donatieknop english

'Ik heb niets te verbergen' is een uitspraak van mensen die nog nooit met de gevolgen te maken hebben gehad van verloren data, een vervelende instantie of een lastige overheid. Dat is misschien naïef, maar waarom zou je je ook zorgen maken over iets wat jou toch niet overkomt?

Maar voor iedereen is er uiteindelijk een keerpunt waarop men gaat inzien dat privacy — het recht op een privéleven — toch belangrijk is. Voor de één was dat al bij de identificatieplicht, tegenwoordig hoor je veel mensen die zich achter hun oren krabben bij het moeten afstaan van vingerafdrukken voor een identiteitskaart. Voor Mariette Hummel was het eenvoudig het feit dat ze haar hele adres én mobiele telefoonnummer op internet vond. Daarom is Mariette het project DigiMe gestart, waarin ze haar eigen digitale profiel onder de loep neemt om te zien welke sporen ze heeft achtergelaten.

Neem eens een kijkje op haar website en als je ook benieuwd bent naar welke gegevens er nu allemaal rondslingeren, overweeg dan om een bijdrage te leveren aan dit onderzoek.

Gepubliceerd in Identiteitsdiefstal

Op dinsdag 24 mei jl. nam de Eerste Kamer een belangrijke motie aan waarin een aantal privacygaranties bij nieuwe wetgeving worden bevestigd en versterkt. De motie werd met overweldigende meerderheid aangenomen (slechts de VVD stemde tegen). Een week eerder (tijdens het Kamerdebat over digitale dataverwerking) was de motie door senator Hans Franken (CDA) ingediend en hadden zelfs minister Donner en staatssecretaris Teeven laten weten dat "er allemaal dingen in staan waar wij best mee kunnen leven." Hoewel de motie formeel gezien niet juridisch bindend is, is de inhoud ervan dat deels wel en komt aan de motie tevens groot politiek gewicht toe. De gehele motie luidt als volgt:

MOTIE VAN HET LID FRANKEN C.S.

Voorgesteld 17 mei 2011

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer in onze democratische rechtsstaat van groot belang is,

overwegende, dat er tendensen zijn om bij nieuwe wetgeving de mogelijke beperkingen op dit grondrecht uit te breiden en te versterken,

overwegende voorts, dat bij het totstandbrengen van nieuwe wetgeving uitdrukkelijk aandacht moet worden gegeven aan de vraag of de beperkingen op het grondrecht tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer gerechtvaardigd zijn,

overwegende, dat voor de beantwoording van deze vraag aansluitend aan de verdragsverplichting moet worden getoetst aan de volgende criteria:

  • 1. De noodzaak, effectiviteit en hanteerbaarheid van de maatregel,

  • 2. De proportionaliteit: de inbreuk mag niet groter zijn dan strikt noodzakelijk is,

  • 3. De resultaten van een Privacy Impact Assessment, zodat vooraf is onderzocht welke risico's de maatregel met zich meebrengt,

  • 4. De mogelijkheid van een effectief toezicht en controle op de uitvoering van de maatregel, te realiseren door onder meer audits door de onafhankelijke toezichthouder,

  • 5. Beperking van de geldigheidsduur door een horizonbepaling of in ieder geval een evaluatiebepaling,

verzoekt de regering bij wetsvoorstellen, waarbij van een beperking op het grondrecht van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer sprake is, de hierboven genoemde criteria in de afweging en besluitvorming te betrekken en daarvan in de memorie van toelichting bij het betreffende wetsvoorstel verslag te doen,

en gaat over tot de orde van de dag.


Ondertekenaars:

Franken (CDA)

Tan (PvdA)

Strik (GroenLinks)

Holdijk (SGP)

Slagter-Roukema (SP)

Staal (D66)

Gepubliceerd in Wetgeving

Door onze gastcolumnist.  

Internet: de digitale snelweg waarvan niemand eigenaar is. En ondanks het feit dat er geen eigenaar is, gaan de ontwikkelingen van de technologie op Internet razendsnel. Dit komt doordat een aantal bedrijven intensief samenwerken. Het gaat om W3C (WorldWideWeb Consortium), IETF, IESG, IAB, ISOC en IANA. Ook de Amerikaanse overheid en bedrijven in telecommunicatie, satellieten, netwerken enz. dragen een steentje bij.

Dagelijks ervaart u het gemak van Internet. Mensen surfen, chatten, mailen en registreren er lustig op los. Men geneert zich niet om (alle) privégegevens op het Internet te zetten, soms inclusief foto’s of filmpjes die niets aan de verbeelding overlaten. Al deze vrije informatie-uitwisseling heeft helaas ook een keerzijde. Niet alles kan open en bloot op Internet gezet worden, immers grotere zakelijke instellingen surfen ook op Internet. Als blijkt dat uw op het .net geplaatste informatie schadelijk blijkt voor de onderneming waar u werkt, dan is dit reden voor ontslag. Ook ouders dienen hun kind beter te beschermen tegen - en te informeren over - Internet. Immers, alle gegevens blijven voor altijd circuleren op Internet. Weet u wat men in de toekomst doet met al die overvloed aan informatie en wie dat doet?

Het verloop van de ontwikkeling en de gevaren van Internet zijn de volgende:

  1. Toegang tot Internet is laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk. Eerst (web 1.0) bepaalden de dotcom-bedrijven wat op het Internet gepubliceerd werd. De gegevens konden worden gecontroleerd en het desbetreffende bedrijf of de site- eigenaar was verantwoordelijk en dus ook aansprakelijk voor de inhoud.
  2. Tegenwoordig (web 2.0) is iedereen betrokken bij het proces. Men voegt zelf informatie toe en wisselt via zakelijke, vrienden- of andere sites en media als Twitter informatie uit. Soms gebeurt het dat iemand de identiteit van iemand anders aanmaakt en misbruikt op Facebook of Twitter met fictieve informatie. Dit valt niet recht te zetten en helaas, de informatie blijft altijd circuleren. Een bijkomstigheid is bovendien ook nog dat de nationale en internationale wetgeving verschilt. Als veel kennis en informatie op een punt is gebundeld zoals het geval is op bijvoorbeeld LinkedIn en Hyves, dan wordt het al helemaal moeilijk. De vraag is hoe gaat het bedrijf met deze informatie om en wat gaat men ermee doen en hoe betrouwbaar is de informatie eigenlijk die op Internet staat?
  3. De toekomstige stap (web 3.0) zou kunnen zijn de mogelijkheid tot bijvoorbeeld profiling van data en beeldmateriaal. Dit wordt vergemakkelijkt door gebruik van één groot, centraal platform (door gebruik van cloudcomputing: een paar servers verspreid over de wereld) waarop veel websites samenkomen en waarbij het gebruik van lokale servers totaal overbodig wordt gemaakt. Alle op Internet bekende persoonsgegevens kunnen op een snelle en makkelijke manier aan elkaar worden gekoppeld zodat een aardig (doch incompleet) beeld ontstaat van personen. Selectie op kenmerken is een fluitje van een cent. Het Internet is genadeloos, alles blijft bewaard. Een keer fout is altijd fout. De individuele burger heeft geen zeggenschap over de vernietiging van de door hemzelf op het Internet ingevoerde privégegevens. Voorts is hier evenmin sprake van wetgeving die de argeloze burger beschermt. Een marketingmachine zou gegevens kunnen opkopen, waarna u wordt gebombardeerd met een overdaad aan aanbiedingen en kansen.
  4. De laatste stap is het tweede en ware gezicht van Internet: waar alle kennis is verzameld, daar ligt ook de macht. Nu zijn het een handvol toonaangevende bedrijven die zich gezamenlijk bezighouden met het ontwikkelen van het platform. Door de vrije markt economie zal dit aantal sterk verminderen. Daarom is het wenselijk, de belangen van de individuele burger en de problematiek rondom een centrale database wereldwijd op een wettelijke manier vast te leggen waarbij de privacy en de bescherming van de individuele burger prevaleert boven economische belangen.

Wederom stellen wij de vraag: wat is het doel en heiligt het doel de middelen? LinkedIn is inmiddels beursgenoteerd!

Gepubliceerd in Columns

Deze week vond in de Eerste Kamer een belangrijk beleidsdebat met minister Donner en staatssecretaris Teeven plaats over 'de rol van de overheid bij digitale dataverwerking'. In de week voor het debat had Privacy First haar standpunten terzake aan de Eerste Kamer kenbaar gemaakt. Het doet ons deugd dat veel van deze standpunten deze week 'Kamerbreed' zijn overgenomen (door enkele partijen zelfs letterlijk) en dat ook de bewindslieden Donner en Teeven er niet ongevoelig voor bleken te zijn. Dit geldt zowel voor klassieke rechten en beginselen die nodig herbevestigd dienden te worden als voor enkele nieuwe uitgangspunten:

- het recht op uitdrukkelijke, voorafgaande en volledig geïnformeerde toestemming van de burger bij het gebruik van zijn persoonsgegevens, zowel door de overheid als door bedrijven;

- strikte doelbinding en noodzakelijkheid bij het gebruik van persoonsgegevens;

- het recht van de burger op inzage, correctie en eventuele verwijdering van zijn persoonsgegevens; 

- privacy, keuzevrijheid, transparantie en effectiviteit als leidende beginselen bij de opstelling van nieuwe wetgeving;

- het belang van evaluatie- en horizonbepalingen in (nieuwe) wetgeving;

- openbare kosten-batenanalyses;

- openbaarheid van departementale haalbaarheidsstudies, pilots en onderzoeksrapportages;

- invoering van privacy impact assessments (PIA's) en privacy by design;

- ondersteuning van het wetgevend proces d.m.v. expert-meetings en externe advisering.

Zeer teleurstellend was echter de uitspraak van minister Donner dat het vernietigen van opgeslagen vingerafdrukken bij gemeenten nog maanden zou gaan vergen. Hetzelfde geldt voor het feit dat er nog steeds geen 'vingerafdrukvrije' identiteitskaart bestaat; ook dit had allang kunnen worden geïmplementeerd. Privacy First had er onlangs bij de minister op aangedrongen om dit proces met de grootst mogelijke spoed uit te voeren (hetzij door wijziging van relevante regelgeving, hetzij door technische aanpassingen).

Het concept-stenogram van het Kamerdebat staat HIER online. Onze eigen audio-opnamen van het debat zijn HIER te downloaden. Een groot aantal interessante passages uit het debat (zowel van Kamerleden als bewindslieden) vindt u HIER.

Gepubliceerd in Wetgeving

Door onze gastcolumnist. 

Als u morgen een brief zou ontvangen, waarin u wordt opgeroepen door een daartoe bevoegde Instantie, dat u zich binnen een week verplicht moet laten chippen, dan zult u dit waarschijnlijk niet laten doen, tenzij u daartoe gedwongen wordt. Echter als het proces van chippen van de burger stap voor stap wordt doorlopen, dan wordt de kans dat uw weerstand wegebt snel kleiner. En daarin schuilt nu juist het gevaar.

De microchip is inmiddels een sluipende realiteit die al meer dan tien jaar wordt toegepast. Men is er nog niet aan toe, aldus een trendsettend continent, om gedetineerden te chippen. Dit project is in het eerste decennium van 2000 afgeblazen. De weerstand was nog te hoog.

Inmiddels chipt men wel patiënten (met goedkeuring van de patiënt), met als doel het druppelsgewijs toedienen van medicijnen op afstand. Het gaat om tienduizenden patiënten. Verder wordt promotie gemaakt via de media voor het chippen van bijvoorbeeld Alzheimer-patiënten, want de patiënt weet vaak niet meer hoe hij/zij heet. Middels een microchip kunnen naam, adres, maar ook andere gegevens heel gemakkelijk en efficiënt worden uitgelezen.

Dit product leent zich niet alleen voor medicijngebruik. De chip kan ook data bevatten die vervolgens op afstand worden bediend en uitgelezen. Achter de schermen wordt hard doorgewerkt. Zo wordt de PSID-microchip samen met Microsoft Health Vault (Nasdaq beursgenoteerd) en Google Health (Nasdaq beursgenoteerd) doorontwikkeld. Deze menselijke microchip is, ja u raadt het al, ook Nasdaq beursgenoteerd. En let wel: de ontwikkelingen gaan razendsnel! Ongetwijfeld zal straks het kosten-baten argument op tafel komen als verkoopargument om mensen ervan te overtuigen dat de samenleving te duur en te complex is geworden om iedereen adequaat te kunnen behandelen. Ziekenhuizen worden steeds groter, en dus ook veel logger en krijgen steeds meer mensen te “verwerken”. Dat kost tijd en tijd is geld. Maar dat is echt onzin, want binnen een minuut kunt u miljonair worden, als je de Staatsloterij zou moeten geloven. Op de beurs kunt u ook een klapper maken. Anderen (de meesten van ons) werken echter uren, dagen, maanden tegen een schamel loon en worden nooit rijk.

De overheid zit niet stil. Volgens de hondenchip-informatiesite wordt het per 2011 wettelijk verplicht om hondenpuppies te chippen. Het asiel werkt hier trouwens al aan mee. Als u een hond bij het asiel ophaalt is de kans zeer groot dat de hond gechipt is. Ervaring wijst uit, aldus de hondenchip-website, dat de chip slechts de grootte heeft van een rijstkorrel en dat deze verkleeft aan de huid, dus niet rondzwalkt in het lichaam. Je ziet er helemaal niets van. De chip kost ca. € 27,50 en gaat een hondenleven lang mee. De chip is fraudebestendig (wij wisten niet dat honden konden frauderen!), de chip is uniek en kan gemakkelijk uitgelezen worden. Saillant detail: ook dierenchips zijn Nasdaq beursgenoteerd.

Het is onze Overheid die het chippen van honden wettelijk verplicht. Hoe lang duurt het nog voordat de Overheid het chippen van mensen wettelijk verplicht? Immers de hondenproeftuin biedt onze Overheid interessante informatie over de haalbaarheid. Ingeval de medische sector geen adequaat middel blijkt om de burger collectief gechipt te krijgen is terrorisme vast een goed excuus om de burger alsnog wettelijk collectief te chippen.

Inmiddels is het aan de andere kant van de oceaan in twee staten wettelijk verboden om een menselijk chip, een sensor, transmitter of enig ander opsporingsobject te implanteren. Het zou sjiek zijn als onze Overheid verantwoordelijkheid neemt voor de Nederlandse burger en eenzelfde wet aanneemt als in bovengenoemde twee staten. Regeren is immers vooruitzien. Of zou de Overheid (groot)aandeelhouder zijn? Het zou bij wet verboden moeten worden dat alle chips t.b.v. levende wezens inclusief gerelateerde medische onderdelen beursgenoteerd zijn. Dit werkt prijsverhogend en maakt de Nederlandse maatschappij onbehandelbaar en dus nog zieker. Weet u wie straks de knoppen bedient en met uw informatie aan de haal gaat?

Gepubliceerd in Columns

Ten behoeve van het beleidsdebat in de Eerste Kamer op 17 mei as. over digitale dataverwerking heeft Stichting Privacy First vandaag per email aan de Kamerleden onderstaande aandachtspunten ingebracht. Privacy First hoopt dat deze aandachtspunten leidend zullen zijn in het debat tussen de Kamerleden en de bewindspersonen.

Het motto van Privacy First is “eigen keuzes in een vrije omgeving”. Voor de burger vertaalt dit zich in:

-  het recht op uitdrukkelijke, voorafgaande en volledig geïnformeerde toestemming van de burger bij het gebruik van zijn persoonsgegevens, zowel door de overheid als door bedrijven;

-  elk gebruik van persoonsgegevens dient strikt noodzakelijk en doelgebonden te zijn;

-  de burger heeft te allen tijde het recht op inzage, correctie en eventuele verwijdering van zijn persoonsgegevens;

-  relevante wetgeving dient voor de burger kenbaar en toegankelijk te zijn;

-  geen nieuwe wetgeving zonder voorafgaand democratisch (maatschappelijk) debat.


Voor de overheid en het parlement vertaalt dit zich als volgt:

-  privacy, keuzevrijheid, transparantie en efficiëntie als leidende beginselen bij de opstelling van nieuwe wetgeving;

-  een voorkeur voor formele wetten i.p.v.  Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen;

-  geen zogeheten ‘nationale koppen’ (aanvullingen) op Europese implementatiewetgeving;

-  verplichte evaluatie- en horizonbepalingen;

-  een integrale benadering door elke nieuwe wet in samenhang met andere, reeds bestaande wetten en verdragen te beschouwen;

-  een integrale benadering door elke nieuwe technische applicatie in samenhang met andere, reeds bestaande technische applicaties te beschouwen;

-  openbare kosten-batenanalyses;

-  openbaarheid van relevante ambtelijke haalbaarheidsstudies, pilots en onderzoeksrapportages;

-  het verplicht stellen van privacy impact assessments (PIA), privacy by design en privacy enhancing technologies (PET);

-  ondersteuning van het wetgevend proces d.m.v. expert-meetings en externe advisering.


Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande punten is Privacy First te allen tijde bereikbaar.

Gepubliceerd in Wetgeving

Door Jeroen van der Ham 

Begin dit jaar was er een storm rond de beveiliging van de OV-chipkaart. Al snel bleek dat er nogal wat mis was met de beveiliging van de kaart zelf. Het bleek redelijk simpel om saldo's op te hogen, blokkades op te heffen of andere aanpassingen aan de kaart te doen. Er waren programma's op internet verschenen waarmee de kaart aangepast kon worden en daar werd door journalisten en Kamerleden ook gebruik van gemaakt. Trans Link Systems (TLS), het centrale bedrijf achter de OV-chipkaart, heeft het misbruik naar eigen zeggen vrij snel gevonden in het back-office systeem. Om data te verzamelen zijn de kaarten ongemoeid gelaten, maar na ongeveer twee weken toch op de zwarte lijst gezet en is aangifte gedaan. Inmiddels zijn er wat meer fraudegevallen geweest, maar is het volgens TLS toch beperkt tot ongeveer 50 gevallen per dag. Fraude met anonieme OV-chipkaarten is te detecteren en te blokkeren, maar de dader opsporen is moeilijk. Echter, dankzij het fraude-detectiesysteem zou dit misbruik niet lonend zijn. Misbruik waar op dit moment nog weinig tegen te doen is, is het thuis inchecken. In de trein is op dit moment niet te detecteren of een OV-chipkaart legitiem is ingecheckt of niet. Ook in het back-office systeem is dit soort misbruik nog niet te detecteren.

Uiteindelijk is de fraude voor de vervoersbedrijven een simpele rekensom. Er was misbruik met het papieren vervoersbewijs en er is nu misbruik met de OV-chipkaart. Dat laatste is moeilijker, maar in de meeste gevallen ook sneller te detecteren en ongedaan te maken. Thuis saldo opladen is bijna niet lonend omdat de kaart al vrij snel geblokkeerd zal worden, waarna er weer een nieuwe kaart gebruikt moet worden. Dezelfde rekensom wordt gebruikt voor de overgang naar de volgende generatie kaart. Het weinige misbruik dat er nu is weegt niet op tegen de extra kosten die het met zich meebrengt om de nieuwe kaart snel uit te rollen. Wat helaas nog niet meegenomen wordt in deze som zijn de kosten voor het draaien en bijhouden van het fraude-detectiesysteem. Dit is een systeem dat eerder niet nodig was en nu een vitaal onderdeel wordt van het hele OV-chipkaartsysteem. Gelukkig is het op dit moment zo dat misbruik van kaarten rechtmatige klanten niet schaadt. Voor zover bekend is het niet mogelijk om tegoeden of gegevens van anderen te stelen, of om OV-chipkaarten onklaar te maken. Wel worden de kosten voor het misbruik uiteindelijk gedragen door alle klanten; dit was eerder ook al het geval. We moeten helaas wel concluderen dat de mensen die anoniem willen reizen hieronder lijden. Het misbruik zal worden gebruikt als een argument om de prijs van de anonieme kaart hoog te houden.

Bron: Rapportage fraude met de OV-chipkaart, Trans Link Systems, februari 2011.

Gepubliceerd in Mobiliteit

Column voorzitter Privacy First, mei 2011 

Privacy First, opgericht begin 2009, gaat in hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank Den Haag in de rechtszaak voor een betere Paspoortwet. Sinds haar oprichting heeft de stichting een duidelijke lijn gevolgd tegen de schending van de privacy van Nederlandse burgers. Inmiddels zijn diverse verenigingen en stichtingen verenigd in het Platform Bescherming Burgerrechten en worden maandelijks alle thema’s besproken. De Paspoortwet staat helaas niet op zichzelf, maar is slechts één van de thema’s die spelen op het gebied van privacyschending. 

Steeds meer komen we te weten over de plannen van onze (semi)overheid om burgers te bestoken met privacybeperkende maatregelen. De overheid had toch niets te verbergen? In werkelijkheid hebben we anno 2011 te maken met een overheid die haar eigen burgers niet meer vertrouwt en twee klassieke rechtsprincipes volledig heeft omgedraaid in haar onbeperkte streven naar total control:

  • iedereen verdacht totdat het tegendeel bewezen is, en
  • het toepassen van een omgekeerde bewijslast, aanvullend een variant van de wet Bibop, oftewel financiële machtsmiddelen.

De rechtszekerheid voor de burger is in haar basis aangetast met “function creep by design” als uitgangspunt. Waar in eerste instantie criminelen getoetst werden en vervolgens de horeca, zijn nu ook tandartsen aan de beurt. Het paardenmiddel vanuit terrorisme- en criminaliteitsbestrijding wordt moeiteloos toegepast op elke doelgroep die in de toekomst ook maar even afwijkt van “normaal” . Dat laatste natuurlijk bepaald door ijverige ambtenaren achter een bureau. Ver weg van de dagelijkse praktijk, zonder menselijke maat. 

Privacy First staat voor eigen keuzes in een vrije omgeving, een principe dat de overheid volgens ons als uitgangspunt dient te hanteren in een vrije democratische rechtsstaat. Om vervolgens goede wetten te maken, de uitvoering hiervan te regelen naar een menselijke maat en daarna, ja echt daarna, te besluiten hoe en wat te automatiseren in dit proces. Privacy First streeft hierbij naar de oprichting van een toetsend orgaan voor het goedkeuren van alle nieuwe wetgeving aan de Nederlandse grondwet.

De werkelijkheid ten aanzien van onze wetgeving is echter compleet anders. Het patroon herhaalt zich de laatste jaren op telkens dezelfde wijze: zonder enig beleid ten aanzien van een gedegen probleemanalyse door de overheid wordt door grote ICT-bedrijven in Nederland bij elk sociaal-maatschappelijk probleem direct gelobbied voor een miljoenen- of zelfs miljardenverslindende ICT-oplossing. Altijd uitgaand van centrale registratie van een complete doelgroep en opslag van alle activiteiten en gegevens. Er wordt vervolgens niet gekeken naar de burger, de menselijke maat en eventuele betere oplossingen dan centralisatie in systemen, noch of de “oplossing” in proportionele verhouding staat tot het eigenlijke “probleem”.

In het WRR-rapport van maart dit jaar (iOverheid) wordt deze wijze van handelen uitstekend weergegeven en tevens in Europees perspectief geplaatst. Zeer pijnlijke gevallen van persoonsverwisseling in systemen, het uitleveren van Nederlandse burgers aan Oost-Europese EU-landen, het outsourcen van onze paspoortwetgeving aan een Frans defensiebedrijf en het vrijgeven van het complete betalingsverkeer aan de VS spreken boekdelen. Dit alles zonder enige instemming van de burger en zonder enige democratische grondslag. Bepaald door de lobby vanuit het bedrijfsleven.

Professor dr. Smalhout bood vorige week een interessante kijk op het huidige fatsoensniveau bij de overheid, welke met door de burgers betaald belastinggeld diezelfde burger in een stalinistische houtgreep wil krijgen om de criminaliteit en terrorismedreiging tegen te gaan. In het huidige kabinet zijn de voorvechters van deze filosofie weer in diverse uitrustingen te vinden, getuige het trio Donner - Opstelten - Teeven. En de privacybeweging maar denken dat het na Hirsch Ballin niet meer erger zou kunnen…

Het bijzondere van de overheid is dat er, eventueel met andere organisaties, ook na duidelijke afwijzing door burgers ten aanzien van wetten en maatregelen toch gewoon doorgegaan wordt met verder onderzoek, studies en varianten op hetzelfde thema. Een prachtig voorbeeld hiervan is de ANWB, waar de heer Van Woerkom onlangs weer de spionagekast in elke auto opnieuw als prachtige oplossing voor files (?) in Nederland presenteerde. Ditmaal via alle leaserijders in Nederland, afgedwongen via wetgeving. Leaserijders, dat is een gemakkelijker doelgroep, want de baas betaalt en de bedrijven moeten zich aan de wet houden, toch? Geen burgerlijke ongehoorzaamheid, maar via de hardwerkende burger, gestraft voor het nemen van initiatief om zaken te doen. De eigen tombstone voor de heer Van Woerkom: de invoering van de spionagekast. Fantastisch toch?

Hebben we niet een spionagekast in de auto, dan tapt de overheid TomTom’s af voor meer informatie en start de overheid nu met automatische nummerplaatherkenning, 3D-camera’s (met steun van onze EU) en totale-trajectcontroles. Met centrale databases, de bekende ICT-ondersteuning en function creep. Het gebruik van camera’s die gelaatsscans herkennen wordt hier moeiteloos aan toegevoegd, aangezien die inmiddels in bankpinautomaten en zelfs de nieuwe parkeerautomaten zijn ingebouwd. Als handig extraatje worden daar nu sensors aan toegevoegd die “onregelmatige” beelden en geluiden kunnen uitfilteren om eventele ongepaste zaken op straat te signaleren. Privacy First gaat ook hier juridisch actie op nemen. Duidelijke afspraken vanuit democratische rechtsprincipes zijn immers hard nodig op dit thema.

Een ander thema dat Privacy First aan het hart gaat is het zogeheten Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) met als uitsmijter de Diagnose Behandel Combinatie (DBC). Liefst had Den Haag het EPD verplicht gesteld, de lobby vanuit de zorgverzekeraars vroeg daar toch zo duidelijk om. Ook hierin weer centrale databases, miljoenenverslindende ICT-projecten en geen enkele zorg om de vrije keuze van de burger en fundamentele rechtsprincipes, in dit geval het artsengeheim. Zowel “normale” als “abnormale” burgers zijn bekend in één bestand met daarin alle medische vragen, behandelingen, medicijnen etc., zelfs als die burgers hun eigen medische zorg helemaal zelf betalen! 

Terug naar Privacy First, voor goede wetgeving gebaseerd op democratische rechtsprincipes, goede uitvoering en goede inzet van technologie. Met als actievorm rechtszaken en claims voor gedupeerde burgers. Hetzij tegen de overheid, hetzij tegen bedrijven of instellingen die hun vingers niet kunnen thuishouden in het Privédomein van de burger.

Privacy First is voor goede inzet van technologie en stimuleert daarom privacy embedded of privacy enhanced technology (PET). Privacy First is van mening dat juist Nederland hierin voorop kan gaan lopen. Criminaliteit en terrorisme moeten voorkomen en bestreden worden volgens de juiste principes. Mensen die privacy en vrijheid hiervoor opgeven verdienen geen van beide. Staatscriminaliteit en staatsterrorisme zijn tenslotte een veel erger kwaal en al teveel gezien in de geschiedenis. Juist nu is het tijd om te kiezen voor een positieve en vrije toekomst, voor jezelf, je familie en je kinderen. 

Tijd voor een politieke beweging of partij? Wie zal het zeggen?

Bas Filippini

Voorzitter Privacy First

Gepubliceerd in Columns

Op woensdag 27 april 2011 werd bekend dat er voortaan geen vingerafdrukken meer in gemeentelijke of nationale databanken zullen worden opgeslagen bij de aanvraag van een nieuw paspoort of identiteitskaart. Bekijk hieronder het fragment uit het 8-uur Journaal:

Gepubliceerd in Videocorner

Door onze gastcolumnist. 

Wie kent niet de serie White Collar, die onlangs werd uitgezonden op RTL 5. Een jonge gedetineerde, die is voorzien van een elektronische enkelband, wordt vrijgelaten in de maatschappij, waarbij de enkelband er voor zorgt dat deze jongeman binnen een beperkt gebied op ieder moment van de dag kan worden gecheckt door de FBI.

In Nederland is in de eerste helft van 2010 een dergelijke proef gestopt omdat elektronische detentie nog niet was vastgelegd in de wet. De gedetineerde mocht dagelijks een korte tijd zijn huis verlaten op vastgestelde tijden en onder bepaalde voorwaarden. Inmiddels is bekend dat het huidige kabinet in ieder geval elektronische detentie niet zal invoeren.

De ontwikkelingen binnen onze huidige maatschappij doen denken aan bovenstaande situatie.

Onschuldige, naïeve burgers worden zo langzamerhand 24 uur per dag gevolgd, of zo u wilt bewaakt. Allerlei concepten zijn in gang gezet door het Zakenleven en de Overheid om de bewegingsvrijheid van de burgers zoveel mogelijk te registreren, “voor het geval dat”.

Burgers worden consequent behandeld als zijnde verdachte objecten, die binnen een onveilige samenleving moeten worden gevolgd en geregistreerd. Dit gaat lijnrecht in tegen de burgerrechten die de Overheid decennialang heeft beheerd en bewaakt.

Burgers worden via satellieten middels verbindingscommunicatie 24 uur per dag gevolgd: via mobieltjes, de digitale politie, chips in plastic kaarten, vervoer via auto (denk bijvoorbeeld aan kentekenregistratie), het openbaar vervoer en ga zo maar door.

Via internet wordt uw surfgedrag vastgelegd en zodanig opgeslagen dat dit altijd is na te zoeken, maar ook nieuwe televisieaanbieders, zoals bijvoorbeeld Ziggo bieden de mogelijkheid tot inzage wanneer u, en ook hoe lang u naar bepaalde televisieprogramma’s kijkt.

Het is bijzonder vreemd dat gedetineerden blijkbaar meer rechten hebben dan de gewone burger. Immers het project “elektronische detentie” werd medio 2010 stopgezet omdat het in de wet nog niet compleet was vastgelegd.

Het bouwen van een digitale maatschappij en het registreren van alle handelingen en veranderingen daarentegen worden doorgevoerd zonder dat de wet hierin voorziet en zonder dat de burger in bescherming wordt genomen.

Daar waar e.e.a. wel wettelijk is/zal worden goedgekeurd is het nog maar de vraag of de Overheid het belang van het individu nog steeds hoger aanslaat dan het belang van de Overheid en het Zakenleven.

De maatschappij vraagt om een versnelde aanpak en een computer is bijna niet meer weg te denken uit deze complexe samenleving. De vraag is echter wel of het doel de middelen heiligt. Is het doel van een digitale maatschappij om de communicatie en zakelijke transacties te vergemakkelijken of is het doel de totale controle over alles wat leeft?

Het is geen optie om ons hoofd in het zand te steken en onszelf in slaap te sussen dat het allemaal wel meevalt. In dat geval geeft u uzelf minder bewegingsvrijheid dan een gedetineerde. Immers, de gedetineerde staat onder wettelijke bescherming maar u niet. Is dat de prijs die u gaat betalen u straks wel waard?

Gepubliceerd in Columns
Pagina 69 van 74

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon