donatieknop english

"Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil met een wetswijziging mogelijk maken dat kentekens van alle motorvoertuigen vier weken worden opgeslagen en bewaard na de registratie via camera’s. Voorgesteld wordt dat het kenteken, de locatie en het tijdstip van vastlegging van het kenteken en de foto-opname van het voertuig kunnen worden bewaard (hierna: de “passagegegevens”).

Op dit moment worden kentekens die bij vergelijking geen ‘hit’  opleveren (oftewel niet overeenkomen met kentekens die al bij de politie bekend zijn) direct vernietigd. Het bewaren van gegevens wanneer het niet om een bekende van de politie gaat is niet toegestaan. Minister Opstelten wil met de wetswijziging mogelijk maken dat kentekens en daarmee verbonden gegevens kunnen worden vastgelegd, ongeacht of sprake is van een ‘hit’.

Het wetsvoorstel

In de voorgestelde wetswijziging  wordt bepaald dat de bewaarde gegevens kunnen worden geraadpleegd in geval van verdenking van bepaalde misdrijven en ter aanhouding van voortvluchtige.

De raadpleging vindt slechts plaats door politiegegevens, geautomatiseerd te vergelijken met de bewaarde passagegegevens om vast te stellen of de gegevens overeenkomen. “Dit houdt in dat alleen op basis van ‘hit no hit’ in de bewaarde gegevens kan worden gezocht, dat wil zeggen aan de hand van reeds bij de politie bekende onderzoeksgegevens”.

Privacy First

Volgens Privacy First is een dergelijke wet in overtreding met onder meer het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en de privacywetgeving. Daarom stapt de privacyvoorvechter naar de rechter indien de Tweede en de Eerste Kamer het wetsvoorstel zal aannemen.

Wettelijke vereisten

Een eerder voorstel van de minister werd in 2010 teruggenomen nadat de Tweede kamer bezwaren had. Het College Bescherming Persoonsgegevens was toen  zeer kritisch over het wetsvoorstel en heeft toentertijd zelfs gezorgd voor het stopzetten van het gebruik van opgeslagen kentekens door enkele politiekorpsen, omdat dat tegen de wet is. (...)"

Lees HIER het hele artikel op het weblog van SOLV Advocaten.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Privacy First stapt naar de rechter als het parlement instemt met de plannen van Opstelten om beelden van kentekens voor vier weken op te slaan. Iedereen op de weg komt dan in een database terecht.

Privacy First wil naar de rechter stappen als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het nieuwe wetsvoorstel van minister Opstelten, waarbij beelden die door camera's van kentekens worden gemaakt, vier weken worden bewaard, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat de mensen achter die kentekens een misdrijf zouden hebben begaan. Volgens de privacyvoorvechter is een dergelijke wet in overtreding met onder meer het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en de privacywetgeving.

Opstelten diende het wetsvoorstel begin deze week in, waarna nu de behandeling in de Tweede Kamer kan beginnen. Een eerder wetsvoorstel werd door de minister in 2010 teruggenomen nadat de Tweede kamer er bezwaren tegen had. Het College Bescherming Persoonsgegevens was toen zeer kritisch over het wetsvoorstel.

Het CBP heeft zelfs gezorgd voor het stopzetten van het gebruik van opgeslagen kentekens door enkele politiekorpsen omdat dat tegen de wet was. Ondanks dat blijkt uit een brief van de minister dat diverse malen willens en wetens door opsporingsambtenaren (bij wijze van proef) kentekenregistraties werden bewaard zonder wettelijke basis.

Kritiek CBP grotendeels genegeerd

Naar aanleiding van het nieuwe advies van het CBP zegt de minister het wetsvoorstel te hebben aangescherpt, net als naar aanleiding van het advies van de Raad van State is gedaan. Daarmee, zegt de minister, wordt voorkomen dat de database van kentekens ook wordt gebruikt voor de opsporing van relatief lichte vergrijpen.

Het CBP heeft verder bedenkingen tegen de grootschaligheid van de gegevensverwerking en -opslag; immers van iedereen worden op de (snel)wegen beelden gemaakt. Verder vindt het CBP de bewaartermijn van vier weken niet voldoende onderbouwd. Het CBP is verder beducht voor een landelijk dekkend cameraweb, door koppeling met gemeentelijke camera's en andere camerabeheerders.

Privacy First wijst eveneens op al die bezwaren, maar zegt daarbij dat al die bezwaren door de minister worden genegeerd. In eerste instantie gaat de organisatie een lobby starten naar de Tweede Kamer, maar verzamelt nu al medestanders om eventueel naar de rechter te stappen, en in het uiterste geval naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens."

Bron: Webwereld, 15 februari 2013.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Stichting Privacy First bereidt juridische stappen voor tegen het wetsvoorstel over het bewaren en vastleggen van kentekens door de politie.

Stichting Privacy First beschouwt het wetsvoorstel van Opstelten als een bedreiging voor de maatschappij. “Iedere burger wordt door deze maatregel een potentiële verdachte. Je moet de overheid vertrouwen, maar die overheid wantrouwt zelf de burger,” aldus Privacy First voorzitter Bas Filippini. In een gezonde democratische rechtsstaat dient de overheid onschuldige burgers met rust te laten. “Met dit wetsvoorstel overschrijdt de overheid die principiële grens. Het collectief monitoren van alle automobilisten voor opsporing en vervolging is volstrekt disproportioneel en daarmee onrechtmatig.

Indien het parlement dit wetsvoorstel aanneemt zal Privacy First de Nederlandse Staat dagvaarden en de wet onverbindend laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy. Indien nodig zullen Privacy First en individuele mede-eisers hiertoe doorprocederen tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Iedere burger die in deze rechtszaak wil participeren kan zich vanaf vandaag bij Privacy First aanmelden o.v.v. “ANPR Proces”."

Bron: BijzonderStrafrecht.nl, 15 februari 2013.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Als het voorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie om kentekens van alle auto's voor een periode van een maand te bewaren doorgaat, volgen er juridische stappen. Daarmee dreigt Stichting Privacy First. Onlangs liet Opstelten weten dat hij de bevoegdheid van politie wil uitbreiden om kentekens langer te bewaren. Dat zou mogelijk kunnen helpen bij de bestrijding van criminaliteit.

Volgens de huidige regels dienen deze gegevens binnen 24 uur te worden gewist. De vorige minister van Justitie (Hirsch Ballin) was in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit onderwerp echter controversieel.

"Opstelten doet er met zijn huidige voorstel alsnog een paar scheppen bovenop", stelt Privacy First. De stichting beschouwt het wetsvoorstel van Opstelten als een bedreiging voor de maatschappij.

Verdacht
Iedere burger wordt door deze maatregel een potentiële verdachte. Je moet de overheid vertrouwen, maar die overheid wantrouwt zelf de burger," aldus Privacy First voorzitter Bas Filippini. "In een gezonde democratische rechtsstaat dient de overheid onschuldige burgers met rust te laten. Met dit wetsvoorstel overschrijdt de overheid die principiële grens."

Begin 2010 oordeelde het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) dat politiekorpsen zich niet aan de regels hielden door kentekens langer op te slaan dan wettelijk was toegestaan.

Volgens het CBP dienen alle kentekens die niet verdacht zijn (zogenaamde "no-hits") direct uit de databases te worden verwijderd. "Opstelten gaat hier nu dus lijnrecht tegenin door ook de kentekens van niet-verdachte burgers vier weken op te slaan", laat Privacy First weten.

Dagvaarding
Als het parlement het wetsvoorstel aanneemt zal Privacy First de Nederlandse Staat dagvaarden en de wet onverbindend laten verklaren omdat die in strijd met het recht op privacy is. Indien nodig zal de stichting doorprocederen tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg."

Bron: Security.nl, 14 februari 2013.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
woensdag, 13 februari 2013 15:33

Iedere automobilist wordt potentiële verdachte

Justitie wil alle automobilisten gaan volgen. Stichting Privacy First bereidt juridische stappen voor.

In een verregaand wetsvoorstel wil minister van Veiligheid en Justitie Opstelten de kentekens van alle auto's door middel van cameratoezicht en Automatic Number Plate Recognition (nummerplaatherkenning, ANPR) vier weken gaan opslaan voor opsporing en vervolging. Volgens de huidige regels dienen deze gegevens binnen 24 uur te worden gewist. De vorige minister van Justitie (Hirsch Ballin) was in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit onderwerp echter controversieel. Opstelten doet er met zijn huidige voorstel alsnog een paar scheppen bovenop. Begin 2010 oordeelde het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) dat politiekorpsen zich niet aan de regels hielden door kentekens langer op te slaan dan wettelijk was toegestaan. Volgens het CBP dienen alle kentekens die niet verdacht zijn (zogenaamde "no-hits") direct uit de databases te worden verwijderd. Opstelten gaat hier nu dus lijnrecht tegenin door ook de kentekens van niet-verdachte burgers vier weken op te slaan.

Stichting Privacy First beschouwt het wetsvoorstel van Opstelten als een bedreiging voor de maatschappij. "Iedere burger wordt door deze maatregel een potentiële verdachte. Je moet de overheid vertrouwen, maar die overheid wantrouwt zelf de burger," aldus Privacy First voorzitter Bas Filippini. In een gezonde democratische rechtsstaat dient de overheid onschuldige burgers met rust te laten. Met dit wetsvoorstel overschrijdt de overheid die principiële grens. Het collectief monitoren van alle automobilisten voor opsporing en vervolging is volstrekt disproportioneel en daarmee onrechtmatig.

Indien het parlement dit wetsvoorstel aanneemt zal Privacy First de Nederlandse Staat dagvaarden en de wet onverbindend laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy. Indien nodig zullen Privacy First en individuele mede-eisers hiertoe doorprocederen tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Iedere burger die in deze rechtszaak wil participeren kan zich vanaf vandaag bij Privacy First aanmelden o.v.v. “ANPR Proces”.

Gepubliceerd in Cameratoezicht

"Meer dan 40 organisaties en experts uit binnen- en buitenland schrijven een open brief aan minister Opstelten waarin zij wijzen op de gevaren van het zogenaamde 'terughacken'. "Niet acceptabel."

Veertig internationale organisaties en individuen die zich inzetten voor de digitale burgerrechten doen een appel op minister Opstelten om af te zien van het plan om de politie het recht te geven terug te hacken bij cyberdreigingen en in de opsporing naar (cyber)criminelen. "Ondanks dat uw doel, het bestrijden van cybercrime, prijzenswaardig is, is de oplossing niet acceptabel", schrijven de ondertekenaars in een brief.

Zelfs als het alleen binnenlands wordt gebruikt beperkt het binnendringen van computers de privacy van de verdachte, maar daarnaast ook nog eens van alle niet-verdachten waarvan informatie op de bewuste computer staat, vinden de ondertekenaars. "U heeft niet aangetoond dat uw voorstel noodzakelijk en proportioneel is."

Risico's voor het wereldwijde internet

Aan de andere kant brengt het voorstel wel risico's met zich mee betreffende cybersecurity en "het wereldwijde internet", menen de experts. Volgens hen zou het voorstel overheden prikkelen de beveiliging van informatietechnologie zwak te houden door kwetsbaarheden niet meer te delen en die juist uit te buiten voor eigen doeleinden. "Dat brengt miljoenen onschuldige computergebruikers in gevaar."

Mocht het inbreken in andermans computers ook over de grens gebeuren, zullen de complicaties van het voorstel alleen nog maar toenemen. Het breekt de wet in een ander land en is dus illegaal, daarnaast schendt het de soevereiniteit van andere landen.

Andere landen volgen Nederland

"Het probleem wordt nog groter doordat andere landen waarschijnlijk het voorbeeld van Nederland gaan volgen en dat leidt tot een situatie waarin landen de eigen wetten gaan handhaven op buitenlandse computers, in plaats van te investeren in internationale samenwerking in handhaving."

Daarbij zal het uiteindelijk ook gaan om het najagen van politieke tegenstanders, journalisten en dissidenten, schrijven de mensenrechtenactivisten, waarbij aanvallen op computers worden gedaan vanwege blasfemie, haatzaaien, homoseksualiteit of inbreuken op het copyright. Daarbij wijzen de ondertekenaars op de gebruikers van het Tor-netwerk, "die zich kunnen uitspreken zonder vrees voor vervolging. Het zullen juist deze gebruikers zijn die doelwit worden zonder juridische bescherming van het land waar ze verblijven."

Bruce Schneier en Richard Stallman

De brief is onder meer ondertekend door Bruce Schneier en Richard Stallman, de Nederlandse organisaties Bits of Freedom, Vrijbit, Free Press Unlimited, Internet Protection Lab, Humanistisch Verbond, Privacy First, Ouders Online en Vrijschrift en onder meer de buitenlandse organisaties Chaos Computer Club (Duitsland) EDRi (Europa), EFF (VS), La Quadrature du Net (Frankrijk), Netzpolitik (Duitsland) en de Tor Project (VS)."

Bron: Webwereld, 4 december 2012.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Naar aanleiding van de mogelijke ontknoping in de moordzaak op Marianne Vaatstra is er de laatste dagen veel te doen geweest rond eventueel verplicht gebruik van DNA bij opsporing. Zo was er op televisie een interessante discussie tussen Peter R. de Vries en NRC-commentator Folkert Jensma over de vraag of er een nationale DNA-databank zou moeten komen. Stichting Privacy First is om diverse redenen principieel tégen een dergelijke databank; lees HIER ons standpunt hierover uit maart 2011 n.a.v. een 'proefballonnetje' van de Rotterdamse korpschef Frank Paauw. Klik HIER voor onze reactie vandaag in de Volkskrant en beluister hieronder het commentaar dat Privacy First medewerker Vincent Böhre vanmiddag gaf bij Omrop Fryslân:

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Vier vragen over Dna-onderzoek 
Door dna-onderzoek lijkt de zaak-Vaatstra nu eindelijk opgelost. Maar in hoeverre tast deze manier van opsporing ons recht op privacy aan?

Wat is er allemaal mogelijk in de opsporing?

De opsporingsmogelijkheden van politie en justitie groeien mee met de ontwikkeling van de techniek. Nederland loopt daarin voorop: nergens ter wereld worden zoveel burgers afgeluisterd. Een ander voorbeeld is het voorstel van staatssecretaris van Justitie Teeven (VVD), die wil dat opsporingsdiensten kunnen 'terughacken'.

Hetzelfde geldt voor dna-onderzoek. Sinds onderzoekers in de jaren tachtig deze methode ontdekten, kan er met maar weinig sporen dna naar een dader worden gezocht. Sinds 1997 worden dna-profielen van veroordeelden, slachtoffers en verdachten opgeslagen bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De databank bevat nu meer dan 150 duizend profielen, in 2010 waren dat er nog 50 duizend.

Waarom wordt er van steeds meer mensen dna opgeslagen?

Steeds meer groepen zijn de afgelopen jaren verplicht om dna af te staan. Zo moeten minderjarige slachtoffers vanaf april dit jaar wangslijmvlies afstaan voor de opsporing van de daders. Tegelijkertijd werd ook het dna-verwantschapsonderzoek wettelijk toegestaan dat is gebruikt in de zaak-Vaatstra. Hierbij kan de dader via het dna van familieleden worden opgespoord.

De afgelopen jaren kwamen er steeds meer voorstellen om de dna-databank uit te breiden. Zo wilde minister Edith Schippers in oktober dat justitie toegang zou krijgen tot het dna dat in ziekenhuizen wordt opgeslagen voor wetenschappelijk onderzoek.

'De privacy erodeert, wordt uitgehold door zulke voorstellen,' zegt hoogleraar regulering van technologie Bert-Jaap Koops van de universiteit Tilburg. 'Nieuwe technologieën voor opsporing worden steeds vaker toegelaten. En de wetgever gaat daar erg makkelijk in mee.' 

Zullen nieuwe opsporingstechnieken onze privacy aantasten?

Volgens hoogleraar Koops wel. 'Die ontwikkeling is niet te keren. Nieuwe technologieën veroorzaken een logische verschuiving van grenzen. Tien jaar geleden was het onvoorstelbaar dat alles werd gefilmd. Hetzelfde geldt voor de situatie over tien jaar, we zullen alleen maar aan privacy inleveren.'

Een volgende stap zou een nationale dna-databank kunnen zijn, volgens Koops. Dan moet iedere Nederlander dna afstaan. 'Het kan twee kanten op. Of de maatschappij zegt dat door de zaak-Vaatstra, en mogelijke volgende doorbraken, het nut van zo'n databank is aangetoond. Of de maatschappij zegt: blijkbaar hoeft niet iedereen dna in te leveren, het kan ook op vrijwillige basis.'

Wat zijn de voors en tegens van een nationale dna-databank?

Door het succes in de zaak-Vaatstra is de discussie weer opgelaaid. In 2011 pleitte korpschef Frank Paauw van de politie Rotterdam-Rijnmond ook voor een nationale databank. Zijn argumentatie is die van de voorstanders: wie niets heeft te verbergen, heeft ook niets te vrezen.

Privacy is juist veiligheid, vinden tegenstanders. 'Dat is de persoonlijke veiligheid van het individu tegenover een overheid', zegt Vincent Böhre van de stichting Privacy First. 'Een nationale databank zou impliceren dat de overheid haar eigen burgers niet meer vertrouwt en iedere Nederlander als potentiële verdachte ziet.'

Volgens Böhre is de grens bereikt met het verwantschapsonderzoek in de zaak-Vaatstra. 'Dat is het dilemma: nu lijkt er eindelijk een dader te zijn opgepakt. Daar ben ik blij om. Maar verplichting mag er nooit komen. Dat staat op gespannen voet met het klassieke rechtsbeginsel dat niemand tegen zichzelf hoeft te getuigen.'"

Bron: Volkskrant 21 november 2012, p. 5. Klik HIER voor de versie op Volkskrant.nl

Gepubliceerd in Privacy First in de media
zondag, 11 november 2012 17:40

Panopticon

Panopticon verscheen eind oktober 2012 op internet en is in de optiek van Privacy First de beste Nederlandstalige documentaire over privacy tot nu toe. Bekijk 'm hieronder en oordeel zelf:

Gepubliceerd in Videocorner

Stichting Privacy First organiseert regelmatig een netwerkborrel met een prominente spreker rond een actueel thema. Zo organiseerden wij in september dit jaar een avond met het Hoofd van de AIVD. Op 22 oktober jl. was het de beurt aan een spreker uit de wereld van cyber security. Spreker was ditmaal de heer Wil van Gemert, Directeur Cyber Security van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV, ministerie van Veiligheid en Justitie). Als discussie-moderator hadden wij onderzoeksjournalist Brenno de Winter ingeschakeld. Klik HIER voor de uitnodiging aan onze relaties. Wilt u voortaan ook een uitnodiging ontvangen? Mail ons! Hieronder volgt een verkorte weergave van de lezing en de discussie met het publiek:

Introductie Privacy FirstBas Filippini

Voorzitter Bas Filippini geeft een korte inleiding op het werk van Stichting Privacy First en introduceert Wil van Gemert en Brenno de Winter. Filippini memoreert dat de overheid steeds meer verwacht dat burgers alles digitaal doen. Met name ouderen en mensen met principiële bezwaren raken hierdoor in de knel. Tegelijkertijd krijgt de overheid steeds meer bevoegdheden om in het digitale privédomein van de burger te kunnen meekijken. Een actuele ontwikkeling op dit terrein is het plan van minister Opstelten om computers van burgers te kunnen gaan hacken. Privacy First is fel tégen dit plan, onder meer vanwege de schending van het briefgeheim. De overheid hoort de privacy van de burger te waarborgen. In die zin hebben Privacy First en de overheid hetzelfde doel, weliswaar vanuit verschillend perspectief. De hackplannen van Opstelten dreigen de privacy – en daarmee de democratie – echter af te breken. Filippini geeft vervolgens het woord aan Wil van Gemert.

Trends in cyber security

De heer Van Gemert dankt Privacy First voor de uitnodiging en trapt af met een komisch reclamefilmpje over spraakverwarring; klik HIER. Evenals in het filmpje draait het bij cyber security om vertrouwen, kennis en bewustzijn. Daarnaast draait het om het vinden van de juiste balans tussen taken en verantwoordelijkheden. In zijn lezing zal Van Gemert achtereenvolgens ingaan op huidige trends in cyber security, de taken van de overheid, publiek-private samenwerking, het Cyber Security Beeld Nederland, en "security versus privacy?": is hier sprake van een tegenstelling of vult e.e.a. elkaar juist aan? En wat zijn de actuele uitdagingen? Bij cyber security draait alles om de vertrouwelijkheid, betrouwbaarheid, integriteit en continuïteit van gegevens in de digitale informatiesamenleving. Een eerste wereldwijde trend die Van Gemert hierbij signaleert is ‘Big Data’: de enorme hoeveelheid data die voortdurend opgeslagen wordt en die dagelijks toeneemt. Hoe kunnen we daar op een goede manier mee omgaan? Een tweede trend is hyperconnectiviteit: het aantal digitale (internet)verbindingen neemt exponentieel toe. Zo ontstaat een “Internet of Things”. Nederland heeft de één na hoogste internetdichtheid ter wereld; dat geeft Nederland op dit terrein een bijzondere positie. Een derde trend is het verdwijnen van grenzen, zowel in tijd en afstand als qua werk/privé. Deze trends vereisen een verandering in zowel de manier waarop bedrijven zakendoen als de rol van de overheid bij het waarborgen van een veilige samenleving. Deze trends hebben ook invloed op mensen, op consumenten, bijvoorbeeld door de nieuwe mogelijkheden van mobiele telefonie. Big Data kan worden gebruikt om real-time, heel gericht een commerciële aanbieding te doen aan een individu, bijvoorbeeld een reisverzekering als je op Schiphol bent. Op de vraag van Van Gemert hoeveel aanwezigen in de zaal dit een prettig idee vinden gaan echter nul handen omhoog. Van Gemert zelf vindt het ook geen prettig idee: je privacy wordt hierdoor geschaad, je krijgt het gevoel dat je gevolgd wordt. Relatief veel jongeren lijken het echter prima te vinden.Wil van Gemert

Invloed van social media

Een belangrijk aspect bij cyber security is mobiliteit: bedrijven willen hun klanten overal kunnen bereiken en werknemers zijn steeds minder gebonden aan een vaste werkplek bij hun werkgever. Voor bedrijven, politieke partijen en de overheid worden ook social media steeds belangrijker om te weten wat er in een markt of maatschappij speelt. Een interessante casus is het recente incident met Vueling Airlines, waarbij het radiocontact verloren ging en men enige tijd rekening hield met een mogelijke kaping. Sinds 2001 is de procedure dat een dergelijk vliegtuig (‘renegade’, SPF) begeleid wordt door F16’s. Stel echter dat alle passagiers aan boord gaan twitteren dat er niets aan de hand is, hoe ga je daar dan mee om als overheid? Dat zijn vragen die momenteel bij de overheid spelen. Een ander aspect heeft betrekking op de rol van de overheid: van een monopoliepositie naar een meer afhankelijke rol. Het grootste deel van de cyberinfrastructuur is immers in handen van bedrijven. Daarnaast is er een autoriteitsvraagstuk: social media hebben invloed op de mate waarin een overheidscampagne wel of niet aanslaat bij een bevolking. Een recent voorbeeld is de overheidscampagne voor inentingen tegen baarmoederhalskanker. Een volgend aspect is dat cyber security ‘community driven’ is: de gemeenschap maakt zichzelf eigenaar van een bepaald probleem, bijvoorbeeld bij het Dorifel-virus. Die gemeenschap bestaat uit onderzoekers, relevante bedrijven, hackers etc. Deze ‘community’ kan soms helderheid rond een bepaalde kwestie verschaffen, anders dan bijvoorbeeld bij klassieke opsporing waarbij de regie bij de overheid ligt. Bij veel bedrijven is het digitale IQ echter nog laag; het is voor de overheid dan ook een uitdaging om het digitale IQ bij bedrijven te verhogen, aldus Van Gemert.

Gebrek aan security-concept in cyberspace

Nederland is een land van zeeën en dijken: als het water doorsijpelt bouwen we er een dijk omheen. Die klassieke manier van crisisbeheersing (containment, ofwel indammen) is in cyberspace bijna onmogelijk. Bedrijven weten vaak niet waar hun data zich precies bevindt, hoe het met elkaar verbonden is en welk effect het heeft als er ergens uitval is. Naast de menselijke factor kennen platforms, applicaties en infrastructuren allemaal hun eigen problemen, en door de interactie tussen die vier niveaus wordt een securityprobleem vaak heel omvangrijk. In de fysieke wereld kennen we een safety-concept; denk bijvoorbeeld aan de veiligheidsregels op een bouwplaats. Maar geldt er in cyberspace ook een security-concept? En welke rollen hebben de overheid, de private sector en de burger daarin? Momenteel is dat nog onvoldoende helder. Op de snelweg gelden bepaalde veiligheidseisen en verkeersregels. Maar iedere burger kan ook een computer kopen en onbeveiligd de digitale snelweg op.Wil van Gemert

Publiek-private samenwerking

Sinds anderhalf jaar heeft Nederland een Nationale Cyber Security Strategie. Onderdeel daarvan was de installatie van een Cyber Security Raad: een onafhankelijk adviesorgaan voor de overheid. In de Nationale Cyber Security Strategie is onder meer afgesproken dat Nederland jaarlijks een Cyber Security Beeld Nederland van dreigingen en actoren maakt. Verder is er sinds begin 2012 de operationele directie binnen de NCTV, die uit twee onderdelen bestaat: 1) het Nationaal Cyber Security Centrum, NCSC (dat onder meer als expertisecentrum fungeert) en 2) een beleidscluster (dat onder meer de beantwoording van Kamervragen en vragen vanuit de private sector ondersteunt). Uitgangspunt hierbij is publiek-private samenwerking; zo ontstaan nieuwe coalities met nieuwe vormen van participatie tussen de overheid en het bedrijfsleven, maar ook met belangenorganisaties. In de Cyber Security Raad en in het NCSC participeren zowel de overheid als private partijen en deskundigen. Een onderwerp waar men zich bijvoorbeeld gezamenlijk mee bezighoudt is cloudcomputing. Tevens heeft het NCSC sinds kort een ICT Response Board; bij deze publiek-private samenwerking kan een groep mensen uit de overheid en het bedrijfsleven bij incidenten en crisissituaties worden opgeroepen ter advies en assistentie. Daarnaast zijn er op verschillende terreinen ISACs: Information Sharing and Analytical Committees, bijvoorbeeld voor de vitale infrastructuur op het terrein van energie, water, financiën etc. Ook dit is publiek-private samenwerking.

Dreigingen in cyberspace

Cyber security staat de laatste tijd volop in de actualiteit en uit negatieve incidenten komen soms positieve initiatieven voort. Zo was er een unaniem verzoek van de Tweede Kamer om een meldpunt security breaches op te richten. Van Gemert vertelt in dit verband het volgende: “De Diginotar-affaire heeft duidelijk gemaakt dat de volgende vraag relevant is: wat kan de overheid in het geval van een crisis? Hoe kan de overheid een bedrijf dat een essentiële rol vervult, verplichten om mee te werken om te voorkomen dat maatschappelijke ontwrichting ontstaat en de maatschappij schade lijdt? Hebben wij die mogelijkheden überhaupt? Onze conclusie in juli dit jaar was bevestigend, indien we de noodtoestand zouden kunnen verklaren op een cyberincident.” Verder zou niet alleen geïnvesteerd moeten worden in de detectie van datalekken, maar ook in de juiste response hierop, aldus Van Gemert. De rol van de overheid richt zich daarbij op coördinatie, communicatie en consultatie. In juli dit jaar verscheen het tweede nationaal Cyber Security Beeld van dreigingen, doelwitten en actoren. De grootste dreiging gaat uit van buitenlandse overheden (spionage) en cybercriminaliteit. In tegenstelling tot wat veel mensen denken gaat van cyberterrorisme vooralsnog een kleinere dreiging uit. Verder kan de samenwerking tussen ‘hacktivisten’ en buitenlandse statelijke actoren (lees: geheime diensten) tot zorgen leiden.Wil van Gemert


Privacy & security

Over de verhouding tussen privacy en security stelt Van Gemert dat er wat hem betreft "geen privacy zonder security bestaat. Als je geen security organiseert, zul je uiteindelijk ook geen privacy hebben. Je moet wel degelijk maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat je privacy beschermd wordt. Zowel privacy als security hebben belang bij elkaar. Informatiebeveiliging op dat terrein en afspraken daaromtrent zijn dus noodzakelijk. Ook ter bescherming van de privacy publiceren we vanuit het NCSC dagelijks adviezen over kwetsbaarheden die bedrijven en burgers zouden kunnen raken. Onze website www.waarschuwingsdienst.nl is erop gericht om burgers beter bewust te maken en te wapenen tegen dreigingen. Wij zijn echter geen toezichthouder; we kunnen niets opleggen. Wij kunnen slechts adviseren en best practices aandragen. Tussen 12 en 22 november as. zal de overheid samen met private partners 10 dagen lang aandacht besteden aan ‘awareness’ via de campagne Alert Online. Deze campagne is zowel op het bedrijfsleven als op burgers gericht.”

Van Gemert benadrukte tenslotte nog het belang van digitale grondrechten en de zelfredzaamheid van burgers door kennis en bewustwording. Voor de discussie met het publiek poneert Van Gemert drie onderwerpen: 1) Hoe verhouden security en vrijheid zich conceptueel tot elkaar? En kan security ook zorgen voor privacy? 2) Wat is de rol van Privacy First? Is dat altijd in de oppositie, of ook in een coalitie? 3) Wat is de rol in cyberspace van onze handhavende en toezichthoudende instanties, bijvoorbeeld de politie? Wat is hun rol bij individuele noodhulp en handhaving in cyberspace?Wil van Gemert
sheet privacyfirst challenges

Discussie met het publiek

Hoewel Van Gemert niet verantwoordelijk is voor cyber crime, is hij desondanks bereid om namens het ministerie van Veiligheid en Justitie ook daarover het een en ander te zeggen. Op een vraag vanuit het publiek over de internationale consequenties die ‘ingrijpen’ in cyberspace vanuit Nederland kan hebben antwoordt Van Gemert dat het concept van virtualiteit vraagt om een andere benadering dan een territoriale benadering indien onduidelijk is waar een bepaalde server zich bevindt. Hij maakt hierbij een vergelijking met de vroegere ontwikkeling van het zeerecht in internationale wateren. Verder zou wellicht het land waar de schade optreedt het aanknopingspunt moeten vormen qua jurisdictie. Eenduidige antwoorden bestaan op dit terrein echter nog niet; de nationale en internationale regels terzake zijn nog niet helder. Brenno de Winter benadrukt dat Nederlandse hacking-activiteiten in het buitenland een gevaarlijke internationale precedentwerking kunnen hebben. Wat indien een land als Iran zich dezelfde bevoegdheden toebedeelt? Door anderen in het publiek wordt deze zorg gedeeld.

Een andere vraag in het publiek heeft betrekking op publiek-private samenwerking als bij Diginotar. Ook wordt gerefereerd aan Israëlische tapcentrales in Nederland. Maakt Nederland zichzelf hiermee niet ontzettend kwetsbaar? Van Gemert antwoordt dat deze vraag voor de overheid sinds de Diginotar-affaire inderdaad prominent is geworden. Op de kwestie van tapcentrales wil hij echter niet ingaan, aangezien hij hier niet beleidsmatig bij betrokken is. Hierna wordt vanuit het publiek opgemerkt dat, bij de publiek-private samenwerking op het terrein van cyber security, Nederlandse maatschappelijke organisaties structureel buiten de deur worden gehouden. Ook De Winter merkt op dat het NCSC door velen gezien wordt als een onbereikbare vesting waar je niet gehoord wordt. Van Gemert antwoordt hierop dat vanuit het NCSC wel degelijk contact met belangenorganisaties wordt gezocht. De vraag is daarbij ook welke rol die belangenorganisaties willen hebben: oppositie of coalitie? “Ik ben ervan overtuigd dat wij nieuwe vormen van samenwerking moeten zoeken tussen overheid, bedrijfsleven, burgers én belangenorganisaties, die ervoor zorgen dat onze samenleving veiliger wordt. Het zoeken van dat contact is ook de reden dat ik hier sta,” aldus Van Gemert. Een andere vraag vanuit het publiek gaat over detectie van hack-pogingen. In hoeverre wordt dit door de overheid aan bedrijven uitbesteed? Van Gemert antwoordt hierop dat de overheid zelf detecteert aan de hand van verkeersgegeBrenno de Wintervens (niet op content) voorzover het de vitale (overheids)infrastructuur betreft; bij bedrijven is dergelijke detectie aan die bedrijven zelf. Vanuit het publiek wordt in dit verband opgemerkt dat de overheid ook een rol zou kunnen gaan spelen om per bedrijfssector relevante kennis en ervaring bij elkaar te brengen. Een andere opmerking vanuit het publiek heeft betrekking op het eerder veronderstelde gebrek aan internationale regelgeving: waarom conformeert Nederland zich niet aan het reeds bestaande Verdrag van Boedapest over Cybercriminaliteit en waarom worden de mogelijkheden van dit verdrag onvoldoende benut? Verdere opmerkingen gaan over samenwerking tussen Nederlandse gemeenten, de banken en telecomsector. Ook wordt gevraagd hoe groot de dreiging van cyber warfare is en hoe Nederland zich hierop voorbereidt. Van Gemert refereert hierop aan cyber als het “fifth battlefield” na de vier domeinen land, zee, lucht en ruimte. Dit is een reëele ontwikkeling; inmiddels zijn er zo’n 20 landen die er de capaciteit voor hebben. In Nederland wordt veel bezuinigd, maar op cyberterrein wordt bij Defensie juist geïnvesteerd. Bij cyber war speelt overigens ook een nieuw toerekeningsvraagstuk: welk land veroorzaakt de schade en hoe moet ik hierop reageren? Tijdens de discussie wordt tevens gerefereerd aan de US Patriot Act en de risico’s van opslag van gegevens in de cloud. “Denk goed na over wat je in de cloud zet”, adviseert Van Gemert. Hierna rijst vanuit het publiek de vraag in hoeverre de overheid de bescherming van persoonsgegevens als vitaal beschouwt voor onze infrastructuur, in hoeverre de overheid oog heeft voor de risico’s van identiteitsfraude en -diefstal door de koppeling van persoonsgegevens aan BSN-nummers, of men de inhoud van het WRR-rapport iOverheid onderschrijft en of het uitroepen van een cyber-noodtoestand gelijk staat aan een ramp- of oorlogssituatie waarbij reguliere wetgeving kan worden opgeheven met alle privacyrisico’s van dien. Verder wordt opgemerkt dat een politiebevoegdheid om computers van burgers te kunnen hacken impliceert dat computergegevens van burgers ook ongemerkt zouden kunnen worden veranderd en vervolgens tegen diezelfde burgers zouden kunnen worden gebruikt. Van Gemert antwoordt dat persoonsgegevens essentiële, kritieke data zijn die goed beschermd dienen te worden. Naast bedrijven dienen ook burgers zelf dit zich meer te realiseren. Wat een noodtoestand betreft antwoordt Van Gemert dat die zelfs bij de watersnoodramp van 1953 niet werd afgekondigd. Op cyberterrein is geen aanvullende, nieuwe wetgeving voor een noodtoestand noodzakelijk. De bestaande wetgeving voor een noodtoestand kan alleen in een uiterste situatie toegepast worden. Een volgend discussiepunt betreft de jarenlange afhankelijkheid van de NederlandWil van Gemertse overheid ten opzichte van Microsoft: waarom duurt deze situatie (met bijbehorende privacyrisico’s) immer voort? Desgevraagd verduidelijkt Van Gemert vervolgens zijn eerdere opmerkingen over een cyber-noodtoestand: die kan niet worden ingeroepen indien sprake is van een incident, maar slechts indien sprake is van maatschappelijke ontwrichting op grote schaal. Vervolgens wordt vanuit het publiek gevraagd in hoeverre de overheid de verantwoordelijkheid heeft om geen wetgeving en beleid te maken die door andere landen kan worden gekopieerd en misbruikt, net zoals bepaalde dual use apparatuur niet door bedrijven aan bepaalde landen mag worden geleverd. Van Gemert antwoordt hierop dat voor bepaalde goederen inderdaad VN-sanctielijsten bestaan; de AIVD controleert daarop. Een vrij internet in het buitenland wordt met name ondersteund door het ministerie van Buitenlandse Zaken. In het algemeen geldt verder dat je als democratische samenleving altijd een morele guideline hebt waarlangs je dient te opereren. Hierna komt de discussie in het publiek weer terug op het punt van een eventuele overheidsbevoegdheid om in het buitenland te kunnen hacken. Vormt toestemming van een rechter-commissaris in dat kader voldoende waarborg tegen misbruik? Elders in het publiek wordt opgemerkt dat bij het tappen van telefoongesprekken de rechter-commissaris tegenwoordig een soort stempelmachine is. Ook wordt gesteld dat er eerder door Van Gemert te gemakkelijk werd gesproken over vijf domeinen van oorlogvoering. In het internationale recht gelden van oudsher slechts drie oorlogsdomeinen: land, zee en lucht. In de ruimte geldt sinds de jaren 70 het principe van peaceful use of outer space. Waarom dan niet ook een vergelijkbaar, nieuw principe van peaceful use of cyberspace?

Ter reactie op een vraag over de waarborging van privacy antwoordt Van Gemert dat hij waarde hecht aan helderheid over wat wel en niet mag. Middels opsporingsbevoegdheden kan soms ook juist iemands onschuld worden aangetoond. De uitdaging is het vinden van de balans tussen cyber security en privacy, aldus Van Gemert. Vervolgens wordt vanuit het publiek gewezen op de gevaren van koppeling van persoonsgegevens en function creep. DaarBrenno de Winternaast is onze democratische rechtsstaat geen statisch gegeven. Houdt men hier bij de overheid rekening mee? Van Gemert herhaalt hierop dat de uitdaging ligt in het vinden van de juiste balans. Ook wordt de roep vanuit het parlement om nieuwe wetgeving na een incident niet altijd opgevolgd door de overheid, bijvoorbeeld bij terrorismewetgeving en noodwetgeving. Vanuit het publiek wordt vervolgens opgemerkt dat voor een huiszoeking een huiszoekingsbevel nodig is, wat controleerbaar is voor de burger. Die controleerbaarheid ontbreekt bij het hacken van een computer. Van Gemert antwoordt dat die controle voor de burger vaak ook ontbreekt bij tappen of observeren, zeker als het niet tot een zaak voor de rechter komt. De Winter merkt in dit verband op dat bestaande notificatieplichten evenmin worden nageleefd door de overheid. Vanuit het publiek wordt aangevuld dat door alle registratie ook de onschuldpresumptie van burgers onder druk komt te staan. Hierdoor verandert de maatschappij en gaan mensen zich conformeren aan een ‘alziende overheid’. Van Gemert benadrukt hierop nogmaals dat "privacy en security niet zonder elkaar kunnen". In zijn optiek zijn dit soort discussies belangrijk om hierover meer helderheid te krijgen en stappen vooruit te kunnen zetten. Tenslotte benadrukt Van Gemert nogmaals het belang van een security-concept in cyberspace met voldoende aandacht voor privacy.

Tenslotte

De Winter geeft het laatste woord aan Stichting Privacy First. Voorzitter Bas Filippini dankt Van Gemert voor de open hand die hij vanavond aan de oppositie heeft aangereikt. In de optiek van Privacy First zijn dit soort discussies cruciaal. De laatste jaren was er te weinig sprake van dialoog met de privacybeweging, kwam er steeds meer overheid en steeds minder burgerparticipatie. Privacy First gaat dan ook graag in op de uitnodiging om onderdeel te kunnen worden van de coalitie. “Wij zullen een luis in de pels zijn, maar daar moet je tegen kunnen,” zo eindigt Filippini.Wil van Gemert en Bas Filippini

Gepubliceerd in Metaprivacy
Pagina 10 van 14

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon