Toon items op tag: Mensenrechten

Op 31 mei 2013 had EenVandaag een heuse scoop te pakken: mede op verzoek van Stichting Privacy First sprak het VN-Comité tegen Marteling zich die middag negatief uit over de plannen van minister Opstelten om het hele Nederlandse politiekorps met Taser-wapens (stroomstootwapens) te gaan uitrusten. Lees meer over dit onderwerp op de website van EenVandaag en bekijk hieronder de reportage, inclusief een reactie van Privacy First:

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Het verbod op fotograferen vanuit de lucht vervalt morgen. En daarmee krijgt iedereen een vrijbrief om vanaf hoogtes mensen op de kiek te zetten. Privacywaakhonden schreeuwen moord en brand. Waar zijn we eigenlijk nog veilig voor het oog van anderen?

Welcome to the jungle
In het Amerikaanse Virginia zijn ze het zat. Daar is een verbod afgekondigd op onbemande vliegtuigjes en helikopters, zogenoemde drones. Slechts in uitzonderlijke gevallen mag daar door de politie nog mee worden gevlogen. In ons land pakken we dat heel anders aan. „Wij hadden toch echt verwacht dat men ook in Nederland de boel zou gaan reguleren. Maar wat ze nu doen is exact het omgekeerde. Door het fotograferen vanuit de lucht toe te staan wordt een puinhoop gecreëerd.” Vincent Böhre is jurist van de stichting Privacy First en ziet de bui al hangen. „Welcome to the jungle”, is de boodschap die nu wordt meegegeven. „En veel plezier ermee. Heel vreemd wat er gebeurt. Let op, het moet eerst een enorme chaos worden en dan gaan ze waarschijnlijk alsnog regels instellen."

Referendum
Privacy First zou dat graag anders zien. „Het gebruik van drones moet geschorst worden, een moratorium. Dan moet er een referendum komen en dient er eens gekeken te worden onder welke voorwaarden ze wel of niet toegestaan gaan worden. Wat denk je dat er gaat gebeuren nu? Naast de ongelukken die de vliegtuigjes veroorzaken door op hoofden neer te storten, gaan we heel veel privacyongelukken krijgen. Mensen die in hun tuin worden gefotografeerd, bedrijfsspionage, noem maar op.”

Spionage
Het besluit om luchtfotografie zonder vergunning te verbieden stamt uit 1959. Het was vooral bedoeld om spionage tegen te gaan. Nu Google Earth toch al de hele wereld vanuit de ruimte op internet zet, is besloten de vergunningplicht te schrappen. „Wat een onzinargument”, zegt Böhre. „Als Google in de sloot springt, moeten wij dan ook allemaal?”
(...)

Smartphones
Veilig zijn we eigenlijk nergens meer. Zeker als foto’s voor eigen (seksuele) doeleinden worden gebruikt, is er niks meer tegen te doen. Jongeren maken zelfs vliegende livestreams die ze direct doorseinen naar computers of smartphones van vrienden. Het kan allemaal. „Uiteraard moet de luchtfotograaf zich aan privacyregels houden”, zegt jurist en privacydeskundige Arnoud Engelfriet. „Maar het is alleen het publiceren dat kan leiden tot problemen. Context en nieuwswaarde bepalen daarbij of het recht om te publiceren zwaarder weegt dan de privacy.” Toestemming of bezwaar van de geportretteerde is dus niet doorslaggevend. „Stel, iemand ziet een overval gebeuren. Dan mag diegene de overvaller fotograferen, hoe vaak die ook roept dat niet te willen. Fotografeert iemand met een telelens of drone een zoenend stelletje in de bosjes, dan mag dat niet worden gepubliceerd; het privacybelang is dan te groot, ook al staan die bosjes aan de openbare weg. Bij privéterrein weegt de privacy zwaarder, hoewel het ook daar niet absoluut is. Het nieuwsbelang bij publicatie moet dan wel een stuk groter zijn, want op privéterrein waant men zich normaal onbespied”, aldus Engelfriet.

Grenzen van de wet
„In principe is het nu toegestaan om vanuit een helikopter te fotografen, ook op iemands privéterrein. Dat wil dus alleen niet zeggen dat publicatie altijd is toegestaan. Of de foto nu vanuit een auto of vanuit een vliegtuig is genomen. Dat was vroeger onder het Besluit Luchtfotografie al net zo.” Engelfriet verwacht wel dat vanaf morgen de grenzen van de wet zullen worden opgezocht. „Het zit er dik in dat we nu veel meer van zulke privacygevoelige luchtfoto’s gaan krijgen, bijvoorbeeld van hobbyisten met drones. Er zullen daarmee ook de nodige rechtszaken komen over wat er nu mag met publiceren en wat niet.”

Rechtszaak
Privacy First denkt ook aan een rechtszaak. Tegen de Staat. „Het is nog niet concreet, maar we overwegen dat wel.” Jurist Böhre erkent dat er met drones ook goede dingen gedaan kunnen worden. „Er moet een verbod komen, met de aantekening dat de politie er mee kan vliegen bij rampen of als er een misdrijf mee opgelost kan worden. Dat is veel beter dan deze ongereguleerde inzet van vliegtuigjes. Dat wordt het Wilde Westen. Er bestaat zelfs technologie waarmee je door muren heen kunt kijken. Die zal nog niet zo snel in particuliere handen komen, maar je weet maar nooit.”"

Bron: Spits, 31 mei 2013, pp. 2-3. Lees HIER het volledige artikel bij Spits Nieuws online.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Mede op instigatie van Stichting Privacy First werd Nederland op 14 mei 2013 in Genève door het VN-Comité tegen Marteling kritisch ondervraagd over de plannen van minister Opstelten om het hele Nederlandse politiekorps te gaan uitrusten met Tasers (stroomstootwapens). Beluister hieronder een interview over dit onderwerp met Privacy First medewerker Vincent Böhre op jongerenzender FunX:

Gepubliceerd in Privacy First in de media

In september 2012 werd bekend dat minister Opstelten het hele Nederlandse politiekorps met Taser-wapens wil gaan uitrusten. Op verzoek van Stichting Privacy First dient Nederland zich hierover deze week te verantwoorden bij het VN-Comité tegen Marteling.

Eén van de belangrijkste en meest geratificeerde mensenrechtenverdragen ter wereld is het VN-Verdrag tegen Marteling uit 1984. Onder dit verdrag is marteling altijd en onder alle omstandigheden verboden. Een ieder die zich waar dan ook ter wereld aan marteling schuldig (heeft ge)maakt dient te worden vervolgd of te worden uitgeleverd. Dat geldt ook voor ambtenaren, ministers, presidenten en staatshoofden. Nederland is sinds 1988 partij bij dit verdrag. Periodiek wordt iedere verdragspartij onder de loep genomen door het toezichthoudende verdragsorgaan in Genève: het VN-Comité tegen Marteling. Uitspraken van het VN-Comité vormen gezaghebbende richtsnoeren voor de naleving en interpretatie van het verdrag. Deze dinsdag en woensdag is Nederland “aan de beurt”: op dinsdag zal Nederland door de Comitéleden over diverse onderwerpen aan de tand worden gevoeld, gevolgd door antwoorden van de Nederlandse regeringsdelegatie op woensdag. Vervolgens zal het Comité een reeks kritische aanbevelingen (“Concluding Observations”) aan Nederland doen.

Ter voorbereiding van de Nederlandse sessie stuurden Stichting Privacy First, het College voor de Rechten van de Mens en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) onlangs zogeheten ‘schaduwrapportages’ over Nederland naar het Comité in Genève. Zowel Privacy First als het NJCM stelden hierbij de kwestie van Taser-wapens (stroomstootwapens) bij de Nederlandse politie nadrukkelijk aan de orde. Privacy First deed dit middels een speciale brief aan het Comité; klik HIERpdf. In deze brief attendeert Privacy First het Comité op de intentie van minister Opstelten om iedere Nederlandse politieagent binnenkort een eigen Taser-wapen te geven. (Nu zijn nog ‘slechts’ de arrestatieteams van de Nederlandse politie met Taser-wapens uitgerust.) In de optiek van Privacy First kan het gebruik van Taser-wapens immers gemakkelijk leiden tot schending van het internationale verbod op foltering (marteling van overheidswege) en het daaraan verwante recht op lichamelijke integriteit (dit laatste recht is onderdeel van het recht op privacy). Taser-wapens verlagen immers de geweldsdrempel en laten nauwelijks uiterlijke sporen achter. Tegelijkertijd kunnen Taser-wapens ernstige fysieke en mentale schade veroorzaken. In combinatie met het huidige gebrek aan wapentraining bij de Nederlandse politie levert dit ernstige risico’s op voor de Nederlandse bevolking. Wij hebben het VN-Comité dan ook verzocht om de Nederlandse delegatie hierover kritisch te ondervragen en Nederland te adviseren om géén Taser-wapens voor het hele Nederlandse politiekorps in te voeren. Afgelopen vrijdag vernam Privacy First vanuit Genève dat het VN-Comité dit onderwerp inderdaad kritisch aan de orde zal gaan stellen. Privacy First zal u deze week graag van e.e.a. op de hoogte houden.

Update 13 mei 2013, 23.00u: een livestream van de sessie is te volgen via deze hyperlink (dinsdag 10-15u, woensdag vanaf 15u).

Update 14 mei 2013, 15.00: vandaag werd de Nederlandse delegatie in Genève (onder leiding van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de VN) kritisch door het Comité ondervraagd over tal van onderwerpen, waaronder... Tasers. De Nederlandse antwoorden volgen morgenmiddag om 15.00u. Hieronder de relevante fragmenten in tekst en mp3:  

Comitélid Nora Sveaass (Noorwegen): “I then want to bring the attention to something that I’ve been informed of, namely that the State [of the Netherlands] is planning on a pilot of using Taser weapons as a regular weapon within the police force. And the pilot is supposed to take place, I understand, the last half of this year, so it’s probably just around the corner. This Committee has on many different occasions warned against the use of Tasers, both in special situations and especially as a regular weapon to all the police, as I understand the plans are. And there are a lot of reasons for this, I won’t go into the detail, because these have been described both by this Committee and by a lot of others, because, first of all, health reasons, physical as well as psychological. So I would hope that you would rethink and perhaps change the decision of implementing a pilot and also doing it in practice.”
Audio:

Comitélid Fernando Mariño Menéndez (Spanje): “I’m also concerned by the decision that we’ve heard about to generalize the use of Tasers by all regular police officers, as just referred to by Mrs. Sveaass, that the Tasers will be used as an [armament] for standard use across the Kingdom of the Netherlands. That’s our understanding, perhaps we’re wrong, perhaps there is a special protocol governing the use of Tasers. Our position as a Committee is that Tasers shouldn’t be used at all. If they are to be used, and this seems to be dangerous, then they need to be used in very specific cases and properly regulated. We’d like to know what’s happening in the Kingdom of the Netherlands.”
Audio:


Update 14 mei 2013, 16.45u: vanmiddag werd Privacy First-medewerker Vincent Böhre over dit onderwerp geïnterviewd op jongerenzender FunX. Beluister hieronder het hele fragment:



Update 15 mei 2013: vanmiddag vond de Nederlandse 'repliek' plaats op de vragen die het VN-Comité gisteren stelde. In onderstaand audiofragment hoort u hoe de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger in Genève de risico's van de Nederlandse plannen rond Taser-wapens ontkent en bagatelliseert. De Comitéleden zagen hierin geen aanleiding om hun kritische opmerkingen van gisteren af te zwakken of in te trekken. Privacy First verwacht dan ook dat het Comité in zijn spoedig uit te vaardigen Concluding Observations scherpe kritiek op de Nederlandse Taser-plannen zal uiten. Het Comité publiceerde vanavond overigens alvast een persbericht over de Nederlandse sessie; klik HIER.



Update 16 mei 2013: Een volledige videoregistratie van beide zittingsdagen van het VN-Comité staat HIER online. De Concluding Observations van het Comité over Nederland volgen pas op vrijdagmiddag 31 mei (uiterlijk 3 juni) as., zo vernam Privacy First vandaag telefonisch vanuit Genève.

Update 22 mei 2013: naar aanleiding van de Nederlandse sessie bij het VN-Comité vorige week heeft D66 vandaag alvast een reeks kritische Kamervragen ingediend bij minister Opstelten; klik HIER.

Update 31 mei 2013: Zoals eerder door Stichting Privacy First was voorspeld en zoals vanavond is bericht door EenVandaag heeft het VN-Comité tegen Marteling zich vanmiddag negatief uitgesproken over de plannen van minister Opstelten om de hele Nederlandse politie met Taser-wapens te gaan uitrusten:

The Committee is concerned about the pilot plan to be reportedly launched to distribute electrical discharge weapons to the entire Dutch police force, without due safeguards against misuse and proper training for the personnel. The Committee is concerned that this may lead to excessive use of force (arts. 2, 11 and 16). The Committee recommends to the State party, in accordance with articles 2 and 16 of the Convention, to refrain from flat distribution and use of electrical discharge weapons by police officers. It also recommends adopting safeguards against misuse and providing proper training for the personnel to avoid excessive use of force. In addition, the Committee recommends that electrical discharge weapons should be used exclusively in extreme limited situations where there is a real and immediate threat to life or risk of serious injury, as a substitute for lethal weapons.” (par. 27. Klik HIER voor het hele document.)

Stichting Privacy First hoopt dat deze afwijzende stellingname van het VN-Comité zal leiden tot een heroverweging en stopzetting van de Nederlandse plannen om iedere Nederlandse politieagent met een Taser-wapen te gaan uitrusten. Tevens hoopt Privacy First dat de aangekondigde pilot terzake niet zal worden uitgevoerd.

sitestat

Gepubliceerd in Wetgeving

Deze week bleek uit de beantwoording van Kamervragen over de heimelijke inzet van drones door de Nederlandse politie dat een specifieke wettelijke grondslag hiervoor ontbreekt. Minister Opstelten baseert de huidige inzet van drones voor opsporing op de algemene politietaak in artikel 3 van de Politiewet. Dit vage, summiere artikel is echter nooit voor dit doel geschreven. Artikel 8 lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vereist daarentegen dat iedere privacy-inbreuk van overheidswege expliciet, voldoende toegankelijk en voorzienbaar, met waarborgen tegen misbruik (waaronder privacyschending en function creep) is vastgelegd in nationale wetgeving. Een specifieke wettelijke basis voor de inzet van drones bestaat echter niet, laat staan dat een dergelijke wettelijke basis voldoende toegankelijk, voorzienbaar en met privacywaarborgen omkleed zou zijn voor Nederlandse burgers. De inbreuk op de privacy door de huidige inzet van drones vormt daarmee een schending van art. 8 EVRM en is derhalve onrechtmatig.

Zonder specifieke wettelijke basis conform art. 8 lid 2 EVRM vormt iedere politie-drone een ondeugdelijk opsporingsmiddel dat niet mag worden ingezet. Deze inzet dient dan ook per direct te worden gestaakt. In individuele strafzaken is het aan de rechter om informatie die met politie-drones is vergaard als onrechtmatig bewijs buiten het strafproces te laten.

Privacy First doet hierbij een dringend beroep op de Tweede Kamer om een moratorium op de verdere inzet van drones in te stellen. Een dergelijk moratorium kan pas worden opgeheven nadat een breed democratisch debat heeft plaatsgevonden en de eventuele inzet van drones op behoorlijke wijze zal zijn gereguleerd. Bij politiek gedogen van de huidige situatie behoudt Privacy First zich het recht voor om een dergelijk moratorium bij de rechter af te dwingen.

Gepubliceerd in Wetgeving

"Alle vingerafdrukken en pasfoto's van alle vreemdelingen in Nederland moeten worden opgeslagen in een database, die het Openbaar Ministerie (OM) mag raadplegen als een strafrechtelijk onderzoek is vastgelopen. De Tweede Kamer stemde gisteren in met een verandering van de Vreemdelingenwet, waarmee de database wordt geïntroduceerd. Wel moet de Eerste Kamer nog akkoord gaan met de wijziging.

Het is de bedoeling dat het systeem tien vingerafdrukken en een pasfoto gaat bevatten van elke vreemdeling die in Nederland woont, en niet afkomstig is uit Europese landen. VVD, PvdA, CDA, PVV, 50Plus en de SGP stemden voor. Ook GroenLinks bracht per ongeluk een positieve stem uit, maar liet weten dit te zullen corrigeren naar een tegenstem. 'Met dit project maakt Nederland vreemdelingen collectief tot potentiële verdachten', reageert Vincent Böhre, jurist van de stichting Privacy First. Hij doelt daarmee op de mogelijkheid dat het OM - weliswaar met toestemming van de rechter-commissaris - de gegevens mag inzien als een onderzoek naar ernstige strafbare feiten is vastgelopen. 'Dit gaat niet alleen over asielzoekers, maar over alle vreemdelingen, dus ook studenten en medewerkers van bedrijven.' Volgens SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen is de nieuwe wet om die reden 'stigmatiserend en discriminerend'. (...) Bij Nederlanders hoef je niet aan te komen met: u heeft niets met deze strafzaak te maken, maar wij gaan toch uw gegevens even nakijken.'

fraude bestrijden

Volgens staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie is de database nodig om de 'identiteit van vreemdelingen betrouwbaar vast te stellen' en om fraude te bestrijden. Met de gegevens zou het niet meer mogelijk zijn dat vreemdelingen zich uitgeven voor een ander. Er zijn echter geen rapporten over hoe vaak deze fraude voorkomt, melden diverse organisaties, waaronder stichting Vluchtelingenwerk. Naar verluidt zou dit in minder dan tien gevallen per jaar voorkomen. 'Wij vinden de wet daarom discriminerend, en vragen ons af of deze maatregel nodig is', aldus een woordvoerder. Vincent Böhre: 'Het gaat om schandalig kleine aantallen. Je kunt deze wet daar niet op baseren.'

Kamer wees database met autochtonen eerder af

(...) Een woordvoerder van de [Nederlandse Orde van Advocaten] laat weten teleurgesteld te zijn. 'Nu is onduidelijk wie er toegang heeft tot het systeem. Bovendien hoeft de noodzaak van die toegang niet te worden aangetoond, enkel en alleen omdat het een vreemdeling betreft. Dit hadden we graag duidelijker gezien, mede omdat er enkele jaren geleden een database om deze vragen niet doorging.' Dat betrof een soortgelijke database met gegevens van alle Nederlanders. Die maakte deel uit van de nieuwe Paspoortwet, die in 2009 werd aangenomen. Enkele jaren later, in 2011, rezen er echter twijfels over de betrouwbaarheid van de techniek en de bescherming van de gegevens. Nadat een meerderheid van de Tweede Kamer het vertrouwen in de database verloor, besloot minister Donner (Binnenlandse Zaken) het project voorlopig te stoppen. De ontwikkeling van de database gaat pas verder als het Europese Hof van Justitie in Luxemburg zich heeft gebogen over de vraag of het verzamelen van deze gegevens is toegestaan. Dat kan nog enkele jaren duren. Volgens jurist Vincent Böhre speelden deze bezwaren nauwelijks een rol in het debat over de verzameling gegevens van vreemdelingen. 'Kennelijk telt het belang van privacy voor hen minder zwaar mee. Ik hoop dat de Eerste Kamer deze ontwikkeling blokkeert.' Maar ook al zou de database volledig veilig zijn, dan nog heeft Böhre er problemen mee. 'Het gaat ons om het principe dat je een hele bevolkingsgroep criminaliseert.' (...)"

Bron: Nederlands Dagblad 31 januari 2013, pp. 1 & 10. Lees HIER het hele artikel bij het Nederlands Dagblad online.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"De Tweede Kamer stemt vandaag in met centrale opslag van vingerafdrukken, van vreemdelingen. Eerder wees ze zo'n database voor Nederlanders af.

De bezwaren waren groot, eind 2010. De apparatuur om vingerafdrukken te herkennen maakte fouten. Er leefden twijfels over privacy. Onduidelijk was welk probleem de overheid eigenlijk met centrale opslag van vingerafdrukken van alle Nederlanders zou oplossen.

En dus kwam die centrale opslag, onderdeel van de Paspoortwet, er niet. De Kamerleden zagen te veel problemen. Ook VVD en PvdA, inmiddels coalitiegenoten, waren behoorlijk kritisch. De PvdA noemde centrale opslag ,,dood en begraven", de VVD zag ,,aanzienlijke risico's".

En toch stemt de Tweede Kamer vandaag  opnieuw in met een wetsvoorstel dat zo'n centrale opslag regelt. Dit keer niet voor Nederlanders, maar voor vreemdelingen. VVD en PvdA zijn voor, net als CDA en PVV.

Volgens staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) is die database vooral nodig om identiteitsfraude te bestrijden. Opslag van vingerafdrukken van vreemdelingen moet een oplossing bieden voor fraude waarbij iemand zich voordoet als een persoon op wie hij of zij lijkt.

Hoe vaak dit soort lookalike-fraude precies voorkomt, is niet duidelijk, geeft Teeven toe. De Immigratie- en Naturalisatiedienst en de marechaussee registreren het aantal vervalste documenten, maar ,,het is niet altijd mogelijk om vast te stellen of sprake is van kwade opzet", zei Teeven vorige week.

Volgens de oppositie, SP en D66 onder andere, is het zonder die aantallen lastig vaststellen of de wet proportioneel is. En cijfers uit onderzoeken bevestigen hun twijfel.  Minder dan tien asielaanvragen worden jaarlijks afgewezen omdat een vreemdeling een paspoort bij zich heeft dat niet van hem is - dat is de lookalike-fraude die deze wet moet tegengaan.

In de wet over de opslag van vingerafdrukken voor vreemdelingen staat uitdrukkelijk dat die afdrukken gebruikt kunnen worden voor opsporing.  Bij de Paspoortwet was het risico dat politie en justitie die vingerafdrukken zouden kúnnen gebruiken, juist reden terughoudend te zijn.

,,Ongeoorloofd onderscheid", noemt SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen dit. ,,Het is discriminerend. Deze maatregel was ondenkbaar als het om Nederlanders zou gaan." Ze krijgt bijval van Vincent Böhre, van belangenorganisatie Privacy First. ,,Een hele bevolkingsgroep, in dit geval vreemdelingen, is hiermee bij voorbaat potentiële verdachte."

Waarom stemmen VVD en PvdA nu wel in met zo'n opslag voor vreemdelingen, terwijl zij het voor Nederlanders niet wilden? Volgens PvdA-Kamerlid Khadija Arib omdat nu ,,echt goed is gekeken of dit technisch kan".   Staatssecretaris Teeven zegt dat binnen de vreemdelingendiensten veel meer expertise bestaat over het gebruik van vingerafdrukken dan bij de gemeentebalies die de paspoorten verstrekken.

De kans dat deze opslag alsnog stuit op bezwaren, zoals bij de Paspoortwet gebeurde, is klein, schat Vincent Böhre. ,,Kennelijk heeft de politiek er minder moeite mee om de privacy van vreemdelingen te schenden."

Vreemdelingen kunnen ook nog eens minder tegen die Nederlandse staat beginnen. Als ze een visum willen, zullen ze hun vingerafdrukken wel moeten geven. Nederlanders daagden de overheid voor de rechter, vóór ze hun vingerafdrukken afgaven. Böhre: ,,Iemand die hier wil werken of studeren, kan hooguit achteraf eisen dat zijn afdrukken weer uit die database verdwijnen."

Regels gaan verder

Asielzoekers die in Nederland aankomen, moeten nu twee vingerafdrukken afgeven. Die gaan in een EU-database, ter controle of iemand ook in een andere lidstaat asiel heeft aangevraagd. Met de nieuwe wet gaat Nederland verder. Vingerafdrukken van asielzoekers, maar ook van 'gewone' migranten die hier langer dan drie maanden willen werken of studeren, gaan in een centrale opslag. Die krijgt zo data van veel meer mensen: in 2011 vroegen  er 58.950 een gewone verblijfsvergunning aan, tegenover 11.300 asielzoekers. Ze moeten straks afdrukken van alle vingers plus pasfoto afgeven."

Bron: NRC Handelsblad 29 januari 2013, p. 8. Tevens gepubliceerd in NRC Next 30 januari 2013, p. 8, onder de titel "Nederland slaat weer vingerafdrukken op, nu van vreemdelingen".

Gepubliceerd in Privacy First in de media
zaterdag, 04 augustus 2012 17:33

Oproep aan het College voor de Rechten van de Mens

Per 2 oktober as. zal het nieuwe College voor de Rechten van de Mens (CRM) zijn deuren openen. Onlangs stelde het College i.o. haar speerpunten voor de komende jaren vast, te weten 1) ouderenzorg, 2) vreemdelingen en 3) discriminatie op de arbeidsmarkt. Van alle mensenrechten is het in Nederland de laatste jaren echter het slechtst gesteld met het recht op privacy. In tegenstelling tot bovenstaande speerpunten (waarbij het om kwetsbare groepen burgers gaat), raakt dit iedereen die zich op Nederlands grondgebied bevindt. In wezen is de hele Nederlandse bevolking daardoor een kwetsbare groep geworden, zeker in vergelijking met andere landen waar de privacybescherming veel beter geregeld is. Enkele jaren geleden dreigde het recht op privacy in Nederland zelfs geheel illusoir te worden. In mei 2009 leidde deze constatering tot de oprichting van het Platform Bescherming Burgerrechten waarbij sindsdien diverse maatschappelijke organisaties zijn aangesloten. Deze week verstuurde het Platform onderstaande (door Privacy First mede-opgestelde en ondertekende) oproep aan de voorzitter van het toekomstige College voor de Rechten van de Mens, mw. mr. Laurien Koster:

Geachte mevrouw Koster,

Van alle mensenrechten staat het recht op privacy in deze tijd het meest onder druk. Het is dan ook met zorg dat het Platform Bescherming Burgerrechten onlangs kennisnam van de drie speerpunten van het College voor de Rechten van de Mens voor de komende jaren, te weten 1) ouderenzorg, 2) vreemdelingen en 3) discriminatie op de arbeidsmarkt. Zonder te willen afdoen aan het maatschappelijke belang van deze drie speerpunten, willen wij u middels deze brief in overweging geven om het thema privacy alsnog tot speerpunt van uw College te maken.

De laatste jaren is in Nederland een tendens te bespeuren waarbij ieder maatschappelijk probleem met een standaard-recept lijkt te worden benaderd, namelijk meer digitale registratie, meer koppeling van bestanden en centrale ontsluiting van systemen en databanken die voor steeds meer functionarissen en derde partijen toegankelijk worden, inperking van professionele autonomie, preventieve controle en profiling. Het lijkt erop of men, vooral in de politiek, gevoed door media en de vox populi – voor zover ook weer beïnvloed door de media – in deze instrumenten een beheersing van de samenleving ziet die tot meer orde en rust en veiligheid zou moeten leiden. Naar onze mening is het omgekeerde nu steeds vaker het geval. Digitalisering brengt namelijk met zich mee dat de hoeveelheid gegevens die over iedere burger wordt opgeslagen steeds groter, onoverzichtelijker en onbeheersbaarder wordt. Dit geldt des te meer voor gegevens die foutief zijn ingevoerd, verkeerd gekoppeld of verouderd zijn. Met de exponentiële toename van digitale registraties nemen de risico's van datalekken navenant toe en ontstaan nieuwe vormen van identiteitsfraude en -diefstal. Daarmee wordt de onveiligheid van digitale systemen een onveiligheid die burgers direct bedreigt. Daarnaast is er een risico dat burgers door digitale profilering verworden tot hun digitale 'dubbelgangers'. De autonomie van de vrije en participerende burger die zo belangrijk is in een democratische rechtsstaat komt daarmee ernstig in gevaar.

Terug naar een maatschappij zonder internet of digitale bestanden is iets wat wij geenszins voorstaan (zo dat al mogelijk zou zijn). Echter een verstandig gebruik van technische middelen, waaronder dataopslag en biometrie en andere technische verworvenheden, zal noodzakelijk zijn willen wij onze democratische rechtsstaat met de bijbehorende grondrechten overeind houden. Juist in deze tijd van onvoorziene technische mogelijkheden moeten wij ons eens temeer realiseren hoe belangrijk de grondbeginselen van onze samenleving zijn. Iedere keer zal dan ook een afweging moeten plaatsvinden waar de grenzen van het toelaatbare liggen en hoe eventuele alternatieven in de menselijke sfeer zoals meer persoonlijk contact maar ook hulp en dienstverlening wenselijk dan wel noodzakelijk zijn.

Privacy vormt de basis van onze democratische rechtsstaat. Zonder privacy raken talloze andere mensenrechten in het geding, waaronder het recht op vertrouwelijke communicatie en vrije meningsuiting, non-discriminatie, vrijheid van beweging, vereniging en vergadering, demonstratie, cultuur en religie, persvrijheid en het recht op een eerlijk proces. Daarnaast constateren wij dat het recht op privacy in Nederland slechts fragmentarische bescherming door overheidstoezicht geniet, namelijk voor zover het de bescherming van persoonsgegevens betreft. Van overheidstoezicht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de bredere zin des woords (inclusief het huisrecht en het recht op lichamelijke integriteit) is nauwelijks sprake. Overheidstoezicht op de naleving, bescherming, verwezenlijking en promotie van het recht op privacy in samenhang met andere mensenrechten ontbreekt bovendien geheel. Juist op deze terreinen heeft uw College toegevoegde waarde en kan het 'mensenrechtelijke gat' dat de laatste decennia in Nederland is ontstaan, worden gedicht.

Wij hopen dat uw College het recht op privacy alsnog tot speerpunt zal maken. Desgewenst zullen de organisaties die tezamen het Platform Bescherming Burgerrechten vormen u daarbij graag van informatie en advies voorzien.

Namens de deelnemers aan het Platform Bescherming Burgerrechten verblijf ik,
hoogachtend,

Vincent Böhre
voorzitter Platform Bescherming Burgerrechten

Namens de volgende Platform-deelnemers:
Humanistisch Verbond
Stichting KDVP
Stichting Meldpunt Misbruik ID-plicht
Ouders Online
Stichting Privacy First
Burgerrechtenvereniging Vrijbit
Jacques Barth (vanuit Stichting Brein en Hart i.o.)
Joyce Hes (adviseur Platform Bescherming Burgerrechten)
Kaspar Mengelberg (vanuit DeVrijePsych)

Een pdf-versie van deze brief staat HIERpdf online.

Update: in een schriftelijke reactiepdf laat het College i.o. weten dat er in Nederland inderdaad "nog veel te doen is op het terrein van het beschermen van het recht op privacy." Tevens erkent het College het beperkte mandaat van het College Bescherming Persoonsgegevens. Vooralsnog houdt het College voor de Rechten van de Mens echter vast aan zijn voorgenomen strategische agenda. Desalniettemin "kan en zal" het College "in de toekomst (ook de komende drie jaar) niet wegblijven van problemen bij het realiseren van het recht op privacy." Privacy First zal het College daar in urgente gevallen graag aan herinneren.

Gepubliceerd in Metaprivacy

In het programma Heilige Huisjes op de christelijke zender Groot Nieuws Radio stond op maandagmiddag 18 juni 2012 de volgende stelling centraal: "Ook al heb je niets te verbergen, de overheid heeft niet het recht jou zomaar overal te kunnen bespieden." Namens Stichting Privacy First werd Vincent Böhre hierover uitgebreid geïnterviewd door presentatrice Tjitske Volkerink. Aan het einde van de uitzending nam ook journalist Frank Mulder deel aan het gesprek en gaf duiding aan het onderwerp privacy vanuit christelijk perspectief. Hieronder kunt u de hele uitzending terugluisteren:

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Vanochtend vond in Genève de langverwachte Universal Periodic Review (UPR) van Nederland bij de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties plaats. In de aanloop naar deze 4-jaarlijkse sessie hadden Privacy First en diverse andere organisaties hun privacyzorgen over Nederland uitgebreid kenbaar gemaakt bij zowel de VN als bij vrijwel alle VN-lidstaten; meer hierover kunt u HIER lezen. De Nederlandse delegatie bij de UPR-sessie werd geleid door minister Liesbeth Spies (BZK). Opvallend in het opening statement van minister Spies was de volgende passage over privacy:

"The need to strike a balance between different interests has sometimes been hotly debated in the Dutch political arena, for example in the context of privacy measures and draft legislation limiting privacy. The compatibility of this kind of legislation with human rights standards is of utmost importance. This requires a thorough scrutiny test, which is guaranteed by our professionals and institutions. Improvements in this regard have been made when necessary, especially in the starting phase of new draft legislation. This has been done in the field of privacy, where making Privacy Impact Assessments (PIAs), describing the modalities for the planned processing of personal data, are compulsory now." (pp. 5-6, cursivering SPF)

Een "thorough scrutiny test" en verplichte Privacy Impact Assessments zijn de termen die Privacy First hierin positief opvielen.

Voorafgaand aan de UPR-sessie had het Verenigd Koninkrijk reeds de volgende vraag aan Nederland voorgelegd: "Given recent concerns about data collection and security, including the unintended consequences of cases of identity theft, does the Netherlands have plans for measures to ensure more comprehensive oversight of the collection, use and retention of personal data?" (Bron) Namens Nederland beantwoordde minister Spies deze vraag vanochtend in Genève als volgt: "On the review of our laws on data protection, The Netherlands are currently working on a legislative proposal on data breach notification, following announcements of this proposal in the present coalition agreement. The proposal, which would require those responsible for personal data to notify the data protection authorities in case of "leakage" of personal data with specific risks for privacy (including identity theft), is expected to be tabled in Parliament in the coming months." Dit antwoord is nogal summier en bevat helaas geen nieuws. Wel zal een nieuwe Nederlandse wet met een meldplicht voor datalekken hopelijk ook als best practice voor andere VN-lidstaten kunnen gaan gelden. De credits hiervoor gaan naar onze collega's van Bits of Freedom die zich hiervoor lang hebben ingezet.

Tijdens de UPR-sessie noemde Estland de bescherming van privacy en persoonsgegevens een "human rights challenge of the 21st century". Het onderwerp privacy werd vervolgens kritisch aan de orde gesteld door Marokko: "Quelles sont les mesures concrètes entreprises par les autorités néerlandaises pour sécuriser l'utilisation des donnés personnelles?" De Filippijnen brachten het recht op privacy eveneens ter sprake, maar slechts als volgt: "The Philippine delegation appreciates the frank assessment of the Netherlands of the obstacles and challenges it has to hurdle in the implementation of the right to privacy especially in the area of protection of personal information." Kwalitatief beter was het commentaar van Griekenland, India, Rusland en Oezbekistan. Griekenland stelde preventief fouilleren aan de orde: "We take note of reports regarding the issue of preventive body searches. We recommend that the Netherlands ensure that in its application of preventive body searches, all relevant human rights are adequately protected, in particular the right to privacy and physical integrity and the prohibition of discrimination on the basis of race and religion." India sprak Nederland aan op het etnisch profileren van burgers: "We encourage the Dutch Government to take concrete measures to combat discrimination including discrimination by the Government such as ethnic profiling." Ook Rusland adviseerde Nederland "to introduce measures to stamp out discrimination arising as a result of the practice of racist, ethnic or religious profiling." Oezbekistan sprak Nederland hier eveneens op aan: "We are concerned over the existence of information on the increasingly broad use by the police of racist profiling."

Ter reactie op deze punten verwees minister Spies naar recente Nederlandse onderzoeken door politie, wetenschappers en de Nationale, Amsterdamse en Rotterdamse Ombudsman over preventief fouilleren, discriminatie en 'ethnic profiling'. Over digitale profiling (in het algemeen) verklaarde zij bovendien het volgende: "In its recent proposal for a general Data Protection Regulation, the [European] Commission has included rules on profiling, which can address the problems associated with profiling and the protection of personal data. The Netherlands endorses the need for clear legislative rules with regard to this topic, given the specific challenges for privacy protection that this technique entails. This is also the background against which the Netherlands welcomed in 2010 the Council of Europe Resolution on this topic, which contained a useful definition of profiling that would also be beneficial for inclusion in the [European] Commission proposals. The Netherlands will draw attention to this ongoing discussion in Brussels. The Regulation, once in force, will be directly applicable in the Netherlands." 

Al met al vormt dit een redelijke oogst indien men zich realiseert dat het thema privacy bij de VN-Mensenrechtenraad tot nu toe vrijwel geen rol speelde. Wel is het jammer om te moeten constateren dat de meeste landen dit onderwerp nog altijd nauwelijks durven te benoemen, laat staan er concrete, kritische vragen over stellen. Veel aanbevelingen van Privacy First zijn tijdens de UPR-sessie onbesproken gebleven, terwijl diplomaten in Genève en Den Haag er eerder uitgebreide interesse in hadden getoond. Wellicht is men alsnog "teruggefloten" vanuit de departementen in de diverse hoofdsteden, omdat veel privacykwesties ook in eigen land gevoelig liggen? Wie zal het zeggen... Feit blijft echter dat de internationale gemeenschap ruimschoots door Privacy First over e.e.a. is ingelicht en dat de Nederlandse VN-delegatie onder leiding van minister Spies mede daardoor "op scherp" stond. Dit kan het privacybewustzijn en de privacybescherming binnen en buiten Nederland alleen maar ten goede komen. Uiteindelijk is het ons daar allemaal om te doen.

Update 4 juni 2012: vanmiddag nam een werkgroep van de Mensenrechtenraad een concept-rapportage over de Nederlandse UPR-sessie aan. De definitieve versie van deze rapportage zal in september 2012 door de Mensenrechtenraad aangenomen worden, vergezeld van (onderbouwde) acceptatie of verwerping door Nederland per individuele aanbeveling in het rapport. Ook zal de Tweede Kamer nog over e.e.a. debatteren.

In totaal namen 49 landen aan de Nederlandse UPR-sessie deel. Opvallend was dat België, Italië en Oostenrijk niet aan de sessie deelnamen (België en Italië hadden zich eerder wel aangemeld). Wat Oostenrijk betreft is dit met name jammer omdat van alle VN-lidstaten juist Oostenrijk zich vooraf het meest geïnteresseerd had getoond in de schaduwrapportage van Privacy First en had laten doorschemeren een krachtige, algemene aanbeveling aan Nederland over het recht op privacy te kunnen doen.

Update 21 september 2012: vanochtend besprak de VN-Mensenrechtenraad de aanbevelingen aan Nederland en verklaarde de Nederlandse permanente vertegenwoordiger in Genève welke aanbevelingen door Nederland werden overgenomen of verworpen; zie dit VN-document en deze videoregistratie. De twee aanbevelingen van de Mensenrechtenraad die betrekking hadden op ethnic profiling en preventief fouilleren werden beide door Nederland overgenomen, en wel met de volgende toelichting:

ethnic profiling: "The Dutch government rejects the use of ethnic profiling for criminal investigation purposes as a matter of principle." En over profiling in algemene zin: "In its recent proposal for a General Data Protection Regulation, the European Commission included rules on profiling that address problems that may arise due to the increasing technical possibilities for in-depth searches of databases containing personal data. The Netherlands endorses the need for clear legislative rules on this subject, given the specific challenges for privacy protection that this technology entails." (Bron, 98.57 & n. 75).
- preventief fouilleren: "The power to stop and search is strictly regulated in the Netherlands. The mayor of a municipality may designate an area where, for a limited period of time, preventive searches may be carried out in response to a disturbance of or grave threats to public order due to the presence of weapons. The public prosecutor then has discretion to order actual body searches and searches of vehicles and luggage for weapons." (Bron, 98.74 & n. 95).

Zie tevens dit statement van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) die ochtend (video). Evenals het NJCM betreurt Privacy First het gebrek aan overheidsconsultatie in de aanloop naar de UPR-sessie van vandaag.

Hieronder is de sessie van 31 mei jl. in zijn geheel te zien (klik HIER voor beeldfragmenten per land afzonderlijk):

Gepubliceerd in Wetgeving
© 2023 All Rights Reserved. Carefully crafted by WarpTheme

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
banner ned 1024px1
Deelnemer Privacycoalitie
Control Privacy
Pro Bono Connect logo 100