donatieknop english

Erik Akerboom wil de politie uitrusten met Taserwapens, bodycams en een veel repressiever beleid gaan inzetten. Reden is een actie tegen een agent bij een trouwstoet. Daarnaast wordt ook de drugsoorlog in Amsterdam en Brabant genoemd als reden om harder op te treden door de politie. Hiervoor moet een soort elite-eenheid worden opgezet conform Amerikaans voorbeeld.

Onlangs rapporteerde het WODC kritisch over de gezondheidsrisico's van Taserwapens. Zelfs de Verenigde Naties hebben Nederland dringend verzocht om dergelijke wapens niet grootschalig in te voeren. In breder verband staat Privacy First al jaren op het standpunt dat een repressieve politie, ondersteund door martelwapens, geen enkele oplossing is voor het door henzelf gecreëerde probleem, namelijk de invoering van de landelijke politie waarbij lokale eenheden zijn verdwenen. Een landelijke Politie zou een goed idee kunnen zijn maar dan wel vanuit een preventieve en een handhavings gedachte. Dit kan door decentralisatie van generieke taken (dus de normale straat- en buurttaken) en een centralisatie van specialistische taken. Elke franchiseketen in het bedrijfsleven is hiervan een goed voorbeeld. In plaats daarvan is het blauw op straat verdwenen, is er een enorme chaos binnen de organisatie en is het contact met de burger uit het oog verloren en de afstand tot die burger in rap tempo vergroot.

Het is alsof McDonald's alle vestigingen sluit en de klant verwijst naar de centrale keuken en het internet voor haar eten. Vervolgens komen de klanten niet en worden ze bestraft met boetes om meer hamburgers te eten. Zo is het ook met de Nationale Politie. In plaats van alle generieke taken dichtbij de burger te houden en meer franchise-achtige wijkbureaus te openen zodat (toekomstige) misdadigers direct in het vizier staan en preventief aangepakt kunnen worden, hebben jonge criminelen vrij spel. De pakkans is verkleind, aangifte doen heeft weinig zin ("doe maar via internet") en de burger komt de agent alleen tegen via anonieme boetesystemen en als gemakkelijk slachtoffer voor kleine vergrijpen waarbij de boetes niet in verhouding staan tot het vergrijp. De Nationale Politie zou eens in de leer moeten gaan in Duitsland, waar nog steeds 70% van de aangiftes wordt opgelost en er direct contact is met de wijkagent. Ouderwets wellicht, maar effectief.

Op centraal niveau is het al niet veel beter en kunnen grote zaken in de drugsscene niet meer opgelost worden, worden cijfers bewerkt via politieke zelfcensuur en de burger niet vertrouwd. Logisch natuurlijk, want onbekend maakt onbemind. Via incidentgedreven politieke waan-van-de-dag-beleid komen dan nu repressieve technologie en middelen als DE oplossing naar voren.

Terwijl we weten dat preventie de basis is en de inzet van dergelijke middelen veelal een glijdende schaal betekent, zie de VS waarin de politie reeds als een soort legereenheid optreedt. Maar burgers die protesteren tegen Sinterklaas-verstoringen of Windmolenparken worden als gemakkelijk slachtoffer met veel bombarie en squatteams opgepakt middels wetgeving die bedoeld was voor terroristen en zware criminelen.

Het laatste voorstel om cashbetalingen (vanuit de cash = crimineel campagne) van meer dan EUR 3.000,- per transactie te verbieden is wederom een voorbeeld van deze function creep en verdere inperking van onze burgerrechten vanwege slecht beleid en gebrekkige handhaving. De politie organisatie is steeds meer met zichzelf bezig, is steeds verder verwijderd van de burger en omgekeerd zal het vertrouwen van de burger in diezelfde politie verder dalen.

Ik wens de Nationale Politie veel sterkte met de verkeerde oplossing voor het verkeerde probleem en hoop dat er toch nog iemand rondloopt die eens in de leer gaat bij onze oosterburen en McDonald's. Hoe moeilijk kan eenvoudig zijn? Wij zullen als Privacy First blijven strijden tegen repressieve technologieën die onze samenleving en vrijheid ondermijnen en staan open voor een gesprek en uitwisseling van goede ideeën.

Voor een vrije en veilige samenleving!

Bas Filippini,
voorzitter Privacy First

Tevens gepubliceerd door Brabants Dagblad, 10 september 2019.

Gepubliceerd in Columns

Vanmiddag vindt in de Tweede Kamer een belangrijk debat plaats over de invoering van Passenger Name Records (PNR): massale, jarenlange opslag van allerlei gegevens van vliegtuigpassagiers ter veronderstelde bestrijding van misdaad en terrorisme. Privacy First heeft hier grote bezwaren tegen en stuurde eind vorige week onderstaande brief naar de Tweede Kamer. Het Kamerdebat vanmiddag stond eerder geagendeerd op 14 mei 2018, maar werd toen (na een vergelijkbare brief van Privacy First) tot nader order geannuleerd. Na een nieuwe schriftelijke vragenronde vindt het debat nu alsnog plaats. Hieronder volgt de volledige tekst van onze actuele brief:


Geachte Kamerleden,

Maandagmiddag 11 maart as. debatteert u met minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) over de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn inzake Passenger Name Records (PNR). Zowel de Europese PNR-richtlijn als de beoogde Nederlandse implementatiewet zijn in de optiek van Privacy First juridisch onhoudbaar. Hieronder zetten wij dit kort voor u uiteen.

Vakantieregister

In het PNR-wetsvoorstel van de minister zullen talloze gegevens van alle vliegtuigpassagiers met vertrek of aankomst in Nederland 5 jaar lang in een centrale overheidsdatabank bij de nieuwe Passenger Information Unit worden bewaard en gebruikt ter voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van misdrijven en terrorisme. Gevoelige persoonsgegevens (waaronder naam- en adresgegevens, telefoonnummers, emailadressen, geboortedata, reisdata, ID-documentnummers, bestemmingen, medepassagiers en betaalgegevens) van vele miljoenen passagiers zullen daardoor jarenlang beschikbaar zijn t.b.v. datamining en profiling. In wezen wordt iedere vliegtuigpassagier hierdoor behandeld als potentiële crimineel of terrorist. In 99,99% van de gevallen betreft het echter volstrekt onschuldige burgers, voornamelijk vakantiegangers en zakenreizigers. Dit vormt een flagrante schending van hun recht op privacy en vrijheid van beweging. Vorig jaar heeft Privacy First dit reeds betoogd in de Volkskrant en bij BNR Nieuwsradio. Wegens privacybezwaren bestond er de laatste jaren veel politieke weerstand tegen dergelijke massale PNR-opslag en werd dit sinds 2010 diverse malen verworpen door zowel de Nederlandse Tweede Kamer als het Europees Parlement. In 2015 waren ook de Nederlandse regeringspartijen VVD en PvdA nog mordicus tegen. VVD en PvdA spraken destijds van een "vakantieregister" en dreigden zélf naar het Europees Hof van Justitie te stappen als de Europese PNR-richtlijn zou worden aangenomen. Na de aanslagen in Parijs en Brussel leken veel politieke bezwaren echter als sneeuw voor de zon verdwenen en werd de PNR-richtlijn in 2016 alsnog een feit. Tot op heden is de juridisch vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit van deze richtlijn echter nog steeds niet aangetoond.

Europees Hof

In de zomer van 2017 deed het Europees Hof van Justitie een belangrijke uitspraak over het vergelijkbare PNR-verdrag tussen de EU en Canada. Het Hof verklaarde dit verdrag ongeldig wegens strijd met het recht op privacy. Het Hof stelde hierbij onder meer dat “gegevens van een luchtreiziger na diens vertrek slechts mogen worden bewaard indien op grond van objectieve criteria kan worden aangenomen dat deze luchtreiziger een risico kan vormen in het kader van de strijd tegen terrorisme en ernstige grensoverschrijdende criminaliteit.” (Zie Advies 1/15 (26 juli 2017), par. 207.) Door deze uitspraak staat sindsdien de Europese PNR-richtlijn juridisch op losse schroeven. De Nederlandse regering heeft daarom terechte “zorgen over de toekomstbestendigheid van de PNR-richtlijn” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 23). Privacy First verwacht dat de huidige PNR-richtlijn binnenkort ter toetsing aan het Europees Hof van Justitie zal worden voorgelegd en onrechtmatig zal worden verklaard. Daarna zal dezelfde situatie ontstaan als enkele jaren geleden bij de Europese telecom-bewaarplicht: zodra deze Europese richtlijn ongeldig is verklaard, zal de Nederlandse implementatiewetgeving in kort geding buiten werking worden gesteld.

Massa surveillance

Het huidige Nederlandse PNR-wetsvoorstel lijkt bij voorbaat onrechtmatig wegens gebrek aan aantoonbare noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit. Het wetsvoorstel komt neer op massa-surveillance van grotendeels onschuldige burgers; reeds in de Tele2-zaak (2016) verklaarde het Europees Hof dit type wetgeving illegaal. Bij de VN Mensenrechtenraad deed Nederland vervolgens de algemene toezegging “to ensure that the collection and maintenance of data for criminal [investigation] purposes does not entail massive surveillance of innocent persons.” Nederland lijkt die belofte nu te verbreken. Bij iedere passagier worden immers talloze volstrekt overbodige data opgeslagen die jarenlang door allerlei Nederlandse, Europese en zelfs niet-Europese overheidsinstanties kunnen worden gebruikt. Bovendien is de effectiviteit van PNR tot op heden nooit aangetoond, aldus ook de minister zelf: “statistische onderbouwing is niet voorhanden” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 8). Het risico op onterechte verdenkingen en discriminatie (door feilbare algoritmes bij profiling) is bij het voorgestelde PNR-systeem levensgroot, wat tevens de kans op vertragingen en gemiste vluchten bij onschuldige passagiers verhoogt. Tegelijkertijd zullen gezochte personen vaak onder de radar blijven en alternatieve reisroutes kiezen. Verder wordt in het wetsvoorstel met geen woord gerept over de rol en mogelijkheden van geheime diensten, terwijl die onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten directe, afgeschermde toegang tot de centrale PNR-databank zullen krijgen. Meest kwalijke aspect aan het Nederlandse PNR-wetsvoorstel is echter dat dit twee stappen verder gaat dan de PNR-richtlijn zelf: Nederland kiest er immers zélf voor om ook de data van passagiers op alle intra-EU vluchten op te slaan. Onder de PNR-richtlijn is dit niet verplicht, en had Nederland dit bovendien kunnen beperken tot louter vooraf geselecteerde (risico)vluchten. Dit zou in lijn geweest zijn met het advies van de meeste experts op dit terrein: targeted i.p.v. mass surveillance, zo gericht mogelijk, oftewel louter gericht op die personen waarop een redelijke verdenking rust, conform de principes van onze democratische rechtsstaat.

Advies Privacy First

Privacy First adviseert u hierbij met klem om het huidige wetsvoorstel te verwerpen en dit desgewenst te vervangen door een privacyvriendelijke versie. Mocht dit ertoe leiden dat Nederland door de Europese Commissie voor het EU Hof van Justitie zal worden gedaagd wegens gebrek aan implementatie van de huidige Europese PNR-richtlijn, dan verwacht Privacy First dat Nederland deze zaak glansrijk zal winnen. Van EU-lidstaten mag immers niet worden verwacht dat zij privacyschendende EU-regels implementeren. Dit geldt eveneens voor de nationale implementatie van relevante resoluties van de VN Veiligheidsraad (in casu UNSC Res. 2396 (2017)) die op gespannen voet staan met internationale mensenrechten. Privacy First heeft in dit verband reeds gewaarschuwd voor misbruik van het Nederlandse (ook voor PNR gebruikte) TRIP-systeem door andere VN-lidstaten. Nederland heeft hierin een eigen grondwettelijke en internationaalrechtelijke verantwoordelijkheid.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

Stichting Privacy First


Update 19 maart 2019: vandaag heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel helaas vrijwel ongewijzigd aangenomen; slechts GroenLinks, SP, PvdD en Denk stemden tegen. Een principiële motie van GroenLinks en SP om een rechtszaak van de Europese Commissie tegen de Nederlandse regering over de Europese PNR-richtlijn uit te lokken werd helaas verworpen. Enig lichtpuntje is de breed aangenomen motie ter juridische herbeoordeling en mogelijke herziening van de PNR-richtlijn op Europees politiek niveau. (Slechts PVV en FvD stemden tegen deze motie.) Volgende halte: Eerste Kamer.

Update 4 juni 2019: ondanks recente herhaling van bovenstaande brief en overige kritische input van Privacy First heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel vandaag helaas aangenomen. Slechts GroenLinks, Partij voor de Dieren en SP stemden tegen. Dit ook ondanks de onlangs in Duitsland (bij het vergelijkbare Duitse PNR-systeem) gebleken enorme foutenpercentages (“false positives”) van maar liefst 99,7%, zie https://www.sueddeutsche.de/digital/fluggastdaten-bka-falschtreffer-1.4419760. In Duitsland en Oostenrijk zijn inmiddels grootschalige rechtszaken gestart om de Europese PNR-richtlijn door het Europees Hof van Justitie onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy, zie de Duits-Engelse campagnewebsite https://nopnr.eu en https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/15/burgers-in-verzet-tegen-opslaan-passagiersgegevens-a3960431. Zodra het Europees Hof de PNR-richtlijn in deze zaken onrechtmatig verklaart, zal Privacy First de Nederlandse PNR-wet in kort geding buiten werking laten stellen. Tevens heeft Privacy First gisteren Nederlandse PNR-wet geagendeerd bij het VN Mensenrechtencomité in Genève. Op 1-2 juli as. zal de algehele Nederlandse mensenrechtensituatie (inclusief Nederlandse schendingen van het recht op privacy) door dit Comité kritisch onder de loep genomen worden.

Gepubliceerd in Wetgeving

Mede op initiatief van Privacy First buigt een speciaal Comité van de Verenigde Naties in Genève zich deze week over de dreigende invoering van Taser-wapens bij het gehele Nederlandse politiekorps. Deze invoering is mogelijk in strijd met het VN Verdrag tegen Foltering.

Recht op lichamelijke integriteit

Van oudsher hanteert Privacy First een breed, mensenrechtelijk begrip van het recht op privacy. Hieronder valt ook het recht op lichamelijke integriteit. Dit recht staat de laatste jaren in toenemende mate onder druk: denk bijvoorbeeld aan preventief fouilleren op straat, bodyscans op luchthavens, vingerafdrukken in paspoorten, DNA-databanken, de nieuwe wet op orgaandonatie, discussies over verplicht vaccineren, etc. Naast artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt het recht op lichamelijke integriteit in Nederland apart beschermd door artikel 11 van de Grondwet. Op internationaal niveau behoort het recht op lichamelijke integriteit tot de categorie mensenrechten die de sterkste bescherming genieten, waaronder het absolute verbod op marteling of foltering.

VN Verdrag tegen Foltering

Marteling (of, indien door ambtenaren gepleegd: foltering) behoort tot de kleine categorie van absolute verboden in het internationaal recht. Andere voorbeelden binnen deze categorie zijn het verbod op genocide, internationale agressie (illegale oorlogvoering), slavernij, rassendiscriminatie, apartheid en piraterij. Overtreding van deze normen is altijd en onder alle omstandigheden verboden. Een ieder die zich waar dan ook ter wereld aan marteling of foltering schuldig (heeft ge)maakt dient dan ook te worden vervolgd of te worden uitgeleverd. Dit geldt ook voor ambtenaren, ministers, presidenten en staatshoofden. Nederland is sinds 1988 partij bij het verdrag waarbij dit wereldwijd is geregeld: het VN Verdrag tegen Foltering. Periodiek wordt iedere verdragspartij onder de loep genomen door het toezichthoudende verdragsorgaan in Genève: het VN-Comité tegen Foltering. Uitspraken van dit Comité vormen gezaghebbende richtsnoeren voor de naleving en interpretatie van het verdrag. Deze dinsdag en woensdag is Nederland opnieuw (evenals in 2013) “aan de beurt”: op dinsdag zal Nederland door de Comitéleden over diverse onderwerpen aan de tand worden gevoeld, gevolgd door antwoorden van de Nederlandse regeringsdelegatie op woensdag. Vervolgens zal het Comité een reeks kritische aanbevelingen (“Concluding Observations”) aan Nederland uitvaardigen.

Taser-wapens op VN-agenda

Ter voorbereiding van de Nederlandse sessie stuurde het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) onlangs namens een brede coalitie van maatschappelijke organisaties een zogeheten ‘schaduwrapportage’ over Nederland naar het Comité in Genève. Op initiatief van Privacy First is, evenals in 2013, de kwestie van Taser-wapens (stroomstootwapens) hierbij nadrukkelijk aan de orde gesteld. De Nederlandse regering dreigt binnenkort namelijk iedere Nederlandse politieagent een eigen Taser-wapen te geven, zo bleek vorige week nog uit berichtgeving in de media. Tot op heden zijn alleen de arrestatieteams van de Nederlandse politie met Taser-wapens uitgerust. Dat bredere, algemene inzet van Taser-wapens zal leiden tot structurele excessen ligt in de lijn der verwachting. In dit verband spreken met name alle Amerikaanse schandalen met Taser-wapens boekdelen. In de optiek van Privacy First kan het gebruik van Taser-wapens gemakkelijk leiden tot schending van het internationale verbod op foltering, wrede of onmenselijke behandeling en het daaraan verwante recht op lichamelijke integriteit. Taser-wapens verlagen immers de geweldsdrempel en laten nauwelijks uiterlijke sporen achter. Tegelijkertijd kunnen Taser-wapens ernstige fysieke en mentale schade veroorzaken. Dit levert ernstige risico’s op voor de Nederlandse bevolking, met name ook voor bepaalde kwetsbare groepen. In onze gezamenlijke schaduwrapportage aan het Comité worden deze risico’s daarom benadrukt (zie rapportage, pp. 15-16).

Eerdere kritiek van VN-Comité

Zowel de Nederlandse coalitie van maatschappelijke organisaties als Amnesty International hebben het VN-Comité verzocht om de Nederlandse regering hierover kritisch te ondervragen en Nederland te adviseren om géén Taser-wapens voor het gehele Nederlandse politiekorps in te voeren. Bij de vorige sessie van het VN-Comité in 2013 had o.a. Privacy First hier eveneens op aangedrongen. Dit leidde destijds tot het volgende dringende advies van het Comité aan Nederland:

“The Committee recommends to [the Netherlands], in accordance with articles 2 and 16 of [the Convention against Torture], to refrain from flat distribution and use of electrical discharge weapons by police officers. It also recommends adopting safeguards against misuse and providing proper training for the personnel to avoid excessive use of force. In addition, the Committee recommends that electrical discharge weapons should be used exclusively in extreme limited situations where there is a real and immediate threat to life or risk of serious injury, as a substitute for lethal weapons.” (par. 27)

Privacy First ziet een nieuw kritisch oordeel van het Comité met vertrouwen tegemoet. Zie ook ons commentaar in de Telegraaf en regionale dagbladen (via ANP).


Update 22 november 2018: gisteren en eergisteren vond de Nederlandse sessie bij het VN-Comité plaats. Talloze actuele onderwerpen passeerden daarbij kritisch de revue, waaronder Taser-wapens. Tegenover het VN-Comité verklaarden de vertegenwoordigers van Curaçao, Sint Maarten en Aruba nadrukkelijk dat daar geen Taser-wapens worden gebruikt. Dit stond in schril contrast met de vertegenwoordiger van de Nederlandse regering (secretaris-generaal Riedstra van het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid) die nauwelijks op dit onderwerp inging en stelde dat de Nederlandse regering in 2019 een besluit over de inzet van Taser-wapens zal nemen. Hieronder alle relevante audiofragmenten: 

Vragen van dhr. Hani namens VN-Comité, 20 november 2018:

(Engelse simultaanvertaling)

Antwoord van dhr. Riedstra namens Nederland:

 

Nieuwe vragen van dhr. Hani namens VN-Comité, 21 november 2018:

(Engelse simultaanvertaling)

Antwoord van dhr. Riedstra namens Nederland:


Zie ook het VN-persbericht over de Nederlandse sessie in Genève, de volledige videoregistratie (dag 1 en dag 2) en het woordelijk verslag (dag 1 en dag 2). Naar verwachting zal het VN-Comité binnen enkele weken kritische Concluding Observations (dringende adviezen) over Nederland uitvaardigen.


Update 7 december 2018: vandaag heeft het VN-Comité een aantal richtlijnen (Concluding Observations) aan de Nederlandse regering uitgevaardigd, waaronder het dringende verzoek om geen Taser-wapens in te voeren voor het gehele Nederlandse politiekorps en dit te beperken tot die gevallen waarin het gebruik van een Taser-wapen strikt noodzakelijk en proportioneel kan worden geacht. Tevens waarschuwt het Comité nadrukkelijk om geen Taser-wapens te gebruiken bij kwetsbare personen. Het Comité toont zich bovendien zeer bezorgd over de manier waarop Taser-wapens tot nu toe door de Nederlandse politie zijn gebruikt.

Het gehele rapport van het Comité staat HIER (pdf). Hieronder het onderdeel inzake Taser-wapens (par. 42-43):

Electrical discharge weapons (tasers) and pepper spray

42. The Committee notes with concern that despite its previous recommendations against the routine distribution and use of electrical discharge weapons (tasers) by police officers, the State party conducted a pilot testing from February 2017 to February 2018 without clear instructions on their restrictive use. It is particularly concerned at information that during this pilot period, police officers used tasers in situations where there was no real and immediate threat to life or risk of serious injury, including in cases where targeted individuals were already in police custody. It is further concerned about reports of the frequent use of the so-called “stun mode” which is intended to merely inflict pain, and the incidents in which tasers were used against minors as well as persons with mental disabilities in healthcare settings. In addition, the Committee is concerned about information that the use of pepper spray is not regulated fully in line with principles of necessity and proportionality and that the new draft Instructions on the Use of Force is expected to further lower the threshold for using it and to permit its use against vulnerable persons including pregnant women and children (arts. 2, 11 and 16).

43. Recalling the Committee’s previous recommendations (CAT/C/NLD/CO/5-6, para. 27), the State party should:

(a) Refrain from routine distribution and use of electrical discharge weapons by police officers in their day-to-day policing, with a view to establishing a high threshold for their use and avoiding excessive use of force;

(b) Ensure that electrical discharge weapons are used exclusively in limited situations where there is a real and immediate threat to life or risk of serious injury, as a substitute for lethal weapons and by trained law enforcement officers only;

(c) Explicitly prohibit the use of electrical discharge weapons and pepper spray against vulnerable persons, including minors and pregnant women, and in healthcare settings, including mental health institutions, and especially prohibit the use of electrical discharge weapons in the custodial settings;

(d) Ensure that the instructions on the use of electrical discharge weapons and pepper spray emphasize the absolute prohibition of torture and the need to respect the principles of necessity and proportionality, fully in accordance with the Convention and the Basic Principles on the Use of Force and Firearms by Law Enforcement Officials;

(e) Adopt safeguards against misuse of electrical discharge weapons and pepper spray and provide proper training and awareness programmes for the law enforcement personnel;

(f) Monitor and regularly review the use of electrical discharge weapons and pepper spray, and provide the Committee with this information.

 

Privacy First waardeert dit kritische oordeel en de principiële stellingname van het Comité. Dit creëert bovendien een sterk precedent voor andere landen wereldwijd. Privacy First zal erop toezien dat de Nederlandse overheid de richtlijnen van het Comité naleeft.

Gepubliceerd in Wetgeving

"Met kentekencamera’s binden politie en justitie de strijd aan met criminelen. Maar de camera’s boven en langs (snel)wegen registreren de gegevens van élke weggebruiker. Informatie die, zo is de bedoeling, straks vier weken lang bewaard mag worden. Privacy-organisaties zijn hier mordicus tegen en bereiden een rechtszaak voor.

Voortvluchtige criminelen, autodieven, inbrekers. Het zogeheten ANPR-systeem moet de kans dat de politie ze aanhoudt, aanmerkelijk vergroten. ANPR staat voor automatic numberplate recognition. Kort gezegd: nummerplaatherkenning. De camera’s maken opnames van kentekens. Die worden vergeleken met gegevens in politiecomputers over mensen die worden gezocht of boetes hebben openstaan. Komt de naam in de politiebestanden voor, dan kan de automobilist beboet of aangehouden worden.

De camera’s hangen al jaren boven snelwegen, op dit moment zijn het er naar schatting 450. Daarnaast zijn ongeveer 150 politieauto’s voorzien van mobiele ANPR-camera’s. En sinds dit jaar zijn provinciale wegen verspreid over het hele land voorzien van tweehonderd ANPR-camera’s. (...)

Wetsvoorstel

Tot nog toe worden de miljoenen kentekengegevens van weggebruikers die in geen enkel bestand voorkomen onmiddellijk, of in ieder geval binnen 24 uur gewist. Maar op aandringen van politie en justitie keurden Tweede en Eerste Kamer vorig jaar een wetsvoorstel goed dat voorziet in het bewaren van gegevens voor een periode van vier weken. Hierdoor kan de politie langer gebruikmaken van de gegevens bij de opsporing van een misdrijf of voor de aanhouding van voortvluchtige personen.

Gegevens

Privacyvoorvechters waarschuwen dat ook onschuldige burgers in de systemen van politie belanden. Zoals Privacy First, een onafhankelijke stichting met als doel het bevorderen van het recht op privacy. Directeur Vincent Böhre is er honderd procent van overtuigd dat de nieuwe wet de rechten van burgers schendt. “Het gaat om honderden camera’s die gegevens van weggebruikers registreren. Als je die massaal voor een periode van een maand opslaat voor opsporing en vervolging, dan behandel je de hele bevolking bij voorbaat als potentiële criminelen. Of als terroristen, want de databank zal ook door de AIVD gebruikt worden. Zij krijgt rechtstreeks toegang tot die databank”, aldus Böhre.

Maar als ik niks te verbergen heb, dan is het toch niet erg dat mijn gegevens worden opgeslagen?
Böhre: “Laat ik het omdraaien. Als je niets te verbergen hebt, dan ben je onschuldig, en dan hoeven je gegevens ook niet te worden opgeslagen. Mensen die niks te verbergen hebben, moeten buiten het vizier van politie en justitie blijven en zich in alle vrijheid door Nederland kunnen begeven en reizen. Nu is het zo dat als je niet op een zoeklijst van politie en justitie staat je gegevens binnen 24 uur worden gewist. Daar kunnen we mee leven, al zou onmiddellijk wissen beter zijn.”

Inwerkingtreding

De nieuwe wet, die het opslaan van gegevens voor maximaal vier weken moet bestendigen, is nog niet van kracht. De Raad van State heeft het uitvoeringsbesluit dat minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) eerder dit jaar nam onlangs van advies voorzien. “Wij hebben dat advies inderdaad ontvangen”, zegt een woordvoerder van het ministerie. “Over de inhoud ervan kunnen we nu nog geen mededelingen doen. Ook over de datum van inwerkingtreding kunnen we niets zeggen. Daarover moet nog besluitvorming plaatsvinden.” (...)

Rechtszaak

Böhre vreest dat het aantal ANPR-camera’s de komende jaren alleen maar zal toenemen. “Hoe ver willen we gaan met dit soort technologie? Nogmaals, ik vind dat we moeten proberen om de samenleving zo in te richten dat onschuldige burgers zo veel mogelijk buiten het vizier van opsporings- en inlichtingendiensten blijven en dat ze zich vrij kunnen wanen.”

Zodra bekend is hoe de nieuwe wet er precies uit zal zien, spant Privacy First samen met het Platform Bescherming Burgerrechten een rechtszaak aan. “We verwachten dat andere organisaties zich bij ons aansluiten.”


Bron: BN/DeStem 17 november 2018: https://www.bndestem.nl/breda/gegevens-langer-opslaan-mensen-moeten-buiten-het-vizier-van-justitie-kunnen-blijven~a1bd3356/.

Gepubliceerd in Wetgeving

"Elke auto op de weg wordt straks heel precies bekeken door de Belastingdienst. Miljoenen foto’s van automobilisten stromen vanaf komend jaar maandelijks bij de dienst binnen, op jacht naar een kleine groep ontduikers van de motorrijtuigenbelasting.Dat staat in de Prinsjesdagstukken, enigszins weggestopt in het wetsvoorstel 'Overige Fiscale Maatregelen'.

De Belastingdienst mikt er op het systeem al vanaf 1 januari 2019 werkend te hebben. Het nummerbord van elke automobilist op de openbare weg wordt gescand. De fiscus krijgt dan al die miljoenen foto's om te bepalen of de motorrijtuigenbelasting goed is betaald.

Belastingdienst is watching you

Voor 2017 maakte de Belastingdienst al gebruik van de camerabeelden. Maar de Hoge Raad floot de Belastingdienst toen terug. Er was namelijk geen wettelijke basis voor het verzamelen en verwerken van de camerabeelden. Die wettelijke basis gaat er nu dus wel komen, staat in het Belastingplan 2019.

Heel precies houdt het plan in dat het kenteken, de locatie, de datum en het tijdstip waarop de foto gemaakt is, door de Belastingdienst mag worden verzameld en verwerkt. Daarvoor kan de Belastingdienst onder andere gebruik gaan maken van de snelwegcamera's van de politie. Die kom je tegenwoordig overal tegen, in totaal hangen er in Nederland al zo'n 800.

(...)

'Privacy in het geding'

De inzet van de camera's is omstreden; het grootschalig verzamelen van kentekengegevens wordt gezien als flinke inbreuk op de privacy van automobilisten.

Vincent Böhre van Privacy First maakt zich zorgen. "Je gaat alle kentekengegevens verzamelen om een relatief kleine groep te kunnen pakken. Er wordt beloofd dat de gegevens van automobilisten die netjes hebben betaald binnen 24 uur worden verwijderd, maar eerder bleek al een keer dat de Belastingdienst daar niet goed mee omgaat. (...) Alles aan deze wet lijkt een opstapje tot meer controle met camera's. Het wordt dan nu voor doel A gebruikt, maar je zult zien dat uiteindelijk doel B tot en met Z erbij worden gehaald."

De Belastingdienst zelf laat in een reactie weten dat het op vooralsnog echt alleen gaat om de motorrijtuigenbelasting. De dienst zegt daar wel eerlijk bij: er loopt al een onderzoek om te bekijken of de beelden ook gebruikt mogen worden om privé-gebruik van leaseauto's te controleren."

Lees het hele artikel bij RTL Nieuws en RTL-Z. Klik HIER voor het interview met Privacy First in het RTL Journaal (vanaf 6m46s).

Update 22 september 2018: zie tevens de reportage van EenVandaag via https://eenvandaag.avrotros.nl/item/belastingdienst-mag-omstreden-camera-inzetten-in-jacht-op-fraudeur/.

Gepubliceerd in Cameratoezicht
donderdag, 21 juni 2018 12:44

Politie krijgt brede hack-bevoegdheid

Volgende week stemt de Eerste Kamer over een wet die de politie de bevoegdheid geeft om iedere computer of smartphone te kunnen hacken. In dit verband verzond Privacy First vandaag onderstaande oproep aan alle relevante Kamerleden:

Geachte Kamerleden,

Op dinsdag 26 juni as. stemt u over het controversiële wetsvoorstel Computercriminaliteit III, dat de politie de bevoegdheid geeft om vrijwel ieder apparaat te kunnen hacken. Zoals reeds door Privacy First aangegeven bij de parlementaire expert-meeting op 20 juni 2017 is bij dit wetsvoorstel echter nooit sprake geweest van een grondige en onafhankelijke Privacy Impact Assessment. Bij het wetsvoorstel zijn bovendien de vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit tot op heden nooit hard aangetoond. In de optiek van Privacy First lijkt het wetsvoorstel vooral gedreven door technologisch determinisme: alles wat technisch kan, wordt wettelijk mogelijk gemaakt. Van enige wettelijke inperking in technologische zin is bewust geen sprake: de werking van het wetsvoorstel zal zich uitstrekken tot vrijwel alles wat met het internet in verbinding staat. In de toekomst dus vrijwel de gehele maatschappij, waaronder het Internet of Things. In politiekringen wil men zelfs rijdende auto's kunnen hacken en stilzetten, met alle gevaren van dien voor de verkeersveiligheid. De misdrijven waarbij dit wetsvoorstel kan worden ingezet, kunnen bovendien simpelweg door de Minister worden uitgebreid bij Algemene Maatregel van Bestuur. Dat is geen privacy by design, dat is function creep (doelverschuiving) by design. Dit staat op gespannen voet met het grondwettelijke vereiste in artikel 10 Grondwet dat iedere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer gebaseerd dient te zijn op een wet in formele zin, met parlementaire goedkeuring vooraf. Privacy First verzoekt uw Kamer dan ook om dit wetsvoorstel te verwerpen, danwel tenminste paal en perk aan het huidige wetsvoorstel te stellen door de moties van de Kamerleden Bredenoord (over parlementaire controle) en Strik (over onafhankelijke toetsing) aan te nemen.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

 

Lees HIER de brief die Privacy First eerder over dit wetsvoorstel aan de Tweede Kamer verstuurde.

Update 26 juni 2018: vandaag heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel helaas aangenomen. VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie, SGP, OSF en D66 stemden vóór. GroenLinks, SP, 50Plus, PvdD en PVV stemden tegen. De motie-Bredenoord (D66) werd unaniem aangenomen. De motie-Strik (GroenLinks) werd helaas verworpen. De wet zal waarschijnlijk op 1 januari 2019 in werking treden.

Gepubliceerd in Wetgeving

Vanmiddag vindt in de Tweede Kamer een belangrijk debat plaats over de invoering van Passenger Name Records (PNR): massale, jarenlange opslag van allerlei gegevens van vliegtuigpassagiers ter bestrijding van misdaad en terrorisme. Privacy First heeft hier grote bezwaren tegen en stuurde dit weekend onderstaande brief naar de Tweede Kamer. Beluister tevens het interview hierover met Privacy First vanochtend op BNR Nieuwsradio:

  (bron: BNR)

Update 14 mei 2018, 10.15u: zojuist is het Kamerdebat geannuleerd en "tot nader order uitgesteld".  

 

Geachte Kamerleden,

Deze maandagmiddag debatteert u met minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) over de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn inzake Passenger Name Records (PNR). Zowel de Europese PNR-richtlijn als de beoogde Nederlandse implementatiewet zijn in de optiek van Privacy First juridisch onhoudbaar. Hieronder zetten wij dit kort voor u uiteen.

Vakantieregister

In het PNR-wetsvoorstel van de minister zullen talloze gegevens van alle vliegtuigpassagiers met vertrek of aankomst in Nederland 5 jaar lang in een centrale overheidsdatabank bij de nieuwe Passenger Information Unit worden bewaard en gebruikt ter voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van misdrijven en terrorisme. Gevoelige persoonsgegevens (waaronder naam- en adresgegevens, telefoonnummers, emailadressen, geboortedata, reisdata, ID-documentnummers, bestemmingen, medepassagiers en betaalgegevens) van vele miljoenen passagiers zullen daardoor jarenlang beschikbaar zijn t.b.v. datamining en profiling. In wezen wordt iedere vliegtuigpassagier hierdoor behandeld als potentiële crimineel of terrorist. In 99,99% van de gevallen betreft het echter volstrekt onschuldige burgers, voornamelijk vakantiegangers en zakenreizigers. Dit vormt een flagrante schending van hun recht op privacy en vrijheid van beweging. Onlangs heeft Privacy First dit ook in de Volkskrant betoogd. Wegens privacybezwaren bestond er de laatste jaren veel politieke weerstand tegen dergelijke massale PNR-opslag en werd dit sinds 2010 diverse malen verworpen door zowel de Nederlandse Tweede Kamer als het Europees Parlement. In 2015 waren ook de Nederlandse regeringspartijen VVD en PvdA nog mordicus tegen. VVD en PvdA spraken destijds van een "vakantieregister" en dreigden zélf naar het Europees Hof van Justitie te stappen als de Europese PNR-richtlijn zou worden aangenomen. Na de recente aanslagen in Parijs en Brussel leken veel politieke bezwaren echter als sneeuw voor de zon verdwenen en werd de PNR-richtlijn in 2016 alsnog een feit. Tot op heden is de juridisch vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit van deze richtlijn echter nog steeds niet aangetoond.

Europees Hof

In de zomer van 2017 deed het Europees Hof van Justitie een belangrijke uitspraak over het vergelijkbare PNR-verdrag tussen de EU en Canada. Het Hof verklaarde dit verdrag ongeldig wegens strijd met het recht op privacy. Het Hof stelde hierbij onder meer dat “gegevens van een luchtreiziger na diens vertrek slechts mogen worden bewaard indien op grond van objectieve criteria kan worden aangenomen dat deze luchtreiziger een risico kan vormen in het kader van de strijd tegen terrorisme en ernstige grensoverschrijdende criminaliteit.” (Zie Advies 1/15 (26 juli 2017), par. 207.) Door deze uitspraak staat sindsdien de Europese PNR-richtlijn juridisch op losse schroeven. De Nederlandse regering heeft daarom terechte “zorgen over de toekomstbestendigheid van de PNR-richtlijn” (zie recente Nota naar aanleiding van verslag, p. 23). Privacy First verwacht dat de huidige PNR-richtlijn binnenkort ter toetsing aan het Europees Hof van Justitie zal worden voorgelegd en onrechtmatig zal worden verklaard. Daarna zal dezelfde situatie ontstaan als enkele jaren geleden bij de Europese telecom-bewaarplicht: zodra deze Europese richtlijn ongeldig is verklaard, zal de Nederlandse implementatiewetgeving in kort geding buiten werking worden gesteld.

Massa surveillance

Het huidige Nederlandse PNR-wetsvoorstel lijkt bij voorbaat onrechtmatig wegens gebrek aan aantoonbare noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit. Het wetsvoorstel komt neer op massa-surveillance van grotendeels onschuldige burgers; reeds in de Tele2-zaak (2016) verklaarde het Europees Hof dit type wetgeving illegaal. Bij de VN Mensenrechtenraad deed Nederland in dit verband vorig jaar de algemene toezegging “to ensure that the collection and maintenance of data for criminal [investigation] purposes does not entail massive surveillance of innocent persons. Nederland lijkt die belofte nu te verbreken. Bij iedere passagier worden immers talloze volstrekt overbodige data opgeslagen die jarenlang door allerlei Nederlandse, Europese en zelfs niet-Europese overheidsinstanties kunnen worden gebruikt. Bovendien is de effectiviteit van PNR tot op heden nooit aangetoond, aldus ook de minister zelf: “statistische onderbouwing is niet voorhanden” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 8). Het risico op onterechte verdenkingen en discriminatie (door feilbare algoritmes bij profiling) is bij het voorgestelde PNR-systeem levensgroot, wat tevens de kans op vertragingen en gemiste vluchten bij onschuldige passagiers verhoogt. Tegelijkertijd zullen gezochte personen vaak onder de radar blijven en alternatieve reisroutes kiezen. Verder wordt in het wetsvoorstel met geen woord gerept over de rol en mogelijkheden van geheime diensten, terwijl die onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten directe, afgeschermde toegang tot de centrale PNR-databank zullen kunnen krijgen. Meest kwalijke aspect aan het Nederlandse PNR-wetsvoorstel is echter dat dit nog twee stappen verder gaat dan de PNR-richtlijn zelf: Nederland kiest er immers zélf voor om ook de data van passagiers op alle intra-EU vluchten op te slaan. Onder de PNR-richtlijn is dit echter niet verplicht, en had Nederland dit bovendien kunnen beperken tot louter vooraf geselecteerde (risico)vluchten. Dit zou in lijn geweest zijn met het advies van de meeste experts op dit terrein: targeted i.p.v. mass surveillance, zo gericht mogelijk, oftewel louter gericht op die personen waarop een redelijke verdenking rust, conform de principes van onze democratische rechtsstaat.

Advies Privacy First

Privacy First adviseert u hierbij met klem om het huidige wetsvoorstel te verwerpen en dit desgewenst te vervangen door een privacyvriendelijke versie. Mocht dit ertoe leiden dat Nederland door de Europese Commissie voor het EU Hof van Justitie zal worden gedaagd wegens gebrek aan implementatie van de huidige Europese PNR-richtlijn, dan verwacht Privacy First dat Nederland deze zaak glansrijk zal winnen. Van EU-lidstaten mag immers niet worden verwacht dat zij privacyschendende EU-regels implementeren. Nederland heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

Stichting Privacy First

Gepubliceerd in Wetgeving

Op 21 november jl. nam de Eerste Kamer een controversieel wetsvoorstel aan waardoor de reisbewegingen van iedere automobilist 4 weken in een centrale politiedatabank zullen belanden. Privacy First start een rechtszaak om dit wetsvoorstel onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy.

Massale privacyschending

Vast beleid van Stichting Privacy First is om massale privacyschendingen bij de rechter aan te vechten en onrechtmatig te laten verklaren. Privacy First deed dit de laatste jaren reeds met succes bij de centrale opslag van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet en de opslag van ieders communicatiegegevens onder de Wet bewaarplicht telecommunicatie. Een actueel wetsvoorstel dat zich bij uitstek voor een dergelijke rechtszaak leent is het wetsvoorstel van minister Grapperhaus inzake Automatic Number Plate Recognition (automatische nummerplaatherkenning, ANPR). Onder dit wetsvoorstel zullen de kentekens van alle auto's in Nederland (oftewel ieders reisbewegingen) door middel van cameratoezicht vier weken in een centrale politiedatabank worden opgeslagen voor opsporing en vervolging. Iedere automobilist wordt hierdoor een potentiële verdachte. Dit is totaal niet noodzakelijk, volstrekt disproportioneel en bovendien ineffectief. Het wetsvoorstel is daarom in strijd met het recht op privacy en daarmee onrechtmatig.

Oud wetsvoorstel

Het huidige ANPR-wetsvoorstel werd reeds in februari 2013 bij de Tweede Kamer ingediend door voormalig minister Opstelten. Voorheen was ook minister van Justitie Hirsch Ballin al in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit voorstel echter controversieel. De ministers Opstelten en Van der Steur deden er in het huidige wetsvoorstel alsnog drie scheppen bovenop: 4 weken opslag van ieders reisbewegingen. Wegens privacybezwaren lag de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel vervolgens jarenlang stil, maar werd daarna alsnog door de Tweede en Eerste Kamer heen geloodst. Het wetsvoorstel past echter allang niet meer in deze tijd: het is reeds ingehaald door Europese rechtspraak waardoor dit type wetgeving (massale opslag van gegevens van onschuldige burgers) onrechtmatig is verklaard. Bovendien heeft de ANPR-praktijk in binnen- en buitenland reeds uitgewezen dat massale ANPR-opslag niet werkt.

Rechtszaak

Privacy First zal nu (in coalitie met andere maatschappelijke organisaties) een rechtszaak beginnen om de nieuwe ANPR-wet buiten werking te laten stellen. Privacy First heeft daartoe via Pro Bono Connect het gerenommeerde advocatenkantoor CMS ingeschakeld. De eerste formele processtap is gisteren genomen: per brief (PDF) heeft Privacy First aan minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) om overleg ex art. 3:305a BW gevraagd. Mocht dit overleg niet tot intrekking van het ANPR-wetsvoorstel leiden, dan valt onverbiddelijk het zwaard van Damocles: Privacy First c.s. zullen dan de Nederlandse Staat in kort geding dagvaarden om de wet buiten werking te laten stellen wegens strijd met Europees privacyrecht. Gezien de Europese en Nederlandse jurisprudentie terzake achten Privacy First c.s. de kans op een succesvolle rechtsgang buitengewoon hoog.


Update 20 december 2018: vandaag heeft de overheid aangekondigd dat de wet ANPR per 1 januari 2019 in werking zal treden. Het kort geding tegen de wet zal z.s.m. plaatsvinden bij de rechtbank Den Haag.

Gepubliceerd in Rechtszaken

Morgen behandelt de Eerste Kamer een controversieel wetsvoorstel waardoor de reisbewegingen van iedere automobilist 4 weken in een politiedatabank zullen belanden. Vandaag verzocht Privacy First de Eerste Kamer om dit wetsvoorstel te verwerpen. Hieronder volgt de volledige tekst van onze brief (PDF):
 

Geachte Kamerleden,

Morgen gaat u met de minister van Justitie in debat over het wetsvoorstel inzake Automatische Nummerplaat Registratie (ANPR). Reeds sinds 2011 heeft Privacy First haar kritische standpunt over dit wetsvoorstel talloze malen kenbaar gemaakt, zowel in de media als richting Tweede en Eerste Kamer als aan de minister persoonlijk. Op 20 juni jl. vond over het wetsvoorstel in uw Kamer een kritische hoorzitting plaats.[1] Teneur van deze hoorzitting was dat dit wetsvoorstel niet voldoet aan de juridische vereisten van noodzaak en proportionaliteit. Bovendien is de effectiviteit van ANPR tot op heden niet aangetoond.[2] Het wetsvoorstel past om deze redenen niet in een democratische rechtsstaat en dient daarom verworpen te worden.

Wetsvoorstel is juridisch onhoudbaar

Het wetsvoorstel voldoet niet aan de vereisten die het Europees Hof van Justitie de laatste jaren aan dit type wetgeving heeft gesteld in de zaken Digital Rights en Tele2.[3] Bij dit wetsvoorstel is immers sprake van algemene, ongedifferentieerde gegevensopslag en wordt die opslag niet beperkt tot dat wat strikt noodzakelijk is. Bovendien ontbreekt voorafgaande rechterlijke toetsing bij toegang tot de gegevens. Privacy First verwacht dan ook dat de rechterlijke macht het wetsvoorstel desgevraagd onverbindend zal verklaren wegens strijd met Europees privacyrecht.

ANPR-sleepnet

In de kern komt het huidige wetsvoorstel neer op massale opslag van ieders reisbewegingen op de openbare weg. De maatschappelijke weerstand tegen dergelijke massa-surveillance is groot en neemt immer toe, getuige de volksopstand tegen de centrale opslag van ieders vingerdrukken onder de Paspoortwet in 2009-2011, de rechterlijke buitenwerkingstelling van de telecom-bewaarplicht in 2015 en het aanstaande referendum (en geplande grootschalige rechtszaak) tegen de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), ook wel ‘Sleepwet’ genoemd. Het huidige ANPR-wetsvoorstel vormt een vergelijkbaar sleepnet: niet van ieders vingerafdrukken, telecommunicatie of internetgedrag, maar van ieders reisbewegingen. Mocht uw Kamer dit wetsvoorstel desondanks goedkeuren, dan rest Privacy First geen andere optie dan dit door de rechter ongedaan te laten maken.

Internationale kritiek

Privacy First staat hierin niet alleen: diverse organisaties hebben reeds toegezegd zich bij onze rechtszaak tegen het ANPR-sleepnet te zullen aansluiten. Ook in het buitenland neemt de kritiek op ANPR toe: onlangs won ANPR in België een nationale Big Brother Award.[4] Daarnaast ontving Nederland vanuit de VN Mensenrechtenraad in Genève in mei dit jaar het volgende dringende advies: “Take necessary measures to ensure that the collection and maintenance of data for criminal purposes does not entail massive surveillance of innocent persons.”[5] De Nederlandse regering heeft dit advies in september jl. uitdrukkelijk geaccepteerd.[6] Daarmee heeft Nederland op internationaal niveau stelling genomen tegen massa-surveillance. Het huidige wetsvoorstel ANPR is hiermee in strijd en dient daarom te worden verworpen.

Huidige praktijk reguleren

De huidige ANPR-praktijk vindt plaats op basis van artikel 3 Politiewet. Dit oude, brede vangnet-artikel is daar echter nooit voor bedoeld en voldoet niet aan de moderne vereisten van artikel 8 EVRM (recht op privacy). De huidige ANPR-praktijk is daarom onrechtmatig. Het Nederlandse parlement zou beter die huidige praktijk wettelijk kunnen reguleren en van strikte privacywaarborgen moeten voorzien: louter opslag van kenteken-hits en slechts tijdelijke opslag van no-hits in concrete, uitzonderlijke gevallen, na rechterlijke toestemming. Het huidige wetsvoorstel schiet hier echter mijlenver voorbij: iedere automobilist wordt hierdoor een potentiële verdachte en belandt 4 weken in een centrale politiedatabank. Onder de nieuwe Wiv zal deze databank bovendien direct toegankelijk kunnen worden voor AIVD en MIVD en zullen ANPR-data tevens uitgewisseld kunnen worden met buitenlandse diensten. Massa-surveillance wordt hierdoor een feit. Nederland wordt hierdoor een Big Brother maatschappij. Dit vormt een historische breuk met het verleden. Het is aan uw Kamer om dit te voorkomen en aan te sturen op betere, privacyvriendelijke wetgeving waardoor Nederland vrij én veilig zal kunnen blijven.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..


Hoogachtend,


Stichting Privacy First



[1] Zie https://www.privacyfirst.nl/aandachtsvelden/wetgeving/item/1075-hoorzitting-eerste-kamer-over-wetsvoorstel-anpr.html.

[2] Zie bijvoorbeeld meest recentelijk WODC, ANPR: toepassingen en ontwikkelingen (december 2016), https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2387-intelligente-toepassingen-van-automatic-number-plate-recognition.aspx.

[3] Zie Hof van Justitie van de Europese Unie, gevoegde zaken C-293/12 & C-594/12 (Digital Rights, 8 april 2014) en gevoegde zaken C203/15 & C698/15 (Tele2, 21 december 2016).

[4] Zie https://bigbrotherawards.be/nl/.

[5] Zie https://www.privacyfirst.nl/aandachtsvelden/wetgeving/item/1071-nederland-onder-de-loep-bij-verenigde-naties.html. Zie in dit verband tevens de recente brief van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten aan de Nederlandse regering, waarin dit advies wordt herhaald en wordt aangedrongen op implementatie en rapportage: https://www.upr-info.org/sites/default/files/document/session_27_-_may_2017/letter_for_implementation_3rd_upr_nld_e.pdf (23 oktober 2017).

[6] Zie UN Doc. A/HRC/36/15/Add.1 (14 september 2017), beschikbaar op https://www.upr-info.org/sites/default/files/document/netherlands/session_27_-_may_2017/a_hrc_36_15_add.1_e.pdf

 

Update 21 november 2017: vanmiddag heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel ANPR aangenomen. SGP, ChristenUnie, VVD, PvdA, CDA, 50Plus, OSF & PVV stemden voor. D66, GroenLinks, SP & PvdD stemden tegen. Privacy First c.s. zullen nu een rechtszaak beginnen om deze wet onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met Europees privacyrecht. Nadere berichtgeving hierover volgt zeer binnenkort.

Gepubliceerd in Wetgeving

"De Belastingdienst mag data over leaserijders, afkomstig van politiecamera's, niet langer gebruiken voor boetes, aldus de Hoge Raad.

Minimaal drie miljard kentekenfoto's ontvangt de Belastingdienst jaarlijks van voertuigen op de Nederlandse wegen, maar die zijn sinds vrijdag grotendeels waardeloos. De beelden worden rechtstreeks doorgestuurd vanuit honderden kentekencamera's van de politie. Een ideaal middel om de routes van een kwart miljoen automobilisten te volgen die bij de Belastingdienst hebben gemeld dat ze hun zakelijke auto niet privé gebruiken. Maar ook een grove inbreuk op de privacy, waarvoor geen toereikende wettelijke grondslag bestaat, zo oordeelde vrijdag de Hoge Raad.

U verklaart als leaserijder minder dan 500 kilometer per jaar privé te hebben gereden, maar de camera's signaleerden uw auto op plaatsen die niet overeenkomen met uw rittenadministratie? Dan was u tot nu toe mogelijk de klos, op basis van de kentekenfoto's. Deze praktijk moet nu stoppen, zo luidt het vonnis.

Drie leaserijders hadden bezwaar gemaakt tegen naheffingen die hun op basis van de kentekenbeelden waren opgelegd. Ze vinden de systematische controle van hun reisbewegingen een schending van hun privacy. Daarin geeft de Hoge Raad hen gelijk. „Het gaat hier namelijk niet om één of enkele waarnemingen in de openbare ruimte, maar om het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens over de bewegingen van voertuigen op diverse plaatsen in Nederland", aldus de Raad in een persbericht.

In zo'n geval is volgens Europees recht een precieze wettelijke grondslag vereist en die ontbreekt in Nederland. Daarvoor zal een nieuwe wet moeten worden opgesteld waarin wordt beargumenteerd waarom de inbreuk op de privacy noodzakelijk is. Dat kan jaren duren, als zo'n wet er ooit komt.

Betekent dit nu dat al die leaserijders die op basis van kentekenbeelden een naheffing kregen opgelegd geld kunnen terugvorderen? „Nee", zegt fiscaal jurist Clemens Meerts, die twee van de drie leaserijders bijstaat die bezwaar aantekenden. „De naheffingen van mensen die geen bezwaar maakten, hebben formele rechtskracht gekregen. Daar valt niets meer aan te doen."

Dat wordt bevestigd door een woordvoerder van de Belastingdienst. Die laat weten dat de fiscus op zoek gaat naar andere manieren om automobilisten op grote schaal in de gaten te houden. Ook zegt de woordvoerder dat de fiscus meerdere mogelijkheden heeft om leaserijders te controleren. „Bijvoorbeeld met locatiegegevens op basis van boetes door het Centraal Justitieel Incassobureau."

De Belastingdienst gebruikt de miljarden kentekenbeelden ook om te kijken welke geschorste voertuigen toch nog rondrijden en om mensen met belastingschulden op te sporen. Het is zeer de vraag of de beelden daarvoor nog wel mogen worden gebruikt. Nieuwe rechtszaken zouden daar ook een einde aan kunnen maken.

De organisatie voor privacybescherming Privacy First is blij met de uitspraak van de Hoge Raad. Privacy First voert rechtszaken tegen trajectcontroles waarmee snelheidsovertredingen worden gemeten. „Bij trajectcontroles worden de reisbewegingen van alle automobilisten geregistreerd en bewaard in politiedatabanken. Hiervoor bestaat evenmin een specifieke wettelijke basis, zoals door de Hoge Raad vereist", stelt directeur Vincent Böhre. Hij hoopt met de uitspraak van vrijdag ook de trajectcontroles uit te bannen."

Bron: NRC Handelsblad, zaterdag 25 februari 2017, rubriek Economie, p. 10. Tevens online beschikbaar op https://www.nrc.nl/nieuws/2017/02/24/fiscus-mag-geen-kentekens-verzamelen-6971403-a1547618.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 1 van 15

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon