter het gordijn en noteert precies welk boek uw kind leest, wanneer hij dat heeft gelezen, hoe lang hij het heeft geleend, waar hij het heeft geleend (op school of in de plaatselijke bibliotheek), wat hij er van vond, wat uw kind leuk vindt, welke sport uw kind beoefent, wat zijn lievelingsdier is, zijn lievelingseten is, wat hij later wil worden, welke filmpjes uw kind kijkt, in welke apps hij geïnteresseerd is, welke websites uw kind bezoekt, hoe oud uw kind is, waar uw kind woont, wat uw emailadres is, in welke groep uw kind zit en op welke school uw kind zit. Bovendien kan ‘De Man’ al deze gegevens combineren en koppelen en er vervolgens conclusies aan verbinden die op dit moment nog geheel onoverzichtelijk voor ons zijn. En waarvan de gevolgen voor uw kind niet te overzien zijn.

Veel lagere scholen maken namelijk gebruik van De Bibliotheek op school, een systeem voor het beheren en zichtbaar maken van de schoolbibliotheek. Scholen kunnen er ook voor kiezen hun bibliotheek te verbinden aan de plaatselijke bibliotheek. Doel is uiteraard het bevorderen van het lezen. Op zich een geweldig initiatief. Hoe leuk is het dat kinderen op school naar de bibliotheek mogen. Lekker tussen de rijen boeken ‘neuzen’ en dan thuiskomen met twee of meer zelf uitgezochte boeken, zodat mama of papa deze gezellig kunnen voorlezen, of, indien uw kind al kan lezen, zich lekker kan terugtrekken in een hoekje van de bank met een boek.

Hartstikke leuk, totdat u ontdekt dat ‘De Man’ uw kind ongevraagd introduceert met een soort van social media en via de profielpagina van de bibliotheek van uw kind alle bovenvermelde gegevens van hem of haar te weten komt. Maar niet alleen ‘De Man’ kijkt mee, ook de school kijkt mee, de leraren en de kinderen van de school. Allemaal kunnen ze het profiel en het leeslog van uw kind bekijken. In het leeslog kan uw kind boeken die hij gelezen heeft beoordelen en aangeven wat hij er van vond. De leraren kunnen ook zien welke boeken of welke soort boeken uw kind geleend heeft.

Een initiatief bij uw kind om een boek te gaan lezen eindigt in een gang naar de computer en surfen op internet en het delen van allerlei persoonlijke informatie via de social media (profielpagina’s) van de bibliotheek, bekijken van filmpjes en apps, oftewel ongewild en ongewenst ‘schermplakken’. Erger nog, tegelijkertijd wordt ook nog het gedrag van uw kind, zijn keuzes, voorkeuren en interesses direct opgezogen door de vampiers van de digitale wereld onder leiding van ‘De Man’.

Wie is ‘De Man’ en wat doet hij met al deze gegevens van uw kind? Na urenlange studie en gesprekken met school, de bibliotheek en de software-leverancier moet ik gewoonweg constateren dat ik er echt niet achter kom. Ik moet ‘De Man’ gewoon vertrouwen. Ik moet me niet zo druk maken, niet zo gek doen, niet zo zeuren, het is toch allemaal leuk en ik ben toch niet tegen het bevorderen van lezen?

‘De Man’ slaat in ieder geval de gegevens van uw kind op in de server van de plaatselijke bibliotheek. En dat is veilig, zegt men. Echt, moet ik dit geloven? Welke server dit is en waar deze staat is onduidelijk, dat verschilt per bibliotheek. Met wie de gegevens worden gedeeld en wie er allemaal inzage in heeft wordt ook niet duidelijk. Er worden in ieder geval gegevens gedeeld met de Landelijke Monitor. Over de vraag welke gegevens dit dan weer precies betreft zijn de verschillende partijen ook weer niet eenduidig. De Landelijke Monitor wist in ieder geval zelf aan te geven dat zij zich zelf afvroeg of zij zich wel aan de wet houden.

Mag dit nou allemaal gewoon? Nee. Volgens de wet dient de school uw toestemming te vragen als zij gegevens van uw kind aan derden verstrekt. Deze toestemming moet ondubbelzinnig zijn, hetgeen inhoudt dat u uw toestemming vrij en niet onder druk heeft gegeven. Daar is in dit geval al geen sprake van. Weerhoudt u namelijk uw toestemming, dan kan uw kind niet naar de schoolbibliotheek.

Daarnaast moet uw toestemming specifiek zijn, voor een specifieke verwerking voor een specifiek doel. U dient geïnformeerd te zijn over de gang van zaken rond de verwerking van de gegevens van uw kind en er dient geen twijfel te zijn over de inhoud en de reikwijdte van uw toestemming. Ook daar is hier geen sprake van.

In het beste geval krijgt u namelijk een brief van school waarin u gevraagd wordt om toestemming om de naam, adres, woonplaats en geboortedatum te delen met de (plaatselijke) bibliotheek. Dat de school vervolgens ook de groep, fysieke groep en uw emailadres met de bibliotheek deelt wordt niet eens vermeld. Het hele leerlingenbestand van een school wordt aan het begin van het jaar aan de bibliotheek verstuurd. U wordt geacht uw toestemming voor het delen van de gegevens van uw kind met de bibliotheek te hebben gegeven, tenzij u een briefje aan school retourneert waarin u uw toestemming onthoudt. De scholen mogen echter niet uitgaan van dit ‘wie zwijgt stemt toe’ principe.

Er wordt u niet verteld dat uw kind een profielpagina krijgt waarin uw kind allerlei persoonlijke gegevens kan delen. U wordt ook niet verteld met wie de school al deze gegevens van uw kind deelt, waar deze gegevens worden opgeslagen en voor hoelang ze worden opgeslagen. U wordt niet verteld dat het inloggen in sommige gevallen via een onbeveiligde verbinding gebeurt. Ingevulde aanmeldingen, te weten de inlognaam en wachtwoord, kunnen worden onderschept. U wordt niet verteld dat er wordt ingelogd met als gebruikersnaam de gedeeltelijke voornaam en geboortedatum van uw kind. U wordt niet verteld dat uw kind inlogt via een pagina waarop allerlei nieuwsfeiten staan welke wellicht nog niet geschikt zijn voor uw kind uit groep 1,2,3 of 4. U wordt ook niet verteld dat uw kind niet alleen naar boeken zoekt, maar tegelijkertijd naar websites, filmpjes, nieuwsfeiten en apps. U krijgt bovendien niet de mogelijkheid om zelf mee te kijken, zodat u geen idee heeft wat uw kind allemaal op internet met de bibliotheek deelt.

Naar mijn idee gaat het gewoonweg niemand wat aan welk boek mijn kind leest. Het gaat ‘De Man’, de leraren en de leerlingen en alle eventueel betrokken instanties niets aan! Uw kind kiest er niet meer zelf voor om met anderen te delen welke boeken hij leest en waar zijn interesses liggen, als hij dit überhaupt al zou willen delen. Dit wordt voor hem besloten en op deze beslissing heeft hij geen enkele invloed. En dat is wat mij betreft een regelrechte inbreuk op de privacy van uw kind. Een recht dat uw kind heeft en dat niet zomaar geschonden zou mogen worden. Een recht waar ouders voor op moeten durven komen en niet telkens weggezet moeten worden als zeurpieten!

Gepubliceerd in Kinderen en Privacy

Een groep maatschappelijke organisaties, aangevoerd door het Platform Bescherming Burgerrechten, start een bodemprocedure tegen de Nederlandse Staat over het risicoprofileringssysteem SyRI. De rechtszaak heeft ten doel een halt toe te roepen aan de risicoprofilering van onverdachte burgers in Nederland.

Naast de juridische coalitie die bestaat uit het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP en Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, heeft auteur Tommy Wieringa zich als mede-eiser bij de rechtszaak aangesloten. Hij zal met publicist en filosoof Maxim Februari optreden als ambassadeur van de campagne die rondom de rechtszaak zal worden gevoerd. De procedure wordt behandeld door Deikwijs Advocaten en is opgezet door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Werking van SyRI

In SyRI, het Systeem Risico Indicatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), worden op grote schaal persoonsgegevens van Nederlandse burgers samengevoegd en geanalyseerd. Met behulp van geheime algoritmen worden burgers vervolgens onderworpen aan een risicoanalyse. Wanneer volgens SyRI sprake is van een verhoogd risico op overtreding van één van de vele wetten die het systeem bestrijkt, worden zij opgenomen in het Register Risicomeldingen, dat toegankelijk is voor vele overheidsinstanties.

Iedere burger kan heimelijk worden onderworpen aan profilering in SyRI. Hij/zij weet niet welke gegevens zijn gebruikt, welke analyses zijn toegepast en wat hem of haar al dan niet tot een ‘risico’ maakt. SyRI kan echter ingrijpende gevolgen hebben. Overheidsinstanties kunnen naar aanleiding van een risicomelding maatregelen treffen waarbij ze boetes opleggen, uitkeringen intrekken of een strafrechtelijke procedure starten. Het is voor de burger onmogelijk te achterhalen hoe een risicomelding tot stand is gekomen en een onjuiste melding te weerleggen. In de praktijk komt dit neer op een omkering van de bewijslast.

Bedreiging voor de rechtsstaat

De toepassing van SyRI betekent een schending van fundamentele rechten, waaronder het recht op een eerlijk proces. Het algemeen belang van fraudebestrijding kan dat niet rechtvaardigen. Gevoelige gegevens worden door de overheid gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor deze zijn verzameld, zonder enige vorm van onafhankelijk toezicht. Er zijn onvoldoende waarborgen om te voorkomen dat de risicoprofielen die SyRI over burgers maakt, worden ingezet in andere domeinen. Deze ‘black box’ levert grote risico’s op voor de democratische rechtsstaat. De informatiemacht van de overheid wordt op ondoorzichtige wijze uitgebreid en de vertrouwensrelatie tussen overheid en burgers wordt ondermijnd. Burgers worden bij voorbaat verdacht en vrijwel alle informatie die zij delen met de overheid kan zonder verdachtmaking of concrete aanleiding tegen hen worden gebruikt.

Fundamentele bezwaren genegeerd

Ondanks fundamentele bezwaren van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens over de rechtmatigheid van het systeem, werd de wetgeving voor SyRI als hamerstuk aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer. Sinds de invoering eind 2014 zijn in twee SyRI-projecten duizenden Nederlandse burgers door het systeem geprofileerd – daarbij de 21 projecten die voor de wettelijke invoering van het systeem plaatsvonden niet meegeteld.

In strijd met het EVRM

De coalitie is van mening dat SyRI in strijd is met het recht op privacy zoals neergelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dat recht wordt door de Nederlandse Staat met voeten getreden. Het wordt niet ingezet als toets voor het handelen van de overheid, maar juist misbruikt om bevoegdheden op te rekken. De EU-lidstaten hebben in de nieuwe Europese Privacyverordening (Algemene Verordening Gegevensbescherming, AVG) allerlei uitzonderingen ingebouwd die systemen zoals SyRI mogelijk moeten maken. Met een beroep op de fundamentele mensenrechten hoopt de coalitie een halt toe te roepen aan dit soort praktijken.

Publieke lancering

Op vrijdagavond 19 januari as. zal de procedure door advocaten Anton Ekker en Douwe Linders aan pers en publiek worden toegelicht in theater De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Tegelijk wordt deze avond de publiekscampagne Bij Voorbaat Verdacht gelanceerd. Op deze bijeenkomst zullen Tommy Wieringa en Maxim Februari spreken, evenals hoogleraar Vincent Icke van de Universiteit Leiden en dr. Aline Klingenberg van de Rijksuniversiteit Groningen.

De campagne beoogt een publieke discussie op gang te brengen over de inzet van risicoprofilering door de overheid en de impact die dit heeft op individuele rechten en vrijheden en het functioneren van de democratische rechtsstaat. Op de campagnewebsite zullen informatie en updates over de rechtszaak verschijnen. Daarnaast zal de campagne met Wob-verzoeken, juridisch en journalistiek onderzoek en interviews met deskundigen publieke voorlichting geven over risicoprofileringspraktijken in Nederland.

Meer informatie over de kick-off bijeenkomst is te vinden op de website van De Nieuwe Liefde.

Volg het twitteraccount van Bij Voorbaat Verdacht voor updates over de campagne en de rechtszaak.

De dagvaarding zal worden gepubliceerd op de website van Deikwijs Advocaten en op de website van PILP.

Bron: https://platformburgerrechten.nl/2018/01/12/ngos-starten-rechtszaak-tegen-de-staat-over-risicoprofilering-van-nederlandse-burgers/, 12 januari 2018.

Update 19 januari 2018: Lees alles over de campagne en de rechtszaak tegen SyRI op https://bijvoorbaatverdacht.nl. Hier leest u tevens hoe u kunt nagaan of u zelf in het Register Risicomeldingen van SyRI bent opgenomen.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Op 21 november jl. nam de Eerste Kamer een controversieel wetsvoorstel aan waardoor de reisbewegingen van iedere automobilist 4 weken in een centrale politiedatabank zullen belanden. Privacy First start een rechtszaak om dit wetsvoorstel onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy.

Massale privacyschending

Vast beleid van Stichting Privacy First is om massale privacyschendingen bij de rechter aan te vechten en onrechtmatig te laten verklaren. Privacy First deed dit de laatste jaren reeds met succes bij de centrale opslag van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet en de opslag van ieders communicatiegegevens onder de Wet bewaarplicht telecommunicatie. Een actueel wetsvoorstel dat zich bij uitstek voor een dergelijke rechtszaak leent is het wetsvoorstel van minister Grapperhaus inzake Automatic Number Plate Recognition (automatische nummerplaatherkenning, ANPR). Onder dit wetsvoorstel zullen de kentekens van alle auto's in Nederland (oftewel ieders reisbewegingen) door middel van cameratoezicht vier weken in een centrale politiedatabank worden opgeslagen voor opsporing en vervolging. Iedere automobilist wordt hierdoor een potentiële verdachte. Dit is totaal niet noodzakelijk, volstrekt disproportioneel en bovendien ineffectief. Het wetsvoorstel is daarom in strijd met het recht op privacy en daarmee onrechtmatig.

Oud wetsvoorstel

Het huidige ANPR-wetsvoorstel werd reeds in februari 2013 bij de Tweede Kamer ingediend door voormalig minister Opstelten. Voorheen was ook minister van Justitie Hirsch Ballin al in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit voorstel echter controversieel. De ministers Opstelten en Van der Steur deden er in het huidige wetsvoorstel alsnog drie scheppen bovenop: 4 weken opslag van ieders reisbewegingen. Wegens privacybezwaren lag de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel vervolgens jarenlang stil, maar werd daarna alsnog door de Tweede en Eerste Kamer heen geloodst. Het wetsvoorstel past echter allang niet meer in deze tijd: het is reeds ingehaald door Europese rechtspraak waardoor dit type wetgeving (massale opslag van gegevens van onschuldige burgers) onrechtmatig is verklaard. Bovendien heeft de ANPR-praktijk in binnen- en buitenland reeds uitgewezen dat massale ANPR-opslag niet werkt.

Rechtszaak

Privacy First zal nu (in coalitie met andere maatschappelijke organisaties) een rechtszaak beginnen om de nieuwe ANPR-wet buiten werking te laten stellen. Privacy First heeft daartoe via Pro Bono Connect het gerenommeerde advocatenkantoor CMS Derks Star Busmann ingeschakeld. De eerste formele processtap is gisteren genomen: per brief (PDF) heeft Privacy First aan minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) om overleg ex art. 3:305a BW gevraagd. Mocht dit overleg niet tot intrekking van het ANPR-wetsvoorstel leiden, dan valt onverbiddelijk het zwaard van Damocles: Privacy First c.s. zullen dan de Nederlandse Staat in kort geding dagvaarden om de wet buiten werking te laten stellen wegens strijd met Europees privacyrecht. Gezien de Europese en Nederlandse jurisprudentie terzake achten Privacy First c.s. de kans op een succesvolle rechtsgang buitengewoon hoog.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Morgen behandelt de Eerste Kamer een controversieel wetsvoorstel waardoor de reisbewegingen van iedere automobilist 4 weken in een politiedatabank zullen belanden. Vandaag verzocht Privacy First de Eerste Kamer om dit wetsvoorstel te verwerpen. Hieronder volgt de volledige tekst van onze brief (PDF):
 

Geachte Kamerleden,

Morgen gaat u met de minister van Justitie in debat over het wetsvoorstel inzake Automatische Nummerplaat Registratie (ANPR). Reeds sinds 2011 heeft Privacy First haar kritische standpunt over dit wetsvoorstel talloze malen kenbaar gemaakt, zowel in de media als richting Tweede en Eerste Kamer als aan de minister persoonlijk. Op 20 juni jl. vond over het wetsvoorstel in uw Kamer een kritische hoorzitting plaats.[1] Teneur van deze hoorzitting was dat dit wetsvoorstel niet voldoet aan de juridische vereisten van noodzaak en proportionaliteit. Bovendien is de effectiviteit van ANPR tot op heden niet aangetoond.[2] Het wetsvoorstel past om deze redenen niet in een democratische rechtsstaat en dient daarom verworpen te worden.

Wetsvoorstel is juridisch onhoudbaar

Het wetsvoorstel voldoet niet aan de vereisten die het Europees Hof van Justitie de laatste jaren aan dit type wetgeving heeft gesteld in de zaken Digital Rights en Tele2.[3] Bij dit wetsvoorstel is immers sprake van algemene, ongedifferentieerde gegevensopslag en wordt die opslag niet beperkt tot dat wat strikt noodzakelijk is. Bovendien ontbreekt voorafgaande rechterlijke toetsing bij toegang tot de gegevens. Privacy First verwacht dan ook dat de rechterlijke macht het wetsvoorstel desgevraagd onverbindend zal verklaren wegens strijd met Europees privacyrecht.

ANPR-sleepnet

In de kern komt het huidige wetsvoorstel neer op massale opslag van ieders reisbewegingen op de openbare weg. De maatschappelijke weerstand tegen dergelijke massa-surveillance is groot en neemt immer toe, getuige de volksopstand tegen de centrale opslag van ieders vingerdrukken onder de Paspoortwet in 2009-2011, de rechterlijke buitenwerkingstelling van de telecom-bewaarplicht in 2015 en het aanstaande referendum (en geplande grootschalige rechtszaak) tegen de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), ook wel ‘Sleepwet’ genoemd. Het huidige ANPR-wetsvoorstel vormt een vergelijkbaar sleepnet: niet van ieders vingerafdrukken, telecommunicatie of internetgedrag, maar van ieders reisbewegingen. Mocht uw Kamer dit wetsvoorstel desondanks goedkeuren, dan rest Privacy First geen andere optie dan dit door de rechter ongedaan te laten maken.

Internationale kritiek

Privacy First staat hierin niet alleen: diverse organisaties hebben reeds toegezegd zich bij onze rechtszaak tegen het ANPR-sleepnet te zullen aansluiten. Ook in het buitenland neemt de kritiek op ANPR toe: onlangs won ANPR in België een nationale Big Brother Award.[4] Daarnaast ontving Nederland vanuit de VN Mensenrechtenraad in Genève in mei dit jaar het volgende dringende advies: “Take necessary measures to ensure that the collection and maintenance of data for criminal purposes does not entail massive surveillance of innocent persons.”[5] De Nederlandse regering heeft dit advies in september jl. uitdrukkelijk geaccepteerd.[6] Daarmee heeft Nederland op internationaal niveau stelling genomen tegen massa-surveillance. Het huidige wetsvoorstel ANPR is hiermee in strijd en dient daarom te worden verworpen.

Huidige praktijk reguleren

De huidige ANPR-praktijk vindt plaats op basis van artikel 3 Politiewet. Dit oude, brede vangnet-artikel is daar echter nooit voor bedoeld en voldoet niet aan de moderne vereisten van artikel 8 EVRM (recht op privacy). De huidige ANPR-praktijk is daarom onrechtmatig. Het Nederlandse parlement zou beter die huidige praktijk wettelijk kunnen reguleren en van strikte privacywaarborgen moeten voorzien: louter opslag van kenteken-hits en slechts tijdelijke opslag van no-hits in concrete, uitzonderlijke gevallen, na rechterlijke toestemming. Het huidige wetsvoorstel schiet hier echter mijlenver voorbij: iedere automobilist wordt hierdoor een potentiële verdachte en belandt 4 weken in een centrale politiedatabank. Onder de nieuwe Wiv zal deze databank bovendien direct toegankelijk kunnen worden voor AIVD en MIVD en zullen ANPR-data tevens uitgewisseld kunnen worden met buitenlandse diensten. Massa-surveillance wordt hierdoor een feit. Nederland wordt hierdoor een Big Brother maatschappij. Dit vormt een historische breuk met het verleden. Het is aan uw Kamer om dit te voorkomen en aan te sturen op betere, privacyvriendelijke wetgeving waardoor Nederland vrij én veilig zal kunnen blijven.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..


Hoogachtend,


Stichting Privacy First



[1] Zie https://www.privacyfirst.nl/aandachtsvelden/wetgeving/item/1075-hoorzitting-eerste-kamer-over-wetsvoorstel-anpr.html.

[2] Zie bijvoorbeeld meest recentelijk WODC, ANPR: toepassingen en ontwikkelingen (december 2016), https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2387-intelligente-toepassingen-van-automatic-number-plate-recognition.aspx.

[3] Zie Hof van Justitie van de Europese Unie, gevoegde zaken C-293/12 & C-594/12 (Digital Rights, 8 april 2014) en gevoegde zaken C203/15 & C698/15 (Tele2, 21 december 2016).

[4] Zie https://bigbrotherawards.be/nl/.

[5] Zie https://www.privacyfirst.nl/aandachtsvelden/wetgeving/item/1071-nederland-onder-de-loep-bij-verenigde-naties.html. Zie in dit verband tevens de recente brief van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten aan de Nederlandse regering, waarin dit advies wordt herhaald en wordt aangedrongen op implementatie en rapportage: https://www.upr-info.org/sites/default/files/document/session_27_-_may_2017/letter_for_implementation_3rd_upr_nld_e.pdf (23 oktober 2017).

[6] Zie UN Doc. A/HRC/36/15/Add.1 (14 september 2017), beschikbaar op https://www.upr-info.org/sites/default/files/document/netherlands/session_27_-_may_2017/a_hrc_36_15_add.1_e.pdf

 

Update 21 november 2017: vanmiddag heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel ANPR aangenomen. SGP, ChristenUnie, VVD, PvdA, CDA, 50Plus, OSF & PVV stemden voor. D66, GroenLinks, SP & PvdD stemden tegen. Privacy First c.s. zullen nu een rechtszaak beginnen om deze wet onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met Europees privacyrecht. Nadere berichtgeving hierover volgt zeer binnenkort.

Gepubliceerd in Wetgeving

Vandaag heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een kort geding (spoedappèl) van Privacy First voorzitter Bas Filippini tegen kentekenparkeren. Filippini acht verplichte invoering van een kenteken bij parkeren onrechtmatig wegens strijd met het recht op privacy. Tevens werd in deze zaak het gebrek aan contante of anonieme betaalmogelijkheid bij parkeren aangevochten. Op beide rechtsvragen weigert het Hof Amsterdam echter in te gaan.

Hof acht zaak tegen kentekenparkeren te fundamenteel voor kort geding

Het Hof Amsterdam acht onze zaak blijkbaar te fundamenteel en te belangrijk om in kort geding te behandelen. Daarmee stuurt het Hof in feite aan op een bodemprocedure bij de rechtbank Amsterdam. In de optiek van het Hof Amsterdam leent onze zaak zich niet goed voor een kort geding wegens een verondersteld gebrek aan spoedeisend belang en de complexiteit van de zaak. "De privacywetgeving roept vele vragen op en die zijn in het kader van een spoedprocedure niet direct te beantwoorden", aldus het Hof. Van grote spoedeisendheid is echter onmiskenbaar sprake, aangezien menige parkeerder die anoniem wenst te kunnen parkeren (zowel in Amsterdam als in talloze andere gemeenten) onterecht wordt gestraft met een parkeerboete. Dankzij een eerder oordeel van de Hoge Raad dienen dergelijke boetes weliswaar te worden vernietigd, maar intussen is het parkeersysteem als zodanig nog steeds van kracht. Van complexe rechtsvragen is in de optiek van Privacy First geen sprake. Bovendien kan een slepende bodemprocedure vele jaren duren; het meeste kwaad is dan allang geschied.

Geen inhoudelijk oordeel over kentekenparkeren

In het arrest heeft het Hof Amsterdam vandaag geen inhoudelijk oordeel over kentekenparkeren gegeven. In tegenstelling tot berichtgeving vanochtend door enkele media (zonder voorafgaande hoor en wederhoor) heeft het Hof het systeem van kentekenparkeren vandaag dan ook niet rechtmatig geacht. Zou het Hof onze stellingen niet serieus hebben genomen, dan zou het Hof de zaak meteen hebben afgewezen. Dat is echter niet gebeurd. Het Hof acht de zaak dus dermate serieus (en potentieel verstrekkend) dat men een kritisch inhoudelijk oordeel graag overlaat aan de rechtbank Amsterdam, later eventueel opnieuw gevolgd door hoger beroep bij ditzelfde Hof. De zaak zal dan opnieuw in alle breedte en diepte kunnen worden behandeld. Privacy First verwacht een dergelijke nieuwe procedure spoedig aanhangig te zullen maken.

Privacy First overweegt rechtstreeks beroep in Straatsburg

Naast het feit dat het Hof Amsterdam aanstuurt op een bodemprocedure bij de rechtbank, snijdt het Hof de weg naar de Hoge Raad vandaag af. Op basis van de huidige, niet-inhoudelijke uitspraak van het Hof kan immers geen effectieve cassatie bij de Hoge Raad worden ingesteld. Privacy First overweegt hierover een rechtstreekse klacht in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg wegens schending van het recht op privacy (art. 8 EVRM) in combinatie met het recht op een effectief rechtsmiddel (art. 6 en 13 EVRM).

Huidige stand van zaken

Met het huidige oordeel van het Hof Amsterdam blijft de actuele stand van zaken intact: parkeerders mogen niet worden verplicht om bij het parkeren hun kenteken in te voeren. Dit is en blijft immers het oordeel van de Hoge Raad. Onder druk van het recente hoger beroep van Privacy First heeft de gemeente Amsterdam begin dit jaar reeds de teksten op alle parkeerautomaten gewijzigd van “verplichte” naar “gewenste” invoering van kentekens. Privacy First blijft echter aansturen op algehele afschaffing van (verplicht) kentekenparkeren en controle van een anoniem parkeerkaartje achter de voorruit, zoals dat bijvoorbeeld al staande praktijk is in de gemeente Utrecht. Een ander privacyvriendelijk alternatief is nummervakparkeren, zoals dat op talloze plekken in het buitenland plaatsvindt.

Nieuwe zaak over recht op contante, anonieme betaling

Voor privacyvriendelijk parkeren is echter méér nodig: betaling voor een parkeerplek dient contant of anderszins anoniem te kunnen plaatsvinden. Een nieuwe rechtszaak (bestuursrechtelijke bodemprocedure) van onze voorzitter over deze kwestie staat inmiddels gepland op 29 juni as. bij de rechtbank Amsterdam. In deze zaak zal het recht op contante en anonieme betaling centraal staan. Een deel van de rechtsvragen die het Hof Amsterdam vandaag heeft laten liggen, zal dan alsnog door de rechtbank worden behandeld.

Lees HIER de volledige uitspraak van het Hof Amsterdam.

Gepubliceerd in Mobiliteit

Morgen zal Nederland in Genève onder de loep worden genomen door het hoogste mensenrechtenorgaan ter wereld: de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (VN). Sinds 2008 wordt de mensenrechtensituatie in elk land periodiek door de VN Mensenrechtenraad beoordeeld. Deze procedure vindt voor iedere VN-lidstaat elke vijf jaar plaats en heet "Universal Periodic Review" (UPR).

Schaduwrapportage Privacy First

Bij de vorige UPR-sessies in 2008 en 2012 kreeg Nederland relatief veel kritiek. Momenteel zijn de Nederlandse privacy-vooruitzichten slechter dan ooit. Reden voor Privacy First om een aantal zaken actief bij de VN aan te kaarten. Dit deed Privacy First in september 2016 (een week voor de VN-deadline) middels een zogeheten schaduwrapportage: een rapportage waarin een maatschappelijke organisatie haar zorgen over een bepaald thema kenbaar maakt. (Voor dergelijke rapportages gelden bij de Mensenrechtenraad overigens strikte eisen, waaronder een strikte woordenlimiet.) Zonder schaduwrapportages kunnen VN-diplomaten hun werk immers niet goed doen. Men zou dan namelijk afhankelijk blijven van eenzijdige, veelal rooskleurige staatsrapportages. Dus diende Privacy First een eigen rapportage over Nederland in met daarin onder meer de volgende aanbevelingen:

  • Verbetering van Nederlandse mogelijkheden voor maatschappelijke organisaties om collectieve rechtszaken te kunnen voeren.

  • Invoering van Grondwettelijke toetsing door de Nederlandse rechterlijke macht.

  • Betere wetgeving rondom profiling en datamining.

  • Géén invoering van automatische nummerplaatregistratie (ANPR) zoals momenteel beoogd.

  • Opschorting van het ongereguleerde grenscontrolesysteem @MIGO-BORAS.

  • Geen herinvoering van brede dataretentie (algemene telecom-bewaarplicht).

  • Geen mass surveillance onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) en scherper rechterlijk toezicht op geheime diensten.

  • Intrekking van de ‘politie-hackwet’ (wetsvoorstel Computercriminaliteit III).

  • Een vrijwillig, regionaal i.p.v. landelijk EPD met 'privacy by design'.

  • Invoering van een anonieme OV-chipkaart die écht anoniem is.

Onze hele rapportage treft u HIER aan (pdf). De rapportages van andere organisaties vindt u HIER.

Ambassades

Naast de Mensenrechtenraad verzond Privacy First haar rapportage begin dit jaar tevens aan alle buitenlandse ambassades in Den Haag. Naar aanleiding daarvan vonden de laatste maanden uitgebreide (vertrouwelijke) meetings plaats tussen Privacy First en de ambassades van Bulgarije, Argentinië, Australië, Griekenland, Duitsland, Chili en Tanzania, waarbij de rang van onze gesprekspartners varieerde van senior diplomaten tot ambassadeurs. Tevens ontving Privacy First positieve reacties op onze rapportage vanuit de ambassades van Zweden, Mexico en het Verenigd Koninkrijk. Bovendien werden enkele passages uit onze rapportage overgenomen in de VN-samenvatting over de algehele mensenrechtensituatie in Nederland; klik HIER ('Summary of stakeholders' information', par. 47-50).

Hopelijk zal e.e.a. morgen effectief blijken. Dit is echter niet te garanderen, aangezien het hier een interstatelijk, diplomatiek proces betreft en veel onderwerpen in onze rapportage (en recente gesprekken) evengoed gevoelige kwesties zijn in talloze andere VN-lidstaten.

VN Mensenrechtencomité

Een vergelijkbare rapportage werd door Privacy First in december 2016 ingediend bij het VN Mensenrechtencomité in Genève. Dit Comité houdt periodiek toezicht op de Nederlandse naleving van het VN Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Mede naar aanleiding van deze rapportage heeft het Mensenrechtencomité vorige week o.a. de Wiv, camerasysteem @MIGO-BORAS en de bewaarplicht telecomgegevens (dataretentie) geagendeerd voor de komende Nederlandse sessie in 2018 (zie par. 11, 27).

Wij hopen dat onze input door zowel de VN Mensenrechtenraad als het VN Mensenrechtencomité benut zal worden en tot opbouwende kritiek en internationale uitwisseling van 'best practices' zal leiden. Privacy First zal u hier graag van op de hoogte houden.

De Nederlandse UPR-sessie vindt morgen plaats van 9.00-12.30u en zal live te volgen zijn op internet.

Update 10 mei 2017: de Nederlandse regeringsdelegatie (geleid door minister Plasterk) ontving tijdens de UPR-sessie in Genève vandaag kritische aanbevelingen over mensenrechten en privacy in relatie tot contraterrorisme door Canada, Duitsland, Hongarije, Mexico en Rusland. Klik HIER voor de video van de hele UPR-sessie. Publicatie van alle aanbevelingen door de VN Mensenrechtenraad volgt op 12 mei as.

Update 12 mei 2017: vandaag om 18u zijn alle aanbevelingen aan Nederland door de VN Mensenrechtenraad gepubliceerd, klik HIER (pdf). Nuttige adviezen aan Nederland inzake het recht op privacy zijn afkomstig van Duitsland, Canada, Spanje, Hongarije, Mexico en Rusland, zie par. 5.29, 5.30, 5.113, 5.121, 5.128 & 5.129. Hieronder de betreffende aanbevelingen. Nader commentaar door Privacy First volgt.

Extend the National Action Plan on Human Rights to cover all relevant human rights issues, including counter-terrorism, government surveillance, migration and human rights education (Germany);  

Extend the National Action Plan on Human Rights, published in 2013 to cover all relevant human rights issues, including respect for human rights while countering terrorism, and ensure independent monitoring and evaluation of the Action Plan (Hungary);

Review any adopted or proposed counter-terrorism legislation, policies, or programs to provide adequate safeguards against human rights violations and minimize any possible stigmatizing effect such measures might have on certain segments of the population (Canada);

Take necessary measures to ensure that the collection and maintenance of data for criminal [investigation] purposes does not entail massive surveillance of innocent persons (Spain);

Adopt and implement specific legislation on collection, use and accumulation of meta-data and individual profiles, including in security and anti-terrorist activities, guaranteeing the right to privacy, transparency, accountability, and the right to decide on the use, correction and deletion of personal data (Mexico);

Ensure the protection of private life and prevent cases of unwarranted access of special agencies in personal information of citizens in the Internet that have no connection with any illegal actions (Russian Federation). [sic]

Update 26 mei 2017: inmiddels is een vollediger VN-verslag van de UPR-sessie (inclusief weergave van de 'interactive dialogue' tussen VN-lidstaten en Nederland) gepubliceerd; klik HIER (pdf). In september wordt bekend welke aanbevelingen de Nederlandse regering zal accepteren en implementeren.


Update 22 september 2017:
de Nederlandse regering heeft inmiddels bekendgemaakt (pdf) dat het van bovenstaande aanbevelingen slechts de Spaanse uitdrukkelijk accepteert:

Take necessary measures to ensure that the collection and maintenance of data for criminal purposes does not entail massive surveillance of innocent persons.

Privacy First beschouwt dit als een bindende internationale toezegging en zal de Nederlandse regering daar aan houden, bijvoorbeeld bij actuele wetsvoorstellen die hiermee in strijd zijn.

De overige VN-aanbevelingen (door Duitsland, Canada, Mexico, Hongarije en Rusland) neemt Nederland vooralsnog slechts voor kennisgeving aan (deze zijn "noted", in diplomatenjargon). Nederland doet daarbij slechts de volgende toezegging:

"The current Action Plan will not be amended, but the recommendations [made by Germany and Hungary] will be considered during the development of a new one."

Dit biedt enig perspectief. Te zijner tijd zal Privacy First hierover met de verantwoordelijke ministeries in overleg treden.

Gepubliceerd in Wetgeving

Morgenmiddag debatteert de Tweede Kamer met staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) over het wetsvoorstel Computercriminaliteit III. Onder dit wetsvoorstel krijgen Nederlandse opsporingsdiensten (waaronder de politie) de bevoegdheid om computersystemen van verdachten op afstand te hacken. Vandaag verstuurde Privacy First hierover onderstaande brief aan Tweede Kamerleden. Klik HIER voor de eerdere brief over dit wetsvoorstel die Privacy First reeds begin dit jaar aan de Tweede Kamer verzond.

Geachte Kamerleden,

Morgen debatteert u met staatssecretaris Dijkhoff over diens controversiële wetsvoorstel Computercriminaliteit III. Voorafgaand aan de kritische hoorzitting over dit wetsvoorstel op 11 februari 2016 ontving u van Privacy First een brief met ons commentaar op dit wetsvoorstel.[1] De inhoud van deze brief geldt immer onverkort. Naar aanleiding van de recente Nota[2] van de staatssecretaris bij het wetsvoorstel zenden wij u hierbij ons aanvullend commentaar.

Noodzaak en proportionaliteit immer onaangetoond

In zijn poging tot beargumentering van de vereiste noodzaak en proportionaliteit van het wetsvoorstel blijft de staatssecretaris opnieuw hangen in een vaag verhaal dat riekt naar technologisch determinisme. De staatssecretaris laat zich immers vooral leiden door technologische mogelijkheden i.p.v. de klassieke verworvenheden van onze vrije democratische rechtsstaat. In de huidige fase van de parlementaire behandeling zijn de noodzaak en proportionaliteit van het wetsvoorstel door de staatssecretaris immer slechts gesteld, maar nimmer aangetoond. Iedere kwantificering ontbreekt nog steeds of duidt op de introductie van volstrekt disproportionele bevoegdheden. Het wetsvoorstel dient daarom te worden verworpen wegens strijd met de internationaalrechtelijk vereiste noodzaak en proportionaliteit onder artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Geen misbruik van kwetsbaarheden in software

Mocht uw Kamer onverhoopt besluiten tot goedkeuring van het wetsvoorstel, dan acht Privacy First het onbestaanbaar dat de Nederlandse overheid nieuwe of onbekende kwetsbaarheden in software zou willen gebruiken (en dus misbruiken) om heimelijk toegang tot gegevens te kunnen verkrijgen. Dergelijk beleid brengt de integriteit en veiligheid van de gehele Nederlandse informatiesamenleving actief in gevaar. Privacy First roept uw Kamer hierbij dan ook op om het actuele amendement terzake van D66, GroenLinks en SP[3] unaniem te ondersteunen en er actief op toe te zien dat de Nederlandse overheid geen gebruik zal maken van kwetsbaarheden in software t.b.v. hacking.

Function creep

De bevoegdheden in het wetsvoorstel lijken nu weliswaar primair beperkt tot apparatuur van verdachten van ernstige misdrijven (en dus in principe geen apparatuur van onschuldige burgers met wie verdachten in contact staan). De geschiedenis leert echter dat dit type bevoegdheden in de loop der tijd altijd wordt uitgebreid. Door sluipende doelverschuiving (function creep) zal het dan ook slechts een kwestie van tijd zijn voordat de hack-bevoegdheden in het huidige wetsvoorstel voor de opsporing en vervolging van allerhande strafbare feiten zullen worden ingezet. Het huidige wetsvoorstel biedt hier reeds alle ruimte toe, aangezien de lijst misdrijven waarvoor de nieuwe bevoegdheden zal gelden eenvoudig zal kunnen worden uitgebreid bij Algemene Maatregel van Bestuur i.p.v. bij formele wetswijziging. In die zin is dit wetsvoorstel een typisch voorbeeld van function creep by legal design. De beste manier om deze function creep te voorkomen is door het huidige wetsvoorstel te verwerpen of het amendement terzake van D66[4] unaniem te steunen en wettelijke maatregelen te treffen om iedere vorm van buitenparlementaire function creep in te dammen.

Auto’s hacken en stopzetten

Begin dit jaar veroorzaakte dit wetsvoorstel grote maatschappelijke onrust[5] omdat het alle ruimte laat voor het hacken en stilzetten van auto’s op afstand. In politiekringen wordt deze mogelijkheid actief beoogd, zo weet Privacy First uit betrouwbare bron. De risico’s hiervan voor de verkeersveiligheid (ook van onschuldige inzittenden en omstanders) zijn enorm. Hetzelfde geldt voor het al dan niet opzettelijk hacken van computers in ziekenhuizen, industrie, vitale infrastructuur, pacemakers, medische wearables, etc. Het wetsvoorstel legt in dit opzicht geen enkele beperking op en de staatssecretaris laat deze heikele kwesties vrijwel onbesproken. Het is dan ook aan uw Kamer om alsnog orde op zaken te stellen door dergelijke inzet van hack-bevoegdheden eenvoudigweg te verbieden.

Framing van verdachten

Privacy First is zeer verontrust door de volgende bekentenis van de staatssecretaris:

“In theorie is het mogelijk dat een opsporingsambtenaar gegevens op een apparaat zet die de verdachte niet zelf op het apparaat heeft gezet. Op dit punt wijkt de situatie in de digitale wereld niet af van het analoge domein. Tijdens een huiszoeking kunnen verdovende middelen in een kast worden gelegd en tijdens de doorzoeking van een voertuig kunnen wapens in de kofferbak worden gelegd.”[6]

Hierbij verzoekt Privacy First uw Kamer om ervoor te zorgen dat burgers de best mogelijke wettelijke, organisatorische en technische bescherming tegen dergelijke framing-praktijken zullen krijgen, voorzover dit niet reeds het geval is onder bestaande strafbepalingen, beleid en techniek.

Grondige toetsing door rechter-commissaris

Privacy First verzoekt uw Kamer om er bij de staatssecretaris op aan te dringen dat de voorafgaande machtiging voor de inzet van bevoegdheden door de rechter-commissaris altijd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en grondigheid zal kunnen geschieden. In geen geval mag sprake blijken van oppervlakkige rubber-stamping wegens operationele druk of gebrek aan tijd en kennis bij de rechterlijke macht. De staatssecretaris dient er daartoe zorg voor te dragen dat de rechterlijke macht deze taken altijd naar beste vermogen zal kunnen uitvoeren.

Mogelijke rechtszaak Privacy First

Mocht het huidige wetsvoorstel ongewijzigd worden aangenomen, dan behoudt Privacy First zich het recht voor om dit wetsvoorstel, zodra van kracht, door de rechter te laten toetsen en onrechtmatig te laten verklaren.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,


Stichting Privacy First

 

[1] Zie https://www.privacyfirst.nl/aandachtsvelden/online-privacy/item/1025-politie-wil-alle-computers-kunnen-hacken.html.

[2] Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II, 2016-2017, 34372, nr. 6.

[3] Kamerstukken II, 2016-2017, 34372, nr. 11.

[4] Kamerstukken II, 2016-2017, 34372, nr. 9.

[5] Zie bijvoorbeeld 'Vrees voor hacken auto op snelweg', Telegraaf 11 februari 2016, p. 10.

[6] Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II, 2016-2017, 34372, nr. 6, p. 52.

 

Update 14 december 2016: tijdens het Kamerdebat gisteren (dat tot laat in de avond duurde) passeerden veel van bovenstaande issues op kritische wijze de revue. Klik HIER om het hele debat te bekijken, klik HIER voor het woordelijk verslag en HIER voor de actuele lijst met voorgestelde amendementen. De stemming over het wetsvoorstel staat vooralsnog gepland op dinsdagmiddag 20 december as.

Update 20 december 2016: vandaag heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel helaas in vrijwel ongewijzigde vorm aangenomen. VVD, CDA, PvdA, SGP en ChristenUnie stemden voor. D66, GroenLinks, SP, PvdD en PVV stemden tegen. Klik HIER voor het stemmingsverslag. De amendementen om geen gebruik te maken van kwetsbaarheden in software (nr. 13), om function creep in te dammen (nr. 21), om bepaalde apparatuur uit te sluiten van de werking van het wetsvoorstel (nr. 20) en een motie inzake hack-software (nr. 22) werden helaas allemaal verworpen. Opvallend daarbij was dat PvdA-Kamerlid Oosenbrug enkele keren zelfstandig (en volkomen terecht) vóór privacyvriendelijke wets- en beleidswijzigingen stemde, tégen het standpunt van haar eigen PvdA-fractie in. In de optiek van Privacy First verdient het goede voorbeeld van dit Kamerlid brede navolging. Overigens diende de PvdA-fractie wel een 'compromis-motie' in die in grote meerderheid werd aangenomen:

"De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op grond van het voorliggend wetsvoorstel opsporingsinstanties gebruik mogen maken van kwetsbaarheden in geautomatiseerde werken;
van mening dat de overheid de veiligheid en integriteit van geautomatiseerde werken moet stimuleren, zoals door het bevorderen van responsible disclosure en door het stimuleren van derden om op uitnodiging van soft- of hardwarefabrikanten te zoeken naar kwetsbaarheden;
verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat opsporingsinstanties onbekende kwetsbaarheden of software die daarvan gebruikmaakt alleen in het uiterste geval zullen inzetten,
en gaat over tot de orde van de dag."

Het is nu aan de Eerste Kamer om het wetsvoorstel binnenkort alsnog te verwerpen of de Tweede Kamer op bovenstaande punten te corrigeren.

Gepubliceerd in Wetgeving
Pagina 1 van 12

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon