donatieknop english

Met grote zorg heeft Stichting Privacy First kennisgenomen van de nieuwe Corona-noodwet zoals die gisteren door het kabinet is ingediend bij de Tweede Kamer. Privacy First acht deze wet volstrekt overbodig, ondemocratisch, maatschappelijk ontwrichtend en juridisch onrechtmatig. Hieronder zal Privacy First dit kort toelichten.

Geen nood, dus geen grond voor noodwetgeving

Bij de indiening van noodwetgeving dient allereerst sprake te zijn van een noodsituatie. Het Corona-virus lijkt inmiddels echter grotendeels uit de Nederlandse samenleving verdwenen. Er is in Nederland allang geen sprake meer van een (dreigende) noodsituatie qua zorgcapaciteit. Dus bestaat er geen enkele aanleiding voor het indienen (laat staan parlementair behandelen en goedkeuren) van de Corona-noodwet zoals die vandaag door het kabinet bij het parlement is ingediend. Naar verwachting zal deze situatie ook niet veranderen. Privacy First adviseert de Tweede Kamer daarom om deze noodwet te verwerpen.

In plaats van invoering nieuwe noodwet dienen huidige noodverordeningen te worden ingetrokken

De huidige noodverordeningen zijn reeds te lang van kracht, zijn ondemocratisch en ongrondwettelijk. Zowel de gemeenteraden als het parlement staan hierbij buitenspel. Onlangs betoogde Privacy First daarom in de Telegraaf dat alle noodverordeningen per direct dienen te worden ingetrokken. Vervolgens dient het huidige stelsel van noodverordeningen te worden geanalyseerd en gedemocratiseerd. Een eventuele nieuwe lockdown zou wettelijk alleen mogelijk moeten zijn als tenminste 75% van beide Kamers ermee instemt.

Corona-crisis vergt een gerichte aanpak op lokaal i.p.v. nationaal niveau

Het Corona-virus laat zich niet bestrijden met een “one size fits all” maatregel zoals de voorgestelde noodwet. Zoals ook in Duitsland steeds vaker wordt betoogd vergt dit geen eenzijdige nationale wetgeving, maar specifieke, tijdelijke ingrepen op lokaal niveau, mits strikt noodzakelijk en proportioneel, met lokale democratische goedkeuring vooraf en de mogelijkheid van toetsing door de rechter.

Noodwet is in strijd met de Grondwet en mensenrechten

De eerste concept-versie van de noodwet was een juridisch gedrocht dat de toets aan de Grondwet en de mensenrechten (waaronder het recht op privacy, het huisrecht en de vrijheid van beweging) op geen enkele wijze kon doorstaan. Dit heeft in de maatschappij terecht tot grote onrust, weerstand en rechtszaken geleid. Desondanks maakt het kabinet nu geen pas op de plaats, maar drukt haar totalitaire noodwet-agenda onverminderd door. Privacy First verwacht dat dit de bestaande maatschappelijke onrust verder zal aanwakkeren en zich als een veenbrand door onze samenleving zal blijven verspreiden. Door de nieuwe noodwet dreigen immers nog steeds de volgende draconische maatregelen:

- Juridisch verplichte “veilige afstand” tussen vrijwel iedereen die niet op hetzelfde adres woont. Volstrekt onnodig dreigt hierdoor de “anderhalvemetersamenleving” juridisch verankerd te worden. Dit kan onze samenleving duurzaam ontwrichten. Dit terwijl de ervaring inmiddels leert dat een vrijwillig beroep op de sociale verantwoordelijkheid van mensen ruim voldoende is.

- Regeren per decreet door de minister(s). In de voorgestelde noodwet wordt dit de standaard praktijk en wordt het parlement grotendeels vleugellam gemaakt (zie o.a. art. 58c en bijbehorende toelichting). Dit geldt zelfs voor kwesties die buiten de noodwet vallen. In art. 58s wordt dit eufemistisch een “vangnet” genoemd: “Indien zich een omstandigheid voordoet waarvoor de (...) geldende maatregelen niet toereikend zijn, kunnen bij ministeriële regeling andere maatregelen worden genomen die de kans op verspreiding van het [Coronavirus] redelijkerwijze beperken.” Dit vormt simpelweg een recept voor toekomstig machtsmisbruik op een breed scala aan onderwerpen. 

- Verbod op groepsvorming, evenementen, verplichte hygiënemaatregelen en beschermingsmiddelen, beroepsverboden, verbod op personenvervoer, onderwijs, kinderopvang etc.

- Alles op straffe van hoge boetes.

- De beruchte Corona-app staat weliswaar niet meer in de nieuwe noodwet, maar zal in een apart wetsvoorstel alsnog juridisch verankerd worden. Daarmee blijft de dreiging van massale invoering van deze surveillance app onverminderd hoog.

Privacy First zal alle noodzakelijke maatregelen tegen deze noodwet treffen

Privacy First zal allereerst langs politieke weg de ingediende noodwet verder onschadelijk trachten te maken. In coalitie met andere relevante organisaties zal Privacy First tevens de mogelijkheden verkennen om eventuele inwerkingtreding van deze noodwet juridisch te verhinderen of de noodwet buiten werking te laten stellen.

Gepubliceerd in Wetgeving

Een noodsituatie vergt noodmaatregelen. Daar zijn we ons terdege van bewust. Maar ook noodmaatregelen moeten proportioneel, transparant en toetsbaar zijn. En daar lijkt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) nu toch een belangrijke steek te hebben laten vallen. Omdat die haar goedkeuring heeft gegeven aan een problematische noodmaatregel, de zogenaamde ‘corona opt-in’, waarmee het medisch beroepsgeheim systematisch buitenspel wordt gezet. De medische privacy van alle Nederlandse burgers komt hiermee in gevaar.

Waar gaat het om? Ruim de helft van alle Nederlanders heeft nog geen toestemming gegeven om hun medische gegevens via het Landelijk Schakelpunt (LSP) te laten uitwisselen door zorgverleners. Daardoor is er een groot niemandsland van potentiële corona-patiënten waarvan huisartsenposten en ziekenhuizen niet weten wat hun medische achtergrond is. Terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, als de nood aan de man komt. Vandaar dat ze aan het ministerie van VWS gevraagd hebben om daar iets voor te regelen.

Het ministerie van VWS heeft hiervoor de zogenaamde ‘corona opt-in’ bedacht. Een verwarrende term, omdat er door die maatregel juist géén expliciete toestemming (opt-in) meer vereist is; er wordt uitgegaan van een soort stilzwijgende toestemming dat je gegevens gedeeld mogen worden via het LSP. Tenzij je alsnog bezwaar maakt. De nieuwe praktijk wordt daarmee: wie zwijgt, stemt toe (opt-out). Wat wettelijk gezien gewoon niet mag.

De Autoriteit Persoonsgegevens vindt deze ‘corona opt-in’ niet bezwaarlijk, met dien verstande dat de patiënt nog wel even ter plekke toestemming moet geven. In haar reactie op het voorstel stelt de AP:
“Artsen op de huisartsenpost of spoedeisende hulp mogen alleen met toestemming van coronapatiënten het medisch dossier bij hun huisarts inzien via een elektronisch uitwisselingssysteem. Wie nog geen toestemming heeft gegeven, kan dat ter plekke doen. Dat mag in dit geval ook mondeling. Alleen als een patiënt niet in staat is om toestemming te geven, is inzage zonder toestemming toegestaan.”

Medisch beroepsgeheim massaal omzeild

Klinkt logisch en redelijk. Vooral ook vanwege de extra voorwaarden die de AP heeft toegevoegd, zoals: dat deze maatregel tijdelijk is, en dat de gegevens alleen ingezien mogen worden door de huisartsenpost of de spoedeisende hulp. Maar toch kleven er aan deze oplossing belangrijke bezwaren. We noemen er vier (maar er zijn er nog meer).

Ten eerste is er een technisch probleem. Je kunt als patiënt wel zéggen dat je toestemming geeft, maar dan kan de arts nog steeds niet in je dossier. Degene die je dossier moet ontsluiten is namelijk de huisarts die je medische gegevens heeft vastgelegd in zijn patiëntdossier. Deze noodmaatregel is nou juist bedoeld om het beroepsgeheim dat daarop rust te omzeilen. Hoe dit logistiek moet worden gerealiseerd, wordt niet helder uit de brief van de AP. Maar wie is ingewijd in de technische kant van het LSP, weet dat dit alleen maar kan door álle dossiers waarvoor nog geen toestemming voor uitwisseling is gegeven, alsnog te ontsluiten (via een update van huisarts-systemen). Een volkomen disproportionele maatregel. En ook nog bloedlink, getuige het tweede probleem.

Het tweede probleem is ook technisch van aard: de raadpleging van je dossier zou beperkt moeten blijven tot de zorgverleners die direct bij je behandeling zijn betrokken. Maar dat is in het LSP technisch niet mogelijk. Dit informatiesysteem biedt geen mogelijkheid tot gericht opvragen: het is alles of niets. In dit geval dus alles, oftewel iedere zorgverlener aangesloten op het LSP. Dat zijn tienduizenden potentiële ingangen voor hackers. De Eerste Kamer, die het LSP in 2011 unaniem verwierp, noemde het systeem daarom destijds “een dossier met duizend deuren aan de achterkant.”

Schijnzeggenschap

De ‘corona opt-in’ biedt daarmee slechts een schijnzeggenschap aan de patiënt – het derde bezwaar. Ongeacht of de patiënt toestemming geeft, zal diens dossier namelijk technisch al open staan voor raadpleging vanuit tienduizenden toegangspunten. De toestemming die patiënten volgens de AP moeten geven, is daarmee niets meer dan een holle formaliteit. Door in haar brief aan het Ministerie van Volksgezondheid ten onrechte te stellen dat deze toestemming een harde eis is om het dossier raadpleegbaar te maken, gaat de AP voorbij aan de verstrekkende technische implicaties van deze maatregel – en daarmee ook de juridische.

Daarmee komen we aan bij het vierde en overkoepelende bezwaar. De AP houdt officieel toezicht op de naleving van privacywetten, maar nergens in haar brief valt te lezen op welke wettelijke basis de ‘corona opt-in’ is gebaseerd. Evenmin wordt duidelijk waarom de AP van mening is dat de voorgestelde ‘corona opt-in’ een noodzakelijke en proportionele maatregel en dat dit probleem niet op een minder ingrijpende manier kan worden opgelost. Van een privacytoezichthouder in crisistijd mogen we een transparant en grondiger onderbouwd oordeel verwachten, waarbij bovenstaande gevolgen van de ‘corona opt-in’ expliciet worden meegewogen.

Toezicht op naleving van de privacywetgeving en de principes van het privacyrecht zijn de kerntaken van de AP, juist in crisistijd. Als iemand nu het hoofd koel moet houden en niet mee moet gaan in overhaaste crisismaatregelen met onoverzienbare gevolgen, is het de nationale toezichthouder op de privacy.


Platform Bescherming Burgerrechten
Privacy First
Humanistisch Verbond
Stichting KDVP


Dit gezamenlijke standpunt is eerder tevens gepubliceerd op https://platformburgerrechten.nl/2020/04/10/ap-sta-ons-bij/ en https://specifieketoestemming.nl/ap-sta-ons-bij/.

Gepubliceerd in Wetgeving

Privacy First nodigt u graag uit voor haar Nieuwjaarsborrel! Deze zal plaatsvinden op woensdagavond 8 januari as. in het Volkshotel in Amsterdam. De avond zal grotendeels in het teken staan van het thema Blockchain en financiële privacy. Welke actuele ontwikkelingen vinden er op dit vlak plaats? Hoe verhouden die ontwikkelingen zich tot het recht op privacy? Hoe kan blockchain zo worden ontworpen en gereguleerd dat publieke waarden als privacy, transparantie en vertrouwen erdoor worden versterkt? En welke rol zou Privacy First hierbij kunnen spelen? Na de Nieuwjaarsspeech door Privacy First voorzitter Bas Filippini zullen juridisch expert Jurgen Goossens (Universiteit Tilburg), financieel expert Simon Lelieveldt en Martijn van der Veen (Privacy First) hun licht over deze kwesties laten schijnen. Hierna is er ruimte voor discussie onderling en met het publiek, gevolgd door een borrel waar wij samen kunnen proosten op een privacyvriendelijk 2020!

Iedereen is welkom, toegang is gratis. Donaties aan Privacy First worden echter zeer op prijs gesteld. Aanmelden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., maar is niet verplicht.

Datum: woensdag 8 januari 2020, 19.30-22.00u (inloop vanaf 19.00u).
Locatie: Volkshotel, Wibautstraat 150 te Amsterdam (Doka cocktailbar). Een routebeschrijving vindt u op https://www.volkshotel.nl/nl/directions/.

Klik HIER voor de uitnodiging zoals Privacy First die onlangs aan haar netwerk verzond (pdf). Wilt u voortaan directe uitnodigingen voor onze evenementen ontvangen? Mail ons! Dan voegen wij u toe aan onze mailinglist.

uitnodiging PrivacyFirst 8jan2020

Gepubliceerd in Financiële privacy & PSD2

Deze week vond in de Tweede Kamer (Vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat) een interessant 'rondetafelgesprek' plaats over de toegang tot data in het openbaar vervoer. Naarmate de hoeveelheid data (waaronder persoonsgegevens) in het openbaar vervoer toeneemt, is er sprake van een toenemende druk om deze data met diverse partijen te delen en voor allerlei doelen te gaan gebruiken. Dit staat op gespannen voet met het recht op privacy van de individuele reiziger. Privacy First maakt zich al jaren sterk voor het recht op privacy en anonimiteit in het openbare domein, waaronder het openbaar vervoer. Wij reageerden daarom direct positief op de uitnodiging van de Tweede Kamer om aan dit rondetafelgesprek deel te nemen. Aan alle deelnemers werd verzocht om vooraf hun voornaamste standpunten kenbaar te maken middels korte position papers (maximaal twee A4). Klik HIER voor de position paper van Privacy First (pdf) en HIER voor de position papers van de overige genodigden, waaronder CBS, Translink en reizigersvereniging Rover. De belangrijkste standpunten van Privacy First luiden als volgt:

1. Iedere reiziger heeft recht op anonimiteit in het openbaar vervoer.
2. Alleen geanonimiseerde, geaggregeerde data mogen - onder strikte waarborgen - gedeeld worden.
3. Geen massa-surveillance in het openbaar vervoer.
4. Transparantie bij privacy-inbreuken.
5. Privacy-waarborgen bij reizigersonderzoek.
6. Aantoonbaar gebruik van privacy by design.

Privacy First maakte van de gelegenheid gebruik door voor het rondetafelgesprek een OV-ervaringsdeskundige bij uitstek af te vaardigen: privacy-activist Michiel Jonker voerde namens ons het woord. Enig gevoel van urgentie ten aanzien van privacy bleek bij de aanwezige Kamerleden en overige genodigden echter grotendeels afwezig, aldus Jonker in zijn eerste reactie na afloop. Zijn algehele kritische impressie van het rondetafelgesprek zal Privacy First spoedig op deze pagina publiceren. Hieronder kunt u alvast de video van de volledige sessie terugkijken en uw eigen conclusies trekken.

Update 8 oktober 2019: lees HIER de gehele impressie en analyse die Michiel Jonker (op persoonlijke titel) schreef naar aanleiding van het rondetafelgesprek op 10 september jl. (pdf, 67 pp).

Gepubliceerd in Mobiliteit
woensdag, 11 september 2019 13:04

Website psd2meniet.nl is live!

Website is live!

Na een ontwerp- en bouwtraject van twee maanden is onze website www.psd2meniet.nl live. De website is ontwikkeld door Marc Smits. Onze projectpagina biedt informatie over PSD2 en over ontwikkelingen rondom het PSD2-me-niet register. We breiden de website voortdurend uit. Hierover kunt u via onze PSD2-nieuwsbrieven op de hoogte blijven.

Duidelijke informatie over risico's

De kern van het project is direct duidelijk verwoord: 'welke betalingen houdt u liever geheim?' De website wijst bezoekers op de privacyrisico's van PSD2. De site is zo opgezet dat het zowel individuen als professionals aanspreekt. Beseffen politieke partijen, vakbonden en patiëntenorganisaties dat zij een belangrijke verantwoordelijkheid richting hun achterban hebben?

Informatie in dossiers

Op de website staan in een aantal blokken dossiers. Over bijzondere persoonsgegevens, over ons project en het PSD2-me-niet register. Gedurende het project zal steeds informatie worden toegevoegd en bijgewerkt en voegen we dossiers toe. Heeft u een vraag of zoekt u specifieke informatie? Laat het ons dan weten!

Neem direct een kijkje op de site!

Opvallend logo

Zoals u ziet heeft ons PSD2-project een eigen, opvallend beeldmerk. Een QR-code in een zakelijke en frisse kleurstelling. We kozen voor een QRcode om duidelijk te maken dat achter de term PSD2 veel schuilgaat. Ook geeft de QR-code eigentijdse mogelijkheden. Wie nu de QR-code scant komt bij het inschrijfformulier voor nieuwsbrieven. Tijdens een presentatie kan het publiek zich bijvoorbeeld direct inschrijven voor onze nieuwsbrief. Op later moment kan deze link eenvoudig aangepast worden.

We hopen dat de website u bevalt, en dat het de informatie biedt die mensen (en organisaties) motiveert om PSD2 een stuk privacyvriendelijker te maken!

Gepubliceerd in PSD2

Erik Akerboom wil de politie uitrusten met Taserwapens, bodycams en een veel repressiever beleid gaan inzetten. Reden is een actie tegen een agent bij een trouwstoet. Daarnaast wordt ook de drugsoorlog in Amsterdam en Brabant genoemd als reden om harder op te treden door de politie. Hiervoor moet een soort elite-eenheid worden opgezet conform Amerikaans voorbeeld.

Onlangs rapporteerde het WODC kritisch over de gezondheidsrisico's van Taserwapens. Zelfs de Verenigde Naties hebben Nederland dringend verzocht om dergelijke wapens niet grootschalig in te voeren. In breder verband staat Privacy First al jaren op het standpunt dat een repressieve politie, ondersteund door martelwapens, geen enkele oplossing is voor het door henzelf gecreëerde probleem, namelijk de invoering van de landelijke politie waarbij lokale eenheden zijn verdwenen. Een landelijke Politie zou een goed idee kunnen zijn maar dan wel vanuit een preventieve en een handhavings gedachte. Dit kan door decentralisatie van generieke taken (dus de normale straat- en buurttaken) en een centralisatie van specialistische taken. Elke franchiseketen in het bedrijfsleven is hiervan een goed voorbeeld. In plaats daarvan is het blauw op straat verdwenen, is er een enorme chaos binnen de organisatie en is het contact met de burger uit het oog verloren en de afstand tot die burger in rap tempo vergroot.

Het is alsof McDonald's alle vestigingen sluit en de klant verwijst naar de centrale keuken en het internet voor haar eten. Vervolgens komen de klanten niet en worden ze bestraft met boetes om meer hamburgers te eten. Zo is het ook met de Nationale Politie. In plaats van alle generieke taken dichtbij de burger te houden en meer franchise-achtige wijkbureaus te openen zodat (toekomstige) misdadigers direct in het vizier staan en preventief aangepakt kunnen worden, hebben jonge criminelen vrij spel. De pakkans is verkleind, aangifte doen heeft weinig zin ("doe maar via internet") en de burger komt de agent alleen tegen via anonieme boetesystemen en als gemakkelijk slachtoffer voor kleine vergrijpen waarbij de boetes niet in verhouding staan tot het vergrijp. De Nationale Politie zou eens in de leer moeten gaan in Duitsland, waar nog steeds 70% van de aangiftes wordt opgelost en er direct contact is met de wijkagent. Ouderwets wellicht, maar effectief.

Op centraal niveau is het al niet veel beter en kunnen grote zaken in de drugsscene niet meer opgelost worden, worden cijfers bewerkt via politieke zelfcensuur en de burger niet vertrouwd. Logisch natuurlijk, want onbekend maakt onbemind. Via incidentgedreven politieke waan-van-de-dag-beleid komen dan nu repressieve technologie en middelen als DE oplossing naar voren.

Terwijl we weten dat preventie de basis is en de inzet van dergelijke middelen veelal een glijdende schaal betekent, zie de VS waarin de politie reeds als een soort legereenheid optreedt. Maar burgers die protesteren tegen Sinterklaas-verstoringen of Windmolenparken worden als gemakkelijk slachtoffer met veel bombarie en squatteams opgepakt middels wetgeving die bedoeld was voor terroristen en zware criminelen.

Het laatste voorstel om cashbetalingen (vanuit de cash = crimineel campagne) van meer dan EUR 3.000,- per transactie te verbieden is wederom een voorbeeld van deze function creep en verdere inperking van onze burgerrechten vanwege slecht beleid en gebrekkige handhaving. De politie organisatie is steeds meer met zichzelf bezig, is steeds verder verwijderd van de burger en omgekeerd zal het vertrouwen van de burger in diezelfde politie verder dalen.

Ik wens de Nationale Politie veel sterkte met de verkeerde oplossing voor het verkeerde probleem en hoop dat er toch nog iemand rondloopt die eens in de leer gaat bij onze oosterburen en McDonald's. Hoe moeilijk kan eenvoudig zijn? Wij zullen als Privacy First blijven strijden tegen repressieve technologieën die onze samenleving en vrijheid ondermijnen en staan open voor een gesprek en uitwisseling van goede ideeën.

Voor een vrije en veilige samenleving!

Bas Filippini,
voorzitter Privacy First

Tevens gepubliceerd door Brabants Dagblad, 10 september 2019.

Gepubliceerd in Columns

Op 1 en 2 juli as. wordt Nederland in Genève kritisch onder de loep genomen door het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties. Dit comité is het VN-orgaan dat toezicht houdt op de naleving van één van de oudste en belangrijkste mensenrechtenverdragen ter wereld: het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR of BUPO-verdrag). Periodiek wordt ieder land dat partij is bij dit verdrag door het VN Mensenrechtencomité beoordeeld. Begin volgende week zal de Nederlandse regering zich bij het Comité moeten verantwoorden over diverse actuele privacykwesties die mede door Privacy First zijn geagendeerd.

De laatste Nederlandse sessie bij het VN Mensenrechtencomité dateert uit juli 2009, toen minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin zich in Genève moest verantwoorden voor de destijds geplande centrale opslag van vingerafdrukken onder de nieuwe Paspoortwet. Dit kwam de Nederlandse regering op de nodige kritiek van het Comité te staan. Nu, 10 jaar later, is Nederland opnieuw 'aan de beurt'. In dit verband had Privacy First reeds eind 2016 een kritische rapportage (pdf) over Nederland bij het Comité ingediend en dit onlangs met een nieuwe rapportage (pdf) aangevuld. Kort samengevat heeft Privacy First bij het Comité onder meer de volgende actuele kwesties aangekaart:

- beperkte ontvankelijkheid van belangenorganisaties bij collectieve rechtszaken

- grondwettelijk toetsingsverbod

- profiling

- Automatische Nummerplaat Herkenning (ANPR)

- grenscontrole-camerasysteem @MIGO-BORAS

- OV-chipkaart

- digitale zorgcommunicatie (EPD)

- mogelijke herinvoering van telecom-bewaarplicht

- nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ('Sleepwet')

- PSD2

- Passenger Name Records (PNR)

- afschaffing raadgevend referendum

- verbod op oorlogspropaganda.

De Nederlandse sessie bij het Comité zal op maandagmiddag 1 juli en dinsdagochtend 2 juli as. live te volgen zijn via UN Web TV. Naast diverse privacykwesties hebben meerdere Nederlandse organisaties ook talloze andere mensenrechtenkwesties bij het Comité geagendeerd; klik HIER voor een overzicht, inclusief de door het Comité reeds eerder vastgestelde List of Issues (waaronder de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, mogelijke herinvoering van een telecom-bewaarplicht, camerasysteem @MIGO-BORAS en medische privacy bij zorgverzekeraars). De uiteindelijke conclusies ('Concluding Observations') van het Comité volgen waarschijnlijk over enkele weken. Privacy First ziet een kritisch oordeel met vertrouwen tegemoet.

Update 26 juli 2019: gistermiddag heeft het Comité haar oordeel (“Concluding Observations”) over de Nederlandse mensenrechtensituatie gepubliceerd, waaronder de volgende kritische adviezen met betrekking tot twee Nederlandse privacy-kwesties die mede door Privacy First bij het Comité waren aangekaart:

The Intelligence and Security Services Act

The Committee is concerned about the Intelligence and Security Act 2017, which provides intelligence and security services with broad surveillance and interception powers, including bulk data collection. It is particularly concerned that the Act does not seem to provide for a clear definition of bulk data collection for investigation related purpose; clear grounds for extending retention periods for information collected; and effective independent safeguards against bulk data hacking. It is also concerned by the limited practical possibilities for complaining, in the absence of a comprehensive notification regime to the Dutch Oversight Board for the Intelligence and Security Services (CTIVD) (art. 17).
The State party should review the Act with a view to bringing its definitions and the powers and limits on their exercise in line with the Covenant and strengthen the independence and effectiveness of CTIVD and Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) that has been established by the Act.

The Market Healthcare Act

The Committee is concerned that the Act to amend the Market Regulation (Healthcare) Act allows health insurance company medical consultants access to individual records in the electronic patient registration without obtaining a prior, informed and specific consent of the insured and that such practice has been carried out by health insurance companies for many years (art. 17).
The State party should require insurance companies to refrain from consulting individual medical records without a consent of the insured and ensure that the Bill requires health insurance companies to obtain a prior and informed consent of the insured to consult their records in the electronic patient registration and provide for an opt-out option for patients that oppose access to their records.

Het Comité uit haar zorgen over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv of 'Sleepwet') en stelt dat deze wet dient te worden herzien. Het Comité is met name bezorgd over de nieuwe mogelijkheden voor grootschalige interceptie en hacking, de verlenging van bewaartermijnen en de gebrekkige mogelijkheden om klachten in te dienen. Tevens dienen de onafhankelijkheid en effectiviteit van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de nieuwe Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) te worden versterkt.

Met betrekking tot het (formeel reeds ingetrokken, maar in praktijk gecontinueerde) Wetsvoorstel inzage medische dossiers door zorgverzekeraars oordeelt het Comité dat dergelijke inzage slechts toegestaan is na toestemming van de patiënt. Tevens dient de wetgeving te voorzien in een opt-out voor patiënten die dergelijke inzage niet wensen. De huidige praktijk van inzage van medische dossiers door verzekeraars dient dan ook per direct te worden beëindigd.

Tijdens de sessie in Genève kwamen tevens de Nederlandse afschaffing van het referendum en het camerasysteem @MIGO-BORAS kritisch ter sprake. Privacy First betreurt het dat het Comité deze (evenals diverse andere actuele) onderwerpen in haar eindoordeel onbenoemd laat. Niettemin toont de rapportage van het Comité vandaag aan dat het thema privacy ook bij de Verenigde Naties steeds hoger en kritischer op de agenda staat. Privacy First juicht deze ontwikkeling toe en zal dit de komende jaren blijven aansporen. Tevens zal Privacy First erop toezien dat Nederland de diverse aanbevelingen van het Comité zal implementeren.

De volledige Nederlandse sessie bij het VN-Comité staat online bij UN Web TV (1 juli en 2 juli). Zie ook de uitgebreide VN-verslagen, deel 1 en deel 2 (pdf).

Gepubliceerd in Wetgeving

Op veel plaatsen in het publieke domein wordt WiFi aangeboden. Hoewel het vaak wordt gepresenteerd als service om gratis gebruik te kunnen maken van het internet, betaalt een consument alsnog: met zijn of haar data. Privacy First staat voor het recht op privacy in de zin van anonimiteit in de openbare ruimte. Daaronder valt ook het recht op anoniem winkelen. WiFi-tracking zonder de klant te informeren en zonder vooraf om diens toestemming te vragen vormt een flagrante schending van dit recht.

Sinds 2013 heeft Privacy First dit standpunt meerdere malen gecommuniceerd, bijvoorbeeld op Radio 1 en bij BNR Nieuwsradio.

In juni 2016 gaf de Autoriteit Persoonsgegevens in een brief aan gemeenten en detailhandel aan dat het gebruik van WiFi-tracking aan strenge eisen is onderworpen. Begin mei 2019 gaf de gemeente Tilburg aan te stoppen met openbare WiFi in de binnenstad en de spoorzone. "Omdat de gemeente niet voldoende controle en invloed heeft op hoe de leverancier van het WiFi-netwerk met een deel van deze gegevens (in de 'cloud') omgaat, is besloten om de openbare WiFi voor de binnenstad en spoorzone per direct te beëindigen", aldus de gemeente. Bron: https://www.tilburg.nl/actueel/nieuws/item/geen-openbare-wifi-meer-in-binnenstad-en-spoorzone/.

Privacy First juicht deze stap toe en roept andere gemeenten op dit voorbeeld te volgen. Daarnaast roept Privacy First bedrijven op het gebruik van WiFi-tracking te staken omdat het een inbreuk is op de privacy van mensen. Zeker als WiFi-tracking gebruikt wordt voor het volgen van mensen door een winkel met als doel om consumentengedrag te volgen. Vaak is een oplossing te bedenken waarbij privacy by design wordt toegepast. Privacy First verwijst naar de gemeente Nijmegen die met anonieme passantentellingen genomineerd werd voor de Nederlandse Privacy Awards 2019. Privacy First ziet vergelijkbare projecten van andere gemeenten ter bescherming van de privacy in het openbare domein graag tegemoet.

Gepubliceerd in Online Privacy

Het Ministerie van Financiën staat op het punt om bedrijven te verplichten op grote schaal persoonlijke data te exporteren. De maatregel zit verstopt in een bijzinnetje van een Kamerbrief van de Minister van Financiën, maar heeft grote gevolgen. De maatregel verplicht bedrijven om bij 'virtual assets' (digitaal te verhandelen waren zoals bitcoins, vastgoed maar ook aankopen in computerspelletjes), klantgegevens mee te sturen. De informatie van alle betrokken partijen blijft zichtbaar voor iedereen in de waardeketen.

Consumenten, bedrijven en burgers kunnen geen bezwaar maken tegen het verplicht toevoegen van hun persoonsgegevens. Politieke aandacht krijgt dit onderwerp niet omdat het wordt gepresenteerd als technische maatregel. In de Kamerbrief van 21 maart 2019 laat de Minister na om te wijzen op de grote reikwijdte en impact. Wel wordt gesuggereerd dat door een consultatieronde aan de reacties van de markt gehoor zal worden gegeven.

Privacy First en VBNL (Verenigde Bitcoinbedrijven Nederland) hebben inmiddels begrepen dat de wereldwijde bezwaren tegen de maatregel worden genegeerd. Daarom stuurden wij vandaag een brandbrief aan de Minister van Financiën. Wij vragen hem het vraagstuk beter te bestuderen, met alle relevante Ministeries en vooral ook: om het parlement beter te informeren. Daarbij wijzen we op de strijdigheid die de maatregel kan hebben met andere internationale afspraken en verdragen die de persoonlijke levenssfeer beschermen.

Waar bekend is dat de consument zeer terughoudend is met het zélf ter beschikking stellen van de eigen gegevens, moet de overheid dat ook zijn. Privacy First vindt het uitermate kwalijk dat het Ministerie van Financiën van plan lijkt te zijn op een achternamiddag met één pennestreek namens alle Nederlandse consumenten en bedrijven tot in lengte van dagen toestemming te geven voor ongebreidelde export van persoonsdata in het economisch verkeer.

De argumentatie dat sprake zou zijn van een noodzakelijke maatregel voor terrorismebestrijding is ongegrond. Deskundigen bij Europol (!) geven aan dat genoemd internationaal voorstel ‘overkill’ is en niet nodig voor de opsporing. De regel voegt niets toe aan het bestaande Europese raamwerk ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en verhoogt slechts het risico van ongewenste datalekken.

Privacy First en VBNL hopen dat door de brandbrief het parlement beseft dat sprake is van een maatregel die zelfs verder gaat dan PSD2. Bij PSD2 kan de consument namelijk zélf besluiten om data te delen. Bij dit voorstel zou dat recht tot in lengte van dagen voor allerlei economische handelingen worden ontnomen. Wij roepen daarom de parlementariërs op om de consument en het bedrijfsleven te beschermen tegen deze onnodige voorgenomen maatregel.

Onze gehele brief is HIER te lezen (pdf).


Dit bericht is tevens gepubliceerd op https://bitcoin.nl/nieuws/minister-hoekstra-voorkom-ongebreidelde-export-van-eu-persoonsgegevens-379.

Gepubliceerd in Financiële privacy & PSD2

Vanmiddag vindt in de Tweede Kamer een belangrijk debat plaats over de invoering van Passenger Name Records (PNR): massale, jarenlange opslag van allerlei gegevens van vliegtuigpassagiers ter veronderstelde bestrijding van misdaad en terrorisme. Privacy First heeft hier grote bezwaren tegen en stuurde eind vorige week onderstaande brief naar de Tweede Kamer. Het Kamerdebat vanmiddag stond eerder geagendeerd op 14 mei 2018, maar werd toen (na een vergelijkbare brief van Privacy First) tot nader order geannuleerd. Na een nieuwe schriftelijke vragenronde vindt het debat nu alsnog plaats. Hieronder volgt de volledige tekst van onze actuele brief:


Geachte Kamerleden,

Maandagmiddag 11 maart as. debatteert u met minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) over de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn inzake Passenger Name Records (PNR). Zowel de Europese PNR-richtlijn als de beoogde Nederlandse implementatiewet zijn in de optiek van Privacy First juridisch onhoudbaar. Hieronder zetten wij dit kort voor u uiteen.

Vakantieregister

In het PNR-wetsvoorstel van de minister zullen talloze gegevens van alle vliegtuigpassagiers met vertrek of aankomst in Nederland 5 jaar lang in een centrale overheidsdatabank bij de nieuwe Passenger Information Unit worden bewaard en gebruikt ter voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van misdrijven en terrorisme. Gevoelige persoonsgegevens (waaronder naam- en adresgegevens, telefoonnummers, emailadressen, geboortedata, reisdata, ID-documentnummers, bestemmingen, medepassagiers en betaalgegevens) van vele miljoenen passagiers zullen daardoor jarenlang beschikbaar zijn t.b.v. datamining en profiling. In wezen wordt iedere vliegtuigpassagier hierdoor behandeld als potentiële crimineel of terrorist. In 99,99% van de gevallen betreft het echter volstrekt onschuldige burgers, voornamelijk vakantiegangers en zakenreizigers. Dit vormt een flagrante schending van hun recht op privacy en vrijheid van beweging. Vorig jaar heeft Privacy First dit reeds betoogd in de Volkskrant en bij BNR Nieuwsradio. Wegens privacybezwaren bestond er de laatste jaren veel politieke weerstand tegen dergelijke massale PNR-opslag en werd dit sinds 2010 diverse malen verworpen door zowel de Nederlandse Tweede Kamer als het Europees Parlement. In 2015 waren ook de Nederlandse regeringspartijen VVD en PvdA nog mordicus tegen. VVD en PvdA spraken destijds van een "vakantieregister" en dreigden zélf naar het Europees Hof van Justitie te stappen als de Europese PNR-richtlijn zou worden aangenomen. Na de aanslagen in Parijs en Brussel leken veel politieke bezwaren echter als sneeuw voor de zon verdwenen en werd de PNR-richtlijn in 2016 alsnog een feit. Tot op heden is de juridisch vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit van deze richtlijn echter nog steeds niet aangetoond.

Europees Hof

In de zomer van 2017 deed het Europees Hof van Justitie een belangrijke uitspraak over het vergelijkbare PNR-verdrag tussen de EU en Canada. Het Hof verklaarde dit verdrag ongeldig wegens strijd met het recht op privacy. Het Hof stelde hierbij onder meer dat “gegevens van een luchtreiziger na diens vertrek slechts mogen worden bewaard indien op grond van objectieve criteria kan worden aangenomen dat deze luchtreiziger een risico kan vormen in het kader van de strijd tegen terrorisme en ernstige grensoverschrijdende criminaliteit.” (Zie Advies 1/15 (26 juli 2017), par. 207.) Door deze uitspraak staat sindsdien de Europese PNR-richtlijn juridisch op losse schroeven. De Nederlandse regering heeft daarom terechte “zorgen over de toekomstbestendigheid van de PNR-richtlijn” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 23). Privacy First verwacht dat de huidige PNR-richtlijn binnenkort ter toetsing aan het Europees Hof van Justitie zal worden voorgelegd en onrechtmatig zal worden verklaard. Daarna zal dezelfde situatie ontstaan als enkele jaren geleden bij de Europese telecom-bewaarplicht: zodra deze Europese richtlijn ongeldig is verklaard, zal de Nederlandse implementatiewetgeving in kort geding buiten werking worden gesteld.

Massa surveillance

Het huidige Nederlandse PNR-wetsvoorstel lijkt bij voorbaat onrechtmatig wegens gebrek aan aantoonbare noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit. Het wetsvoorstel komt neer op massa-surveillance van grotendeels onschuldige burgers; reeds in de Tele2-zaak (2016) verklaarde het Europees Hof dit type wetgeving illegaal. Bij de VN Mensenrechtenraad deed Nederland vervolgens de algemene toezegging “to ensure that the collection and maintenance of data for criminal [investigation] purposes does not entail massive surveillance of innocent persons.” Nederland lijkt die belofte nu te verbreken. Bij iedere passagier worden immers talloze volstrekt overbodige data opgeslagen die jarenlang door allerlei Nederlandse, Europese en zelfs niet-Europese overheidsinstanties kunnen worden gebruikt. Bovendien is de effectiviteit van PNR tot op heden nooit aangetoond, aldus ook de minister zelf: “statistische onderbouwing is niet voorhanden” (zie Nota naar aanleiding van verslag, p. 8). Het risico op onterechte verdenkingen en discriminatie (door feilbare algoritmes bij profiling) is bij het voorgestelde PNR-systeem levensgroot, wat tevens de kans op vertragingen en gemiste vluchten bij onschuldige passagiers verhoogt. Tegelijkertijd zullen gezochte personen vaak onder de radar blijven en alternatieve reisroutes kiezen. Verder wordt in het wetsvoorstel met geen woord gerept over de rol en mogelijkheden van geheime diensten, terwijl die onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten directe, afgeschermde toegang tot de centrale PNR-databank zullen krijgen. Meest kwalijke aspect aan het Nederlandse PNR-wetsvoorstel is echter dat dit twee stappen verder gaat dan de PNR-richtlijn zelf: Nederland kiest er immers zélf voor om ook de data van passagiers op alle intra-EU vluchten op te slaan. Onder de PNR-richtlijn is dit niet verplicht, en had Nederland dit bovendien kunnen beperken tot louter vooraf geselecteerde (risico)vluchten. Dit zou in lijn geweest zijn met het advies van de meeste experts op dit terrein: targeted i.p.v. mass surveillance, zo gericht mogelijk, oftewel louter gericht op die personen waarop een redelijke verdenking rust, conform de principes van onze democratische rechtsstaat.

Advies Privacy First

Privacy First adviseert u hierbij met klem om het huidige wetsvoorstel te verwerpen en dit desgewenst te vervangen door een privacyvriendelijke versie. Mocht dit ertoe leiden dat Nederland door de Europese Commissie voor het EU Hof van Justitie zal worden gedaagd wegens gebrek aan implementatie van de huidige Europese PNR-richtlijn, dan verwacht Privacy First dat Nederland deze zaak glansrijk zal winnen. Van EU-lidstaten mag immers niet worden verwacht dat zij privacyschendende EU-regels implementeren. Dit geldt eveneens voor de nationale implementatie van relevante resoluties van de VN Veiligheidsraad (in casu UNSC Res. 2396 (2017)) die op gespannen voet staan met internationale mensenrechten. Privacy First heeft in dit verband reeds gewaarschuwd voor misbruik van het Nederlandse (ook voor PNR gebruikte) TRIP-systeem door andere VN-lidstaten. Nederland heeft hierin een eigen grondwettelijke en internationaalrechtelijke verantwoordelijkheid.

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hoogachtend,

Stichting Privacy First


Update 19 maart 2019: vandaag heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel helaas vrijwel ongewijzigd aangenomen; slechts GroenLinks, SP, PvdD en Denk stemden tegen. Een principiële motie van GroenLinks en SP om een rechtszaak van de Europese Commissie tegen de Nederlandse regering over de Europese PNR-richtlijn uit te lokken werd helaas verworpen. Enig lichtpuntje is de breed aangenomen motie ter juridische herbeoordeling en mogelijke herziening van de PNR-richtlijn op Europees politiek niveau. (Slechts PVV en FvD stemden tegen deze motie.) Volgende halte: Eerste Kamer.

Update 4 juni 2019: ondanks recente herhaling van bovenstaande brief en overige kritische input van Privacy First heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel vandaag helaas aangenomen. Slechts GroenLinks, Partij voor de Dieren en SP stemden tegen. Dit ook ondanks de onlangs in Duitsland (bij het vergelijkbare Duitse PNR-systeem) gebleken enorme foutenpercentages (“false positives”) van maar liefst 99,7%, zie https://www.sueddeutsche.de/digital/fluggastdaten-bka-falschtreffer-1.4419760. In Duitsland en Oostenrijk zijn inmiddels grootschalige rechtszaken gestart om de Europese PNR-richtlijn door het Europees Hof van Justitie onrechtmatig te laten verklaren wegens strijd met het recht op privacy, zie de Duits-Engelse campagnewebsite https://nopnr.eu en https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/15/burgers-in-verzet-tegen-opslaan-passagiersgegevens-a3960431. Zodra het Europees Hof de PNR-richtlijn in deze zaken onrechtmatig verklaart, zal Privacy First de Nederlandse PNR-wet in kort geding buiten werking laten stellen. Tevens heeft Privacy First gisteren Nederlandse PNR-wet geagendeerd bij het VN Mensenrechtencomité in Genève. Op 1-2 juli as. zal de algehele Nederlandse mensenrechtensituatie (inclusief Nederlandse schendingen van het recht op privacy) door dit Comité kritisch onder de loep genomen worden.

Gepubliceerd in Wetgeving
Pagina 1 van 21

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon