donatieknop english

Op veel plaatsen in het publieke domein wordt WiFi aangeboden. Hoewel het vaak wordt gepresenteerd als service om gratis gebruik te kunnen maken van het internet, betaalt een consument alsnog: met zijn of haar data. Privacy First staat voor het recht op privacy in de zin van anonimiteit in de openbare ruimte. Daaronder valt ook het recht op anoniem winkelen. WiFi-tracking zonder de klant te informeren en zonder vooraf om diens toestemming te vragen vormt een flagrante schending van dit recht.

Sinds 2013 heeft Privacy First dit standpunt meerdere malen gecommuniceerd, bijvoorbeeld op Radio 1 en bij BNR Nieuwsradio.

In juni 2016 gaf de Autoriteit Persoonsgegevens in een brief aan gemeenten en detailhandel aan dat het gebruik van WiFi-tracking aan strenge eisen is onderworpen. Begin mei 2019 gaf de gemeente Tilburg aan te stoppen met openbare WiFi in de binnenstad en de spoorzone. "Omdat de gemeente niet voldoende controle en invloed heeft op hoe de leverancier van het WiFi-netwerk met een deel van deze gegevens (in de 'cloud') omgaat, is besloten om de openbare WiFi voor de binnenstad en spoorzone per direct te beëindigen", aldus de gemeente. Bron: https://www.tilburg.nl/actueel/nieuws/item/geen-openbare-wifi-meer-in-binnenstad-en-spoorzone/.

Privacy First juicht deze stap toe en roept andere gemeenten op dit voorbeeld te volgen. Daarnaast roept Privacy First bedrijven op het gebruik van WiFi-tracking te staken omdat het een inbreuk is op de privacy van mensen. Zeker als WiFi-tracking gebruikt wordt voor het volgen van mensen door een winkel met als doel om consumentengedrag te volgen. Vaak is een oplossing te bedenken waarbij privacy by design wordt toegepast. Privacy First verwijst naar de gemeente Nijmegen die met anonieme passantentellingen genomineerd werd voor de Nederlandse Privacy Awards 2019. Privacy First ziet vergelijkbare projecten van andere gemeenten ter bescherming van de privacy in het openbare domein graag tegemoet.

Gepubliceerd in Online Privacy

Het Ministerie van Financiën staat op het punt om bedrijven te verplichten op grote schaal persoonlijke data te exporteren. De maatregel zit verstopt in een bijzinnetje van een Kamerbrief van de Minister van Financiën, maar heeft grote gevolgen. De maatregel verplicht bedrijven om bij 'virtual assets' (digitaal te verhandelen waren zoals bitcoins, vastgoed maar ook aankopen in computerspelletjes), klantgegevens mee te sturen. De informatie van alle betrokken partijen blijft zichtbaar voor iedereen in de waardeketen.

Consumenten, bedrijven en burgers kunnen geen bezwaar maken tegen het verplicht toevoegen van hun persoonsgegevens. Politieke aandacht krijgt dit onderwerp niet omdat het wordt gepresenteerd als technische maatregel. In de Kamerbrief van 21 maart 2019 laat de Minister na om te wijzen op de grote reikwijdte en impact. Wel wordt gesuggereerd dat door een consultatieronde aan de reacties van de markt gehoor zal worden gegeven.

Privacy First en VBNL (Verenigde Bitcoinbedrijven Nederland) hebben inmiddels begrepen dat de wereldwijde bezwaren tegen de maatregel worden genegeerd. Daarom stuurden wij vandaag een brandbrief aan de Minister van Financiën. Wij vragen hem het vraagstuk beter te bestuderen, met alle relevante Ministeries en vooral ook: om het parlement beter te informeren. Daarbij wijzen we op de strijdigheid die de maatregel kan hebben met andere internationale afspraken en verdragen die de persoonlijke levenssfeer beschermen.

Waar bekend is dat de consument zeer terughoudend is met het zélf ter beschikking stellen van de eigen gegevens, moet de overheid dat ook zijn. Privacy First vindt het uitermate kwalijk dat het Ministerie van Financiën van plan lijkt te zijn op een achternamiddag met één pennestreek namens alle Nederlandse consumenten en bedrijven tot in lengte van dagen toestemming te geven voor ongebreidelde export van persoonsdata in het economisch verkeer.

De argumentatie dat sprake zou zijn van een noodzakelijke maatregel voor terrorismebestrijding is ongegrond. Deskundigen bij Europol (!) geven aan dat genoemd internationaal voorstel ‘overkill’ is en niet nodig voor de opsporing. De regel voegt niets toe aan het bestaande Europese raamwerk ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en verhoogt slechts het risico van ongewenste datalekken.

Privacy First en VBNL hopen dat door de brandbrief het parlement beseft dat sprake is van een maatregel die zelfs verder gaat dan PSD2. Bij PSD2 kan de consument namelijk zélf besluiten om data te delen. Bij dit voorstel zou dat recht tot in lengte van dagen voor allerlei economische handelingen worden ontnomen. Wij roepen daarom de parlementariërs op om de consument en het bedrijfsleven te beschermen tegen deze onnodige voorgenomen maatregel.

Onze gehele brief is HIER te lezen (pdf).


Dit bericht is tevens gepubliceerd op https://bitcoin.nl/nieuws/minister-hoekstra-voorkom-ongebreidelde-export-van-eu-persoonsgegevens-379.

Gepubliceerd in Financiële privacy & PSD2

Vanmiddag vindt in de Tweede Kamer een belangrijk debat plaats over de invoering van Passenger Name Records (PNR): massale, jarenlange opslag van allerlei gegevens van vliegtuigpassagiers ter veronderstelde bestrijding van misdaad en terrorisme. Privacy First heeft hier grote bezwaren tegen en stuurde eind vorige week onderstaande brief naar de Tweede Kamer. Het Kamerdebat vanmiddag stond eerder geagendeerd op 14 mei 2018, maar werd toen (na een vergelijkbare brief van Privacy First) tot nader order geannuleerd. Na een nieuwe schriftelijke vragenronde vindt het debat nu alsnog plaats. Hieronder volgt de volledige tekst van onze actuele brief:


Geachte Kamerleden,

Maandagmiddag 11 maart as. debatteert u met minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) over de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn inzake Passenger Name Records (PNR). Zowel de Europese PNR-richtlijn als de beoogde Nederlandse implementatiewet zijn in de optiek van Privacy First juridisch onhoudbaar. Hieronder zetten wij dit kort voor u uiteen.

Vakantieregister

In het PNR-wetsvoorstel van de minister zullen talloze gegevens van alle vliegtuigpassagiers met vertrek of aankomst in Nederland 5 jaar lang in een centrale overheidsdatabank bij de nieuwe Passenger Information Unit worden bewaard en gebruikt ter voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van misdrijven en terrorisme. Gevoelige persoonsgegevens (waaronder naam- en adresgegevens, telefoonnummers, emailadressen, geboortedata, reisdata, ID-documentnummers, bestemmingen, medepassagiers en betaalgegevens) van vele miljoenen passagiers zullen daardoor jarenlang beschikbaar zijn t.b.v. datamining en profiling. In wezen wordt iedere vliegtuigpassagier hierdoor behandeld als potentiële crimineel of terrorist. In 99,99% van de gevallen betreft het echter volstrekt onschuldige burgers, voornamelijk vakantiegangers en zakenreizigers. Dit vormt een flagrante schending van hun recht op privacy en vrijheid van beweging. Vorig jaar heeft Privacy First dit reeds betoogd in de Volkskrant en bij BNR Nieuwsradio. Wegens privacybezwaren bestond er de laatste jaren veel politieke weerstand tegen dergelijke massale PNR-opslag en werd dit sinds 2010 diverse malen verworpen door zowel de Nederlandse Tweede Kamer als het Europees Parlement. In 2015 waren ook de Nederlandse regeringspartijen VVD en PvdA nog mordicus tegen. VVD en PvdA spraken destijds van een "vakantieregister" en dreigden zélf naar het Europees Hof van Justitie te stappen als de Europese PNR-richtlijn zou worden aangenomen. Na de aanslagen in Parijs en Brussel leken veel politieke bezwaren echter als sneeuw voor de zon verdwenen en werd de PNR-richtlijn in 2016 alsnog een feit. Tot op heden is de juridisch vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit van deze richtlijn echter nog steeds niet aangetoond.

Europees Hof

In de zomer van 2017 deed het Europees Hof van Justitie een belangrijke uitspraak over het vergelijkbare PNR-verdrag tussen de EU en Canada. Het Hof verklaarde dit verdrag ongeldig wegens strijd met het recht op privacy. Het Hof stelde hierbij onder meer dat “gegevens van een luchtreiziger na diens vertrek slechts mogen worden bewaard indien op grond van objectieve criteria kan worden aangenomen dat deze luchtreiziger een risico kan vormen in het kader van de strijd tegen terrorisme en ernstige grensoverschrijdende criminaliteit.” (Zie Advies 1/15 (26 juli 2017), par. 207.) Door deze uitspraak staat sindsdien de Europese PNR-richtlijn juridisch op losse schroeven. De Nederlandse regering heeft daarom terechte “zorgen over de toekomstbestendigheid van de PNR-richtlijn” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 23). Privacy First verwacht dat de huidige PNR-richtlijn binnenkort ter toetsing aan het Europees Hof van Justitie zal worden voorgelegd en onrechtmatig zal worden verklaard. Daarna zal dezelfde situatie ontstaan als enkele jaren geleden bij de Europese telecom-bewaarplicht: zodra deze Europese richtlijn ongeldig is verklaard, zal de Nederlandse implementatiewetgeving in kort geding buiten werking worden gesteld.

Massa surveillance

Het huidige Nederlandse PNR-wetsvoorstel lijkt bij voorbaat onrechtmatig wegens gebrek aan aantoonbare noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit. Het wetsvoorstel komt neer op massa-surveillance van grotendeels onschuldige burgers; reeds in de Tele2-zaak (2016) verklaarde het Europees Hof dit type wetgeving illegaal. Bij de VN Mensenrechtenraad deed Nederland vervolgens de algemene toezegging “to ensure that the collection and maintenance of data for criminal [investigation] purposes does not entail massive surveillance of innocent persons.” Nederland lijkt die belofte nu te verbreken. Bij iedere passagier worden immers talloze volstrekt overbodige data opgeslagen die jarenlang door allerlei Nederlandse, Europese en zelfs niet-Europese overheidsinstanties kunnen worden gebruikt. Bovendien is de effectiviteit van PNR tot op heden nooit aangetoond, aldus ook de minister zelf: “statistische onderbouwing is niet voorhanden” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 8). Het risico op onterechte verdenkingen en discriminatie (door feilbare algoritmes bij profiling) is bij het voorgestelde PNR-systeem levensgroot, wat tevens de kans op vertragingen en gemiste vluchten bij onschuldige passagiers verhoogt. Tegelijkertijd zullen gezochte personen vaak onder de radar blijven en alternatieve reisroutes kiezen. Verder wordt in het wetsvoorstel met geen woord gerept over de rol en mogelijkheden van geheime diensten, terwijl die onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten directe, afgeschermde toegang tot de centrale PNR-databank zullen krijgen. Meest kwalijke aspect aan het Nederlandse PNR-wetsvoorstel is echter dat dit twee stappen verder gaat dan de PNR-richtlijn zelf: Nederland kiest er immers zélf voor om ook de data van passagiers op alle intra-EU vluchten op te slaan. Onder de PNR-richtlijn is dit niet verplicht, en had Nederland dit bovendien kunnen beperken tot louter vooraf geselecteerde (risico)vluchten. Dit zou in lijn geweest zijn met het advies van de meeste experts op dit terrein: targeted i.p.v. mass surveillance, zo gericht mogelijk, oftewel louter gericht op die personen waarop een redelijke verdenking rust, conform de principes van onze democratische rechtsstaat.

Advies Privacy First

Privacy First adviseert u hierbij met klem om het huidige wetsvoorstel te verwerpen en dit desgewenst te vervangen door een privacyvriendelijke versie. Mocht dit ertoe leiden dat Nederland door de Europese Commissie voor het EU Hof van Justitie zal worden gedaagd wegens gebrek aan implementatie van de huidige Europese PNR-richtlijn, dan verwacht Privacy First dat Nederland deze zaak glansrijk zal winnen. Van EU-lidstaten mag immers niet worden verwacht dat zij privacyschendende EU-regels implementeren. Dit geldt eveneens voor de nationale implementatie van relevante resoluties van de VN Veiligheidsraad (in casu UNSC Res. 2396 (2017)) die op gespannen voet staan met internationale mensenrechten. Privacy First heeft in dit verband reeds gewaarschuwd voor misbruik van het Nederlandse (ook voor PNR gebruikte) TRIP-systeem door andere VN-lidstaten. Nederland heeft hierin een eigen grondwettelijke en internationaalrechtelijke verantwoordelijkheid.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

Stichting Privacy First


Update 19 maart 2019: vandaag heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel helaas vrijwel ongewijzigd aangenomen; slechts GroenLinks, SP, PvdD en Denk stemden tegen. Een principiële motie van GroenLinks en SP om een rechtszaak van de Europese Commissie tegen de Nederlandse regering over de Europese PNR-richtlijn uit te lokken werd helaas verworpen. Enig lichtpuntje is de breed aangenomen motie ter juridische herbeoordeling en mogelijke herziening van de PNR-richtlijn op Europees politiek niveau. (Slechts PVV en FvD stemden tegen deze motie.) Volgende halte: Eerste Kamer.

Update 4 juni 2019: ondanks recente herhaling van bovenstaande brief en overige kritische input van Privacy First heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel vandaag helaas aangenomen. Slechts GroenLinks, Partij voor de Dieren en SP stemden tegen. Dit ook ondanks de onlangs in Duitsland (bij het vergelijkbare Duitse PNR-systeem) gebleken enorme foutenpercentages (“false positives”) van maar liefst 99,7%, zie https://www.sueddeutsche.de/digital/fluggastdaten-bka-falschtreffer-1.4419760. In Duitsland en Oostenrijk zijn inmiddels grootschalige rechtszaken gestart om de Europese PNR-richtlijn door het Europees Hof van Justitie onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy, zie de Duits-Engelse campagnewebsite https://nopnr.eu en https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/15/burgers-in-verzet-tegen-opslaan-passagiersgegevens-a3960431. Zodra het Europees Hof de PNR-richtlijn in deze zaken onrechtmatig verklaart, zal Privacy First de Nederlandse PNR-wet in kort geding buiten werking laten stellen. Tevens heeft Privacy First gisteren Nederlandse PNR-wet geagendeerd bij het VN Mensenrechtencomité in Genève. Op 1-2 juli as. zal de algehele Nederlandse mensenrechtensituatie (inclusief Nederlandse schendingen van het recht op privacy) door dit Comité kritisch onder de loep genomen worden.

Gepubliceerd in Wetgeving
woensdag, 02 januari 2019 14:57

Nieuwjaarscolumn Privacy First

Stand van zaken 

Een Nieuwjaarscolumn schrijven over de stand van zaken met betrekking tot privacy en de bescherming van een ieders persoonlijke levenssfeer valt me dit jaar zwaar. Op enkele lichtpuntjes na is de privacy in Nederland en de rest van de wereld in zeer zwaar weer terecht gekomen. Na de onthullingen van Snowden in 2013 leek de wereld wakker te worden geschud inzake het gebruik en misbruik door geheime diensten van ieders bewegingen op internet en online in het algemeen. Ook het toenemend aantal datalekken, hacks bij overheden en bedrijven zouden tot inkeer leiden dat grootschalige en centrale opslag van data niet de oplossing is. De Arabische lente in 2015 zou een grootschalige verandering brengen door het vrije gebruik van (social) media welke nog niet eerder vertoond was.

De Europese Unie stemde met succes tegen uitwisseling van data en reisbewegingen, bereidde de huidige AVG-wetgeving voor en leek onder aanvoering van het privacy-alerte Duitsland het lichtende alternatief voor de wereld te kunnen worden. Helaas liep het anders. Onder Obama werd Snowden weggezet als verrader, klokkenluiders moesten voortaan harder worden aangepakt, Julian Assange moest onderduiken en het vermoorden van verdachten zonder vorm van proces met drone-aanvallen werd op grote schaal ingevoerd. Buitengerechtelijke executies met collateral damage... terwijl de discussie over waterboarding ging... Dergelijke side-way discussies zijn inmiddels gemeengoed in de politiek alsmede het framen en blamen (vaak op de persoon in plaats van de inhoud) van de gepolariseerde tegenstanders in het debat.

Als wij vanuit Privacy First terugkijken op 2018 zien we een groot aantal gebieden waarin de privacy-afbraak duidelijk zichtbaar is:

Overheid & privacy

Dit jaar is het referendum inzake de Sleepwet gehouden en is vervolgens het referendum direct afgeschaft. In een tijd van ongekende technische mogelijkheden om referenda op velerlei wijze in te zetten in een shared democracy. Ongekend. Met het referendum is verder niets gedaan, de Sleepwet werd gewoon ingevoerd en een belangrijk rapport inzake het functioneren van de AIVD werd achtergehouden door de minister. Dat vindt men anno 2018 niet meer iets om zich druk over te maken en kan zonder consequenties gebeuren. Ook het recente Staatscommissierapport van Remkes zal wellicht in de welbekende la verdwijnen.

Angst voor behoud van positie en de politieke waan van de dag regeert in de incidentgedreven cultuur om geen fouten te maken bij de heren en dames “beroepspolitici”. Het woord zegt het al: eerst je baan of beroep en dan pas de vertegenwoordiging van de burger. Incidenten worden telkens uitvergroot om dwingende en verruimde wetgeving door te drukken. Zonder toetsing aan uitgangspunten zoals noodzaak & doelbinding, subsidiariteit en proportionaliteit. De overheid staat steeds verder van de burger, deze wordt niet vertrouwd maar wordt wel geacht volledig transparant te zijn voor diezelfde overheid. Een overheid die ook telkens weer zaken te verbergen blijkt te hebben voor de burger. Een overheid die vanuit de wetgeving verplicht is privacy te beschermen en zelfs te promoten, maar helaas zelf nog steeds de grootste privacyschender is.

Medische wereld & privacy

In deze hoek was het echt raak in 2018. Middels verschillende gecoördineerde media offensieven worden wij vanuit de EU en in de lidstaten bestookt met de voordelen van het afstaan van ons recht op lichamelijke integriteit en onze menselijkheid. Het delen van biometrische gegevens met de VS gaat onverminderd door. Verder was er de roep om verplichte DNA-databanken vanuit de politie, het verplicht vaccineren, het nut van smart medicijnen met chips en het verder uitfaseren van alternatieve geneeswijzen. Vervolgens de voorzichtige start met genetische tests van verzekeringsmaatschappijen, het steeds verder opheffen van het medisch geheim door zorgverzekeraars, de wet op orgaandonatie en de popularisering van het chippen van mensen (de cyborg als hoogste ideaal in de Silicon Valley propaganda), om maar een aantal zaken te noemen.

Wanneer wordt de burger verplicht gechipt? Alle (huis)dieren in de EU zijn u al voorgegaan. En dan nu weer het Elektronisch Patiëntendossier, eerst afgeschoten in de Eerste Kamer en via een omweg weer terug op de agenda bij de minister met ferme taal. Het wordt gewoon vanuit commerciële belangen door de strot geduwd bij de huisartsen en alternatieven zoals Whitebox worden niet serieus genomen. De invloed van Big Pharma middels lobby in overheidslichamen en zitting in overheidswerkgroepen is sterk voelbaar. In nauwe samenwerking met enkele ICT-bedrijven met hun ideaal van grote en gecentraliseerde netwerken en systemen. Hun kerstbonus en groei over de rug van onze vrijheid en welzijn.

Media & privacy

We kunnen “fakenews” natuurlijk niet overslaan. Belangrijk voor het hebben van privacy is dat je je eigen mening kunt vormen en dat je de mening van anderen respecteert en daarvan kunt leren. Tevens is een onafhankelijke pers aan linker- en rechterzijde van het spectrum essentieel in een democratische rechtsstaat. Deze heeft als taak de gekozen en ongekozen vertegenwoordigers uit de politiek en overheid te controleren op hun functioneren. De journalistiek en pers moet daarom tot in de haarvaten van de samenleving kunnen doordringen, met andere woorden van lokaal nieuws t/m landelijk en globaal nieuws.

Sinds het ontstaan van onze nieuwsgaring is op feiten gebaseerd nieuws al een lastige opgave. Persdienst, PR of propaganda is niet altijd gemakkelijk uit elkaar te houden. Ook in deze tijd van snelle technologische veranderingen met nieuwe mogelijkheden zullen deze weer tegen het licht van de principes van de journalistiek gehouden moeten worden. Daarin niets nieuws. Wat wel nieuw is, is dat de Europese Unie en onze eigen minister denken zich bezig te moeten houden met uitbestede censurering van nieuws via feitelijk bewezen onbetrouwbare, globale social media bedrijven.

Waar Facebook & Google zich in de rechtszaal moeten verantwoorden voor het verspreiden van Nepnieuws en censurering van accounts wordt de controle daarop aan hen uit handen gegeven door onze eigen overheid. De privacyschenders en nepnieuwsverspreiders als hoeders van onze privacy en journalistiek. De wereld op zijn kop. Deze minister en overheid ondergraven de rechtsstaat met deze uitbesteding en dedain voor de zelfdenkende burger. Tijd voor een structurele verandering van onze media vanuit nieuwe technologie zoals blockchain en een door de overheid op te zetten Mediabureau dat alle media subsidieert middels een bijdrage van de burger, op basis van hun bereik en leden. Alle media dus, ook de zogenaamde alternatieve media. In plaats van deze media weg te censureren.

Finance & privacy

Ook op financieel vlak is de uitholling van je privacy steeds meer een feit. Feit is dat de Belastingdienst al in detail het uitgavenpatroon kent van alle bedrijven en burgers. En nu via de nieuwe Sleepwet real-time deze informatie wettelijk gedekt kan doorspelen aan de diensten (de AIVD kijkt met u mee). Daarnaast wordt de introductie van een goedbedoeld initiatief als PSD2 volkomen ondoordacht en privacy-onvriendelijk ingevoerd; aan de basisvoorwaarden inzake het eigenaarschap van de bankdata (van de burger / rekeninghouder) wordt geen invulling gegeven. Simpele principes als selectieve deling van bankgegevens in type betalingspost of per periode zijn niet mogelijk. Ook worden betalingsgegevens van derden die geen toestemming geven meegezonden.

De campagne “cash = crimineel” gaat onverminderd door. Het recht op cash en anoniem betalen verdwijnt, ondanks waarschuwingen van nu ook DNB dat de rol van cash cruciaal is in onze samenleving. Onze opinie in brede zin is reeds eerder in ons publieksdebat over dit thema weergegeven. Een laatste ontwikkeling is verdergaande koppeling middels Big Data en profiling in de incasso- en overheidswereld. Het financieel afsluiten van burgers van het elektronisch geldsysteem als nieuwe vorm van boete in plaats van boetes betalen ligt steeds meer op de loer. In China wordt hier al volop mee geëxperimenteerd en ook binnen Europa gaan er stemmen op in deze richting, vanuit (vermeend) terrorisme. Het zal met andere woorden in de toekomst steeds lastiger worden je stem te verheffen en je te organiseren tegen machtsmisbruik van overheden en bedrijven: met 1 druk op de knop kun je niet meer pinnen, reizen of enige online handeling verrichten en ben je als elektronische paria verbannen uit de maatschappij.

Openbare ruimte & privacy

In 2018 is de privacy in de openbare ruimte steeds verder bergafwaarts gegaan. Waar Nederland te klein was 20 jaar geleden met de ID-plicht zijn alle overheden en gemeenten in Europa momenteel bezig met zogenaamde “smart” city concepten. Als je vervolgens vraagt wat de voordelen en het nut hiervan zijn anders dan dat de burger permanent in het vizier komt, wordt er vaag wat over verkeersproblematiek geroepen en dat de killer-applicaties pas zichtbaar worden als het netwerk van beacons er ligt. Er is met andere woorden geen enkel hard cijfer te geven inzake de noodzaak, subsidiariteit en proportionaliteit en al zeker niet afgezet tegen basale burgerrechten als privacy.

Om een greep te noemen:

  • ANPR wetgeving per 1 januari 2019 (alle vervoersbewegingen op de openbare weg 4 weken in een centrale politiedatabank)
  • Reis- en verblijfsdatabase van alle vervoersbewegingen van Europese burgers en kilometerheffing per 2023
  • Noodchips verplicht in elk voertuig met 2-weg communicatievoorbereiding (afluister- en volgapparatuur in de volksmond) per 1 januari 2019
  • Camera’s & 2-weg communicatie in de openbare ruimte, onder andere ingebouwd in straatlantaarns via invoering “Smart City”
  • Besluit tot extra camera’s in het openbaar vervoer per 2019
  • Invoering Smart City en invoering van unlimited “beacons” (klinkt zoveel beter dan elektronische concentratiekamp-palen)
  • Het koppelen van alle verkeerscentrales en meldkamers (ook beveiligingsbedrijven voor privé).

De burger wordt permanent gecontroleerd en in de gaten gehouden door onzichtbare en onbekende ogen.

Privédomein & privacy

Dat overheid en bedrijven graag een kijkje achter de voordeur willen nemen weten we al lang, maar de mate waarmee dit afgelopen jaar werd gepromoot is buiten elke proportie. Om te beginnen met de energiebedrijven, welke verplicht “slimme meters” door de strot van burgers duwen. Via een “afspraak voor het plaatsen van een slimme meter” waar je niet om gevraagd hebt is het vrijwel onmogelijk om uit de handen van de paarse krokodil te blijven. Na meerdere afzeggingen van mijn kant en telefoontjes naar Nuon bleven ze gewoon doorduwen. Ik heb er nog steeds geen en daar zal het ook bij blijven.

Dit jaar was wederom het jaar van Silicon Valley, waar enkele ongekozen dictatoriale bestuurders met de macht van landen, hun utopieën aan de burger willen wegzetten als trendy en modern. Zelfrijdende auto’s halen de autonomie en plezier van de burger weg (op miljoenen verkeersbewegingen per dag is het aantal ongelukken zeer klein) terwijl ieder kind al kan zien dat een mengvorm de enige optie is. Uitermate enge 1984 implementaties zijn de zogenaamde Smart Speakers van deze social media bedrijven. Ook de speelgoed wereld duikt met Smart Toys in deze enorme behoefte die we allemaal schijnen te hebben. Wat deze ontwikkeling gaat betekenen voor onze privacy laat zich raden. Manipulatie en afpersing middels zaken uit het privéleven zullen sterk toenemen, in combinatie met gemanipuleerde feiten en beelden.

Kinderen & privacy

Kinderen hebben de toekomst en bovenstaande zaken beloven niet veel goeds voor onze kinderen en jeugd. Schermverslaving neemt sterk toe en opgevoed in propaganda en nepnieuws zou er veel meer aandacht aan het vormen van een eigen mening en eigen verantwoordelijkheid gegeven moeten worden. In het onderwijs worden gedachteloos centrale leerlingvolgsystemen ingevoerd, informatie uitgewisseld met ouders en staat het digibord en Ipad tegenwoordig centraal. Het eerste wat kinderen dagelijks zien is een scherm met Google erop... Big Brother.

De online afhankelijkheid van social media en internet leidt tot impulsgedreven, “waan van de dag” kinderen, los van enig historisch besef of onderliggende verbanden. Ook op universiteiten wordt steeds eenzijdiger gedacht en worden niet lekker liggende meningen geëxcommuniceerd. Oorzaken van problemen worden niet bestudeerd, het boek niet gelezen, maar wel een mening erover. Schreeuwen vanuit de geldende zelfcensuur, anders lig je niet lekker in de eigen groep. Hetzelfde patroon zie je in de huidige politieke meningsvorming inzake diverse onderwerpen waar een op feiten gebaseerde discussie niet meer mogelijk is. En waar de mening van de burger als irrelevant wordt gezien. Essentieel voor de ontwikkeling van een gezonde democratie is goed onderwijs met name gericht op eigen meningsvorming en een kritische en zelfreflecterende geest in plaats van volgend robotdenken.

Enkele positieve zaken?

Het is erg lastig aan te geven waar nu de positieve ontwikkelingen op het vlak van privacy liggen. Feit is dat door de invoering van de AVG met bijbehorende potentiële boetes privacy meer in het vizier van bedrijven en burgers is gekomen dan de onthullingen van Snowden. Het gevaar van de AVG daarentegen is dat het privacy beperkt tot databescherming en administratieve rompslomp.

Een andere positieve ontwikkeling is dat we steeds meer initiatieven zien (weliswaar nog kleinschalig) waar bedrijven en overheden privacybescherming als zakelijke of PR-kans zien, getuige ook het aantal inschrijvingen voor de Nederlandse Privacy Awards 2019. Thema’s die hierin terugkomen zijn tools voor anonieme communicatie (mail, search, browser), mogelijke alternatieven voor sociale netwerken (berichtendiensten à la Whatsapp, Facebook, Instagram en Twitter) op basis van abonnementen en blockchain en “privacy by design” projecten bij grote organisaties en bedrijven.

Privacy First heeft enkele top advocaten pro deo aan zich gebonden die bereid zijn op te treden in onze rechtszaken. Wat we daarbij wel zien is dat de rechterlijke macht het lastig vindt om buiten de gebaande paden vooruitstrevende uitspraken te doen in de verschillende rechtszaken, zoals kentekenparkeren, trajectcontrole, ANPR, Sleepwet etc. Privacy First wordt al jaren zwaar ondergefinancierd en veel van onze sympathisanten vinden het onderwerp toch ook een beetje eng, waardoor men ons wel moreel steunt maar niet durft te doneren. Je loopt toch in de kijker als je je bezighoudt met zaken als privacy. Zo erg is het dus al, angst en zelfcensuur... twee slechte raadgevers! Hoog tijd voor een overheid die serieus met privacy aan de slag gaat.

Staatkundige vernieuwing moet urgent op de agenda

Privacy First is groot voorstander van staatkundige vernieuwing (zie onze eerdere Nieuwjaarscolumn in 2017 inzake “shared democracy”), uitgaande van de principes van de democratische rechtsstaat en de universele verklaring van de rechten van de mens van de VN. Onze democratie is pas 150 jaar oud en moet aangepast worden aan deze tijd en daarmee moet de inrichting van de EU en lidstaten structureel veranderen. Met daarin een centrale en actieve rol voor de burger. Overheden moeten technologische ontwikkelingen centraal stellen in uitvoering en beleid ter versterking van de democratie en daarmee een antwoord formuleren op de centralisatie van de daarmee gepaarde macht bij grote multinationals en overheidsdiensten.

Privacy First stelt dat het opzetten van een ministerie van Technologie na industrie en landbouw de hoogste prioriteit geniet om bij te blijven bij de razendsnelle ontwikkelingen en hier adequaat beleid op te kunnen voeren. Vanuit een onafhankelijke rol en toetsing aan het EVRM en de Grondwet in de lidstaten. Zonder slachtoffer te worden van de toenemende lobby in deze sector. Het wordt tijd voor een minister van ICT & Privacy, die alle ontwikkelingen integraal volgt en optreedt met voldoende bevoegdheden, in combinatie met een Constitutioneel Hof ter toetsing van de kernwaarden van onze democratische samenleving en Grondwet.

De burger moet gefaciliteerd worden in privacybescherming en privacyvriendelijke alternatieven voor de huidige diensten van de techbedrijven. Privacy First heeft al een aantal tips voor 2019 voor de gewone burger:

  • Let op zogenaamde “Smart” initiatieven op basis van Big data & Profiling; ver van weg blijven!
  • Let op Cash = crimineel campagne; blijf minimaal 50% van alle uitgaven anoniem en in cash betalen!
  • Let op je communicatie via onder andere Google, Apple, Facebook en Microsoft. Zoek of ontwikkel nieuwe platformen, gebaseerd op Quantum AI encryptie en gebruik alternatieve (TOR) netwerken en zoekmachines
  • Let op je medische gegevens en lichamelijke integriteit. Gebruik je recht om geen medische informatie te laten uitwisselen anders dan met Whitebox-achtige initiatieven
  • Let op je recht om anoniem te kunnen zijn thuis en in de openbare ruimte. Voer campagne tegen kilometerheffing, chips in je kentekenplaat, ANPR en kentekenparkeren
  • Let op je juridische rechten om zelf rechtszaken te voeren bijvoorbeeld tegen persoonlijke afvalpassen, camera’s etc
  • Let op “slimme” meters, speakers, speelgoed en andere “slimme” zaken in je huis welke aangesloten zijn op internet. Koop alleen “privacy by design” oplossingen met “privacy enhanced” technologie!

Zomaar wat tips. Nederland en Europa als Privacy gidsland in de wereld, met baanbrekende initiatieven en oplossingen voor huidige schijnbare tegenstellingen inzake privacy en veiligheid, dat is het streven van Privacy First. We zijn er echter nog ver vandaan en raken steeds meer uit koers. Mede omdat een integrale visie op onze maatschappij en democratie 3.0 ontbreekt. Dus dobberen we stuurloos verder, stapje voor stapje in de manipulatiemachine van grote bedrijven en eigenbelang bij overheden. We hebben nog vele gele hesjes nodig voordat er iets verandert. Privacy First wil graag bijdragen aan het vormen en uitdragen van een integrale, positieve toekomstvisie. Vanuit de principes van onze samenleving en de verhoging van onze vrijheid in gebondenheid. We zullen het samen moeten doen. Steun Privacy First actief met een gulle donatie voor je eigen vrijheid en die van je kinderen in 2019!

Op een open en vrije samenleving! Ik wens iedereen veel privacy in 2019 en verder!


Bas Filippini,
voorzitter Privacy First

Gepubliceerd in Columns

Mede op initiatief van Privacy First buigt een speciaal Comité van de Verenigde Naties in Genève zich deze week over de dreigende invoering van Taser-wapens bij het gehele Nederlandse politiekorps. Deze invoering is mogelijk in strijd met het VN Verdrag tegen Foltering.

Recht op lichamelijke integriteit

Van oudsher hanteert Privacy First een breed, mensenrechtelijk begrip van het recht op privacy. Hieronder valt ook het recht op lichamelijke integriteit. Dit recht staat de laatste jaren in toenemende mate onder druk: denk bijvoorbeeld aan preventief fouilleren op straat, bodyscans op luchthavens, vingerafdrukken in paspoorten, DNA-databanken, de nieuwe wet op orgaandonatie, discussies over verplicht vaccineren, etc. Naast artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt het recht op lichamelijke integriteit in Nederland apart beschermd door artikel 11 van de Grondwet. Op internationaal niveau behoort het recht op lichamelijke integriteit tot de categorie mensenrechten die de sterkste bescherming genieten, waaronder het absolute verbod op marteling of foltering.

VN Verdrag tegen Foltering

Marteling (of, indien door ambtenaren gepleegd: foltering) behoort tot de kleine categorie van absolute verboden in het internationaal recht. Andere voorbeelden binnen deze categorie zijn het verbod op genocide, internationale agressie (illegale oorlogvoering), slavernij, rassendiscriminatie, apartheid en piraterij. Overtreding van deze normen is altijd en onder alle omstandigheden verboden. Een ieder die zich waar dan ook ter wereld aan marteling of foltering schuldig (heeft ge)maakt dient dan ook te worden vervolgd of te worden uitgeleverd. Dit geldt ook voor ambtenaren, ministers, presidenten en staatshoofden. Nederland is sinds 1988 partij bij het verdrag waarbij dit wereldwijd is geregeld: het VN Verdrag tegen Foltering. Periodiek wordt iedere verdragspartij onder de loep genomen door het toezichthoudende verdragsorgaan in Genève: het VN-Comité tegen Foltering. Uitspraken van dit Comité vormen gezaghebbende richtsnoeren voor de naleving en interpretatie van het verdrag. Deze dinsdag en woensdag is Nederland opnieuw (evenals in 2013) “aan de beurt”: op dinsdag zal Nederland door de Comitéleden over diverse onderwerpen aan de tand worden gevoeld, gevolgd door antwoorden van de Nederlandse regeringsdelegatie op woensdag. Vervolgens zal het Comité een reeks kritische aanbevelingen (“Concluding Observations”) aan Nederland uitvaardigen.

Taser-wapens op VN-agenda

Ter voorbereiding van de Nederlandse sessie stuurde het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) onlangs namens een brede coalitie van maatschappelijke organisaties een zogeheten ‘schaduwrapportage’ over Nederland naar het Comité in Genève. Op initiatief van Privacy First is, evenals in 2013, de kwestie van Taser-wapens (stroomstootwapens) hierbij nadrukkelijk aan de orde gesteld. De Nederlandse regering dreigt binnenkort namelijk iedere Nederlandse politieagent een eigen Taser-wapen te geven, zo bleek vorige week nog uit berichtgeving in de media. Tot op heden zijn alleen de arrestatieteams van de Nederlandse politie met Taser-wapens uitgerust. Dat bredere, algemene inzet van Taser-wapens zal leiden tot structurele excessen ligt in de lijn der verwachting. In dit verband spreken met name alle Amerikaanse schandalen met Taser-wapens boekdelen. In de optiek van Privacy First kan het gebruik van Taser-wapens gemakkelijk leiden tot schending van het internationale verbod op foltering, wrede of onmenselijke behandeling en het daaraan verwante recht op lichamelijke integriteit. Taser-wapens verlagen immers de geweldsdrempel en laten nauwelijks uiterlijke sporen achter. Tegelijkertijd kunnen Taser-wapens ernstige fysieke en mentale schade veroorzaken. Dit levert ernstige risico’s op voor de Nederlandse bevolking, met name ook voor bepaalde kwetsbare groepen. In onze gezamenlijke schaduwrapportage aan het Comité worden deze risico’s daarom benadrukt (zie rapportage, pp. 15-16).

Eerdere kritiek van VN-Comité

Zowel de Nederlandse coalitie van maatschappelijke organisaties als Amnesty International hebben het VN-Comité verzocht om de Nederlandse regering hierover kritisch te ondervragen en Nederland te adviseren om géén Taser-wapens voor het gehele Nederlandse politiekorps in te voeren. Bij de vorige sessie van het VN-Comité in 2013 had o.a. Privacy First hier eveneens op aangedrongen. Dit leidde destijds tot het volgende dringende advies van het Comité aan Nederland:

“The Committee recommends to [the Netherlands], in accordance with articles 2 and 16 of [the Convention against Torture], to refrain from flat distribution and use of electrical discharge weapons by police officers. It also recommends adopting safeguards against misuse and providing proper training for the personnel to avoid excessive use of force. In addition, the Committee recommends that electrical discharge weapons should be used exclusively in extreme limited situations where there is a real and immediate threat to life or risk of serious injury, as a substitute for lethal weapons.” (par. 27)

Privacy First ziet een nieuw kritisch oordeel van het Comité met vertrouwen tegemoet. Zie ook ons commentaar in de Telegraaf en regionale dagbladen (via ANP).


Update 22 november 2018: gisteren en eergisteren vond de Nederlandse sessie bij het VN-Comité plaats. Talloze actuele onderwerpen passeerden daarbij kritisch de revue, waaronder Taser-wapens. Tegenover het VN-Comité verklaarden de vertegenwoordigers van Curaçao, Sint Maarten en Aruba nadrukkelijk dat daar geen Taser-wapens worden gebruikt. Dit stond in schril contrast met de vertegenwoordiger van de Nederlandse regering (secretaris-generaal Riedstra van het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid) die nauwelijks op dit onderwerp inging en stelde dat de Nederlandse regering in 2019 een besluit over de inzet van Taser-wapens zal nemen. Hieronder alle relevante audiofragmenten: 

Vragen van dhr. Hani namens VN-Comité, 20 november 2018:

(Engelse simultaanvertaling)

Antwoord van dhr. Riedstra namens Nederland:

 

Nieuwe vragen van dhr. Hani namens VN-Comité, 21 november 2018:

(Engelse simultaanvertaling)

Antwoord van dhr. Riedstra namens Nederland:


Zie ook het VN-persbericht over de Nederlandse sessie in Genève, de volledige videoregistratie (dag 1 en dag 2) en het woordelijk verslag (dag 1 en dag 2). Naar verwachting zal het VN-Comité binnen enkele weken kritische Concluding Observations (dringende adviezen) over Nederland uitvaardigen.


Update 7 december 2018: vandaag heeft het VN-Comité een aantal richtlijnen (Concluding Observations) aan de Nederlandse regering uitgevaardigd, waaronder het dringende verzoek om geen Taser-wapens in te voeren voor het gehele Nederlandse politiekorps en dit te beperken tot die gevallen waarin het gebruik van een Taser-wapen strikt noodzakelijk en proportioneel kan worden geacht. Tevens waarschuwt het Comité nadrukkelijk om geen Taser-wapens te gebruiken bij kwetsbare personen. Het Comité toont zich bovendien zeer bezorgd over de manier waarop Taser-wapens tot nu toe door de Nederlandse politie zijn gebruikt.

Het gehele rapport van het Comité staat HIER (pdf). Hieronder het onderdeel inzake Taser-wapens (par. 42-43):

Electrical discharge weapons (tasers) and pepper spray

42. The Committee notes with concern that despite its previous recommendations against the routine distribution and use of electrical discharge weapons (tasers) by police officers, the State party conducted a pilot testing from February 2017 to February 2018 without clear instructions on their restrictive use. It is particularly concerned at information that during this pilot period, police officers used tasers in situations where there was no real and immediate threat to life or risk of serious injury, including in cases where targeted individuals were already in police custody. It is further concerned about reports of the frequent use of the so-called “stun mode” which is intended to merely inflict pain, and the incidents in which tasers were used against minors as well as persons with mental disabilities in healthcare settings. In addition, the Committee is concerned about information that the use of pepper spray is not regulated fully in line with principles of necessity and proportionality and that the new draft Instructions on the Use of Force is expected to further lower the threshold for using it and to permit its use against vulnerable persons including pregnant women and children (arts. 2, 11 and 16).

43. Recalling the Committee’s previous recommendations (CAT/C/NLD/CO/5-6, para. 27), the State party should:

(a) Refrain from routine distribution and use of electrical discharge weapons by police officers in their day-to-day policing, with a view to establishing a high threshold for their use and avoiding excessive use of force;

(b) Ensure that electrical discharge weapons are used exclusively in limited situations where there is a real and immediate threat to life or risk of serious injury, as a substitute for lethal weapons and by trained law enforcement officers only;

(c) Explicitly prohibit the use of electrical discharge weapons and pepper spray against vulnerable persons, including minors and pregnant women, and in healthcare settings, including mental health institutions, and especially prohibit the use of electrical discharge weapons in the custodial settings;

(d) Ensure that the instructions on the use of electrical discharge weapons and pepper spray emphasize the absolute prohibition of torture and the need to respect the principles of necessity and proportionality, fully in accordance with the Convention and the Basic Principles on the Use of Force and Firearms by Law Enforcement Officials;

(e) Adopt safeguards against misuse of electrical discharge weapons and pepper spray and provide proper training and awareness programmes for the law enforcement personnel;

(f) Monitor and regularly review the use of electrical discharge weapons and pepper spray, and provide the Committee with this information.

 

Privacy First waardeert dit kritische oordeel en de principiële stellingname van het Comité. Dit creëert bovendien een sterk precedent voor andere landen wereldwijd. Privacy First zal erop toezien dat de Nederlandse overheid de richtlijnen van het Comité naleeft.

Gepubliceerd in Wetgeving

Privacy First verschijnt regelmatig in de media, maar meestal zijn dit slechts korte fragmenten, soundbites of oneliners uit langere interviews. Café Weltschmerz vormt hierop een interessante uitzondering: hier neemt men nog de tijd om belangrijke (soms controversiële) onderwerpen uitgebreid te bespreken. Onlangs sprak Rico Brouwer (Piratenpartij) met Vincent Böhre (directeur Privacy First) over het referendum tegen de 'Sleepwet' en de lobby en rechtszaken van Privacy First. Bekijk hieronder het hele interview:

Gepubliceerd in Sleepwet

Vanmiddag vindt in de Tweede Kamer een belangrijk debat plaats over de invoering van Passenger Name Records (PNR): massale, jarenlange opslag van allerlei gegevens van vliegtuigpassagiers ter bestrijding van misdaad en terrorisme. Privacy First heeft hier grote bezwaren tegen en stuurde dit weekend onderstaande brief naar de Tweede Kamer. Beluister tevens het interview hierover met Privacy First vanochtend op BNR Nieuwsradio:

  (bron: BNR)

Update 14 mei 2018, 10.15u: zojuist is het Kamerdebat geannuleerd en "tot nader order uitgesteld".  

 

Geachte Kamerleden,

Deze maandagmiddag debatteert u met minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) over de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn inzake Passenger Name Records (PNR). Zowel de Europese PNR-richtlijn als de beoogde Nederlandse implementatiewet zijn in de optiek van Privacy First juridisch onhoudbaar. Hieronder zetten wij dit kort voor u uiteen.

Vakantieregister

In het PNR-wetsvoorstel van de minister zullen talloze gegevens van alle vliegtuigpassagiers met vertrek of aankomst in Nederland 5 jaar lang in een centrale overheidsdatabank bij de nieuwe Passenger Information Unit worden bewaard en gebruikt ter voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van misdrijven en terrorisme. Gevoelige persoonsgegevens (waaronder naam- en adresgegevens, telefoonnummers, emailadressen, geboortedata, reisdata, ID-documentnummers, bestemmingen, medepassagiers en betaalgegevens) van vele miljoenen passagiers zullen daardoor jarenlang beschikbaar zijn t.b.v. datamining en profiling. In wezen wordt iedere vliegtuigpassagier hierdoor behandeld als potentiële crimineel of terrorist. In 99,99% van de gevallen betreft het echter volstrekt onschuldige burgers, voornamelijk vakantiegangers en zakenreizigers. Dit vormt een flagrante schending van hun recht op privacy en vrijheid van beweging. Onlangs heeft Privacy First dit ook in de Volkskrant betoogd. Wegens privacybezwaren bestond er de laatste jaren veel politieke weerstand tegen dergelijke massale PNR-opslag en werd dit sinds 2010 diverse malen verworpen door zowel de Nederlandse Tweede Kamer als het Europees Parlement. In 2015 waren ook de Nederlandse regeringspartijen VVD en PvdA nog mordicus tegen. VVD en PvdA spraken destijds van een "vakantieregister" en dreigden zélf naar het Europees Hof van Justitie te stappen als de Europese PNR-richtlijn zou worden aangenomen. Na de recente aanslagen in Parijs en Brussel leken veel politieke bezwaren echter als sneeuw voor de zon verdwenen en werd de PNR-richtlijn in 2016 alsnog een feit. Tot op heden is de juridisch vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit van deze richtlijn echter nog steeds niet aangetoond.

Europees Hof

In de zomer van 2017 deed het Europees Hof van Justitie een belangrijke uitspraak over het vergelijkbare PNR-verdrag tussen de EU en Canada. Het Hof verklaarde dit verdrag ongeldig wegens strijd met het recht op privacy. Het Hof stelde hierbij onder meer dat “gegevens van een luchtreiziger na diens vertrek slechts mogen worden bewaard indien op grond van objectieve criteria kan worden aangenomen dat deze luchtreiziger een risico kan vormen in het kader van de strijd tegen terrorisme en ernstige grensoverschrijdende criminaliteit.” (Zie Advies 1/15 (26 juli 2017), par. 207.) Door deze uitspraak staat sindsdien de Europese PNR-richtlijn juridisch op losse schroeven. De Nederlandse regering heeft daarom terechte “zorgen over de toekomstbestendigheid van de PNR-richtlijn” (zie recente Nota naar aanleiding van verslag, p. 23). Privacy First verwacht dat de huidige PNR-richtlijn binnenkort ter toetsing aan het Europees Hof van Justitie zal worden voorgelegd en onrechtmatig zal worden verklaard. Daarna zal dezelfde situatie ontstaan als enkele jaren geleden bij de Europese telecom-bewaarplicht: zodra deze Europese richtlijn ongeldig is verklaard, zal de Nederlandse implementatiewetgeving in kort geding buiten werking worden gesteld.

Massa surveillance

Het huidige Nederlandse PNR-wetsvoorstel lijkt bij voorbaat onrechtmatig wegens gebrek aan aantoonbare noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit. Het wetsvoorstel komt neer op massa-surveillance van grotendeels onschuldige burgers; reeds in de Tele2-zaak (2016) verklaarde het Europees Hof dit type wetgeving illegaal. Bij de VN Mensenrechtenraad deed Nederland in dit verband vorig jaar de algemene toezegging “to ensure that the collection and maintenance of data for criminal [investigation] purposes does not entail massive surveillance of innocent persons. Nederland lijkt die belofte nu te verbreken. Bij iedere passagier worden immers talloze volstrekt overbodige data opgeslagen die jarenlang door allerlei Nederlandse, Europese en zelfs niet-Europese overheidsinstanties kunnen worden gebruikt. Bovendien is de effectiviteit van PNR tot op heden nooit aangetoond, aldus ook de minister zelf: “statistische onderbouwing is niet voorhanden” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 8). Het risico op onterechte verdenkingen en discriminatie (door feilbare algoritmes bij profiling) is bij het voorgestelde PNR-systeem levensgroot, wat tevens de kans op vertragingen en gemiste vluchten bij onschuldige passagiers verhoogt. Tegelijkertijd zullen gezochte personen vaak onder de radar blijven en alternatieve reisroutes kiezen. Verder wordt in het wetsvoorstel met geen woord gerept over de rol en mogelijkheden van geheime diensten, terwijl die onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten directe, afgeschermde toegang tot de centrale PNR-databank zullen kunnen krijgen. Meest kwalijke aspect aan het Nederlandse PNR-wetsvoorstel is echter dat dit nog twee stappen verder gaat dan de PNR-richtlijn zelf: Nederland kiest er immers zélf voor om ook de data van passagiers op alle intra-EU vluchten op te slaan. Onder de PNR-richtlijn is dit echter niet verplicht, en had Nederland dit bovendien kunnen beperken tot louter vooraf geselecteerde (risico)vluchten. Dit zou in lijn geweest zijn met het advies van de meeste experts op dit terrein: targeted i.p.v. mass surveillance, zo gericht mogelijk, oftewel louter gericht op die personen waarop een redelijke verdenking rust, conform de principes van onze democratische rechtsstaat.

Advies Privacy First

Privacy First adviseert u hierbij met klem om het huidige wetsvoorstel te verwerpen en dit desgewenst te vervangen door een privacyvriendelijke versie. Mocht dit ertoe leiden dat Nederland door de Europese Commissie voor het EU Hof van Justitie zal worden gedaagd wegens gebrek aan implementatie van de huidige Europese PNR-richtlijn, dan verwacht Privacy First dat Nederland deze zaak glansrijk zal winnen. Van EU-lidstaten mag immers niet worden verwacht dat zij privacyschendende EU-regels implementeren. Nederland heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

Gepubliceerd in Wetgeving

Kabinet wil referendum afschaffen. Privacy First trekt aan de bel.

Afschaffing referendum is mogelijk in strijd met internationaal recht.

Ondanks het succesvolle referendum over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wil het Nederlandse kabinet het raadgevend referendum afschaffen. Een nationaal referendum is echter een democratische verworvenheid die niet zomaar, zonder legitieme aanleiding, kan worden afgeschaft. Dergelijke afschaffing is in dat geval mogelijk in strijd met internationaal recht. Begin dit jaar heeft Privacy First de Tweede Kamer hier tevergeefs op geattendeerd. Vervolgens heeft Privacy First een vergelijkbare waarschuwing gericht aan de Eerste Kamer, waar relatief meer juridische (inclusief internationaalrechtelijke) kennis aanwezig is. De Eerste Kamer nodigde daarop Privacy First uit voor deelname aan de expert-meeting over de Wet intrekking raadgevend referendum op 27 maart jl. Wegens buitenlands verblijf was Privacy First die dag echter verhinderd, waarop de Eerste Kamer (mede op advies van Privacy First) prof. Fred Soons uitnodigde om de internationaalrechtelijke aspecten rond afschaffing van het raadgevend referendum te belichten, waaronder met name het aspect van het internationaal zelfbeschikkingsrecht in interne (democratische) zin. De schriftelijke inbreng (position paper) van prof. Soons vindt u HIER in pdf. Van de expert-meeting in de Eerste Kamer is een volledige videoregistratie en schriftelijk verslag beschikbaar. Begin dit jaar vond in de Tweede Kamer een vergelijkbare, kritische expert-meeting plaats (video). Naar aanleiding van beide expert-meetings zijn door de Eerste Kamer op 24 april jl. talloze kritische vragen aan het kabinet gesteld, waaronder de vraag of intrekking van het raadgevend referendum in strijd is met het zogeheten regressieverbod in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten. Privacy First ziet de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet.

Nieuw referendum over Donorwet

Terwijl de Eerste Kamer zich de komende weken buigt over de mogelijke afschaffing van het raadgevend referendum, is reeds een nieuw referendum in de maak: het referendum over de nieuwe, controversiële Donorwet. Op https://referendum.nl kunt u uw steunbetuiging voor dit referendum indienen. De weerstand onder de Nederlandse bevolking tegen de nieuwe Donorwet is groot. Privacy First verwacht dan ook dat het benodigde aantal handtekeningen voor een referendum over deze wet spoedig zal kunnen worden behaald.


Hieronder volgt de volledige tekst van onze brief aan de Eerste Kamer d.d. 8 maart 2018:  

Geachte Kamerleden,

De komende periode debatteert u over de mogelijke intrekking van de Wet raadgevend referendum. In dit verband attendeert Stichting Privacy First u hierbij graag op een internationaalrechtelijk aspect dat tot nu toe niet bij het parlementaire debat lijkt te zijn betrokken, maar dat niettemin uiterst relevant is: het referendum als een vorm van collectief zelfbeschikkingsrecht. Dit recht behoort van oudsher tot de krachtigste en meest omvattende rechten ter wereld en geniet brede internationale bescherming. Nationale inperking van dit recht kan voor Nederland dan ook de nodige repercussies hebben. Hieronder lichten wij dit kort toe.

Referendum als een vorm van democratisch zelfbeschikkingsrecht: relevante VN-verdragen

Internationaalrechtelijk gezien is een nationaal referendum een vorm (of uiting) van democratisch zelfbeschikkingsrecht, d.w.z. het collectieve recht van een volk c.q. nationale bevolking om haar eigen toekomst te bepalen. Dit recht is o.a. vastgelegd en ontwikkeld onder art. 1 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) en het identieke art. 1 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR). Onder het IVBPR kan over de schending van dit recht een klacht worden ingediend bij het toezichthoudende verdragsorgaan: het VN Mensenrechtencomité in Genève. Tevens dient Nederland zich periodiek bij dit VN-comité te verantwoorden over de algehele Nederlandse naleving van het IVBPR in brede zin, inclusief (indien aan de orde) de Nederlandse naleving van het collectieve recht op zelfbeschikking van de Nederlandse bevolking. Mocht uw Kamer dus besluiten tot afschaffing van het raadgevend referendum, dan ligt het in de lijn der verwachting dat de Nederlandse regering zich hierover bij de Verenigde Naties zal moeten verantwoorden. De betreffende Nederlandse periodieke sessie bij het VN Mensenrechtencomité staat reeds geagendeerd en zal waarschijnlijk later dit jaar of begin 2019 plaatsvinden. Hierbij zal overigens ook de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (‘Sleepwet’) kritisch aan de orde komen, zo heeft het VN Mensenrechtencomité reeds in mei 2017 bekendgemaakt.

Mogelijke schending art. 1 IVBPR en art. 1 IVESCR door afschaffing referendum

Bovenstaande geldt tevens voor het IVESCR en het toezichthoudende IVESCR-Comité, dat eveneens in Genève zetelt. Onder dit verdrag dient het collectieve recht op zelfbeschikking continu te worden bevorderd en ‘progressief te worden verwezenlijkt’. Zogeheten ‘retrogressive measures’ (zoals afschaffing van een bestaand recht op een referendum) “would require the most careful consideration and would need to be fully justified”, aldus het IVESCR-Comité in haar General Comment No. 3 (The nature of States parties obligations under the ICESCR). Dit betekent dat Nederland het raadgevend referendum slechts op internationaalrechtelijk geoorloofde wijze kan afschaffen indien dit na uiterst zorgvuldige afwegingen gebeurt en (objectief aantoonbaar) volledig gerechtvaardigd is. In casu lijkt hiervan echter geen sprake. Daarmee vormt afschaffing van het raadgevend referendum een mogelijke schending van art. 1 IVESCR. Onder het Facultatief Protocol bij het IVESCR zal hierover een individuele of collectieve klacht bij het IVESCR Comité kunnen worden ingediend. Tevens zal deze kwestie aan de orde kunnen komen bij de periodieke beoordeling van de algehele Nederlandse naleving van het IVESCR door het IVESCR-Comité. Een daaropvolgend kritisch oordeel van het IVESCR Comité zal vervolgens – naar alle waarschijnlijkheid – door de Nederlandse rechterlijke macht gevolgd en overgenomen worden. Hetzelfde geldt voor een vergelijkbaar kritisch oordeel van het VN Mensenrechtencomité inzake mogelijke schending van art. 1 IVBPR, aangezien het collectieve zelfbeschikkingsrecht onder beide verdragen op vergelijkbare wijze wordt geïnterpreteerd en toegepast.

Kans op internationale kritiek

Op de vroegere DDR na is Nederland het enige land ter wereld dat het referendum na invoering weer lijkt te willen afschaffen. Nederland heeft daarmee de historische schijn tegen en loopt mede daardoor een verhoogde kans op internationale kritiek. Privacy First wenst u dan ook veel wijsheid en visie toe bij uw beraadslagingen.

Hoogachtend,


Stichting Privacy First


Update 11 mei 2018: het kabinet heeft de schriftelijke vragen van de Eerste Kamer inmiddels beantwoord (pdf). Zoals reeds door Privacy First was verwacht ontkent het kabinet dat afschffing van het raadgevend referendum strijdig is met het IVESCR: "[H]et kabinet [acht] het wetsvoorstel verenigbaar met het IVESCR", aldus minister Ollongren op p. 24. Daarmee erkent het kabinet dat het IVESCR (d.w.z. het collectieve zelfbeschikkingsrecht onder art. 1) op deze kwestie van toepassing is. Dit vergemakkelijkt de indiening van een toekomstige klacht hierover bij het IVESCR Comité in Genève. Privacy First behoudt zich in dit verband alle rechten en mogelijkheden voor.

Update 15 juni 2018: het kabinet heeft vandaag herhaald dat het de mogelijke strijdigheid van afschaffing van het referendum niet wenst te laten toetsen aan het regressieverbod onder het IVESCR (zie Nadere memorie van antwoord (pdf), p. 12). Dergelijke toetsing wordt door het kabinet blijkbaar - terecht - gevreesd.

Gepubliceerd in Wetgeving

"Als het aan de Tweede Kamer ligt, kunnen de vluchtgegevens van alle Nederlanders binnenkort voor vijf jaar worden opgeslagen in een overheidsdatabase.

Woensdag debatteert de Kamer over het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt. De Kamer is in ruime meerderheid voor, maar tegenstanders waarschuwen voor ‘ernstige en disproportionele’ schending van de privacy van burgers.

De nieuwe wet verplicht luchtvaartmaatschappijen de gegevens van alle passagiers standaard aan te leveren. Daardoor ontstaat er een database waarin passagiersgegevens maximaal vijf jaar mogen worden bewaard. Minister Grapperhaus van Justitie is verplicht de wet in Nederland uit te voeren, op basis van een Europese richtlijn die in 2016 werd aangenomen in het Europees Parlement.

(...)

Volgens Vincent Böhre van belangenorganisatie Privacy First is de wet verre van proportioneel. Hij wijst erop dat veruit de meeste vliegende reizigers op vakantievluchten zitten. ‘Voor minder dan 1 procent van de passagiers maak je 100 procent collectief verdacht.’ Böhre hekelt daarnaast de enorme hoeveelheid informatie die in de database zal worden opgeslagen. ‘Reisinformatie zegt ontzettend veel over wie je bent en wat je doet. Je kunt een heel profiel van mensen maken aan de hand van hun bewegingen. Het is een grote inbreuk op de privacy.’

Gerrit-Jan Zwenne, hoogleraar recht en informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, denkt dat de wet veel problemen met zich mee kan brengen. (...) De hoogleraar benadrukt dat de wet ook in strijd kan zijn met eerdere uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie. ‘Vergelijkbare wetten zijn door het hof al eerder geannuleerd.’ Het is volgens hem denkbaar dat hetzelfde gebeurt met deze wet. De wet zou dan over een paar jaar alweer aangepast moeten worden. (...)

Wat zeggen je reisgegevens over jou? ‘Meer dan je zou denken’, zegt Vincent Böhre van Privacy First. ‘Je wilt in ieder geval niet dat ze in verkeerde handen vallen.’ Drie voorbeelden:

Iemand thuis?

De database bestaat uit vertrek- en terugkomstinformatie van miljoenen mensen. Er staat dus in wanneer mensen van huis weg zijn. Böhre: ‘Dat is behoorlijk gevaarlijk. Je kunt eruit afleiden wanneer iemands huis verlaten is. Dat is hele nuttige data voor criminelen. Omdat nu alle data van miljoenen mensen elektronisch wordt opgeslagen levert dat een risico op hacks op. Dat is een risico dat iedereen aangaat.’

Intieme informatie

In het register wordt ook opgeslagen met wie iedereen reist. Er staat ook in naast wie je op de stoel zit. Böhre: ‘Daaruit kun je de relaties tussen mensen afleiden. En dat breekt in op je privacy. Mensen kunnen allerlei redenen hebben om hun relaties verborgen te willen houden. Het kunnen geheime relaties zijn waarmee mensen zelfs gechanteerd kunnen worden. Het zijn heel gevoelige data. Je hele sociale leven kan in die data verstopt zitten.’

Medische redenen

De meeste mensen reizen met het vliegtuig om vervolgens langere tijd ergens te verblijven. Uitzonderingen daarop kunnen opvallen in de data. Böhre: ‘Mensen die naar een ongewoon land gaan voor een korte periode, reizen vaak voor een medische ingreep. Medische informatie behoort tot de meest gevoelige. Zulke informatie wil je privé houden, de mogelijkheid dat het nu in een grote database komt waarin allerlei patronen te ontdekken zijn, brengt dat in gevaar.’"

Bron: Volkskrant 25 april 2018, pp. 6-7. Lees hier het volledige artikel: https://beta.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/mag-de-overheid-straks-uw-reisgegevens-voor-vijf-jaar-bewaren-~b0f514e2/.

Gepubliceerd in Wetgeving
woensdag, 18 april 2018 07:43

Kort geding tegen Sleepwet

Kabinet en parlement sturen aan op snelle inwerkingtreding van privacyschendende Sleepwet. Privacy-coalitie begint kort geding om dit te voorkomen.

Ongewijzigde inwerkingtreding Sleepwet dreigt

De afgelopen maanden heeft een grondig maatschappelijk debat plaatsgevonden over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de zogeheten Sleepwet. In het referendum op 21 maart jl. heeft een meerderheid van de Nederlandse bevolking zich vervolgens TEGEN deze wet uitgesproken. In reactie hierop heeft het kabinet slechts enkele summiere, oppervlakkige beleidswijzigingen en enkele niet-fundamentele wetswijzigingen in het vooruitzicht gesteld. Zowel kabinet als Tweede Kamer hebben onverminderd aangestuurd op snelle inwerkingtreding van de huidige Sleepwet – in ongewijzigde vorm – per 1 mei as. De beoogde wetswijzigingen zullen pas na de zomer door het kabinet worden ingediend. Een parlementaire motie om inwerkingtreding van de Sleepwet uit te stellen totdat deze wetswijzigingen behandeld zijn, werd gisteren helaas door de Tweede Kamer verworpen. Daarmee lijkt het parlement voorlopig uitgepraat en is de maatschappij nu opnieuw aan zet.

Kort geding

Vast beleid van Privacy First is om massale privacyschendingen te voorkomen. De inwerkingtreding van de huidige Sleepwet vormt onmiskenbaar een massale privacyschending: het internet-verkeer van onschuldige burgers zal hierdoor op grote schaal worden afgetapt en bovendien zullen data van onschuldige burgers ongeëvalueerd worden uitgewisseld met buitenlandse geheime diensten. Dit vormt een flagrante schending van het recht op privacy. Mogelijke wetswijzigingen om dit achteraf te ‘repareren’ kunnen dan ook niet worden afgewacht; de privacyschendingen zijn dan immers al geschied. Vandaag verzoekt een coalitie van Privacy First en diverse andere maatschappelijke organisaties en bedrijven het kabinet daarom met spoed om de invoering van (de meest privacyschendende onderdelen van) de Sleepwet uit te stellen totdat alle wetswijzigingen in het parlement behandeld zijn. Als het kabinet dit verzoek weigert, is onze coalitie genoodzaakt om een kort geding te voeren om uitstel van inwerkingtreding van de Sleepwet af te dwingen.

Brede coalitie

Naast Privacy First bestaat de coalitie voor dit kort geding uit het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Bits of Freedom, Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA), Platform Bescherming Burgerrechten, Free Press Unlimited, BIT, Voys, Speakup, Greenpeace International, Waag Society en Mijndomein Hosting. De zaak wordt behandeld door Boekx Advocaten en wordt gecoördineerd door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM. Naast dit kort geding wordt door Privacy First c.s. sinds maart 2017 tevens een bredere rechtszaak (met meer organisaties) voorbereid om de Sleepwet op meerdere onderdelen onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met internationaal en Europees privacyrecht.

Vandaag versturen onze advocaten namens de coalitie een brief aan het kabinet (ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie) met een verzoek om uitstel van inwerkingtreding van de Sleepwet. Het kabinet heeft tot vrijdag as. de tijd om hierop te reageren.

Update 20 april 2018: het kabinet heeft het verzoek van de coalitie afgewezen. De coalitie zet nu de voorbereiding van het kort geding voort.

Update 14 mei 2018: de openbare rechtszitting in het kort geding zal plaatsvinden bij de rechtbank Den Haag op donderdag 7 juni as. om 10.00-12.00u, zo heeft de rechtbank vandaag bepaald.
Zaaknummer: C/09/553023 KG ZA 18-476. Klik HIER voor een routebeschrijving.

Update 17 mei 2018: vandaag is de coalitie-dagvaarding aan de landsadvocaat betekend; klik HIER voor de volledige versie (pdf).

Update 7 juni 2018: vanochtend vond in de rechtbank Den Haag de rechtszitting plaats; klik HIER voor de pleitnota van onze advocaten (pdf). De uitspraak van de rechter staat gepland op dinsdag 26 juni as.

Update 26 juni 2018: vandaag heeft de rechtbank Den Haag de zaak helaas afgewezen, klik HIER voor de volledige uitspraak. Privacy First vindt het een zeer teleurstellend vonnis. Weliswaar lag de juridische lat in deze zaak hoog: om dit kort geding te kunnen winnen diende de rechter de Sleepwet "onmiskenbaar onverbindend" te verklaren wegens overduidelijke (onmiskenbare) strijdigheid met internationaal of Europees recht. Het vonnis van de rechter leest echter vooral als een doelredenatie in het voordeel van de Staat, waarbij diverse bezwaren van onze coalitie in het vonnis onbenoemd zijn gebleven. Tevens dient te worden benadrukt (zoals de rechtbank zelf ook doet) dat dit vonnis slechts een voorlopig oordeel inhoudt en dat in deze zaak geen sprake was van een grondige, "volle" toetsing.

De coalitie van organisaties die het kort geding heeft gevoerd betreurt het vonnis. De coalitie vindt dat de regering, mede gezien de uitslag van het referendum, had moeten wachten met het invoeren van de aangevochten onderdelen uit de Sleepwet totdat het parlementaire wetgevingsproces naar aanleiding van het referendum is afgerond. Ongewijzigde invoering van de Sleepwet per 1 mei jl. en pas later (na de zomer) een wetswijziging voorleggen is en blijft dan ook onjuist.

De coalitie zal op korte termijn de mogelijke juridische vervolgstappen bespreken.

Gepubliceerd in Rechtszaken
Pagina 1 van 20

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon