donatieknop english

NS laat reiziger extra betalen voor privacy. Autoriteit Persoonsgegevens weigert te handhaven. Raad van State gaat zaak beoordelen.

Op maandag 4 september as. zal de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zich buigen over twee rechtsvragen: mag de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) weigeren om te handhaven wanneer treinreizigers met een voordeelurenabonnement door NS worden gedwongen om extra te betalen als zij hun privacy willen behouden? Of mag de AP misschien zelfs weigeren om de zaak überhaupt te onderzoeken, ondanks haar toezichthoudende taak?

Drie jaar geleden schafte NS de papieren treinkaartjes af en verplichtte alle reizigers voortaan een OV-chipkaart te gebruiken. Het bleek dat reizigers die omwille van hun privacy voor een anonieme OV-chipkaart kozen, van NS geen voordeelurenkorting krijgen – ook niet als zij al vele jaren in het bezit zijn van een voordeelurenabonnement. Arnhemmer Michiel Jonker vroeg de AP om handhavend op te treden, wat de AP weigerde. Op 16 augustus 2016 gaf de Rechtbank Gelderland Jonker deels gelijk en gelaste dat de AP de zaak alsnog serieus moest onderzoeken, maar verplichtte de AP nog niet om handhavend op te treden. De AP en Jonker gingen beiden in hoger beroep bij de Raad van State.

Met ingang van 9 juli 2014 heeft NS Reizigers BV het voor abonnementhouders onmogelijk gemaakt om een papieren kaartje te kopen dat in de trein samen met hun abonnementskaart wordt gecontroleerd. Wie in de voordeeluren met korting wil reizen, mag dat van NS alleen als hij in- en uitcheckt met een persoonsgebonden OV-chipkaart waarop ook zijn identiteit staat vermeld. Het gevolg hiervan is dat reizigers alleen nog voordeelurenkorting krijgen als zij al hun individuele reisbewegingen via de persoonsgebonden OV-chipkaart door NS laten registreren. Als zij hun privacy wensen te behouden, verliezen zij hun voordeelurenkorting.

Jonker ervaart het feit dat een reiziger met privacy in de voordeeluren meer moet betalen dan een reiziger zonder privacy, als een vorm van discriminatie. “Ik wil net als vroeger het openbaar vervoer kunnen gebruiken zonder dat een bedrijf of de overheid precies kan bijhouden waar ik op welk moment geweest ben. Daarvoor is de anonieme OV-chipkaart ook bedoeld. Maar die wordt op deze manier ontmoedigd. Er wordt een ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt tussen mensen met privacy en mensen zonder privacy. Mensen die hun privacy willen houden, moeten meer betalen. Dat is discriminatie. NS probeert me er zo toe te dwingen mijn privé-reisgegevens voor commerciële doelen ter beschikking te stellen. Nederlandse wetten en Europese verdragen verbieden dat.”

Ook heeft Jonker bezwaar tegen de wijze waarop NS zijn persoonsgegevens heeft overgedragen aan Trans Link Systems (TLS). “NS zegt dat ik een contract met TLS heb, maar dat is onzin. Ik heb nooit zo’n contract afgesloten, en dat heeft geen enkele treinreiziger. NS heeft zijn algemene voorwaarden veranderd. Maar NS kan niet rechtmatig in zijn algemene voorwaarden opnemen dat ik opeens een contract over mijn persoonsgegevens afgesloten zou hebben met een derde. Je ziet hier hoe de zogenaamde privatisering van een publieke voorziening, het OV, leidt tot onrechtmatige praktijken.”

-- De AP is in hoger beroep gegaan tegen de opdracht van de rechtbank om de zaak nu serieus te gaan onderzoeken.

-- Jonker is in hoger beroep gegaan tegen het ontbreken van een opdracht aan de AP om, na al die jaren van gedogen, zelfs maar een voornemen kenbaar te maken om te gaan handhaven.

-- Ook NS zal in de rechtszaal deelnemen aan het geding.

Jonker wordt in deze zaak gesteund door Stichting Privacy First en Maatschappij voor Beter OV. De rechtszitting is openbaar: iedereen is welkom om de zitting bij te wonen.

Zaakinformatie: M. Jonker vs. Autoriteit Persoonsgegevens, zaaknr. 201607123/1/A3.
Tijdstip: maandag 4 september 2017, 10.30u.
Locatie: Raad van State, Kneuterdijk 22, Den Haag. Klik HIER voor een routebeschrijving.


Update 4 september 2017: de rechtszitting vandaag verliep relatief voorspoedig, de rechters zaten goed in de materie. Klik HIER voor de pleitnota van de heer Jonker (pdf). Over 6 weken (of later) doet de Raad van State uitspraak.

Media:
https://www.computable.nl/artikel/nieuws/security/6191053/250449/conflict-ap-en-privacy-first-om-ov-chipkaart-ns.html
https://www.ad.nl/economie/privacy-wordt-geschonden-door-ov-chipkaart-met-abonnement~a4405fa0/
http://www.gelderlander.nl/economie/privacy-wordt-geschonden-door-ov-chipkaart-met-abonnement~a4405fa0/
http://www.hartvannederland.nl/nieuws/2017/ns-beperkt-korting-onterecht-tot-abonnees/
https://www.bnr.nl/nieuws/mobiliteit/10328758/dalurenkorting-ns-discriminatie-of-niet
http://www.treinreiziger.nl/reiziger-eist-anoniem-reizen-ook-abonnement/
http://www.dvhn.nl/binnenland/NS-beperkt-korting-onterecht-tot-abonnees-22465090.html
https://www.security.nl/posting/529824/Raad+van+State+onderzoekt+of+AP+moet+optreden+tegen+NS


Update 22 september 2017: de Raad van State heeft op 20 september jl. uitspraak gedaan in de zaak, zie ECLI:NL:RVS:2017:2555. In een eerste reactie zegt Jonker: “Een uitspraak twee weken na de zitting is opvallend snel, ook gezien de termijn van zes weken of langer die de Raad van State ter zitting had aangekondigd. Mogelijk heeft de Raad van State snel uitspraak gedaan om nog niets te hoeven zeggen over de uitkomst van het onderzoek dat de AP afgelopen jaar in opdracht van de rechtbank heeft gedaan, en waarover de AP binnenkort een besluit neemt. Of misschien wil de Raad de AP gelegenheid geven om zo’n nieuw besluit af te stemmen op de uitspraak.”

Samenvatting op hoofdpunten van de uitspraak:

(1) De Raad van State stelt, net als de rechtbank, Jonker inhoudelijk in het gelijk: de AP had Jonkers handhavingsverzoek niet mogen afwijzen zonder in deze specifieke zaak voldoende onderzoek te doen.

(2) Uit de eerdere onderzoeken waarnaar de AP had verwezen, blijkt volgens de Raad van State niet “of de verwerking van persoonsgegevens door middel van een persoonlijke OV-chipkaart noodzakelijk is voor het sluiten en de uitvoering van de overeenkomst betreffende het voordeelurenabonnement”, en ook niet “of als gevolg van het verplicht stellen van de persoonlijke OV-chipkaart voor een abonnement die verwerking van persoonsgegevens toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig is.”

(3) Voorts constateert de Raad van State dat “de omstandigheid dat de OV-chipkaart in haar algemeenheid voldoet aan de Wbp, niet betekent dat de omstandigheid dat het onmogelijk is een persoonlijk product te combineren met een anonieme kaart ook voldoet aan de Wbp.”

(4) Verder is de Raad het met de rechtbank eens dat de AP uit de door NS zelf opgestelde algemene voorwaarden en de voorwaarden van het voordeelurenabonnement niet het bestaan van een noodzaak voor het verwerken van persoonsgegevens mocht afleiden.

(5) De Raad is het anderzijds niet met Jonker eens dat de AP op basis van de reeds bekende feiten al had moeten concluderen dat er aanleiding was voor een voornemen tot handhaving. Volgens de Raad hoeft de AP daarover pas een standpunt in te nemen na een meer uitgebreid onderzoek.

(6) Procedureel is de Raad het met de AP eens dat de rechtbank de AP geen opdracht had mogen geven tot het doen van een meer uitgebreid onderzoek op grond van artikel 60 Wbp. Volgens de Raad had de rechtbank alleen het afwijzingsbesluit van de AP moeten vernietigen, zonder opdracht te geven tot zo’n onderzoek, omdat de rechtbank zich daarmee “de beleidsruimte van de AP toeëigende”. De AP heeft in haar beleid een “fasering” van onderzoek opgenomen, waarbij het door de rechtbank opgedragen onderzoek pas in fase III valt.

Jonker: “Ik ben blij dat de Raad van State me, net als de rechtbank, inhoudelijk in het gelijk heeft gesteld dat mijn handhavingsverzoek door de AP niet zo makkelijk had mogen worden afgewezen. De Raad heeft een aantal drogredeneringen doorgeprikt die de AP naar voren had gebracht.”

Toch is Jonker niet helemaal tevreden: “De uitspraak van de Raad van State leidt er ook toe dat de AP nu in een nieuwe ronde de gelegenheid krijgt om weer nieuwe argumenten te verzinnen om mijn handhavingsverzoek toch nog te gaan afwijzen. Het voelt een beetje als een knockout-toernooi met twee deelnemers en een half dozijn rondes, waarbij het thuisteam, de AP dus, meteen al verzekerd is van een finaleplaats, terwijl de andere partij, ik dus, in al die rondes de wedstrijd moet winnen om zelfs maar in de finale te komen. En als ik ook maar één echte fout maak, lig ik eruit. Dat is eigenlijk het tegenovergestelde van effectieve rechtsbescherming. Wat me ook opvalt is dat de Raad van State het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) met geen woord heeft genoemd, terwijl het EVRM een meer fundamentele bescherming biedt dan de door de Raad wel genoemde Europese Privacyrichtlijn. Ik heb steeds naar het EVRM verwezen.”

Gevraagd wat eventuele nieuwe argumenten van de AP dan zouden kunnen zijn, antwoordt Jonker: “Net vorige week heb ik een zogeheten bevindingenrapport van de AP ontvangen over het onderzoek dat de AP in opdracht van de rechtbank moest doen. Maar omdat de AP mij verzocht heeft daar vertrouwelijk mee om te gaan totdat de AP een nieuw besluit heeft genomen over mijn handhavingsverzoek, wil ik daar op dit moment verder niks over zeggen. De AP had dat rapport natuurlijk aan mij moeten toesturen ruim voorafgaand aan de rechtszitting van de Raad van State, maar koos er helaas voor om daarmee te wachten tot na de rechtszitting – terwijl NS in essentie wel op de hoogte was. Dat draagt niet bij aan een eerlijk proces. Volgende week houdt de AP een hoorzitting. En daarna duurt het waarschijnlijk nog een aantal weken voordat de AP een nieuw besluit neemt. Tegen dat besluit kan ik dan eventueel weer in beroep en hoger beroep gaan. Het houdt me wel van de straat...”

Wordt dus vervolgd.

Media:
http://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2143524/Treinreiziger-uit-Arnhem-krijgt-weer-gelijk-meer-onderzoek-naar-privacy-discriminatie-ov-chipkaart
https://www.security.nl/posting/532206/Autoriteit+Persoonsgegevens+hoeft+NS+niet+uitgebreid+te+onderzoeken (met commentaar van Michiel Jonker onder artikel).
https://www.ovmagazine.nl/2017/09/opnieuw-onderzocht-tegen-privacydiscriminatie-ov-chipkaart-1527/ 


Update 7 mei 2018:
op 8 september 2017 (enkele dagen na de rechtszitting van de Raad van State) heeft de AP aan de heer Jonker een bevindingenrapport toegestuurd over de uitkomsten van het uitgebreide onderzoek waarvoor de Rechtbank Gelderland op 16 augustus 2016 opdracht had gegeven. Op 25 september en 28 november 2017 heeft Jonker naar de AP een reactie gestuurd op het bevindingenrapport, waarin hij ernstige kritiek uitte op de bevindingen. Het rapport leek zijns inziens vooral te dienen als instrument om de zaak toe te dekken, en niet als weergave van een onpartijdig uitgevoerd onderzoek door een onafhankelijke toezichthouder.

Ondanks Jonkers kritiek besloot de AP op 22 december 2017 dat het uitgevoerde onderzoek geen reden opleverde om Jonkers oorspronkelijke bezwaar alsnog gegrond te verklaren. De AP vond nog steeds dat er niks aan de hand was. Tegen dit tweede besluit op bezwaar ging Jonker op 29 januari 2018 in beroep bij de Rechtbank Gelderland (tweede beroepsprocedure in de zaak, zaaknummer 18/546). Omdat de AP inmiddels onderzoek heeft gedaan, gaat deze tweede beroepsprocedure niet meer over de vraag of de AP onderzoek moet doen, maar over de inhoudelijke uitkomst van dat onderzoek.

Ondertussen loopt er in dezelfde zaak nog een tweede juridisch spoor. Op 24 november 2016 had Jonker de AP verzocht om in het door de rechtbank opgedragen, uitgebreide onderzoek ook het feit te betrekken dat op elke zogenaamd “anonieme” OV-chipkaart van NS twee unieke pasnummers worden aangebracht, waardoor die kaarten in feite niet anoniem meer zijn. De unieke pasnummers moeten worden beschouwd als persoonsgegevens.

De AP weigerde om dit feit in haar uitgebreide onderzoek te betrekken, en besloot in plaats daarvan om het op te vatten als een nieuw, separaat handhavingsverzoek, waarbij de AP, net als de eerste keer, probeerde om niet meer te doen dan een “verkennend” oftewel “globaal bureau-onderzoek”. Na dit “globale” onderzoek concludeerde de AP op 28 september 2017 dat er niks aan de hand was. Jonker diende daar op 16 oktober en 28 november 2017 bezwaar tegen in, waarbij Jonker ook aangaf het niet eens te zijn met de afsplitsing van dit aspect in een zogenaamd apart handhavingsverzoek dat volgens de AP niet uitgebreid onderzocht hoefde te worden.

Op 26 februari 2018 wees de AP ook dit bezwaar van Jonker af, waarna Jonker op 19 maart 2018 ook tegen dit besluit op bezwaar in beroep ging bij de Rechtbank Gelderland (derde beroepsprocedure in de zaak, zaaknummer 18/1487).

Jonker: “Ik hoop dat de rechtbank de twee procedures samen gaat voegen, omdat de inhoud grotendeels overlapt. En ik hoop dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de AP inderdaad ten onrechte geweigerd heeft de unieke pasnummers te betrekken bij het eerder door de rechtbank opgedragen onderzoek. Bizar vind ik het dat de AP de eerdere uitspraak van de rechtbank op een belangrijk punt negeert. De rechtbank had duidelijk aangegeven dat NS de verantwoordelijke is voor de gegevensverwerking met de OV-chipkaart, omdat ik als klant transacties verricht met NS, terwijl TLS alleen een opdrachtnemer van NS is, die voor NS een taak uitvoert. Nu probeert de AP toch weer te doen alsof TLS de primaire verantwoordelijke zou zijn. Het is duidelijk dat in deze casus de AP er alles aan doet om zijn toezichthoudende en handhavende taak NIET naar behoren uit te voeren. Ik zie de rechtszaak of –zaken met vertrouwen tegemoet.”

Gepubliceerd in Wetgeving

Op dinsdag 20 juni as. houdt de Eerste Kamer een hoorzitting ("deskundigenbijeenkomst") over twee controversiële wetsvoorstellen: het wetsvoorstel over Automatische Nummerplaatregistratie (ANPR) en het wetsvoorstel Computercriminaliteit III ("politie-hackwet"). Op verzoek van de Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie diende Privacy First daartoe vorige week een beknopte position paper in over het wetsvoorstel ANPR. Hieronder staat de volledige tekst, klik HIER voor de originele versie in pdf. De hoorzitting is openbaar en zal op internet live te volgen zijn. Klik HIER voor meer informatie, het volledige programma en alle sprekers.


Geachte Kamerleden,

Dank voor uw uitnodiging om deel te nemen aan de deskundigenbijeenkomst inzake het wetsvoorstel ANPR (automatische nummerplaatregistratie).[1] Onder dit wetsvoorstel zal de politie de bevoegdheid krijgen om alle kentekens op de openbare weg 4 weken te bewaren voor opsporing en vervolging. In de optiek van Privacy First vormt dit een massale privacyschending. Hieronder zullen wij dit kort toelichten.

Huidige regels

Onder de huidige wetgeving dienen de ANPR-gegevens van onschuldige burgers binnen 24 uur te worden gewist. Alle kentekens die niet verdacht zijn (zogeheten “no-hits”) dienen zelfs direct uit de databases te worden verwijderd, aldus de Autoriteit Persoonsgegevens.[2] In een democratische rechtsstaat dienen onschuldige burgers immers zoveel mogelijk met rust te worden gelaten: het klassieke rechtsbeginsel is dat de overheid pas inbreuk mag maken op de privacy van een burger bij een redelijke verdenking van een concreet strafbaar feit. De huidige ANPR-praktijk is hiermee in lijn in die zin dat de “hits” kunnen worden gebruikt en de “no-hits” worden gewist. Deze praktijk vindt echter al jaren plaats op basis van een algemene vangnetbepaling: artikel 3 Politiewet. Daarbij is sprake van profiling. Dit voldoet geenszins aan de moderne eisen die het Europese privacyrecht aan het gebruik van ANPR stelt. Privacy First adviseert allereerst dan ook om de huidige ANPR-praktijk in te perken en alsnog van een specifieke wettelijke basis met strikte privacywaarborgen te voorzien.

Gebrek aan noodzaak en proportionaliteit

In plaats van de actuele ANPR-praktijk alsnog op privacyvriendelijke wijze te reguleren, vormt het huidige ANPR-wetsvoorstel een verregaande schending van het recht op privacy van vrijwel iedere automobilist. Onder dit wetsvoorstel zullen immers alle kentekens op openbare wegen (oftewel ieders reisbewegingen, locatiedata) 4 weken in een nationale ANPR-databank worden opgeslagen. Bovendien zullen deze ANPR-data onder meer worden gedeeld met de AIVD (onder de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zelfs middels directe toegang tot de ANPR-databank). Iedere automobilist wordt hierdoor een potentiële verdachte. Uit het ANPR-wetgevingstraject blijkt tot op heden echter geen enkele maatschappelijke noodzaak hiertoe: de laatste jaren lijkt ANPR slechts bij een handjevol misdrijven te hebben bijgedragen aan succesvolle opsporing en vervolging. Naar objectieve maatstaven weegt dit niet op tegen het opofferen van de privacy, bewegingsvrijheid en onschuldpresumptie van miljoenen automobilisten. Ter vergelijking: toen na 9/11 door het CDA werd voorgesteld om van de gehele bevolking vingerafdrukken af te nemen voor opsporingsdoeleinden, werd dit door minister van Justitie Korthals (VVD) direct verworpen. Korthals achtte dit voorstel disproportioneel, omdat op jaarbasis sprake was van circa 10.000 sporenzaken (met vingerafdrukken).[3] De Tweede Kamer was dit destijds met de minister eens. Massale opslag van ieders vingerafdrukken en telecommunicatiedata zijn inmiddels verboden. Derhalve valt niet in te zien waarom de opslag van ieders ANPR-data wel toegestaan zou moeten worden.

Van ‘mass surveillance’ naar ‘targeted surveillance’

Het huidige wetsvoorstel legt een fundamentele bouwsteen voor Nederland als toekomstige “surveillance society”. Nederland overschrijdt hiermee een principiële grens. Zowel binnen de Nederlandse maatschappij als in het buitenland maakt men zich hier grote zorgen over, zo bleek onlangs uit gesprekken tussen Privacy First en diverse ambassades in Den Haag. Op Europees niveau is immers juist sprake van een ontwikkeling in omgekeerde richting: van ineffectieve, inefficiënte en onrechtmatige “mass surveillance” naar effectieve, efficiënte en legitieme “targeted surveillance”, zo blijkt uit diverse baanbrekende uitspraken van de hoogste Europese rechters en groeiende communis opinio onder experts. Door dit wetsvoorstel aan te nemen slaat Nederland dus niet alleen een juridische en beleidsmatige flater, maar creëert het ook een gevaarlijk internationaal precedent.

Mogelijke rechtszaak

Het huidige wetsvoorstel dateert reeds van begin 2013 en heeft sindsdien – terecht – een moeizame geschiedenis achter de rug.[4] Reeds een jaar nadat het wetsvoorstel door voormalig minister Opstelten bij de Tweede Kamer was ingediend bleek het juridisch onhoudbaar, toen het Europees Hof van Justitie de massale opslag van ieders telecommunicatiedata (waaronder locatiedata) onrechtmatig verklaarde.[5] Wegens privacyzorgen lag de verdere behandeling van het wetsvoorstel vervolgens twee jaar stil, totdat dit door voormalig minister Van der Steur in september 2016 opnieuw werd geactiveerd. Drie maanden later volgde echter de genadeklap: in een nieuw, scherper verwoord arrest verklaarde het Europees Hof van Justitie de ongerichte, massale opslag van data van onschuldige burgers voor opsporingsdoeleinden (dataretentie) definitief onrechtmatig. Dit zou slechts rechtmatig kunnen zijn middels strikte gerichtheid in tijd, locatie, strafrechtelijk relevante personen en doelen.[6] Bij het gebruik van dergelijke data is bovendien voorafgaande rechterlijke toestemming geboden. Het huidige wetsvoorstel ANPR voldoet aan geen van deze eisen. Het wetvoorstel is daarmee onrechtmatig en dient door uw Kamer te worden verworpen. Bij gebreke hiervan zal Privacy First (in brede coalitie) de Nederlandse Staat dagvaarden en het wetsvoorstel onverbindend laten verklaren wegens schending van het recht op privacy (art. 8 EVRM).

Voor nadere informatie of vragen met betrekking tot bovenstaande is Privacy First te allen tijde bereikbaar op telefoonnummer 020-8100279 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..


Hoogachtend,

Stichting Privacy First

 

[1] Wetsvoorstel Vastleggen en bewaren kentekengegevens door politie, Kamerstukken 33542.

[2] Zie College bescherming persoonsgegevens, Politiekorpsen handelen in strijd met de wet bij toepassing ANPR (28 januari 2010), https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/politiekorpsen-handelen-strijd-met-de-wet-bij-toepassing-anpr.

[3] Zie Brief van de minister van Justitie d.d. 10 december 2001, Kamerstukken II, 2001-2002, 19637, nr. 635, p. 7.

[4] Voorheen was ook minister van Justitie Hirsch Ballin al in 2010 van plan om een vergelijkbaar voorstel in te dienen met een bewaartermijn van 10 dagen. Vervolgens verklaarde de Tweede Kamer dit voorstel echter controversieel.

[5] Hof van Justitie van de Europese Unie 8 april 2014, gevoegde zaken C-293/12 & C594/12 (Digital Rights).

[6] Hof van Justitie van de Europese Unie 21 december 2016, gevoegde zaken C-203/15 & C-698/15 (Tele2).

 

Update 20 juni 2017: de hoorzitting in de Eerste Kamer vanochtend was zeer divers en bijzonder kritisch; klik HIER voor de hele video en HIER voor de inbreng van Privacy First (vanaf 19m42s en 39m23s). Hieronder de volledige tekst van onze inleiding. Een formeel verslag van de bijeenkomst verschijnt binnenkort op de website van de Eerste Kamer.

Wetsvoorstel ANPR

Geachte Kamerleden,

Dank voor uw uitnodiging voor deze bijeenkomst. Zowel in onze position paper als tijdens deze bijeenkomst zal Privacy First voornamelijk ingaan op het wetsvoorstel ANPR. Dit wetsvoorstel vormt immers de voornaamste reden waarom u ons heeft uitgenodigd.

Reeds sinds de indiening van het oorspronkelijke voorstel van minister Hirsch Ballin in 2010 om ieders kentekendata, oftewel locatiedata, op te slaan voor opsporing en vervolging, heeft Privacy First het standpunt ingenomen dat een dergelijk voorstel volstrekt onrechtmatig is wegens gebrek aan noodzaak en proportionaliteit. Dit standpunt wordt inmiddels bevestigd door vaste Europese rechtspraak. Mocht dit wetsvoorstel desondanks tot wet verheven worden, dan zal Privacy First dit onverbindend laten verklaren wegens strijd met art. 8 EVRM.

Privacy First heeft dit de laatste jaren reeds diverse malen kenbaar gemaakt aan zowel de Tweede Kamer als aan minister Opstelten en minister Van der Steur persoonlijk. Bij onze meeting met minister Opstelten in juli 2013 waren tevens het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) en de Vereniging Privacy Recht kritisch aanwezig. Op het vooruitzicht van een rechtszaak tegen het wetsvoorstel ANPR reageerde minister Opstelten destijds als volgt, en ik citeer: “De rechter voert de wetgeving uit.” Alsof de rechterlijke macht slechts een verlengstuk van de uitvoerende macht zou zijn. Privacy First antwoordde daarop dat “de rechter tevens nationale wetgeving toetst aan internationale verdragen”. Daarna viel een pijnlijke stilte bij Opstelten en diens topambtenaren. Bij latere meetings met deze ambtenaren heeft Privacy First zich overigens nooit aan de indruk kunnen onttrekken dat hun verdediging van het wetsvoorstel enigszins “contre coeur” was. Dit was de laatste jaren ook het geval met wetten die op vergelijkbare wijze massale privacyschendingen teweeg zouden brengen, waaronder de opslag van ieders vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Eind 2010 was er in heel Nederland geen ambtenaar meer te vinden die dat nog publiekelijk durfde te verdedigen. De maatschappelijke weerstand tegen dergelijke opslag was en is groot.

Zowel de opslag van ieders vingerafdrukken als de opslag van ieders telecommunicatiedata zijn inmiddels door diverse hoogste Europese rechters onrechtmatig verklaard. Privacy First hoopt dat het met dit wetsvoorstel ANPR niet zo ver zal hoeven komen. Hierbij verzoeken wij uw Kamer dan ook om dit wetsvoorstel te verwerpen.

Wetsvoorstel Computercriminaliteit III

Dan nog kort enkele opmerkingen over het wetsvoorstel Computercriminaliteit III: evenals bij het wetsvoorstel ANPR is bij dit wetsvoorstel nooit sprake geweest van een grondige en onafhankelijke Privacy Impact Assessment. Beide wetsvoorstellen lijken vooral gedreven door technologisch determinisme: alles wat technisch kán, wordt wettelijk mogelijk gemaakt. Evenals bij het wetsvoorstel ANPR zijn de vereiste maatschappelijke noodzaak en proportionaliteit tot op heden echter nooit hard aangetoond. Van enige inperking in technologische zin is bewust geen sprake: de werking van het wetsvoorstel zal zich uitstrekken tot alles wat met het internet in verbinding staat, in de toekomst dus vrijwel de gehele maatschappij, waaronder het Internet of Things, vitale infrastructuur en medische systemen. In politiekringen wil men zelfs rijdende auto’s kunnen hacken en stilzetten, met alle gevaren van dien voor de verkeersveiligheid. Het gebruik en misbruik van onbekende ICT-kwetsbaarheden wordt bovendien nauwelijks ingedamd, en de misdrijven waarbij dit wetsvoorstel kan worden ingezet kunnen voortdurend worden uitgebreid bij algemene maatregel van bestuur. Dat is geen privacy by design. Dat is function creep by design. Privacy First verzoekt uw Kamer dan ook om dit wetsvoorstel eveneens te verwerpen.


Update 19 juli 2017: klik HIER voor het volledige verslag van de hoorzitting zoals gepubliceerd door de Eerste Kamer (redactioneel gecorrigeerde herdruk).

Gepubliceerd in Wetgeving

Sinds 2010 voerde Privacy First een megazaak tegen één van de zwaarste privacyschendingen in de Nederlandse geschiedenis: de centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. In deze zaak werd Privacy First echter achtereenvolgens niet-ontvankelijk verklaard, ontvankelijk verklaard én in het gelijk gesteld, maar tenslotte alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Hoe kon dit gebeuren? En wat betekent dit voor de rechtsbescherming in Nederland?

Civiele rechter

Sinds mei 2010 voerde Stichting Privacy First samen met 19 mede-eisers (burgers) een grootschalige rechtszaak tegen de centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet (Paspoortproces). Dit was een civielrechtelijke zaak. Individuele burgers konden voor deze kwestie immers niet bij de bestuursrechter terecht. Burgers konden namelijk slechts bij de bestuursrechter terecht als zij daartoe eerst een individueel besluit zouden uitlokken: een bestuurlijke weigering om een paspoort (of ID-kaart) te verstrekken na een individuele weigering om vingerafdrukken te laten afnemen. Men kon dus slechts bestuursrechtelijk procederen als men bereid was om jarenlang zonder paspoort (of ID-kaart) door het leven te gaan. De bepaling in de Paspoortwet over centrale opslag van vingerafdrukken (art. 4b) was (en is) bovendien nog niet in werking getreden. De bestuursrechter was daarom onbevoegd om deze bepaling te toetsen. Rechtstreeks beroep tegen wetgeving is in het Nederlandse bestuursrecht (in tegenstelling tot andere landen) bovendien onmogelijk. De bestuursrechter kon art. 4b Paspoortwet dan ook slechts individueel en indirect ("exceptief") aan hogere privacywetgeving toetsen nadat dit artikel in werking getreden zou zijn, dus pas nadat centrale opslag (en uitwisseling) van ieders vingerafdrukken een fait accompli zou zijn. Om massale privacyschending te voorkomen resteerde voor Privacy First c.s. dus slechts de civiele rechter als enige bevoegde rechter. Sinds jaar en dag is de civiele rechter immers bij uitstek de rechter waar nationale wetgeving rechtstreeks aan hogere (privacy)wetgeving kan worden getoetst, zelfs als die nationale wetgeving nog niet in werking getreden is maar wel een dreigende privacyschending inhoudt.

Sterke zaak

Privacy First kon (als relevante stichting) deze zaak civielrechtelijk voeren in het algemeen belang, namens iedere Nederlander. Sinds begin jaren 90 kan dit middels een speciale procedure in het Burgerlijk Wetboek: de zogeheten 'algemeen-belangactie' onder art. 3:305a BW. Ook de Hoge Raad leek hiertoe alle seinen op groen te hebben gezet, althans tot de dagvaarding van de Staat door Privacy First c.s. in mei 2010. In juli 2010 doorbrak de Hoge Raad echter zijn eerdere jurisprudentie door te verklaren dat belangenorganisaties nog slechts bij de civiele rechter terecht zouden kunnen als voor individuele burgers geen bestuursrechtelijke rechtsgang openstond. Voor de kwestie in ons Paspoortproces konden burgers nu echter juist niet bij de bestuursrechter terecht. Dus hadden Privacy First c.s. nog steeds een sterke zaak. Bovendien leken de nieuwe ontvankelijkheidscriteria van de Hoge Raad niet van toepassing op algemeen-belangacties, maar slechts op zogeheten 'groepsacties' (namens een bepaalde groep mensen i.p.v. de hele bevolking).

Onbegrijpelijk oordeel Hoge Raad

In februari 2011 verklaarde de rechtbank Den Haag ons Paspoortproces onterecht niet-ontvankelijk. Vervolgens stelden Privacy First c.s. hoger beroep in. Mede onder druk van dit hoger beroep werd de centrale (en decentrale, gemeentelijke) opslag van vingerafdrukken in de zomer van 2011 (grotendeels) stopgezet en werd de afname van vingerafdrukken voor ID-kaarten in januari 2014 afgeschaft. Een maand later (18 februari 2014) verklaarde het Hof Den Haag Privacy First vervolgens alsnog - in het algemeen belang - ontvankelijk en oordeelde dat centrale opslag van vingerafdrukken in strijd was met het recht op privacy. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken reageerde not amused en eiste cassatie bij de Hoge Raad. Tegen alle verwachtingen in (Privacy First had immers vrijwel alle wetgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie én rechtsliteratuur aan haar zijde) verklaarde de Hoge Raad vervolgens op 22 mei jl. zowel Privacy First als de 19 mede-eisers (burgers) niet-ontvankelijk. Volgens de Hoge Raad kunnen deze individuele burgers immers bij de bestuursrechter terecht en is ook voor Privacy First daardoor de weg naar de civiele rechter afgesloten. Dit terwijl de laatste jaren nu juist was gebleken dat onze mede-eisers niet bij de bestuursrechter terecht konden, althans niet ter toetsing van art. 4b Paspoortwet (centrale opslag van vingerafdrukken). In talloze bestuursrechtelijke zaken verklaarden de bestuursrechters van diverse rechtbanken zich daartoe de laatste jaren onbevoegd. Voor Privacy First als belanghebbende organisatie stond de weg naar de bestuursrechter daardoor evenmin open. Dat de Hoge Raad nu oordeelt alsof dit niet zo is, is simpelweg onbegrijpelijk. Van procederende burgers kan bovendien niet gevergd worden dat zij jarenlang zonder paspoort door het leven gaan. Evenmin kan van burgers gevergd worden dat zij eerst hun privacy laten schenden (vingerafdrukken afstaan en zelfs laten opslaan) voordat zij dit kunnen laten toetsen. Dat de Hoge Raad dit wel lijkt te vereisen is niet alleen onbegrijpelijk (en in strijd met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad zelf), maar ook ronduit verwerpelijk.

Gat in de rechtsbescherming

Het oordeel van de Hoge Raad creëert een juridisch vacuüm: ter toetsing van massale, dreigende privacyschending (zoals centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet) kunnen burgers en organisaties hierdoor wellicht noch bij de civiele rechter, noch bij de bestuursrechter terecht. Dit slaat een groot gat in de Nederlandse rechtsbescherming zoals die de laatste decennia gold. De Hoge Raad schuift de zaak weliswaar door naar de hoogste bestuursrechter (Raad van State), maar het is hoogst onzeker of de Raad van State centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet alsnog zal kunnen en willen toetsen. De Hoge Raad had het oordeel van de Raad van State in een viertal actuele, parallelle bestuursrechtelijke zaken rond de Paspoortwet dan ook eerst dienen af te wachten alvorens uitspraak te doen in het Paspoortproces van Privacy First. Door dit niet te doen is de Hoge Raad geheel voorbarig op de stoel van de Raad van State gaan zitten, zet het de Raad van State onder zware druk en neemt de Hoge Raad een enorm risico. Mocht de Raad van State binnenkort immers anders oordelen dan de Hoge Raad (namelijk dat de Raad van State terzake onbevoegd is), dan slaat de Hoge Raad hiermee een gigantische flater én creëren de Hoge Raad en Raad van State gezamenlijk een enorm gat in de Nederlandse rechtsbescherming in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Indiening procesdossier Privacy First bij Raad van State

Privacy First is de laatste jaren reeds inhoudelijk betrokken geweest bij de bestuursrechtelijke zaken tegen de Paspoortwet die nu bij de Raad van State dienen. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad zal Privacy First bovendien het gehele Paspoortproces-dossier integraal (door de advocaat in één van deze zaken) laten indienen bij de Raad van State. Dit ter versterking van de argumenten van de betreffende burger tegen centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Blijkens de uitspraak van de Hoge Raad is het nu immers aan de Raad van State om hierover alsnog een oordeel te vellen. 
 
Meervoudige schending EVRM

Privacy First c.s. wachten het oordeel van de Raad van State met spanning af. Tegelijkertijd overweegt Privacy First alvast zelf een klacht in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg wegens schending van art. 8 EVRM (recht op privacy) én art. 6 en 13 EVRM (recht op toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel). Ondanks de kafkaëske anticlimax bij de Hoge Raad (en afhankelijk van het uiteindelijke oordeel van de Raad van State) ligt daarmee wellicht een Europese veroordeling van Nederland in het verschiet.

Oproep

Ons Paspoortproces heeft Privacy First de laatste jaren enorm veel geld gekost: minstens EUR 100.000 (!) aan advocaatkosten, geheel betaald uit donaties aan Privacy First. Dit drukt al jarenlang verschrikkelijk zwaar op de beperkte middelen die een kleine stichting als Privacy First tot haar beschikking heeft. Hier bovenop heeft de Hoge Raad Privacy First ook nog eens veroordeeld tot betaling van EUR 5.088 aan proceskosten. Hierbij doet Privacy First dan ook nogmaals een dringend beroep op uw financiële steun. Stort uw financiële bijdrage op IBAN: NL95ABNA0495527521 t.n.v. Stichting Privacy First te Amsterdam o.v.v. "Paspoortproces" of maak uw donatie rechtstreeks over via onze donatiemodule. Bij voorbaat dank voor uw hulp!

Lees HIER de hele uitspraak. Ons hele procesdossier staat HIER online.

Update 15 oktober 2015: eind mei dit jaar heeft de advocaat van Louise van Luijk het volledige civiele procesdossier van Privacy First c.s. ingediend bij de bestuursrechters van de Raad van State. Dit ter versterking van de argumenten van Louise tegen de afname en opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet. Louise is één van de Nederlandse burgers die hier al jarenlang bestuursrechtelijk tegen procederen en gedurende die periode (om processuele redenen) zonder paspoort door het leven moeten gaan. Klik HIER voor een eerdere reportage over Louise in het tv-programma VARA Ombudsman uit maart 2011 (vanaf 21m11s). Deze week heeft Privacy First (op advies van Stibbe Advocaten) bovendien een zelfstandig verzoek tot voeging in de zaak van Louise bij de Raad van State ingediend; klik HIER voor het hele document (pdf). Privacy First hoopt dat de Raad van State dit verzoek spoedig zal inwilligen; dit mede in het belang van de ontvankelijkheid van belangenorganisaties in dit type rechtszaken. De rechtszitting in de zaak van Louise zal op donderdag 3 december as. bij de Raad van State plaatsvinden.

Update 4 november 2015: de Raad van State heeft het verzoek tot voeging van Privacy First vrijwel direct en nauwelijks beargumenteerd afgewezen; klik HIER (pdf). Hierop heeft Privacy First een klacht en verzoek tot heroverweging ingediend bij de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak; klik HIER (pdf). Vervolgens heeft de Raad van State dit opnieuw afgewezen met als argument dat "niet valt in te zien om welke reden Privacy First zich niet eerder al, naast het voeren van de civielrechtelijke procedure, tot de bestuursrechter had kunnen wenden teneinde deel te nemen aan de bestuursrechtelijke procedure"; klik HIER (pdf). Privacy First interpreteert dit aldus dat Privacy First in een eerder stadium bestuursrechtelijk ontvankelijk zou zijn geweest en zal daar in toekomstige rechtszaken haar voordeel mee doen. Ook had Privacy First volgens de Raad van State blijkbaar tegelijkertijd civielrechtelijk én bestuursrechtelijk kunnen procederen. Voorzover Privacy First bekend is vormt dit een breuk met de heersende rechtsleer dat niet tegelijkertijd door dezelfde partij over dezelfde kwestie bij twee verschillende rechters kan worden geprocedeerd. (Om deze reden hadden Privacy First c.s. er sinds 2010 voor gekozen om louter civielrechtelijk te procederen.) Ook met deze kennis c.q. trendbreuk zal Privacy First in nieuwe rechtszaken haar voordeel doen. Het bevreemdt Privacy First echter dat de Raad van State het in deze zaak reeds te laat acht voor onze voeging. Art. 8:26 Awb bepaalt immers letterlijk dat "de bestuursrechter tot de sluiting van het onderzoek ter zitting ambtshalve, op verzoek van een partij of op hun eigen verzoek, belanghebbenden in de gelegenheid kan stellen als partij aan het geding deel te nemen", oftewel zelfs tot de sluiting van de zitting op 3 december as. Blijkbaar had de Raad van State er simpelweg geen zin in. Privacy First ziet desondanks het oordeel van de Raad van State over de eerdere (de)centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet met vertrouwen tegemoet. Bij gebreke van een kritisch oordeel terzake staat voor de bestuursrechtelijk procederende burgers (onder wie Louise van Luijk) bovendien een uiterst kansrijke weg open naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, zowel i.v.m. het recht op toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel (art. 6 en 13 EVRM) als het recht op privacy (art. 8 EVRM).

Gepubliceerd in Rechtszaken

Vandaag heeft de Hoge Raad een uiterst teleurstellende uitspraak in ons Paspoortproces gedaan door de hele zaak rücksichtslos niet-ontvankelijk te verklaren; zie http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:1296. Bij Privacy First overheerst momenteel verslagenheid; nader commentaar volgt medio volgende week. Privacy First c.s. zullen zich nu gaan bezinnen op mogelijke stappen richting het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, zowel wegens privacyschending (art. 8 EVRM) als wegens gebrek aan toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel (art. 6 en 13 EVRM). De Hoge Raad schuift de hete brij immers door naar de bestuursrechter, terwijl de bestuursrechter de laatste jaren juist onbevoegd bleek om te oordelen over centrale opslag van vingerafdrukken onder de Paspoortwet en individuele burgers alleen bij de bestuursrechter terecht kunnen als zij bereid zijn om jarenlang zonder paspoort door het leven te gaan.

Kafka in het kwadraat dus.

Wordt vervolgd.

Update 28 mei 2015: Lees HIER ons nader commentaar.

Gepubliceerd in Biometrie

Op 12 mei 2015 besteedden zowel de NOS ('s middags) als RTL ('s avonds) op televisie aandacht aan het vonnis in de zaak van Privacy First voorzitter Bas Filippini tegen trajectcontroles; klik HIER voor het NOS Journaal (vanaf 4m2s) en HIER voor het item bij RTL Nieuws (vanaf 14m54s).

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Op 12 mei 2015 deed de Utrechtse kantonrechter uitspraak in de rechtszaak van Privacy First voorzitter Bas Filippini tegen trajectcontroles. Klik HIER voor een interview met Filippini over de zaak op Radio Veronica. Hieronder het hele fragment:

Gepubliceerd in Privacy First in de media

Op 12 mei 2015 deed de kantonrechter van de rechtbank Utrecht uitspraak in de zaak van Privacy First voorzitter Bas Filippini tegen trajectcontroles. Zowel vooraf als direct na de uitspraak besteedde BNR Nieuwsradio aandacht aan de zaak:

Vooruitblik op de uitspraak met voorzitter Bas Filippini:

(bron)

Commentaar op de uitspraak door Bas Filippini:

(bron)

 

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Het trajectcontrolesysteem op de A2 mag worden gebruikt, zo stelde gisteren de Utrechtse kantonrechter. Stichting Privacy First had een verbod geëist, omdat dit systeem ook de privacy van onschuldige automobilisten zou schenden. Een netwerk met 150 tot 200 camera's voor trajectcontroles in Nederland registreert alle kentekens. De rechter oordeelde echter dat de inbreuk op de privacy 'gering' is en dat er voor het systeem 'een wettelijke basis' is."

Bron: Trouw 13 mei 2015, p. 8.

Gepubliceerd in Privacy First in de media

"Het trajectcontrolesysteem op de A2 is rechtmatig en schendt de privacy van automobilisten niet. Dat heeft de kantonrechter in Utrecht gisteren bepaald. Voorzitter Bas Filippini van de stichting Privacy First had een uitspraak uitgelokt door een snelheidsboete niet te betalen en zo bij de rechter voor te laten komen. Hij kreeg in 2012 een boete van 45 euro omdat hij gemiddeld 8 kilometer per uur te snel had gereden. Hij ging tegen de boete in beroep om zo te protesteren tegen de trajectcontrole die zijn snelheid had gemeten. Volgens Filippini schenden de 150 tot 200 camera's die langs de A2 opgesteld staan de privacy van onschuldige automobilisten omdat het kenteken van elke auto wordt 72 uur bewaard. Omdat de gegevens van niet-overtreders binnen 72 uur worden gewist, is er volgens de rechter slechts sprake van ,,een geringe inbreuk op de privacy"."

Bron: NRC Next 13 mei 2015.

Gepubliceerd in Privacy First in de media
Pagina 1 van 5

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
IIR banner

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon