donatieknop english

Persbericht The Privacy Collective

Gegevens miljoenen Nederlanders onrechtmatig verzameld en verwerkt

The Privacy Collective daagt Oracle en Salesforce voor de rechter

The Privacy Collective - een stichting die optreedt tegen schending van privacyrechten - start vandaag een rechtszaak tegen Oracle en Salesforce. De stichting verwijt de technologieconcerns onder meer de gegevens van miljoenen Nederlandse internetgebruikers onrechtmatig te verzamelen en te verwerken. Er is gekozen voor een class action, waarbij voor een grote groep mensen schadevergoeding wordt geëist. Het is de eerste keer dat dit juridische middel in Nederland wordt ingezet bij een inbreuk op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm, die The Privacy Collective bijstaat: “Het gaat in deze zaak om één van de grootste gevallen van onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens in de geschiedenis van het internet. Vrijwel alle Nederlanders die online informatie lezen of bekijken worden structureel geraakt door de praktijken van Oracle en Salesforce, die enkel een commercieel doel dienen.”

Online schaduwprofiel

Oracle en Salesforce verzamelen op ieder moment en op grote schaal gegevens van websitebezoekers. Door die te combineren met aanvullende informatie creëren zij van iedere individuele internetgebruiker een persoonlijk profiel. De miljoenen profielen worden onder andere gebruikt voor het aanbieden van gepersonaliseerde online advertenties en onrechtmatig gedeeld met talloze commerciële partijen, waaronder ad-tech bedrijven. De techgiganten verzamelen hun informatie onder meer met speciaal ontwikkelde cookies. Alberdingk Thijm: “De meeste mensen weten niet dat zij zo’n online ‘schaduwprofiel’ hebben. Zij weten niet hoe het er uitziet en hebben er zeker geen rechtmatige toestemming voor gegeven.” Voor het verzamelen en delen van de persoonsgegevens horen Oracle en Salesforce op basis van de AVG toestemming te vragen. “Deze partijen handelen in strijd met het recht op privacy van internetgebruikers. Het recht op bescherming van persoonsgegevens en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer worden erkend als fundamentele rechten”, aldus Alberdingk Thijm.

Class action

Sinds januari van dit jaar bestaat ook in Nederland de mogelijkheid in een class action schadevergoeding te vorderen. “Schade claimen in een class action is een belangrijk handhavingsinstrument in de AVG”, zegt Joris van Hoboken, hoogleraar Informatierecht en bestuurslid van The Privacy Collective. "Het geeft de wet tanden." De stichting verzoekt internetgebruikers zich via haar website te registreren om hun steun te betuigen. Op basis van het aantal gedupeerden kan de totale omvang van de schade uitkomen op meer dan 10 miljard euro. Verschillende organisaties steunen de actie van The Privacy Collective, waaronder Privacy First, Bits of Freedom, Qiy Foundation en Freedom Internet. De class action wordt volledig gefinancierd door Innsworth, een procesfinancier. Daardoor maken de individuen waar The Privacy Collective voor optreedt zelf geen kosten. Deze organisatie financiert in Engeland en Wales een vergelijkbare class action, die momenteel wordt voorbereid.

Bron: persbericht The Privacy Collective, 14 augustus 2020.

Meer informatie: https://theprivacycollective.eu/nl/.

Gepubliceerd in Online Privacy

Nederlandse privacy-activist wint Finse zaak over elektronische sleutels

Bewoners van appartementen in een flatgebouw hebben in beginsel het recht om onbespied hun eigen woning te betreden. Dat heeft de Finse privacy-autoriteit op 29 juli 2020 bevestigd in een zaak die was aangespannen door de Arnhemse privacy-activist Michiel Jonker. De installatie van een elektronisch systeem dat monitort met welke adresgebonden en gechipte sleutel op welk tijdstip welke deur wordt geopend, is volgens de Finse privacywaakhond Tietosuojavaltuutettu (Finnish Data Protection Ombudsman) in strijd met de AVG.

Het gaat om een Fins gebouw met kleine appartementen waarin zowel huurders als eigenaren wonen. In 2018 had de Vereniging van Eigenaren (VvE) besloten om het elektronische bewakingssysteem te installeren op alle externe ingangen van het gebouw. Het voornemen was om ook alle individuele appartementen aan te sluiten op het systeem. Het systeem wordt beheerd door een ingehuurd bedrijf en zou alleen in opdracht van de politie worden geraadpleegd, al dan niet op verzoek van het bestuur van de VvE.

Aanleiding vormden enkele incidenten waaruit volgens het bestuur bleek dat zich voormalige bewoners in de kelder van het gebouw hadden bevonden en daar sporen hadden achtergelaten. Het vermoeden was dat zij gebruik hadden gemaakt van niet-ingeleverde sleutels. Volgens het bestuur van de VvE werden er geen persoonsgegevens verwerkt, omdat de nieuwe, elektronische sleutels weliswaar adresgebonden waren, maar niet persoonsgebonden.

Jonker maakte bezwaar tegen het systeem en stelde dat de noodzaak voor een dergelijke monitoring niet was aangetoond. De VvE had geen wettelijke grondslag gegeven voor de gegevensverwerking. Ook waren de huurders niet geraadpleegd, waardoor een grote groep bewoners geen toestemming had gegeven. Jonker achtte de verwerkte gegevens wel herleidbaar tot personen, in het bijzonder in het geval van eenpersoonshuishoudens.

De Finse privacy-autoriteit stelde Jonker op al deze punten in het gelijk, en wees erop dat de Finse wetgeving met betrekking tot de besluitvorming van VvE's geen vrijbrief vormt voor besluiten die in strijd zijn met de AVG. Ook wees de autoriteit erop dat een verhuurder niet namens een huurder toestemming kan geven voor de verwerking van persoonsgegevens. Voorts wees de autoriteit erop dat een toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens door elke betrokkene (ongeacht of dat een huurder of een eigenaar is) op elk moment kan worden ingetrokken, conform de AVG.

De autoriteit benadrukte dat het belang van een derde (bijvoorbeeld de politie) geen rechtvaardiging kan vormen voor gegevensverwerking die onder verantwoordelijkheid van de VvE plaatsvindt. Ten slotte wees de autoriteit erop dat de VvE ten onrechte geen alternatieven had onderzocht die geen of een minder grote inbreuk op de privacy plegen, daarbij inbegrepen een vervanging van analoge sleutels door nieuwe analoge sleutels.

De privacy-autoriteit gaf de VvE opdracht de omgang met persoonsgegevens in overeenstemming te brengen met de AVG.

Jonker: "Het was voor mij een vreemde, nieuwe ervaring om door een privacy-autoriteit in het gelijk gesteld te worden zonder tussenkomst van een rechter. In Nederland heb ik dat met de Autoriteit Persoonsgegevens nog nooit meegemaakt. Ook in Finland ging het trouwens niet zonder slag of stoot. Na twee jaar wachten op de behandeling van mijn zaak, heb ik daar een klacht ingediend bij de zogeheten Parlementaire Ombudsman. Enkele dagen daarna ging de Finse privacy-autoriteit er alsnog mee aan de slag, en nam twee maanden later een beslissing. Ook in Finland is er bij de privacy-toezichthouder een tekort aan personele capaciteit, waardoor de beslistermijnen van de AVG structureel niet worden gehaald. Maar ik ben tevreden over de inhoud van deze beslissing. Natuurlijk is het nu zaak dat de VvE de opdracht van de privacy-autoriteit ook daadwerkelijk gaat uitvoeren."

Contactverzoeken voor dhr. Jonker kunnen worden ingediend via Stichting Privacy First.

Gepubliceerd in Woning en slimme meters

Begin 2021 worden door Stichting Privacy First de jaarlijkse Nederlandse Privacy Awards uitgereikt.

Er zijn 4 categorieën waarvoor inschrijvingen genomineerd kunnen worden:

  1. categorie Consumentenoplossingen (van bedrijven voor consumenten)

  2. categorie Bedrijfsoplossingen (binnen een bedrijf of business-to-business)

  3. categorie Overheidsdiensten (van de overheid voor burgers)

  4. Aanmoedigingsprijs voor een baanbrekende technologie of persoon.

“De Coronacrisis laat zien, naast natuurlijk gezondheid en zorg, hoe actueel het belang van zorgvuldige omgang met persoonsgegevens is. Technische mogelijkheden, politieke ambities, commercieel streven en zorgwensen moeten voortdurend tegen het licht gehouden worden qua privacy. Niet omdat we tegen ontwikkeling zijn, maar omdat die respect voor de persoonlijke levenssfeer moet hebben. Deze positieve en constructieve benadering van privacy is de essentie van de Nederlandse Privacy Awards”, aldus Wilmar Hendriks, voorzitter van de jury.


Voorwaarden voor deelname

Voorwaarde voor deelname is dat u reeds met uw privacy-innovatie aan de slag bent. U bent de ideefase voorbij en kunt al iets van het project in uitvoering laten zien. U zorgt met uw project voor inspiratie bij andere organisaties waardoor privacy niet wordt gezien als een belemmering, maar als een kans!

De eerste selectie bestaat uit een screening waarop met de volgende zaken wordt omgegaan:

Ten aanzien van het product, proces of dienst:

Waardering van privacy

De Nederlandse Privacy Awards zijn gericht op een positieve(re) waardering van gegevensbescherming. Het product, proces of dienst levert hierop merkbare toegevoegde waarde.

Maatschappelijke impact

In hoeverre draagt het product, proces of dienst merkbaar bij aan de privacybescherming van de consument/gebruiker/burger? Staat de betrokkene hierin centraal? Welke maatschappelijke waarde wordt hiermee ondersteund? Is daarbij aandacht voor ethische aspecten en de maatschappelijke impact?

Innovatief vermogen

Is of biedt het product, proces of dienst een noviteit op privacygebied en heeft het zich in de markt nog niet uitgebreid technisch en/of commercieel bewezen? Is het voldoende innovatief en onderscheidend van bestaande commerciële producten of diensten of maatschappelijke dienstverlening?

Zelfredzaamheid

Is het product, proces of dienst binnen een reële termijn (ca 3 jaar) economisch realiseerbaar? Is er een businessmodel? Voor overheidsgerelateerde inzendingen: is er voldoende politiek, bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak (te realiseren)?

Risicoanalyse

Is voor het product, proces of dienst een risico-analyse uitgevoerd (uitgaande van de (beoogde) verwerking)? Zijn daarbij waar nodig mitigerende maatregelen genomen? Welke?

Ten aanzien van de inzendende organisatie:

Privacyverantwoordelijke

Heeft de inzendende organisatie een FG (als dit verplicht is) of is er een privacyadviseur?

Privacy policy

Wordt een privacy policy gecommuniceerd en toegepast wanneer persoonsgegevens worden verwerkt?

Privacy awareness

Is privacy awareness herkenbaar in de beginselen van de organisatie? In hoeverre worden stakeholders betrokken bij ontwikkeling, ontwerp en uitvoering?


Bepalen van de genomineerden

Organisaties kunnen zich t/m 1 oktober 2020 aanmelden voor de Awards door een email met korte toelichting over het betreffende Privacy Project en antwoord op bovengenoemde criteria te sturen naar Privacy First via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.Medio december 2020 hoort u of u tot de genomineerden behoort. De mogelijkheid bestaat dat de jury een aangekondigd (vertrouwelijk) bedrijfsbezoek aan de genomineerden zal brengen. Indien u genomineerd wordt ontvangt u van Privacy First tevens een uitnodiging om een korte pitch tijdens de Awards-uitreiking voor te bereiden. 


Voorschriften pitch

● Maximaal 3 minuten

● U gebruikt een Powerpoint presentatie (maximaal 3 sheets)

● De presentatie bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

   o Organisatienaam

   o Privacy project omschrijving

   o Doel en behaalde resultaten.


Jury

De jury bestaat uit onafhankelijke privacy-experts uit diverse sectoren:

> Wilmar Hendriks, founder Control Privacy en lid Raad van Advies Privacy First (jury-voorzitter)
> Bas Filippini, oprichter en voorzitter Privacy First
> Paul Korremans, data protection & security professional, Comfort Information Architects, tevens bestuurslid Privacy First 
> Marc van Lieshout, managing director iHub, Radboud Universiteit Nijmegen
> Alex Commandeur, senior adviseur BMC Advies
> Melanie Rieback, CEO en co-founder Radically Open Security
> Nico Mookhoek, privacy jurist en eigenaar NMLA
> Piek Visser-Knijff, data-ethicus en eigenaar Filosofie in actie
> Rion Rijker, privacy en informatiebeveiliging expert en IT-jurist, partner Fresa Consulting.

Om te garanderen dat de verkiezing van de Awards objectief verloopt, is het niet toegestaan dat de jury een deelname beoordeelt van de eigen organisatie of een organisatie waar een jurylid een belang bij heeft.

Privacy First organiseert de Nederlandse Privacy Awards met steun van Stichting Democratie & Media, in samenwerking met ECP. Wilt u graag (media)partner of sponsor van de Nederlandse Privacy Awards worden? Neem dan contact op met Privacy First!

FG7A4979m

Gepubliceerd in Nederlandse Privacy Awards

Aankomende dinsdag 16 juni 2020 staat op de agenda van de Eerste Kamer het aannemen van de ‘Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten’: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35179_implementatiewet_registratie . Die wet wijzigt onder andere de Handelsregisterwet 2007. In het Handelsregister van de KvK komt dan informatie over de uiteindelijk belanghebbende (‘ultimate beneficial owners’ / ‘UBO’s) van in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten. Deze informatie wordt dan dus openbaar voor iedereen raadpleegbaar, met alle privacy-risico’s van dien.

Europese richtlijn

Deze wetswijziging vloeit voort uit de Europese vijfde anti-witwasrichtlijn, die lidstaten verplicht persoonsgegevens van UBO’s te registreren en voor het publiek openbaar te maken. Het doel hiervan is het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering. Het voor iedereen inzichtelijk maken van persoonsgegevens van UBO’s, inclusief het belang dat de UBO in de onderneming heeft, draagt volgens de Europese wetgever bij aan dat doel.

Massale privacyschending

Hierbij rijst de vraag of het middel het doel niet voorbijschiet. Het openbaar maken van de persoonsgegevens van UBO’s aan eenieder is een ‘blanket measure’ van preventieve aard. Het is een schending van de privacy die in de optiek van Privacy First niet proportioneel is. Het allergrootste deel van de UBO’s heeft immers niets te maken met witwassen of financiering van terrorisme. Het zou voldoende moeten zijn als de informatie over UBO’s beschikbaar is voor de overheidsdiensten die zich bezig houden met de bestrijding van witwassen en de bestrijding van de financiering van terrorisme. Het gaat te ver om die informatie volledig openbaar te maken.

De European Data Protection Supervisor oordeelde al dat deze privacyschending niet proportioneel is: https://edps.europa.eu/sites/edp/files/publication/17-02-02_opinion_aml_en.pdf . Maar dat oordeel heeft niet geleid tot aanpassing van de Richtlijn.

Juridische stappen

Privacy First overweegt om juridische stappen tegen het UBO-register te nemen wegens schending van het Europees privacyrecht. Zou u (of uw organisatie) graag als mede-eiser aan een dergelijke rechtszaak tegen het UBO-register willen deelnemen of Privacy First hierin financieel willen steunen? Neem dan contact met ons op of wordt donateur!

Gepubliceerd in Wetgeving

Deze week behandelt de Tweede Kamer een "tijdelijke" Corona-noodwet waardoor de bewegingen van iedereen in Nederland voortaan "anoniem" in kaart gebracht kunnen worden. Eerder uitte Privacy First reeds kritiek op dit plan in een uitzending van Nieuwsuur. In vervolg hierop verzond Privacy First vandaag onderstaande brief aan de Tweede Kamer:


Geachte Kamerleden,

Met grote zorg heeft Stichting Privacy First kennisgenomen van het “tijdelijke” wetsvoorstel informatieverstrekking RIVM i.v.m. COVID-19. Privacy First adviseert u om dit wetsvoorstel te verwerpen wegens de volgende fundamentele bezwaren en risico’s:

Strijdig met fundamentele bestuurlijke en privacy principes

- De maatschappelijke noodzaak voor dit wetsvoorstel ontbreekt. Het Corona-virus ebt momenteel immers weg uit de Nederlandse samenleving. Andere vormen van monitoring zijn reeds voldoende effectief gebleken. De noodzaak voor dit wetsvoorstel is niet aangetoond, en net zomin bestaan er voorbeelden uit het buitenland waar toepassing van vergelijkbare technieken een wezenlijke bijdrage leverde.
- Het wetsvoorstel is volstrekt disproportioneel, want het omvat alle telecom-locatiedata in heel Nederland. Van enige differentiatie is geen sprake. Hetzelfde geldt voor dataminimalisatie: een steekproef zou kunnen volstaan.
- Het wetsvoorstel werkt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020. Dit is in strijd met de rechtszekerheid en het legaliteitsbeginsel, zeker omdat deze datum ver vóór de Nederlandse ‘start’ van de pandemie ligt (11 maart).
- De in het wetsvoorstel gekozen systematiek van nadere aanwijzingen door de Minister is ronduit ondemocratisch. Het holt de democratische rechtsstaat en toezicht door de volksvertegenwoordiging verder uit.
- In het wetsvoorstel wordt niet gerept over privacy-by-design of hoe dit toegepast zal worden, terwijl dat juist bij dit wetsvoorstel aan de orde zou moeten zijn.

Alternatieven zijn minder invasief: subsidiariteit

- Privacyvriendelijker alternatieven zijn door de staatssecretaris onvoldoende onderzocht. Heeft zij hierin wel interesse?
- Data bij telecomproviders worden gepseudonimiseerd met een uniek ID-nummer en als zodanig aangeleverd bij het CBS. Massale aantallen gevoelige persoonsgegevens worden hierdoor enorm kwetsbaar. Anonimisering door het CBS gebeurt pas in een later stadium.
- De data worden bij gebruik gefilterd op geografische herkomst. Dit creëert een risico van verboden discriminatie naar nationaliteit.
- Onduidelijk is of men de gebruikte data bij CBS of RIVM zal willen “verrijken” met andere data, met function creep (doelverschuiving) en mogelijk data-misbruik tot gevolg.

Transparantie en onafhankelijk toezicht ontbreken

- De Privacy Impact Assessment (PIA) bij het wetsvoorstel is vooralsnog niet openbaar.
- Onafhankelijk toezicht op de maatregelen en effecten (door een rechter of onafhankelijke commissie) ontbreekt.
- De AVG is wellicht slechts deels op het wetsvoorstel van toepassing, aangezien anonieme data en statistieken van de werking van de AVG uitgezonderd zijn. Dit veroorzaakt nieuwe risico’s op data-misbruik, slechte beveiliging, datalekken etc. Algemene privacy-beginselen zouden daarom in elk geval van toepassing verklaard moeten worden.

Structurele wijzigingen en chilling effect

- Dit wetsvoorstel lijkt nu formeel tijdelijk, maar de geschiedenis rond dergelijke wetgeving leert dat het hoogstwaarschijnlijk permanent zal worden.
- Ongeacht de “anonimiteit” van e.e.a. zullen veel mensen zich door dit wetsvoorstel gemonitord gaan wanen en zich onnatuurlijk gaan gedragen. Het risico van een maatschappelijk chilling effect is enorm.

Gebrekkige methode met grote impact

- De effectiviteit van het wetsvoorstel is onbekend. Het wetsvoorstel vormt in wezen dus een massaal experiment. De Nederlandse maatschappij is echter niet bedoeld als levend laboratorium.
- Anonieme data kunnen middels koppeling alsnog herleidbaar blijken. Ook bij de gekozen drempelwaarde van minimaal 15 eenheden per datapunt is het risico van unieke “singling out” en identificatie waarschijnlijk nog steeds te groot.
- Het wetsvoorstel leidt tot valse signalen en blinde vlekken door mensen met meerdere telefoons, kwetsbare groepen zonder telefoon etc.
- Er is een groot risico op function creep (doelverschuiving), heimelijk gebruik en misbruik van data door andere overheidsdiensten (waaronder AIVD), toekomstige overheden, internationale uitwisseling etc.
- Naast het recht op privacy komen ook andere mensenrechten door dit wetsvoorstel onder druk te staan, waaronder de vrijheid van beweging en het recht op demonstratie. Dit wetsvoorstel kan gemakkelijk leiden tot structurele crowd control die niet past in een democratische samenleving.

Specifieke toestemming vooraf

Naast bovenstaande bezwaren en risico’s betwijfelt Privacy First of het gebruik van telecomdata zoals door dit wetsvoorstel beoogd voor telecom-providers überhaupt rechtmatig is. In de optiek van Privacy First zou daartoe tenminste sprake moeten zijn van expliciete, specifieke toestemming vooraf (opt-in) door de klant in kwestie, danwel van de mogelijkheid van een opt-out achteraf en het individuele recht op verwijdering van alle data.

Het is aan u als Kamerleden om onze maatschappij voor dit wetsvoorstel te behoeden. Bij gebreke daarvan behoudt Privacy First zich het recht voor om juridische stappen inzake deze wet te nemen.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

Gepubliceerd in Wetgeving

Consumenten zullen beter geïnformeerd worden over rekeninginformatiediensten. Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer publiceerde daartoe recentelijk ‘good practices’ voor betere informatie. Privacy First is blij met de gepubliceerde ‘good practices’ en roept MOB-leden op om hier echt werk van te gaan maken. 

Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) is in 2002 opgericht door de minister van Financiën met als opdracht bij te dragen aan de maatschappelijk efficiënte inrichting van het betalingsverkeer. DNB zit het MOB voor en verzorgt het secretariaat. Rekeninginformatiediensten zijn diensten waarmee een 'geconsolideerde weergave' van iemands betaalgegevens gemaakt kan worden. Dit kan sinds de inwerkingtreding van PSD2 (Payment Service Directive 2), die mogelijk maakt dat je je betaalgegevens deelt met andere partijen dan je eigen bank. Een voorbeeld hiervan is een digitaal huishoudboekje, maar ook andere vormen zijn mogelijk.

Betere informatie hard nodig

Als je je toestemming aan een aanbieder geeft, krijgt deze toegang tot alle transactiegegevens die je in je eigen bankomgeving ook ziet. Als je bij je eigen bank tot tien jaar terug kunt kijken, dan kan de rekeninginformatiedienst dat dus ook. Je deelt daarmee een compleet profiel aan data.

Het delen van data is niet zonder risico. De winst voor veel rekeninginformatiedienstverleners zit namelijk niet in het digitale huishoudboekje, maar in aanvullende diensten die geleverd kunnen worden. Denk aan analyses naar vaste lasten, risicoanalyses bij het aanvragen van een hypotheek of het beoordelen van kredietwaardigheid.

Omdat het gaat over veel vertrouwelijke gegevens moeten consumenten goed begrijpen waar ze toestemming voor geven. De informatie die consumenten nu krijgen is te veel en te onduidelijk. Wettelijk verplichte informatie is te lang, lastig te lezen en weggestopt in lange privacy-statements.

MOB publiceert good practices rekeninginformatiediensten

De roep om betere informatie klonk al een tijd. Vanaf eind 2017 was Privacy First betrokken bij een initiatief van de Volksbank om consumenten beter te informeren over rekeninginformatiediensten. Dit initiatief werd vervolgens overgenomen door de Betaalvereniging Nederland en vanaf mei 2019 door het MOB.

Het MOB stemde afgelopen mei in met good practices. Dit zijn zeven gestandaardiseerde vragen aan rekeninginformatiedienstverleners om te beantwoorden voordat een consument toestemming geeft. De vragen bevatten de belangrijkste (wettelijke) informatie én ze geven antwoord op de belangrijkste vragen van consumenten. Daarnaast heeft het MOB een uitwerking met toelichting opgesteld. De vragen zijn:

  1. Wie vraagt toegang tot mijn rekeninginformatie? Hoe is de dienst gereguleerd?
  2. Welke dienst biedt <naam van de aanbieder> aan waar mijn data voor nodig is?
  3. Welke gegevens van mijn rekening gaat <naam van de aanbieder> gebruiken?
  4. Waarvoor gebruikt <naam van de aanbieder> de gegevens nog meer?
  5. Welke gegevens gaan naar derden en waarvoor?
  6. Hoe kan ik mijn eerder gegeven toestemming terugdraaien?
  7. Waar is verdere informatie te vinden?

Oppassen dat het niet vrijblijvend blijft

De good practices van het MOB zijn een hele goede stap. Nu komt het aan op het toepassen en benutten van deze good practices. Het gebruik van de good practices is helaas vrijblijvend. “Het MOB kan aanbieders van rekeninginformatiediensten niet verplichten om gehoor te geven aan de good practice. Wel hebben de MOB-leden afgesproken de best practice onder de aandacht te brengen bij hun achterban.” Gezien het krachtenveld van het MOB, waar zowel aanbieders als gebruikers in zitten, is dat te begrijpen. Maar het wordt oppassen dat de good practices niet té vrijblijvend worden. De belangen van aanbieders en consumenten gaan hand in hand.

Eind 2021 zal het MOB inventariseren of aanbieders de good practices hanteren en rapporteert hierover in de mei vergadering van 2022.

Privacy First wil niet wachten

Privacy First roept de leden van het MOB op de good practices in praktijk te brengen. Bescherming van burgers door hen als consumenten betere informatie en keuzes te geven is immers in ieders belang.

Privacy First is positief over het resultaat van het MOB. De zeven vragen en de gestandaardiseerde antwoorden kunnen een hele verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie. Tegelijk vinden we dat de lat hoger gelegd mag worden. Hoe zou het MOB de good practices beter onder de aandacht kunnen brengen?

  • Het MOB kan haar leden en relevante derde partijen oproepen de good practices te gaan gebruiken, in plaats van alleen de mogelijkheid te bieden.
  • De MOB-leden kunnen zich ieder voor zich uitspreken vóór gebruik van de good practices en gebruik ervan als voorwaarde stellen voor samenwerking.
  • Het MOB kan duidelijk maken wie de relevante MOB-partijen zijn die een rol kunnen spelen bij het verspreiden van de good practices.
  • Het MOB kan explicieter zijn over het moment waarop een consument wordt geïnformeerd via de good practices. Privacy hoort thuis "in de klantreis"; deze good practices mogen dus niet weggestopt worden.
  • Het MOB kan in plaats van eenmaal te beoordelen of de good practices worden ingezet, dit vaker, bijvoorbeeld ieder kwartaal doen.
  • Het MOB kan aanbieders in Europa alvast een brief sturen, zodat ze weten hoe Nederlandse consumenten denken mochten ze plannen maken om diensten in Nederland te gaan aanbieden.

Privacy First vindt dat het MOB bij de uitrol en toepassing aan zet is. Maar Privacy First onderzoekt ook of zij zelf een rol kan spelen om aanbieders gebruik te laten maken van de good practices.

Meer informatie:


Dit bericht verscheen eerder op onze PSD2-campagnewebsite: https://psd2meniet.nl/betere-informatie-over-rekeninginformatiediensten/.

Gepubliceerd in Financiële privacy & PSD2

Een noodsituatie vergt noodmaatregelen. Daar zijn we ons terdege van bewust. Maar ook noodmaatregelen moeten proportioneel, transparant en toetsbaar zijn. En daar lijkt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) nu toch een belangrijke steek te hebben laten vallen. Omdat die haar goedkeuring heeft gegeven aan een problematische noodmaatregel, de zogenaamde ‘corona opt-in’, waarmee het medisch beroepsgeheim systematisch buitenspel wordt gezet. De medische privacy van alle Nederlandse burgers komt hiermee in gevaar.

Waar gaat het om? Ruim de helft van alle Nederlanders heeft nog geen toestemming gegeven om hun medische gegevens via het Landelijk Schakelpunt (LSP) te laten uitwisselen door zorgverleners. Daardoor is er een groot niemandsland van potentiële corona-patiënten waarvan huisartsenposten en ziekenhuizen niet weten wat hun medische achtergrond is. Terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, als de nood aan de man komt. Vandaar dat ze aan het ministerie van VWS gevraagd hebben om daar iets voor te regelen.

Het ministerie van VWS heeft hiervoor de zogenaamde ‘corona opt-in’ bedacht. Een verwarrende term, omdat er door die maatregel juist géén expliciete toestemming (opt-in) meer vereist is; er wordt uitgegaan van een soort stilzwijgende toestemming dat je gegevens gedeeld mogen worden via het LSP. Tenzij je alsnog bezwaar maakt. De nieuwe praktijk wordt daarmee: wie zwijgt, stemt toe (opt-out). Wat wettelijk gezien gewoon niet mag.

De Autoriteit Persoonsgegevens vindt deze ‘corona opt-in’ niet bezwaarlijk, met dien verstande dat de patiënt nog wel even ter plekke toestemming moet geven. In haar reactie op het voorstel stelt de AP:
“Artsen op de huisartsenpost of spoedeisende hulp mogen alleen met toestemming van coronapatiënten het medisch dossier bij hun huisarts inzien via een elektronisch uitwisselingssysteem. Wie nog geen toestemming heeft gegeven, kan dat ter plekke doen. Dat mag in dit geval ook mondeling. Alleen als een patiënt niet in staat is om toestemming te geven, is inzage zonder toestemming toegestaan.”

Medisch beroepsgeheim massaal omzeild

Klinkt logisch en redelijk. Vooral ook vanwege de extra voorwaarden die de AP heeft toegevoegd, zoals: dat deze maatregel tijdelijk is, en dat de gegevens alleen ingezien mogen worden door de huisartsenpost of de spoedeisende hulp. Maar toch kleven er aan deze oplossing belangrijke bezwaren. We noemen er vier (maar er zijn er nog meer).

Ten eerste is er een technisch probleem. Je kunt als patiënt wel zéggen dat je toestemming geeft, maar dan kan de arts nog steeds niet in je dossier. Degene die je dossier moet ontsluiten is namelijk de huisarts die je medische gegevens heeft vastgelegd in zijn patiëntdossier. Deze noodmaatregel is nou juist bedoeld om het beroepsgeheim dat daarop rust te omzeilen. Hoe dit logistiek moet worden gerealiseerd, wordt niet helder uit de brief van de AP. Maar wie is ingewijd in de technische kant van het LSP, weet dat dit alleen maar kan door álle dossiers waarvoor nog geen toestemming voor uitwisseling is gegeven, alsnog te ontsluiten (via een update van huisarts-systemen). Een volkomen disproportionele maatregel. En ook nog bloedlink, getuige het tweede probleem.

Het tweede probleem is ook technisch van aard: de raadpleging van je dossier zou beperkt moeten blijven tot de zorgverleners die direct bij je behandeling zijn betrokken. Maar dat is in het LSP technisch niet mogelijk. Dit informatiesysteem biedt geen mogelijkheid tot gericht opvragen: het is alles of niets. In dit geval dus alles, oftewel iedere zorgverlener aangesloten op het LSP. Dat zijn tienduizenden potentiële ingangen voor hackers. De Eerste Kamer, die het LSP in 2011 unaniem verwierp, noemde het systeem daarom destijds “een dossier met duizend deuren aan de achterkant.”

Schijnzeggenschap

De ‘corona opt-in’ biedt daarmee slechts een schijnzeggenschap aan de patiënt – het derde bezwaar. Ongeacht of de patiënt toestemming geeft, zal diens dossier namelijk technisch al open staan voor raadpleging vanuit tienduizenden toegangspunten. De toestemming die patiënten volgens de AP moeten geven, is daarmee niets meer dan een holle formaliteit. Door in haar brief aan het Ministerie van Volksgezondheid ten onrechte te stellen dat deze toestemming een harde eis is om het dossier raadpleegbaar te maken, gaat de AP voorbij aan de verstrekkende technische implicaties van deze maatregel – en daarmee ook de juridische.

Daarmee komen we aan bij het vierde en overkoepelende bezwaar. De AP houdt officieel toezicht op de naleving van privacywetten, maar nergens in haar brief valt te lezen op welke wettelijke basis de ‘corona opt-in’ is gebaseerd. Evenmin wordt duidelijk waarom de AP van mening is dat de voorgestelde ‘corona opt-in’ een noodzakelijke en proportionele maatregel en dat dit probleem niet op een minder ingrijpende manier kan worden opgelost. Van een privacytoezichthouder in crisistijd mogen we een transparant en grondiger onderbouwd oordeel verwachten, waarbij bovenstaande gevolgen van de ‘corona opt-in’ expliciet worden meegewogen.

Toezicht op naleving van de privacywetgeving en de principes van het privacyrecht zijn de kerntaken van de AP, juist in crisistijd. Als iemand nu het hoofd koel moet houden en niet mee moet gaan in overhaaste crisismaatregelen met onoverzienbare gevolgen, is het de nationale toezichthouder op de privacy.


Platform Bescherming Burgerrechten
Privacy First
Humanistisch Verbond
Stichting KDVP


Dit gezamenlijke standpunt is eerder tevens gepubliceerd op https://platformburgerrechten.nl/2020/04/10/ap-sta-ons-bij/ en https://specifieketoestemming.nl/ap-sta-ons-bij/.

Gepubliceerd in Wetgeving

Met grote zorg heeft Privacy First gisteren kennisgenomen van het voornemen van de Nederlandse overheid om speciale apps te gaan inzetten ter bestrijding van de Corona-crisis. Privacy First ziet het gebruik van dergelijke apps als een gevaarlijke ontwikkeling, aangezien dit kan leiden tot talloze onterechte verdenkingen, stigmatisering, onnodige onrust en paniek. Zelfs “geanonimiseerd” kunnen de gegevens uit dergelijke apps via koppeling alsnog tot individuele personen herleid worden. Bij grootschalig gebruik leidt dit tot een surveillance maatschappij waarin iedereen geobserveerd en geregistreerd wordt en men zich voortdurend gemonitord waant, met een maatschappelijk chilling effect tot gevolg. Groot risico is dat de verzamelde data voor meerdere doelen zullen worden gebruikt en misbruikt door bedrijven en overheden. In handen van criminele organisaties vormen deze data bovendien een goudmijn voor criminele activiteiten. Voor Privacy First wegen deze risico’s van “Corona apps” niet op tegen de veronderstelde voordelen.

Het recht op anonimiteit in de openbare ruimte is een klassiek grondrecht en cruciaal voor het functioneren van onze democratische rechtsstaat. Een democratisch besluit tot opheffing hiervan is onacceptabel. Mocht alsnog besloten worden tot grootschalige inzet van “Corona apps”, dan dient dit dus strikt anoniem en op zuiver vrijwillige basis te gebeuren. Met individuele toestemming vooraf zonder enige vorm van druk, volledig geïnformeerd en voor een legitiem, specifiek doel. Privacy by design (het inbouwen van privacybescherming in de techniek) dient daarbij leidend te zijn. Voor Privacy First zijn dit harde juridische voorwaarden die niet onderhandelbaar zijn. Mocht hier niet aan voldaan worden, dan zal Privacy First dit bij de rechter aanvechten.

Gepubliceerd in Wetgeving

Autoriteit Persoonsgegevens weigert te onderzoeken of te handhaven

Op 6 maart jl. heeft OV-reiziger Michiel Jonker hoger beroep ingediend bij de Raad van State inzake de afwijzing van twee handhavingsverzoeken door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). In juli 2018 verzocht Jonker in twee handhavingsverzoeken de AP om onderzoek en handhaving inzake:

  1. Het weigeren van de terugbetaling van resterend saldo op anonieme OV-chipkaarten als de houder zijn NAW-gegevens niet aan Nederlandse Spoorwegen (NS) verstrekt;
  2. Het weigeren van internationale treintickets door NS-medewerkers aan stationsbalies als kopers hun NAW-gegevens niet aan NS verstrekken;
  3. Het in rekening brengen, sinds 2 juli 2018, van extra “servicekosten” als houders van anonieme OV-chipkaarten contant betalen voor het opwaarderen van het saldo op deze kaarten.
  4. De weigering door vervoerbedrijf Connexxion van privacyvriendelijke, contante betaling voor eenmalige buskaartjes in de bus.

De AP weigerde deze inbreuken op de privacy serieus te onderzoeken, omdat volgens de AP een "globaal (bureau)onderzoek" reeds uitwees dat er geen sprake was van enige overtreding. Jonker bestrijdt dat, omdat er ofwel zonder aangetoonde noodzaak persoonsgegevens worden verwerkt (1, 2, 4), ofwel zonder aangetoonde noodzaak reizigers die hun privacy willen behouden, worden gediscrimineerd ten opzichte van reizigers die hun persoonsgegevens afstaan (3).

Met betrekking tot de verkoop van internationale treintickets (2) heeft Jonker in februari 2020 geconstateerd dat NS ter zitting van de rechtbank (op 16 december 2019) heeft gezwegen over het feit dat er bij veel internationale tickets die NS aan klanten verkoopt, sinds november 2019 wel degelijk van klanten geëist wordt dat zij hun naam en soms ook hun geboortedatum door NS laten verwerken in een digitaal systeem. Het eerdere "ATB-systeem" waarmee voorheen anoniem tickets konden worden verstrekt is toen uitgeschakeld, en nu moeten klanten verplicht met het zogeheten "Atlantis"-systeem een "Homeprint" aanschaffen.

Jonker: "NS vindt van zichzelf dat NS daar niet verantwoordelijk voor is, omdat dit in opdracht zou gebeuren van buitenlandse vervoerbedrijven. Maar NS is als verwerker wel mede-verantwoordelijk en moet zich aan de AVG houden. De AP heeft zichzelf eerst ten onrechte onbevoegd verklaard op dit punt. Toen ik dat had ontzenuwd, vond de AP opeens dat mijn handhavingsverzoek hier niet over ging. En de rechtbank zei vervolgens dat mijn handhavingsverzoek "te onbepaald" was, hoewel ik aan de AP specifiek materiaal had aangeleverd waaruit bleek dat het anonieme systeem zou worden uitgeschakeld. Ze draaien zich in duizend bochten om redenen te vinden om mijn handhavingsverzoek af te wijzen."

Om het risico te verminderen dat het ATB-systeem niet technisch ontmanteld wordt voordat de AP alsnog onderzoek heeft gedaan, heeft Jonker bij de Raad van State tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend (een soort kort geding). Hij wil dat de rechter de AP opdraagt om de privacyvriendelijke infrastructuur van het ATB-systeem te beschermen zolang er nog geen onderzoek is gedaan. Het verzoek zal vooralsnog op 30 april 2020 door de Raad van State worden behandeld.

Bij Connexxion is volgens Jonker ten eerste niet aangetoond dat de "sociale veiligheid" op buslijnen in zijn regio gevaar loopt, en ten tweede is er volgens hem ook niet aangetoond dat het weigeren van contante betaling, als één maatregel in een pakket van 23 maatregelen, op die lijnen effect heeft op de veiligheid. Jonker: "Ze roepen het woord 'veiligheid' en vinden dat ze dan voor alle buslijnen in heel Nederland iets hebben aangetoond. Maar dan kan ik net zo goed gaan roepen dat alle CV-ketels gevaarlijk zijn en daarom moeten worden afgeschaft. Deze quasi-paranoia van een club van overheden en vervoerbedrijven die al onze persoonlijke OV-data in handen wil krijgen, wordt door de AP en de Rechtbank Gelderland klakkeloos geaccepteerd. Dat is in strijd met artikel 5 AVG, waarin staat dat er een noodzaak en een welbepaald doel moeten worden aangetoond."

Het volledige hoger-beroepschrift van Jonker staat HIER online (getiteld "Lof der individualiteit - privacy, connectiviteit en autoritair denken", 191 pp).

Jonker wordt in beide zaken gesteund door Privacy First en Maatschappij Voor Beter OV (www.voorbeterov.nl).

(door omstandigheden is dit bericht met vertraging gepubliceerd)

Update 26 juni 2020: de voorzieningenrechter bij de Raad van State heeft op 12 juni jl. uitspraak gedaan en Jonkers verzoek afgewezen. Voor de uitspraak, zie https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2020:1379. Jonker: "Het is jammer, maar in ieder geval heeft mijn verzoek om voorlopige voorziening ertoe geleid dat de voorzieningenrechter vragen aan NS heeft gesteld die de AP nooit wilde stellen. Uit het antwoord van NS blijkt dat er al in 2018 door NS en andere vervoerbedrijven een besluit is genomen om het privacyvriendelijke ATB-systeem voor ticketverkoop te gaan afschaffen. Vanwege het door mij betaalde griffierecht is het wel erg duur om als burger op die manier aan waarheidsvinding te moeten doen, omdat de AP haar taak op dat punt niet wil vervullen. Maar nu dit feit bekend is, kan ik dat meenemen in de bodemprocedure."

In de bodemprocedure heeft Jonker naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter op 22 juni jl. een nadere motivering ingediend, waarin de reikwijdte van zijn handhavingsverzoek centraal staat. Voor de tekst van die motivering, klik HIER (pdf).

Gepubliceerd in Mobiliteit

Michiel Jonker: "Contante betaling waarborgt de privacy van bioscoopbezoekers."

De Arnhemse privacy-activist Michiel Jonker heeft bij de Rechtbank Gelderland beroep ingediend tegen de weigering van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om handhavend op te treden tegen de weigering van arthouse-bioscoop Focus Filmtheater in Arnhem om contante betaling te accepteren. De bioscoop eist sinds de verhuizing naar een pand dat miljoenen heeft gekost, pinbetaling bij aankoop van filmkaartjes aan de kassa. Daarmee dwingt de bioscoop bezoekers tot het laten verwerken van hun persoonsgegevens.

Jonker is het daar niet mee eens en heeft om die reden in augustus 2018 een handhavingsverzoek bij de AP ingediend. De AP heeft dat verzoek in november 2019 afgewezen omdat volgens de AP niemand verplicht is om contant geld als wettig betaalmiddel te accepteren. Ook stelt de AP dat de bioscoop middels haar algemene voorwaarden een "contract" met de bioscoopbezoekers tot stand brengt, waaruit een noodzaak zou voortvloeien om persoonsgegevens van de bioscoopbezoekers te verwerken.

Volgens Jonker is er in geval van toonbankbetalingen in een aantal gevallen echter wel degelijk een plicht om contant geld te accepteren. Hij beroept zich daarbij op informatie van een expert van de Nederlandsche Bank. "Focus Filmtheater is een arthouse-bioscoop die films vertoont over gevoelige onderwerpen, en wordt nota bene voor een deel met gemeenschapsgeld gefinancierd," zegt Jonker. "Het gaat hier om de maatschappelijke participatie van mensen. Het moet niet mogelijk zijn dat achteraf door middel van profilering wordt achterhaald voor welke films iemand in de loop der tijd belangstelling heeft getoond. Als deze bioscoop privacyvriendelijke contante betaling mag weigeren, dan is dat het signaal dat iedereen afhankelijk mag worden gemaakt van niet-anonieme methoden om betalingen te doen - via pin of via internet. Dan moet je gaan nadenken wat andere mensen, autoriteiten of geautomatiseerde systemen voor conclusies kunnen trekken over jouw keuze om wel of niet bepaalde films te zien. Dat geeft aan deze zaak een grote lading."

In de documenten die Jonker in de bezwaarprocedure heeft opgevraagd, heeft hij ook aanwijzingen aangetroffen dat er onvoldoende waarborgen zijn met betrekking tot de persoonsgegevens die via de website van de bioscoop worden verzameld. "Als je een bioscoopkaartje koopt, kunnen je gegevens worden verwerkt door op zijn minst zeven bedrijven in vijf landen. Eén van die bedrijven is Google, en de kleine lettertjes in de algemene voorwaarden van Google geven dat bedrijf zeer veel vrijheid om de verzamelde gegevens met derden te delen in zo'n beetje alle landen ter wereld. Het is niet duidelijk of er tijdige en adequate anonimisering plaatsvindt. Zoals het er nu staat, is het een vrijbrief voor privacy-aantasting."

Voor de volledige tekst van Jonkers beroepschrift, klik HIER (pdf, 94 pp).

Privacy First steunt Jonker in deze zaak.

Media:
Security.nl, 7 januari 2020: Rechtszaak over Arnhemse bioscoop die contant geld weigert
Privacyweb, 7 januari 2020: Rechtszaak tegen weigering van contant geld door bioscoop
Sargasso.nl, 8 januari 2020: Rechtszaak tegen weigering contant geld door bioscoop
FOK Nieuws, 8 januari 2020: Rechtszaak tegen weigering van contant geld door bioscoop
AVROTROS Radar, 8 januari 2020: Niet contant kunnen betalen: inbreuk op je privacy? (inclusief opiniepoll)
Potkaars.nl, 8 januari 2020: Michiel Jonker - War on Cash in de Bioscoop (video-interview en podcast) 
Café Weltschmerz, 8 januari 2020: Profileren op basis van bioscoopbezoek – Rico Brouwer en Michiel Jonker (video-interview)
Emerce, 10 januari 2020: Rechtszaak tegen weigering van contant geld door bioscoop
De Gelderlander, 16 januari 2020: Privacystrijder blijft vechten voor betalen met contant geld bij filmhuis in Arnhem
FOK Nieuws, 17 januari 2020: Q&A met privacy-activist Michiel Jonker.
Tweakers, 6 februari 2020: Interview met Michiel Jonker - privacyactivist uit idealisme en irritatie.

Gepubliceerd in Financiële privacy & PSD2
Pagina 1 van 3

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon