donatieknop english
dinsdag, 18 mei 2021 10:22

Burgernet: privacy in het geding

Politie doet aan 24/7 tracking van burgers

Stichting Privacy First heeft de bescherming van de privacy bij Burgernet beoordeeld en maakt zich grote zorgen. Privacy First roept de Tweede Kamer op om te onderzoeken of het systeem van 24/7 tracking van burgers door de Politie wel in overeenstemming is met de beginselen van onze rechtsstaat.

Burgernet is een samenwerkingsverband tussen politie, gemeenten en burgers met als doel meer en sneller criminele zaken op te lossen. Bij inbraak, beroving, of een vermist persoon krijgen app-gebruikers in de omgeving van het incident een bericht van de politie om relevante informatie terug te koppelen.

Deze manier van werken betekent dat Burgernet 24/7 de locatiegegevens van alle deelnemers registreert. Daar dient uiteraard zeer zorgvuldig mee om te worden gegaan vanuit de AVG en de grondrechten van burgers. Privacy First heeft bekeken of er binnen Burgernet wel sprake is van die benodigde zorgvuldigheid, maar constateert verschillende problemen.

Van wie is Burgernet eigenlijk?

De wet schrijft voor dat altijd helder moet zijn welke (rechts)persoon de persoonsgegevens verwerkt. Dat is bij Burgernet niet het geval. Burgernet zat o.a. in een BV, In-Pact BV, maar die is inmiddels, volgens de Kamer van Koophandel, opgeheven. Maar waarom staat deze niet-bestaande BV bij de Burgernet app in de Apple store dan nog altijd vermeld als provider?

De website https://www.burgernet.nl vermeldt uitsluitend dat het een samenwerking is van burgers, gemeenten en politie. Contactgegevens ontbreken en het privacy statement van Burgernet vermeldt hier evenmin iets over. Burgernet lijkt inmiddels van de Politie te zijn, getuige onder meer een recente brief[1] en antwoorden[2] van demissionair minister Grapperhaus op Kamervragen, maar dit wordt binnen de app of de website van Burgernet nergens vermeld.

Geen (afdoende) toestemming voor 24/7 tracking

Voor het registreren en verwerken van locatiegegevens moet toestemming worden gevraagd. De app van Burgernet vraagt inderdaad toestemming om berichten te kunnen sturen die relevant zijn voor de buurt waarin de deelnemer zich bevindt. Volgens de AVG is gegeven toestemming echter pas geldig als het gaat om een specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting waarmee de betreffende verwerking van persoonsgegevens wordt aanvaard. Privacy First meent dat eenieder die zich aanmeldt bij Burgernet moet worden verteld dat zijn/haar locatie door de Politie kan worden vastgesteld. Pas dan is er sprake van rechtsgeldige toestemming. Dat gebeurt nu echter nog niet.

Risico’s op ander gebruik van locatiegegevens

Het privacy statement van Burgernet vermeldt niet wat het doel is van de verwerking van persoonsgegevens, hoewel de AVG dat wel voorschrijft. Daarom is het niet duidelijk of Burgernet echt uitsluitend gegevens verzamelt en verwerkt ten behoeve van het versturen van alerteringen, of dat er meer mee gedaan wordt. De vraag rijst dan of de politie de locatiegegevens mogelijk ook voor andere doelen gebruikt. In dat verband valt op dat het privacy statement verwijst naar de Wet politiegegevens (Wpg). Dit doet vermoeden dat de persoonsgegevens mogelijk ook gebruikt worden voor andere politietaken. De politie kan in de verleiding komen om de locatiegegevens van de deelnemers van de Burgernet-app veel breder te gebruiken, zoals bijvoorbeeld bij voetbalrellen. Kan die goedbedoelende deelnemer aan Burgernet die daar toevallig in de buurt is, dan door gebruik van de app verdachte worden? En als dat zo is, volstaat dan een korte verwijzing naar de Wpg in het privacy statement? Privacy First meent van niet.

Niet voldaan aan het voorschrift van minimale gegevensverwerking

Burgernet geeft zelf aan dat er locatiegegevens verzameld worden met als doel om alleen relevante berichten te kunnen versturen. Het is onnavolgbaar waarom de app ook vraagt naar postcode en huisnummer; voor verzending van een alertering is iemands huidige verblijfplaats relevant, maar iemands privéadres in het geheel niet. Daarmee handelt Burgernet in strijd met het beginsel van dataminimalisatie. Daarnaast lijkt er binnen Burgernet geen Functionaris Gegevensbescherming te zijn, die hierop en op bovengenoemde zaken toezicht houdt.

Is het effect van dit alles behoorlijk beoordeeld?

De AVG schrijft ook voor dat bij gegevensverwerking waarbij nieuwe technologieën worden gebruikt, welke een hoog risico kunnen inhouden voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, altijd een behoorlijke analyse moet worden verricht van de mogelijke effecten. Nu de Politie via de Burgernet-app grootschalig gevoelige persoonsgegevens verzamelt en verwerkt met 24/7 tracking van Burgernet-leden, is een behoorlijke risicoanalyse volgens Europees recht verplicht. Privacy First heeft niet kunnen terugvinden dat een dergelijke grondige risicoanalyse ten aanzien van deze app ooit heeft plaatsgevonden. Privacy First vermoedt dat, als dat wel was gedaan, de app er heel anders uit zou hebben gezien.

Oproep aan Tweede Kamer

Privacy First roept de Tweede Kamer op om zo snel mogelijk een onafhankelijk onderzoek in te laten stellen naar de vraag (van) wie Burgernet tegenwoordig is, welke gegevens verzameld worden en waarom. Hierbij moet worden onderzocht of er wel voldaan wordt aan de huidige wetgeving. Tot slot vraagt Privacy First zich af of de doelen van Burgernet binnen een rechtsstaat niet beter gerealiseerd kunnen worden door de persoonsgegevens weg te halen bij de Politie.


[1] Zie brief d.d. 1 april 2021, Stand van zaken functionaliteit Alertering Vermist Kind, Kamerstukken II 2020-2021, 29668-57, p. 2, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29668-57.html.

[2] Zie Antwoorden op vragen van de leden Kathmann en Van Nispen over het stopzetten van AMBER Alert, 4 mei 2021, Aanhangsel van de Handelingen II 2020-2021, nr. 2595, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-979655.

Gepubliceerd in Wetgeving
donderdag, 22 april 2021 14:13

Brief van Privacy First aan de informateur

Vandaag verstuurde Stichting Privacy First onderstaande brief (pdf) aan informateur Tjeenk Willink. Privacy First roept de informateur hierin op om bij de kabinetsformatie serieuze aandacht aan het onderwerp privacy te besteden: 

Geachte heer Tjeenk Willink,

Graag vragen wij hierbij uw aandacht voor privacy als noodzakelijk onderwerp binnen de gesprekken die door u en de partijen gevoerd worden.

De Coronacrisis waarin we momenteel leven heeft niet alleen veel geld gekost en de gezondheid van heel veel Nederlanders op het spel gezet, maar heeft ook het belang van goede bescherming van de persoonlijke levenssfeer van Nederlanders benadrukt. De CoronaMelder app en het datalek bij de GGD’en zijn pijnlijke voorbeelden van een gebrekkige bescherming van de persoonlijke levenssfeer en in deze gevallen meer specifiek de bescherming van persoonsgegevens. Andere voorbeelden zijn de talloze incidenten in de (semi)publieke en private sector, alsook de vaststelling[1] dat de meeste grote bedrijven in ons land zich bewust niet aan de (U)AVG houden.

Uit reacties in politiek en samenleving wordt de AVG onterecht en soms zelfs onrechtmatig gekarikaturiseerd als een stapel nieuwe, strenge maatregelen, die onhaalbare inspanningen van bedrijven (of overheid) vraagt en effectiviteit en efficiency bij overheid en ondernemers belemmert. Het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens is niet alleen een kwestie van normaal fatsoen: het is een fundamenteel recht, een mensenrecht.[2] De wettelijke voorwaarden waaraan organisaties moeten voldoen om dit recht te beschermen zijn bovendien voor bijna alle organisaties goed te realiseren. Zorgvuldige omgang met persoonsgegevens en respect voor het privéleven zal altijd uitgangspunt moeten zijn binnen organisaties en bij de ontplooiing van hun activiteiten. Dat kan doorgaans met redelijke inspanningen worden gerealiseerd, waardoor niet alleen aan de minimale eisen vanuit de wet wordt voldaan, maar bovendien wordt bijgedragen aan transparantie, vertrouwen en betere (klanten)binding met betrokkenen. Zeker wanneer privacy en gegevensbescherming worden gezien als onderdeel van een kwalitatieve dienstverlening. Sinds het van toepassing worden van de AVG, maar zeker ook in het afgelopen jaar waarin de gemiddelde Nederlandse burger zich steeds bewuster is geworden van het belang van de bescherming van de eigen persoonlijke levenssfeer, is het brede belang van privacy terechte aandacht gaan krijgen. Dit is een goed begin, maar er valt nog veel te leren en veel winst op verschillende vlakken te behalen; naast persoonlijk zeker ook economisch.

Het is daarom onze wens, aansluitend op de visie van onze stichting, dat het aankomende kabinet:

  1. zich voldoende bewust is van het belang van bescherming van dit grondrecht en dit ook expliciet onderkent en uitdraagt;
  2. hierbij zelf het goede voorbeeld geeft door haar eigen verantwoordelijkheden voldoende zorgvuldig in te richten;
  3. hierbij de positieve effecten onderkent en praktisch vertaalt, volgend uit zorgvuldige omgang met persoonsgegevens van Nederlanders, vergelijkbaar met zorgvuldige omgang met hun (belasting)geld;
  4. het bedrijfsleven en alle andere sectoren actief aanspoort en waar nodig en mogelijk dit ook te doen;
  5. de Autoriteit Persoonsgegevens alsnog snel de ruimte en middelen biedt die nodig zijn om haar taken volwaardig te kunnen uitoefenen;[3]
  6. de ambitie overweegt om op dit terrein van Nederland een internationaal voorbeeldland te maken door:
    1. als overheid heel transparant te zijn;
    2. open te staan voor leren van, investeren in en samenwerken met goede initiatieven;
    3. open te staan voor toetsing van wetgeving,
    4. waar nodig via rechtspraak en/of
    5. leidend tot aanpassing van nationale wetgeving of
    6. inzet tot aanpassing van Europese wet- en regelgeving.

Wij hopen dat u het belang van privacy en gegevensbescherming en de serieuze aandacht die hiervoor in ons land nodig is, deelt en in uw gesprekken in de informatiefase meeneemt. Voor concrete input per politieke partij verwijzen wij u naar het onafhankelijke rapport van de Datavakbond[4] waarin de standpunten uit de meeste partijprogramma’s op het gebied van privacy en informatieveiligheid zijn verzameld.

Hoogachtend,

Stichting Privacy First


[1] Zie o.m. https://fd.nl/economie-politiek/1379255/meerderheid-nederlandse-bedrijven-voldoet-na-drie-jaar-nog-niet-aan-privacywet, met als kanttekening dat wij stellen dat het bedrijfsleven in dit artikel de schuld te ver buiten de eigen verantwoordelijkheden legt, omdat zij dit voor veruit de meeste vraagstukken goed kunnen, maar vaak nog niet voldoende serieus oppakken.

[2] Het recht op de bescherming van privacy is o.a. vastgelegd in de Nederlandse Grondwet (art. 10), Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (art. 7 en 8), het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 8) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (art. 17).

[3] https://www.trouw.nl/nieuws/autoriteit-persoonsgegevens-kampt-met-dramatische-achterstand-nog-10-000-klachten-op-de-plank~b808a335/.

[4] https://datavakbond.nl/?page_id=2725.

Gepubliceerd in Wetgeving

Met grote zorg heeft Privacy First kennisgenomen van het concept-wetsvoorstel testbewijzen covid-19. Onder dit wetsvoorstel zal een negatief corona-testbewijs verplicht worden voor toegang tot openbare gelegenheden, waaronder horeca, evenementen, sport en jeugdactiviteiten, culturele instellingen en waarschijnlijk ook een deel van het (hoger) onderwijs, e.e.a. op straffe van hoge boetes. Dit zet ieders recht op privacy onder druk.

Zware inbreuk op grondrechten

Het concept-wetsvoorstel vormt een zware inbreuk op talloze grondrechten en mensenrechten, waaronder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de lichamelijke integriteit en de vrijheid van beweging in combinatie met andere relevante mensenrechten zoals het recht op deelname aan het culturele leven, het recht op onderwijs en diverse kinderrechten zoals het recht op recreatie. Iedere inperking van deze rechten dient strikt noodzakelijk, proportioneel en effectief te zijn. Bij het huidige concept-wetsvoorstel is dit echter niet aangetoond en wordt de vereiste noodzakelijkheid in het algemeen belang simpelweg verondersteld. Privacyvriendelijker alternatieven om de maatschappij weer te kunnen openen en normaliseren lijken niet te zijn overwogen. Reeds om deze redenen kan het voorstel de mensenrechtelijke toets niet doorstaan en dient daarom te worden ingetrokken.

Sociale uitsluiting

Het voorstel is daarnaast in strijd met het algemene verbod van discriminatie, aangezien hierdoor een breed maatschappelijk onderscheid wordt geïntroduceerd op basis van medische status. Dit zet het sociale leven onder druk en kan leiden tot grootschalige ongelijkheid, stigmatisering, maatschappelijke segregatie en zelfs mogelijke spanningen, aangezien grote groepen in de samenleving zich (om uiteenlopende redenen) niet (of niet stelselmatig) zullen willen of kunnen laten testen. Ook tijdens de recente Nationale Privacy Conferentie van Privacy First en ECP bleek dat de invoering van een verplicht “coronapaspoort” een maatschappelijk ontwrichtende werking kan hebben.[1] Bij die gelegenheid nam o.a. de Autoriteit Persoonsgegevens hier dan ook nadrukkelijk stelling tegen. Dergelijke maatschappelijke risico’s gelden des te sterker voor de indirecte vaccinatieplicht die in het verlengde van het corona-testbewijs ligt. In dit verband herinnert Privacy First graag aan het feit dat recentelijk zowel de Tweede Kamer als de Parlementaire Assemblée van de Raad van Europa zich tegen een directe of indirecte vaccinatieplicht hebben uitgesproken.[2] Daarnaast zal het onderhavige concept-wetsvoorstel precedentwerking kunnen hebben voor andere medische aandoeningen en andere maatschappelijke sectoren, waardoor een veel breder scala aan sociaal-economische mensenrechten onder druk zal komen te staan. Om al deze redenen adviseert Privacy First het kabinet met klem om dit concept-wetsvoorstel in te trekken.

Meervoudige privacyschending

Vanuit het perspectief van het recht op privacy gelden bovendien een aantal specifieke bezwaren en vragen. Allereerst introduceert het concept-wetsvoorstel een verplicht “gezondheidsbewijs” voor deelname aan een groot deel van het maatschappelijk leven, in flagrante strijd met het recht op privacy en de bescherming van persoonsgegevens. Ook introduceert het concept-wetsvoorstel een identificatieplicht “aan de voordeur” bij openbare gelegenheden, in strijd met het recht op anonimiteit in de openbare ruimte. Het wetsvoorstel resulteert daarnaast in inconsequente toepassing van bestaande wetgeving op dezelfde handeling, namelijk het testen, met verregaande gevolgen enerzijds voor een belangrijk goed als het medisch beroepsgeheim en het vertrouwen van de burger in dat beroepsgeheim, en anderzijds voor de praktische uitvoering van bewaartermijnen terwijl de verwerking niet verandert. Niet het resultaat van de test moet immers bepalend zijn of het dossier onder de Wgbo valt (met daarop een medisch beroepsgeheim en een bewaartermijn van 20 jaar) of juist onder de Wet publieke gezondheid (met een bewaartermijn van 5 jaar), maar de handeling van het testen zelf. Bovendien is het de vraag waarom er in het huidige concept-wetsvoorstel aansluiting wordt gezocht bij Wpg en/of Wgbo als het hier enkel gaat om het verkrijgen van een testbewijs met als doel deelname aan de maatschappij (en dus geen medische behandeling noch publieke gezondheidstaak voor dat doel). Hier zou de enige mogelijkheid voor verwerking en voor doorbreking van het medisch beroepsgeheim de grondslag toestemming moeten zijn. In dit geval kan er echter geen sprake zijn van de wettelijk vereiste vrijelijk gegeven toestemming, nu het testen een dwingende voorwaarde zal zijn voor deelname aan de maatschappij.

Privacy vereist duidelijkheid

Veel andere zaken zijn nog onduidelijk: welke gegevens zullen worden opgeslagen, waar, door wie en wat zal er kunnen worden uitgewisseld? In hoeverre zal er sprake zijn van persoonlijke localisering en identificatie, of slechts van incidentele verificatie en authenticatie? Waarom kunnen testuitslagen onnodig lang (5 of zelfs 20 jaar) worden bewaard? Hoe groot zijn de risico’s op hacking, datalekken, fraude en vervalsing? In hoeverre zal er sprake zijn van decentrale, privacyvriendelijke technologie en privacy by design, open source software, dataminimalisatie en anonimisering? Zullen testbewijzen kosteloos blijven en in hoeverre zal er sprake kunnen zijn van privacyvriendelijke diversiteit en keuzevrijheid bij test-applicaties? Wordt er reeds gewerkt aan de introductie van een “alternatieve digitale drager” i.p.v. de CoronaCheck app, namelijk een chip, met alle risico’s van dien? Hoe zullen doelverschuiving (function creep) en profilering worden voorkomen en hoe is het privacy-toezicht geregeld? Zullen er altijd niet-digitale, papieren alternatieven beschikbaar blijven? Wat gebeurt er met het afgenomen testmateriaal, oftewel ieders DNA? En wanneer zullen de corona-testbewijzen weer worden afgeschaft?

Zolang dergelijke bezwaren en vragen onbeantwoord blijven, heeft indiening van dit wetsvoorstel überhaupt geen zin en zal het corona-testbewijs slechts tot maatschappelijke kapitaalvernietiging leiden. Privacy First verzoekt u daarom nogmaals om het huidige voorstel in te trekken en dit niet bij het parlement in te dienen. Bij gebreke hieraan zal Privacy First zich het recht voorbehouden om e.e.a. door de rechter te laten toetsen en onrechtmatig te laten verklaren.


[1] Zie Nationale Privacy Conferentie 28 januari 2021, https://youtu.be/asEX1jy4Tv0?t=9378, vanaf 2u 36 min 18 sec.
[2] Zie Council of Europe, Parliamentary Assembly, Resolution 2361 (2021): Covid-19 vaccines: ethical, legal and practical considerations, https://pace.coe.int/en/files/29004/html, par. 7.3.1-7.3.2: “Ensure that citizens are informed that the vaccination is NOT mandatory and that no one is politically, socially, or otherwise pressured to get themselves vaccinated, if they do not wish to do so themselves; ensure that no one is discriminated against for not having been vaccinated, due to possible health risks or not wanting to be vaccinated.” Zie tevens o.a. Tweede Kamer, Motie van het lid Azarkan over geen coronavaccinatieplicht (28 oktober 2020), Kamerstuk 25295-676, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25295-676.html: “De Kamer (...) spreekt uit dat er in de toekomst nooit sprake mag zijn van een directe of indirecte coronavaccinatieplicht”; Motie van het lid Azarkan over toegang tot publieke voorzieningen voor iedereen ongeacht vaccinatie- of teststatus (5 januari 2021), Kamerstuk 25295-864, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25295-864.html: “De Kamer (...) verzoekt de regering om toegang tot publieke voorzieningen voor iedereen mogelijk te maken ongeacht vaccinatie- of teststatus.”

Gepubliceerd in Wetgeving

Nederlandse privacy-activist wint Finse zaak over elektronische sleutels

Bewoners van appartementen in een flatgebouw hebben in beginsel het recht om onbespied hun eigen woning te betreden. Dat heeft de Finse privacy-autoriteit op 29 juli 2020 bevestigd in een zaak die was aangespannen door de Arnhemse privacy-activist Michiel Jonker. De installatie van een elektronisch systeem dat monitort met welke adresgebonden en gechipte sleutel op welk tijdstip welke deur wordt geopend, is volgens de Finse privacywaakhond Tietosuojavaltuutettu (Finnish Data Protection Ombudsman) in strijd met de AVG.

Het gaat om een Fins gebouw met kleine appartementen waarin zowel huurders als eigenaren wonen. In 2018 had de Vereniging van Eigenaren (VvE) besloten om het elektronische bewakingssysteem te installeren op alle externe ingangen van het gebouw. Het voornemen was om ook alle individuele appartementen aan te sluiten op het systeem. Het systeem wordt beheerd door een ingehuurd bedrijf en zou alleen in opdracht van de politie worden geraadpleegd, al dan niet op verzoek van het bestuur van de VvE.

Aanleiding vormden enkele incidenten waaruit volgens het bestuur bleek dat zich voormalige bewoners in de kelder van het gebouw hadden bevonden en daar sporen hadden achtergelaten. Het vermoeden was dat zij gebruik hadden gemaakt van niet-ingeleverde sleutels. Volgens het bestuur van de VvE werden er geen persoonsgegevens verwerkt, omdat de nieuwe, elektronische sleutels weliswaar adresgebonden waren, maar niet persoonsgebonden.

Jonker maakte bezwaar tegen het systeem en stelde dat de noodzaak voor een dergelijke monitoring niet was aangetoond. De VvE had geen wettelijke grondslag gegeven voor de gegevensverwerking. Ook waren de huurders niet geraadpleegd, waardoor een grote groep bewoners geen toestemming had gegeven. Jonker achtte de verwerkte gegevens wel herleidbaar tot personen, in het bijzonder in het geval van eenpersoonshuishoudens.

De Finse privacy-autoriteit stelde Jonker op al deze punten in het gelijk, en wees erop dat de Finse wetgeving met betrekking tot de besluitvorming van VvE's geen vrijbrief vormt voor besluiten die in strijd zijn met de AVG. Ook wees de autoriteit erop dat een verhuurder niet namens een huurder toestemming kan geven voor de verwerking van persoonsgegevens. Voorts wees de autoriteit erop dat een toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens door elke betrokkene (ongeacht of dat een huurder of een eigenaar is) op elk moment kan worden ingetrokken, conform de AVG.

De autoriteit benadrukte dat het belang van een derde (bijvoorbeeld de politie) geen rechtvaardiging kan vormen voor gegevensverwerking die onder verantwoordelijkheid van de VvE plaatsvindt. Ten slotte wees de autoriteit erop dat de VvE ten onrechte geen alternatieven had onderzocht die geen of een minder grote inbreuk op de privacy plegen, daarbij inbegrepen een vervanging van analoge sleutels door nieuwe analoge sleutels.

De privacy-autoriteit gaf de VvE opdracht de omgang met persoonsgegevens in overeenstemming te brengen met de AVG.

Jonker: "Het was voor mij een vreemde, nieuwe ervaring om door een privacy-autoriteit in het gelijk gesteld te worden zonder tussenkomst van een rechter. In Nederland heb ik dat met de Autoriteit Persoonsgegevens nog nooit meegemaakt. Ook in Finland ging het trouwens niet zonder slag of stoot. Na twee jaar wachten op de behandeling van mijn zaak, heb ik daar een klacht ingediend bij de zogeheten Parlementaire Ombudsman. Enkele dagen daarna ging de Finse privacy-autoriteit er alsnog mee aan de slag, en nam twee maanden later een beslissing. Ook in Finland is er bij de privacy-toezichthouder een tekort aan personele capaciteit, waardoor de beslistermijnen van de AVG structureel niet worden gehaald. Maar ik ben tevreden over de inhoud van deze beslissing. Natuurlijk is het nu zaak dat de VvE de opdracht van de privacy-autoriteit ook daadwerkelijk gaat uitvoeren."

Contactverzoeken voor dhr. Jonker kunnen worden ingediend via Stichting Privacy First.

Klik HIER voor de volledige uitspraak van de Finse privacy-autoriteit (in het Fins).

Media:
https://www.security.nl/posting/666564/Finse+toezichthouder+noemt+elektronisch+sleutelsysteem+flat+in+strijd+met+AVG
https://frontpage.fok.nl/nieuws/835884/1/1/50/nederlandse-privacy-activist-wint-zaak-over-elektronische-sleutels.html
https://www.is.fi/digitoday/tietoturva/art-2000006600839.html (grote Finse tabloid)
https://www.hs.fi/politiikka/art-2000006601066.html (grootste krant van Finland en Scandinavië) 
https://www.kotitalolehti.fi/sahkolukko-seuraa-liikkeitasi-kuka-tallentaa-tiedot/ (vergelijkbaar met Nederlands tijdschrift Eigen Huis van VEH)
https://www.hameensanomat.fi/kanta-hame/tietosuojavaltuutettu-sahkolukkojen-keraamat-ovenavaustiedot-ovat-henkilotietoja-1451149/
https://www.tivi.fi/uutiset/taloyhtio-asensi-sahkolukot-mutta-mokasi-gdprn-kanssa-nain-paatti-tietosuojavaltuutettu/a7401466-c107-43f3-a3e9-86514efd28d4
https://www.tekniikkatalous.fi/uutiset/onko-teillakin-sahkolukkojarjestelma-tietosuojavaltuutettu-antoi-maarayksen-lainvastaisesti-toimineelle-taloyhtiolle/c868846a-15f5-4903-a8e1-339c3a726747
https://www.is.fi/digitoday/tietoturva/art-2000006616790.html

Gepubliceerd in Woning en slimme meters
dinsdag, 21 april 2020 11:10

5G Voorlopig Nee

Vandaag begint de stichting Stop5GNL een kort geding tegen de Staat. Privacy First staat achter dit kort geding, gezien de grote onduidelijkheid over de gezondheidsrisico’s van 5G-technologie. Belangrijk is dat 5G een geheel nieuwe technologie is. Anders dan bij 4G worden de frequenties gericht op de gebruikers gestraald door de zendmast. Hiervoor zijn massale aantallen zendmasten noodzakelijk die deze hoogfrequente straling "beamen".

Statutair doel van Privacy First is "het behouden en bevorderen van het recht op privacy, alsmede de persoonlijke vrijheid van leefomgeving", alles in de ruimste zin des woords. Privacy First staat daarbij voor eigen keuzes in een vrije omgeving en gaat uit van de basisprincipes van onze rechtsstaat, conform artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Binnen deze brede privacybenadering staat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, een vrije leefomgeving en het recht op lichamelijke integriteit centraal. Indien de schadelijkheid van 5G niet goed onderzocht en afdoende afgedekt is, worden bovenstaande zaken direct geschonden. In dit verband heeft onze overheid bovendien de mensenrechtelijke plicht om te waken voor onze gezondheid. Onbegrijpelijk dus dat juist de Europese Unie de drijvende kracht is achter 5G en de lidstaten pusht om nog dit jaar deze technologie in te voeren.

Naast bovenstaande risico's levert 5G tevens andere privacy-risico’s op, namelijk vanuit de zogenaamde Smart Grids en Smart Cities. Deze netwerken, waarin miljarden apparaten met elkaar verbonden zijn en met elkaar communiceren, zijn een groot gevaar voor onze privacy. Het wordt hoog tijd dat er een brede maatschappelijke discussie komt over de voor- en nadelen van deze netwerken en in hoeverre er in de nabije toekomst nog eigen keuzevrijheid is in een vrije omgeving. Er worden miljarden geïnvesteerd in deze “smart” netwerken zonder dat er voor de burger altijd duidelijke voordelen zijn. Tevens is het de vraag of alle “smart” oplossingen gebaseerd zijn op privacy by design en privacy enhanced technology.

Wij vinden het een goede zaak dat de nationale privacy toezichthouder (Autoriteit Persoonsgegevens) strak gaat optreden richting gemeenten en overheidsinstellingen die Smart Grids willen implementeren en hiervoor duidelijke uitgangspunten en regels opstelt voor de implementatie en consequenties daarvan voor onze vrije, open democratische samenleving. Privacy First is altijd bereid om hierin kritisch mee te denken.

Wat het kort geding betreft: hoog tijd voor goed onafhankelijk onderzoek naar alle gezondheidsrisico's en mogelijke alternatieve technologieën indien blijkt dat de zogenaamde economische voordelen niet opwegen tegen de schadelijke effecten. Zodat Nederland met recht een privacy gidsland kan worden.

Voor een vrije en gezonde samenleving!

Bas Filippini,
voorzitter Privacy First


Update 1 mei 2020: zie ook column 5G Voorlopig Nee: kort geding 4 mei.

Gepubliceerd in Columns

Een noodsituatie vergt noodmaatregelen. Daar zijn we ons terdege van bewust. Maar ook noodmaatregelen moeten proportioneel, transparant en toetsbaar zijn. En daar lijkt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) nu toch een belangrijke steek te hebben laten vallen. Omdat die haar goedkeuring heeft gegeven aan een problematische noodmaatregel, de zogenaamde ‘corona opt-in’, waarmee het medisch beroepsgeheim systematisch buitenspel wordt gezet. De medische privacy van alle Nederlandse burgers komt hiermee in gevaar.

Waar gaat het om? Ruim de helft van alle Nederlanders heeft nog geen toestemming gegeven om hun medische gegevens via het Landelijk Schakelpunt (LSP) te laten uitwisselen door zorgverleners. Daardoor is er een groot niemandsland van potentiële corona-patiënten waarvan huisartsenposten en ziekenhuizen niet weten wat hun medische achtergrond is. Terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, als de nood aan de man komt. Vandaar dat ze aan het ministerie van VWS gevraagd hebben om daar iets voor te regelen.

Het ministerie van VWS heeft hiervoor de zogenaamde ‘corona opt-in’ bedacht. Een verwarrende term, omdat er door die maatregel juist géén expliciete toestemming (opt-in) meer vereist is; er wordt uitgegaan van een soort stilzwijgende toestemming dat je gegevens gedeeld mogen worden via het LSP. Tenzij je alsnog bezwaar maakt. De nieuwe praktijk wordt daarmee: wie zwijgt, stemt toe (opt-out). Wat wettelijk gezien gewoon niet mag.

De Autoriteit Persoonsgegevens vindt deze ‘corona opt-in’ niet bezwaarlijk, met dien verstande dat de patiënt nog wel even ter plekke toestemming moet geven. In haar reactie op het voorstel stelt de AP:
“Artsen op de huisartsenpost of spoedeisende hulp mogen alleen met toestemming van coronapatiënten het medisch dossier bij hun huisarts inzien via een elektronisch uitwisselingssysteem. Wie nog geen toestemming heeft gegeven, kan dat ter plekke doen. Dat mag in dit geval ook mondeling. Alleen als een patiënt niet in staat is om toestemming te geven, is inzage zonder toestemming toegestaan.”

Medisch beroepsgeheim massaal omzeild

Klinkt logisch en redelijk. Vooral ook vanwege de extra voorwaarden die de AP heeft toegevoegd, zoals: dat deze maatregel tijdelijk is, en dat de gegevens alleen ingezien mogen worden door de huisartsenpost of de spoedeisende hulp. Maar toch kleven er aan deze oplossing belangrijke bezwaren. We noemen er vier (maar er zijn er nog meer).

Ten eerste is er een technisch probleem. Je kunt als patiënt wel zéggen dat je toestemming geeft, maar dan kan de arts nog steeds niet in je dossier. Degene die je dossier moet ontsluiten is namelijk de huisarts die je medische gegevens heeft vastgelegd in zijn patiëntdossier. Deze noodmaatregel is nou juist bedoeld om het beroepsgeheim dat daarop rust te omzeilen. Hoe dit logistiek moet worden gerealiseerd, wordt niet helder uit de brief van de AP. Maar wie is ingewijd in de technische kant van het LSP, weet dat dit alleen maar kan door álle dossiers waarvoor nog geen toestemming voor uitwisseling is gegeven, alsnog te ontsluiten (via een update van huisarts-systemen). Een volkomen disproportionele maatregel. En ook nog bloedlink, getuige het tweede probleem.

Het tweede probleem is ook technisch van aard: de raadpleging van je dossier zou beperkt moeten blijven tot de zorgverleners die direct bij je behandeling zijn betrokken. Maar dat is in het LSP technisch niet mogelijk. Dit informatiesysteem biedt geen mogelijkheid tot gericht opvragen: het is alles of niets. In dit geval dus alles, oftewel iedere zorgverlener aangesloten op het LSP. Dat zijn tienduizenden potentiële ingangen voor hackers. De Eerste Kamer, die het LSP in 2011 unaniem verwierp, noemde het systeem daarom destijds “een dossier met duizend deuren aan de achterkant.”

Schijnzeggenschap

De ‘corona opt-in’ biedt daarmee slechts een schijnzeggenschap aan de patiënt – het derde bezwaar. Ongeacht of de patiënt toestemming geeft, zal diens dossier namelijk technisch al open staan voor raadpleging vanuit tienduizenden toegangspunten. De toestemming die patiënten volgens de AP moeten geven, is daarmee niets meer dan een holle formaliteit. Door in haar brief aan het Ministerie van Volksgezondheid ten onrechte te stellen dat deze toestemming een harde eis is om het dossier raadpleegbaar te maken, gaat de AP voorbij aan de verstrekkende technische implicaties van deze maatregel – en daarmee ook de juridische.

Daarmee komen we aan bij het vierde en overkoepelende bezwaar. De AP houdt officieel toezicht op de naleving van privacywetten, maar nergens in haar brief valt te lezen op welke wettelijke basis de ‘corona opt-in’ is gebaseerd. Evenmin wordt duidelijk waarom de AP van mening is dat de voorgestelde ‘corona opt-in’ een noodzakelijke en proportionele maatregel en dat dit probleem niet op een minder ingrijpende manier kan worden opgelost. Van een privacytoezichthouder in crisistijd mogen we een transparant en grondiger onderbouwd oordeel verwachten, waarbij bovenstaande gevolgen van de ‘corona opt-in’ expliciet worden meegewogen.

Toezicht op naleving van de privacywetgeving en de principes van het privacyrecht zijn de kerntaken van de AP, juist in crisistijd. Als iemand nu het hoofd koel moet houden en niet mee moet gaan in overhaaste crisismaatregelen met onoverzienbare gevolgen, is het de nationale toezichthouder op de privacy.


Platform Bescherming Burgerrechten
Privacy First
Humanistisch Verbond
Stichting KDVP


Dit gezamenlijke standpunt is eerder tevens gepubliceerd op https://platformburgerrechten.nl/2020/04/10/ap-sta-ons-bij/ en https://specifieketoestemming.nl/ap-sta-ons-bij/.

Gepubliceerd in Wetgeving

Autoriteit Persoonsgegevens weigert te onderzoeken of te handhaven

Op 6 maart jl. heeft OV-reiziger Michiel Jonker hoger beroep ingediend bij de Raad van State inzake de afwijzing van twee handhavingsverzoeken door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). In juli 2018 verzocht Jonker in twee handhavingsverzoeken de AP om onderzoek en handhaving inzake:

  1. Het weigeren van de terugbetaling van resterend saldo op anonieme OV-chipkaarten als de houder zijn NAW-gegevens niet aan Nederlandse Spoorwegen (NS) verstrekt;
  2. Het weigeren van internationale treintickets door NS-medewerkers aan stationsbalies als kopers hun NAW-gegevens niet aan NS verstrekken;
  3. Het in rekening brengen, sinds 2 juli 2018, van extra “servicekosten” als houders van anonieme OV-chipkaarten contant betalen voor het opwaarderen van het saldo op deze kaarten.
  4. De weigering door vervoerbedrijf Connexxion van privacyvriendelijke, contante betaling voor eenmalige buskaartjes in de bus.

De AP weigerde deze inbreuken op de privacy serieus te onderzoeken, omdat volgens de AP een "globaal (bureau)onderzoek" reeds uitwees dat er geen sprake was van enige overtreding. Jonker bestrijdt dat, omdat er ofwel zonder aangetoonde noodzaak persoonsgegevens worden verwerkt (1, 2, 4), ofwel zonder aangetoonde noodzaak reizigers die hun privacy willen behouden, worden gediscrimineerd ten opzichte van reizigers die hun persoonsgegevens afstaan (3).

Met betrekking tot de verkoop van internationale treintickets (2) heeft Jonker in februari 2020 geconstateerd dat NS ter zitting van de rechtbank (op 16 december 2019) heeft gezwegen over het feit dat er bij veel internationale tickets die NS aan klanten verkoopt, sinds november 2019 wel degelijk van klanten geëist wordt dat zij hun naam en soms ook hun geboortedatum door NS laten verwerken in een digitaal systeem. Het eerdere "ATB-systeem" waarmee voorheen anoniem tickets konden worden verstrekt is toen uitgeschakeld, en nu moeten klanten verplicht met het zogeheten "Atlantis"-systeem een "Homeprint" aanschaffen.

Jonker: "NS vindt van zichzelf dat NS daar niet verantwoordelijk voor is, omdat dit in opdracht zou gebeuren van buitenlandse vervoerbedrijven. Maar NS is als verwerker wel mede-verantwoordelijk en moet zich aan de AVG houden. De AP heeft zichzelf eerst ten onrechte onbevoegd verklaard op dit punt. Toen ik dat had ontzenuwd, vond de AP opeens dat mijn handhavingsverzoek hier niet over ging. En de rechtbank zei vervolgens dat mijn handhavingsverzoek "te onbepaald" was, hoewel ik aan de AP specifiek materiaal had aangeleverd waaruit bleek dat het anonieme systeem zou worden uitgeschakeld. Ze draaien zich in duizend bochten om redenen te vinden om mijn handhavingsverzoek af te wijzen."

Om het risico te verminderen dat het ATB-systeem niet technisch ontmanteld wordt voordat de AP alsnog onderzoek heeft gedaan, heeft Jonker bij de Raad van State tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend (een soort kort geding). Hij wil dat de rechter de AP opdraagt om de privacyvriendelijke infrastructuur van het ATB-systeem te beschermen zolang er nog geen onderzoek is gedaan. Het verzoek zal vooralsnog op 30 april 2020 door de Raad van State worden behandeld.

Bij Connexxion is volgens Jonker ten eerste niet aangetoond dat de "sociale veiligheid" op buslijnen in zijn regio gevaar loopt, en ten tweede is er volgens hem ook niet aangetoond dat het weigeren van contante betaling, als één maatregel in een pakket van 23 maatregelen, op die lijnen effect heeft op de veiligheid. Jonker: "Ze roepen het woord 'veiligheid' en vinden dat ze dan voor alle buslijnen in heel Nederland iets hebben aangetoond. Maar dan kan ik net zo goed gaan roepen dat alle CV-ketels gevaarlijk zijn en daarom moeten worden afgeschaft. Deze quasi-paranoia van een club van overheden en vervoerbedrijven die al onze persoonlijke OV-data in handen wil krijgen, wordt door de AP en de Rechtbank Gelderland klakkeloos geaccepteerd. Dat is in strijd met artikel 5 AVG, waarin staat dat er een noodzaak en een welbepaald doel moeten worden aangetoond."

Het volledige hoger-beroepschrift van Jonker staat HIER online (getiteld "Lof der individualiteit - privacy, connectiviteit en autoritair denken", 191 pp).

Jonker wordt in beide zaken gesteund door Privacy First en Maatschappij Voor Beter OV (www.voorbeterov.nl).

(door omstandigheden is dit bericht met vertraging gepubliceerd)

Update 26 juni 2020: de voorzieningenrechter bij de Raad van State heeft op 12 juni jl. uitspraak gedaan en Jonkers verzoek afgewezen. Voor de uitspraak, zie https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2020:1379. Jonker: "Het is jammer, maar in ieder geval heeft mijn verzoek om voorlopige voorziening ertoe geleid dat de voorzieningenrechter vragen aan NS heeft gesteld die de AP nooit wilde stellen. Uit het antwoord van NS blijkt dat er al in 2018 door NS en andere vervoerbedrijven een besluit is genomen om het privacyvriendelijke ATB-systeem voor ticketverkoop te gaan afschaffen. Vanwege het door mij betaalde griffierecht is het wel erg duur om als burger op die manier aan waarheidsvinding te moeten doen, omdat de AP haar taak op dat punt niet wil vervullen. Maar nu dit feit bekend is, kan ik dat meenemen in de bodemprocedure."

In de bodemprocedure heeft Jonker naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter op 22 juni jl. een nadere motivering ingediend, waarin de reikwijdte van zijn handhavingsverzoek centraal staat. Voor de tekst van die motivering, klik HIER (pdf).

Update 26 november 2020: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft aangekondigd drie hoger beroepen van Jonker inzake privacy in het openbaar vervoer ter zitting te zullen behandelen op maandag 8 februari 2021. Het betreft de volgende zaken:

- Contante betaling in de bus; AP en Connexxion (zaaknr. 2020-01625)
aanvang: 9:30u.

- Aanschaf internationale treintickets, restsaldo OV-chipkaart, servicekosten OV-chipkaart; AP, NS en mogelijk anderen (zaaknr. 2020-01629)
aanvang: 10:30u.

- Privacy-discriminatie bij OV-chipkaart; de-anonimisering van "anonieme" OV-chipkaart (zaaknr. 2019-07478)
aanvang: 11:30u.

Alle drie de zaken worden behandeld in het gebouw van de Afdeling bestuursrechtspraak aan de Kneuterdijk 22 in Den Haag.

Update 26 januari 2021: op 15 januari jl. heeft Jonker de motivering van zijn hoger beroepen aangevuld vanwege recente ontwikkelingen. In zijn aanvulling, getiteld "Bewegingscontrole en bewegingsbeperking", brengt Jonker naar voren dat een combinatie van attitudes bij vervoerbedrijven, de Nederlandse staat en sommige Nederlandse rechters het grondrecht van Nederlandse burgers dreigt uit te schakelen op bewegingsvrijheid met behoud van privacy, ook in situaties waar het niet nodig is dat grondrecht aan te tasten. Hij pleit voor een onafhankelijke rechterlijke toetsing waarbij de bedoeling van geldende wetten en verdragen wordt gerespecteerd.

Als gevolg van persoonlijke omstandigheden die verband houden met Covid-19, is Jonker verhinderd voor de geplande zittingen op 8 februari 2021. Hij heeft zich bereid verklaard om vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak schriftelijk te beantwoorden.

Jonker: "Het is vervelend, maar het is niet anders. Ik hoop dat de Afdeling zelf naar wegen zoekt om het proces toch op een faire manier te laten plaatsvinden, mede met het oog op het maatschappelijke belang ervan."

Update 15 februari 2021: vanwege een falende video-verbinding op 8 februari jl. heeft de Raad van State de behandeling van Jonkers hoger beroepen tot nader orde uitgesteld.

Jonker: "Het is voor alle betrokkenen heel frustrerend. Ik begrijp het belang van een zitting waarin live van gedachten kan worden gewisseld. Als dat technisch niet lukt, ben ik persoonlijk bereid om, gezien de uitzonderlijke omstandigheden, schriftelijk te reageren op eventuele vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en op inbreng van andere partijen ter zitting, zoals die in de zittingsaantekeningen is vastgelegd. Het is in het belang van alle OV-reizigers dat de zaak niet voor onbepaalde tijd wordt aangehouden. Het is aan de Afdeling bestuursrechtspraak om te bepalen hoeveel uitstel de zaak kan verdragen, met andere woorden: op welk moment de rechtszekerheid van OV-reizigers vereist dat de behandeling op enige wijze wordt voortgezet. Zoals het gezegde luidt: justice delayed is justice denied..."

Gepubliceerd in Mobiliteit

Michiel Jonker: "Contante betaling waarborgt de privacy van bioscoopbezoekers."

De Arnhemse privacy-activist Michiel Jonker heeft bij de Rechtbank Gelderland beroep ingediend tegen de weigering van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om handhavend op te treden tegen de weigering van arthouse-bioscoop Focus Filmtheater in Arnhem om contante betaling te accepteren. De bioscoop eist sinds de verhuizing naar een pand dat miljoenen heeft gekost, pinbetaling bij aankoop van filmkaartjes aan de kassa. Daarmee dwingt de bioscoop bezoekers tot het laten verwerken van hun persoonsgegevens.

Jonker is het daar niet mee eens en heeft om die reden in augustus 2018 een handhavingsverzoek bij de AP ingediend. De AP heeft dat verzoek in november 2019 afgewezen omdat volgens de AP niemand verplicht is om contant geld als wettig betaalmiddel te accepteren. Ook stelt de AP dat de bioscoop middels haar algemene voorwaarden een "contract" met de bioscoopbezoekers tot stand brengt, waaruit een noodzaak zou voortvloeien om persoonsgegevens van de bioscoopbezoekers te verwerken.

Volgens Jonker is er in geval van toonbankbetalingen in een aantal gevallen echter wel degelijk een plicht om contant geld te accepteren. Hij beroept zich daarbij op informatie van een expert van de Nederlandsche Bank. "Focus Filmtheater is een arthouse-bioscoop die films vertoont over gevoelige onderwerpen, en wordt nota bene voor een deel met gemeenschapsgeld gefinancierd," zegt Jonker. "Het gaat hier om de maatschappelijke participatie van mensen. Het moet niet mogelijk zijn dat achteraf door middel van profilering wordt achterhaald voor welke films iemand in de loop der tijd belangstelling heeft getoond. Als deze bioscoop privacyvriendelijke contante betaling mag weigeren, dan is dat het signaal dat iedereen afhankelijk mag worden gemaakt van niet-anonieme methoden om betalingen te doen - via pin of via internet. Dan moet je gaan nadenken wat andere mensen, autoriteiten of geautomatiseerde systemen voor conclusies kunnen trekken over jouw keuze om wel of niet bepaalde films te zien. Dat geeft aan deze zaak een grote lading."

In de documenten die Jonker in de bezwaarprocedure heeft opgevraagd, heeft hij ook aanwijzingen aangetroffen dat er onvoldoende waarborgen zijn met betrekking tot de persoonsgegevens die via de website van de bioscoop worden verzameld. "Als je een bioscoopkaartje koopt, kunnen je gegevens worden verwerkt door op zijn minst zeven bedrijven in vijf landen. Eén van die bedrijven is Google, en de kleine lettertjes in de algemene voorwaarden van Google geven dat bedrijf zeer veel vrijheid om de verzamelde gegevens met derden te delen in zo'n beetje alle landen ter wereld. Het is niet duidelijk of er tijdige en adequate anonimisering plaatsvindt. Zoals het er nu staat, is het een vrijbrief voor privacy-aantasting."

Voor de volledige tekst van Jonkers beroepschrift, klik HIER (pdf, 94 pp).

Privacy First steunt Jonker in deze zaak.

Media:
Security.nl, 7 januari 2020: Rechtszaak over Arnhemse bioscoop die contant geld weigert
Privacyweb, 7 januari 2020: Rechtszaak tegen weigering van contant geld door bioscoop
Sargasso.nl, 8 januari 2020: Rechtszaak tegen weigering contant geld door bioscoop
FOK Nieuws, 8 januari 2020: Rechtszaak tegen weigering van contant geld door bioscoop
AVROTROS Radar, 8 januari 2020: Niet contant kunnen betalen: inbreuk op je privacy? (inclusief opiniepoll)
Potkaars.nl, 8 januari 2020: Michiel Jonker - War on Cash in de Bioscoop (video-interview en podcast) 
Café Weltschmerz, 8 januari 2020: Profileren op basis van bioscoopbezoek – Rico Brouwer en Michiel Jonker (video-interview)
Emerce, 10 januari 2020: Rechtszaak tegen weigering van contant geld door bioscoop
De Gelderlander, 16 januari 2020: Privacystrijder blijft vechten voor betalen met contant geld bij filmhuis in Arnhem
FOK Nieuws, 17 januari 2020: Q&A met privacy-activist Michiel Jonker.
Tweakers, 6 februari 2020: Interview met Michiel Jonker - privacyactivist uit idealisme en irritatie.

Gepubliceerd in Financiële privacy & PSD2

"Op steeds meer scholen hangen beveiligingscamera's in bijvoorbeeld de kantine, bij de kapstokken of op het schoolplein. Dat blijkt uit een rondgang van het NOS Jeugdjournaal langs twintig basis- en middelbare scholen en betrokken instanties. Sommige scholen hebben zelfs meer dan veertig camera's op het terrein. Ze moeten zich houden aan privacyregels, maar worden niet actief gecontroleerd op de naleving daarvan, tenzij er een klacht is.
(...)
Privacyexperts maken zich soms zorgen over het gebrek aan controle, maar ook over de aanwezigheid van camera's an sich. Scholen moeten altijd een geldige reden hebben om een camera op te hangen. Beelden mogen alleen worden bekeken als daar aanleiding toe is en mogen sowieso niet langer dan vier weken worden bewaard. Ook moeten er bordjes hangen, waarop staat dat er cameratoezicht is.
(...)
Jurist Simone van Dijk van stichting Privacy First betwijfelt of scholen wel zulke zware veiligheidsproblemen hebben, om de aanwezigheid van camera's te rechtvaardigen. Ook vindt zij dat toezicht op scholieren primair bij het schoolpersoneel en de leraren ligt en dat cameratoezicht mogelijk averechts kan werken.

"Als er een incident is, komt dat vanzelf wel aan het licht, via gesprekken", zegt Van Dijk. "Door camera's op te hangen heb je kans dat leraren minder gaan opletten. Ook leerlingen kunnen denken: 'ik zeg er maar niets van, want het staat toch op camera'. Kinderen hebben recht op privacy", vervolgt zij. "Ze moeten de gelegenheid hebben fouten te maken die niet voor iedereen zichtbaar zijn.""


Bron: NOS en NOS Jeugdjournaal, 12 december 2019. Bekijk hieronder de hele reportage van het NOS Jeugdjournaal (tevens in kortere versie uitgezonden in meerdere NOS Journaals):

Gepubliceerd in Cameratoezicht

Rechtbank behandelt beroep van OV-reiziger inzake vier structurele privacy-inbreuken. Autoriteit Persoonsgegevens weigert deze inbreuken te onderzoeken of te handhaven.

Op 16 december 2019 zal de Rechtbank Gelderland in twee direct op elkaar volgende rechtszittingen de beroepen van Michiel Jonker behandelen tegen de afwijzing van twee handhavingsverzoeken door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). In juli 2018 verzocht Jonker in twee handhavingsverzoeken de AP om onderzoek en handhaving inzake:

  1. De weigering door vervoerbedrijf Connexxion van privacyvriendelijke, contante betaling voor eenmalige buskaartjes in de bus.
  2. Het weigeren van de terugbetaling van resterend saldo op anonieme OV-chipkaarten als de houder zijn NAW-gegevens niet aan Nederlandse Spoorwegen (NS) verstrekt.
  3. Het weigeren van internationale treintickets door NS-medewerkers aan stationsbalies als kopers hun NAW-gegevens niet aan NS verstrekken.
  4. Het in rekening brengen, sinds 2 juli 2018, van extra “servicekosten” als houders van anonieme OV-chipkaarten contant betalen voor het opwaarderen van het saldo op deze kaarten.

De AP weigerde deze inbreuken op de privacy serieus te onderzoeken, omdat volgens de AP een "globaal (bureau)onderzoek" reeds zou hebben uitgewezen dat er geen sprake was van enige overtreding. Volgens de AP is de verwerking van persoonsgegevens in sommige gevallen niet aangetoond en zou daar dus geen sprake van zijn (2, 3, 4). Met betrekking tot de verkoop van internationale tickets van buitenlandse vervoerbedrijven door NS verklaarde de AP zichzelf eerst ten onrechte onbevoegd, maar beweert nu, nadat Jonker daartegen bezwaar maakte, dat Jonker op dit punt niet om handhaving zou hebben verzocht. Met betrekking tot de weigering van contante betaling in de bus (1) vindt de AP dat de inbreuk op de privacy acceptabel is. Ook wekt de AP, in navolging van Connexxion, de schijn dat er allerlei andere privacyvriendelijke betaalmogelijkheden voorhanden zijn, terwijl er in Jonkers woonplaats Arnhem slechts één plek is waar dat kan, maar dan wel tegen betaling van een extra toeslag. Jonker vindt dat er op die manier sprake is van privacy-discriminatie: het nadelig behandelen van mensen die met privacy willen blijven reizen.

Jonker: "Het gaat in deze zaken om drie dingen. Ten eerste dat mensen met behoud van privacy van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken, niet alleen in een vergezochte theorie, maar ook gewoon in de dagelijkse praktijk. Het gaat er dan om dat er voldoende verkooppunten zijn waar je contant kunt betalen voor alle soorten vervoerbewijzen, en zonder dat je een extra toeslag hoeft te betalen ten opzichte van reizigers die er noodgedwongen in berusten dat hun persoonsgegevens zonder hun instemming worden verwerkt. En dat vervoerbedrijven ook geen reizigers misleiden, of stiekem hun gegevens verzamelen.

Ten tweede gaat het erom dat vervoerbedrijven niet met willekeur persoonsgegevens mogen verzamelen, als ze maar met wat algemene kreten zwaaien, bijvoorbeeld "veiligheid" of "fraudepreventie", zonder duidelijk te maken om welk specifiek, concreet probleem het nu eigenlijk gaat.

Ten derde gaat het erom dat de AP als toezichthouder en handhaver niet zomaar mag weigeren om iets te onderzoeken. Nu trekt de AP uit haar eigen weigering om het te onderzoeken, de conclusie dat er dus niks aan de hand is. Dat is alsof een politie-agent na de melding van een inbraak weigert het betreffende huis binnen te stappen, maar in plaats daarvan zegt: ik ga daar niet naar binnen, dus ik zie geen inbraak, dus er is geen inbraak, dus ik hoef daar niet naar binnen te gaan. Daar is een heel simpel woord voor: wegkijken. Veel Nederlandse toezichthouders, waaronder de AP, hebben nogal de neiging weg te kijken en op die manier aan struisvogelpolitiek te doen. Maar we betalen die toezichthouders wel van ons belastinggeld. Dat doen we niet om ze te laten wegkijken."

Gevraagd of hij bijvoorbeeld "veiligheid" dan geen serieus thema vindt, antwoordt Jonker: "Natuurlijk vind ik dat een serieus thema. Juist daarom verdient het een serieuze behandeling. Maar dat is iets heel anders dan het thema veiligheid misbruiken om precies te gaan bijhouden welke routes miljoenen onschuldige reizigers op welke momenten afleggen. Ik ben voor een serieuze analyse van concrete veiligheidsproblemen, gevolgd door maatwerk om die specifieke problemen ook echt tegen te gaan. Connexxion heeft niet aannemelijk gemaakt dat contante betaling de veiligheid op zelfs maar één buslijn in de regio serieus in gevaar zou brengen. Ik woon al meer dan twintig jaar in Arnhem. Ik ging met lijn 3 naar de dierentuin, op een mooie, zonnige ochtend. Nooit geweten dat dat onveilig was... Het moet proportioneel blijven. Maar proportionaliteit kan heel subjectief worden opgevat. Dan mag je als vervoerbedrijf alles van reizigers eisen. Dat is op dit moment de basishouding van de AP. Als vervoerbedrijven iets willen, vindt de AP het dus nodig, en wil daarom niet handhaven of serieus onderzoeken."

Gevraagd naar zijn verwachtingen over de rechtszaken, antwoordt Jonker: "Sinds de uitspraken van de Rechtbank Gelderland in twee andere beroepsprocedures, op 5 september van dit jaar, ben ik zeer sceptisch over de kwaliteit van de rechtspraak van deze instantie. Tegen die uitspraken ben ik in hoger beroep gegaan bij de Raad van State. Ik heb de rechtbank verzocht om met de behandeling van deze nieuwe zaken te wachten tot de Raad van State uitspraak heeft gedaan, om een zinloze herhaling van zetten te voorkomen. Ook zijn er inmiddels prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over reisgegevens van OV-gebruikers. Dat wil ik ook graag afwachten, om alle partijen tijd en geld te besparen. Maar de rechtbank heeft dat verzoek helaas meteen afgewezen."

De rechtszittingen vinden plaats op 16 december 2019 om 10:30 uur in de Rechtbank Gelderland, Walburgstraat 2-4 te Arnhem. Klik HIER voor het beroepschrift van Jonker in de zaak over de weigering van contante betaling in de bus door vervoerbedrijf Connexxion (pdf).

Jonker wordt in beide zaken gesteund door Stichting Privacy First en Maatschappij Voor Beter OV.

Update 17 december 2019: de twee rechtszaken werden op 16 december jl. behandeld door een meervoudige kamer van de rechtbank. Een vertegenwoordiger van Privacy First was als toehoorder aanwezig. Jonker had een enkele pleitnota voor beide zittingen gemaakt, maar de rechter stond hem niet toe die voor te lezen. Desgevraagd verwees de voorzittende rechter naar het "te ruste leggen" van de zogeheten "Nieuwe zaaksbehandeling" per 13 februari 2018, en gaf aan dat de rechtbank inmiddels werkt aan de hand van de zogeheten "professionele standaard", waarin niet meer is voorzien in de mogelijkheid voor partijen om een schriftelijk voorbereid pleidooi te houden. Jonker: "Natuurlijk moest ik daar ter zitting in berusten, immers de rechter bepaalt wat er ter zitting mag worden ingebracht. Maar het is een teken aan de wand hoe het er met onze rechtspraak voorstaat. Mijns inziens is het weigeren van pleidooien in strijd met artikel 6 van het EVRM (recht op een eerlijk proces), omdat in zo'n pleidooi de omstandigheden van het concrete geval en de ethische implicaties daarvan rechtstreeks kunnen worden verduidelijkt en bespreekbaar gemaakt. Achteraf heb ik op internet proberen na te gaan wat daarover te vinden is. In een publicatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 2015 ("De praktijk van de Nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht") bleek dat sommige rechters mijn mening op dit punt delen." Voor de pleitnota van Jonker, klik HIER (pdf).

Tijdens beide zittingen werd eerst Jonkers verzoek behandeld om de zaken aan te houden in afwachting van uitspraken van het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) over met name de eisen die moeten worden gesteld aan het aantonen van een noodzaak voor de verwerking van persoonsgegevens in het openbaar vervoer. De AP, NS en Connexxion zagen geen aanleiding om de zaken aan te houden. De rechtbank gaat het overwegen en zal partijen t.z.t. op de hoogte stellen van zijn standpunt.

In de eerste zitting kwam naast de vraag of er een noodzaak voor de privacy-inbreuken is aangetoond, ook de vraag aan de orde naar de precieze omvang van de verantwoordelijkheid van verwerkingsverantwoordelijken zoals NS. Is NS verantwoordelijk voor het gedrag van haar eigen baliemedewerkers, als die zonder noodzaak NAW-gegevens opeisen bij de aankoop van internationale treintickets? Jonker betoogde van wel, en op dit punt leek de AP het met hem eens te zijn. Daarnaast betoogde Jonker dat de verantwoordelijkheid voor gegevensverwerking niet mag worden zoekgemaakt tussen (binnenlandse of buitenlandse) "verwerkingsverantwoordelijken" en "verwerkers".

Voor het eerst deed NS zelf een uitspraak over het doel waarmee NS legitimatie eist wanneer iemand het restsaldo op een anonieme OV-chipkaart terugvraagt. Volgens NS is dat om een "drempelverhogend effect" te creëren om personen af te schrikken die een gestolen anonieme OV-chipkaart proberen in te leveren. Jonker wees erop dat, als dit klopt, er sprake is van een illegale handeling van NS, omdat het eisen van legitimatie om mensen af te schrikken, niet rechtmatig is en NS daartoe ook niet bevoegd is. Ook wees Jonker erop dat in geval van het teruggeven van saldo van meer dan dertig euro, er in opdracht van NS wel degelijk persoonsgegevens worden verwerkt, namelijk door Translink Systems (TLS).

Met betrekking tot het in rekening brengen van zogeheten "servicekosten" bij het contant betalen voor het opladen van anonieme OV-chipkaarten met bankbiljetten aan de balie, zonder dat er gelijkwaardige, privacyvriendelijke alternatieven zijn, werden er geen nieuwe argumenten ingebracht.

In de tweede rechtszitting ging het onder andere over de vraag of de noodzakelijkheid voor het verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van de uitvoering van een contract (art. 6 lid 1 onder b AVG) afgeleid kan worden uit willekeurige, algemeen geformuleerde doelen die een verwerkingsverantwoordelijke (Connexxion) heeft vastgesteld, of dat er ook sprake moet zijn van een objectiveerbare, materiële noodzaak. Jonker betoogde dat uit de aangeleverde documentatie geen noodzaak viel af te leiden voor het weigeren van contant geld in de regio Arnhem-Nijmegen. Connexxion betoogde dat het niet nodig was om zo'n noodzaak voor deze regio aan te tonen, en zelfs niet eens om een "risicoprofiel per regio of per buslijn" op te stellen. Ook zag Connexxion voor zichzelf geen plicht of verantwoordelijkheid om te zorgen voor alternatieve, toegankelijke manieren voor privacyvriendelijk betalen. Dit omdat de verkooppunten volgens Connexxion niet door haarzelf worden bepaald, maar door de Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Jonker betoogde dat een verwerkingsverantwoordelijke bij het treffen van maatregelen die een inbreuk vormen op de privacy, zelf verantwoordelijk blijft voor het zorgen voor een alternatief (subsidiariteitsbeginsel).

Ten slotte wees Connexxion erop dat Jonker niet verplicht is om het OV te gebruiken. Jonker reageerde dat het OV geen "winkel met prullaria" is, maar een essentiële publieke nutsfunctie waarvan hij en talloze andere mensen afhankelijk zijn om maatschappelijk te kunnen participeren.

Voorafgaand aan de zitting had Connexxion schriftelijk verzocht om Jonker te veroordelen tot het vergoeden van haar proceskosten vanwege "kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht". Na een vraag hierover van één van de rechters trok Connexxion dat verzoek aan het eind van de zitting in.

Gevraagd naar zijn indruk over de zittingen, zei Jonker: "Als je kijkt naar de letter van de wet en de bedoeling van de wetgever, sta ik sterk. Maar ik weet inmiddels uit ervaring dat dat niet alles zegt over de uitkomst van rechtszaken. Het zal er mede van afhangen of de rechters bereid zijn om niet alleen te kijken naar theoretische, algemene, niet-onderbouwde verhalen van NS en Connexxion, maar ook naar hoe het in de feitelijke praktijk functioneert, en naar de manier waarop de verschillende inbreuken op de privacy elkaar versterken. Cumulatief ontstaan er daardoor grote effecten waardoor er van de privacy weinig overblijft."

Update 6 februari 2020: de rechtbank Gelderland heeft op 4 februari jl. uitspraak gedaan in beide zaken, en deze op 5 februari gepubliceerd. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, waarbij de rechtbank de argumentaties van de AP volgde.

Jonker: "Wat ik al vermoedde, is opnieuw gebeurd: de rechtbank heeft de argumentatie van de AP overgenomen en herhaalt die nog eens, maar gaat niet in op argumenten die ik daartegenin heb gebracht. Daar zwijgt de rechtbank over, of hij verwerpt ze zonder inhoudelijk te onderbouwen waarom.

Gevraagd naar een voorbeeld, antwoordt Jonker: "Als het bijvoorbeeld gaat om de weigering van contante betaling in de bus, dan verwijst de rechtbank, net als de AP, naar een door een conglomeraat van overheden en vervoerbedrijven gezamenlijk opgesteld "Actieprogramma Sociale Veiligheid in het OV", maar negeert wat ik over de inhoud van dat plan heb gezegd. Ik heb aangevoerd dat uit dat de tekst van dat plan geen noodzaak blijkt voor de weigering van contante betaling in de bus. De rechtbank stelt: er is een plan, daarin wordt een doel genoemd, en dus is de verwerking van persoonsgegevens nodig. Dat is geen rechtspraak, maar het napraten van een bestuursorgaan. De rechtbank stelt zich op deze manier niet op als een onafhankelijke uitlegger van de wet, maar als een verlengstuk van een conglomeraat van polder-organisaties, en als advocaat van de bestuurlijke consensus die binnen dat conglomeraat is gevormd. Die consensus is kennelijk dat reële privacy, zoals die tot 2014 in het OV bestond, mag en moet worden afgeschaft. Als de bestuursrechtspraak zo functioneert, kun je de scheiding der machten net zo goed opheffen. En dan kan ik beter mijn wetskennis aan de wilgen hangen en me omscholen door middel van een cursus 'Hoe kom ik in het gevlei bij machthebbers'. We zien hier dat de afbraak van de rechtsstaat zich in het hoofd van de rechters al voltrokken heeft, zonder dat zij dat zelf willen beseffen."

Gevraagd naar zijn volgende stappen, geeft Jonker aan in hoger beroep te zullen gaan bij de Raad van State. "Ik had verzocht om beide zaken aan te houden in afwachting van een uitspraak van de Raad van State in de zaak over privacy in het OV waarover de rechtbank op 5 september vorig jaar uitspraak deed, omdat die op enkele cruciale punten overlapt met de huidige zaak. De rechtbank heeft dat verzoek afgewezen omdat de zaken niet op alle punten met elkaar overeenkomen. Maar dat was ook niet mijn betoog. Het gaat immers om verschillende zaken. Ik had betoogd dat de uitkomst van de huidige zaken voorspelbaar is als de Raad van State mijn hoger beroep ongegrond zou verklaren, en dat het dus zin had om af te wachten of dat gebeurt. Maar nu ben ik dus genoodzaakt om voorafgaand daaraan weer twee separate procedures bij de Raad van State aan te spannen, en daarvoor griffierechten te betalen. Op deze manier werpt de rechtbank voor de burger een zo groot mogelijke hindernis op om tot zijn recht te komen. Deze mentaliteit is een zorgwekkende ontwikkeling met het oog op het behoud van de rechtsstaat. Het enige wat ik nu kan doen, is hopen dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State anders met de materie omgaat, en dat ondertussen de publieke opinie in toenemende mate wakker wordt over wat hier aan het gebeuren is. Niet alleen met onze privacy, maar ook met onze rechtsstaat."

Zie voor de volledige uitspraken van de rechtbank op rechtspraak.nl ECLI:NL:RBGEL:2020:619 en ECLI:NL:RBGEL:2020:622.

Media:
Omroep Gelderland, 5 februari 2020: Arnhemse privacystrijder krijgt van rechter ongelijk over anoniem reizen
De Gelderlander, 5 februari 2020: Arnhemse privacyvechter Jonker vangt bot in zaak over anoniem reizen met het ov
Security.nl, 5 februari 2020: Arnhemmer verliest zaken over privacy in het openbaar vervoer
Tweakers, 6 februari 2020: Interview met Michiel Jonker - privacyactivist uit idealisme en irritatie.

Update 10 maart 2020: op 6 maart jl. heeft Jonker bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hoger beroep ingediend tegen de beide uitspraken van de rechtbank. In zijn hoger beroep gaat Jonker ook in op fundamentele vragen met betrekking tot "connectiviteit" en "autoritair denken". Jonker: "Na de uitspraken van de rechtbank op 4 februari jongstleden, was het me duidelijk dat er sprake is van twee fundamentele problemen als het gaat om rechtspraak over privacy. Het eerste probleem is de trend om de digitalisering van alles kritiekloos te omarmen, in plaats van daarin bewuste keuzes te maken: wat wel, en wat (nog) niet? En zo ja, hoe kan privacy dan op een reële manier worden gewaarborgd? Dat wordt dan 'connectiviteit' genoemd. Helaas hollen niet alleen bedrijven en ministeries achter die trend aan, maar ook de toezichthouder en sommige rechters.

Het tweede probleem is de autoritaire manier van denken die daarmee gepaard gaat, maar waarvan de toezichthouder en sommige rechters zich onvoldoende bewust lijken te zijn. De mens wordt gereduceerd tot een instrument voor de verwezenlijking van digitale ambities, en wordt dan niet langer gezien als een individu met een vrije wil, verantwoordelijkheid en rechten. In combinatie met elkaar leiden deze twee trends tot een totalitaire inrichting van de maatschappij, als er niet tijdig grenzen aan worden gesteld. Ik hoop dat de Raad van State dat nu zal doen, met verwijzing naar artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat beschermt het privéleven, wat meer is dan alleen persoonsgegevens."

Daarnaast heeft Jonker voor één van de vier onderdelen van zijn hoger beroep tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, waarin hij de Raad van State verzoekt om de AP te gelasten snel in te grijpen om het technisch buiten werking stellen van het zogeheten "ATB-systeem" voor de verkoop van internationale treintickets vooralsnog te stoppen, totdat de AP daar onderzoek naar heeft gedaan, in samenwerking met andere toezichthouders binnen de EU.

Jonker: "De AP en de rechtbank hebben feiten genegeerd die ik al op 31 januari 2019 onder de aandacht van de AP bracht, namelijk dat NS en andere railvervoerbedrijven aantoonbaar voornemens waren het ATB-systeem af te schaffen. Met dat systeem worden al tientallen jaren privacyvriendelijke, internationale treintickets verkocht. In februari 2020 bleek mij dat het ATB-systeem in november 2019 is afgeschaft. Als gevolg daarvan word ik nu verplicht om bij treinreizen naar Duitsland of Frankrijk mijn naam op te geven als ik een ticket koop, en die naam wordt dan verwerkt in een systeem. Als ik naar Frankrijk ga moet ik ook nog mijn geboortedatum opgeven. In de rechtszitting op 16 december 2019 heeft NS daar echter over gezwegen. Op die manier heeft NS niet alleen in samenwerking met andere vervoerbedrijven de privacy bij die tickets afgeschaft, maar ook heeft NS de rechtbank op dit punt willens en wetens misleid. Ik wil dat de Raad van State de AP verplicht om de afschaffing van het ATB-systeem nu alsnog te gaan onderzoeken, en om van de vervoerbedrijven te verlangen dat die het ATB-systeem als infrastructuur technisch in stand houden totdat het onderzoek is voltooid, zodat er geen onomkeerbare situatie ontstaat."

Voor het volledige hoger-beroepschrift van Jonker, getiteld "Lof der individualiteit - privacy, connectiviteit en autoritair denken", klik HIER (pdf, 191 pp).

Update 26 november 2020: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft aangekondigd drie hoger beroepen van Jonker inzake privacy in het openbaar vervoer ter zitting te zullen behandelen op maandag 8 februari 2021. Het betreft de volgende zaken:

- Contante betaling in de bus; AP en Connexxion (zaaknr. 2020-01625)
aanvang: 9:30u.

- Aanschaf internationale treintickets, restsaldo OV-chipkaart, servicekosten OV-chipkaart; AP, NS en mogelijk anderen (zaaknr. 2020-01629)
aanvang: 10:30u.

- Privacy-discriminatie bij OV-chipkaart; de-anonimisering van "anonieme" OV-chipkaart (zaaknr. 2019-07478)
aanvang: 11:30u.

Alle drie de zaken worden behandeld in het gebouw van de Afdeling bestuursrechtspraak aan de Kneuterdijk 22 in Den Haag.

Update 26 januari 2021: op 15 januari jl. heeft Jonker de motivering van zijn hoger beroepen aangevuld vanwege recente ontwikkelingen. In zijn aanvulling, getiteld "Bewegingscontrole en bewegingsbeperking", brengt Jonker naar voren dat een combinatie van attitudes bij vervoerbedrijven, de Nederlandse staat en sommige Nederlandse rechters het grondrecht van Nederlandse burgers dreigt uit te schakelen op bewegingsvrijheid met behoud van privacy, ook in situaties waar het niet nodig is dat grondrecht aan te tasten. Hij pleit voor een onafhankelijke rechterlijke toetsing waarbij de bedoeling van geldende wetten en verdragen wordt gerespecteerd.

Als gevolg van persoonlijke omstandigheden die verband houden met Covid-19, is Jonker verhinderd voor de geplande zittingen op 8 februari 2021. Hij heeft zich bereid verklaard om vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak schriftelijk te beantwoorden.

Jonker: "Het is vervelend, maar het is niet anders. Ik hoop dat de Afdeling zelf naar wegen zoekt om het proces toch op een faire manier te laten plaatsvinden, mede met het oog op het maatschappelijke belang ervan."

Update 15 februari 2021: vanwege een falende video-verbinding op 8 februari jl. heeft de Raad van State de behandeling van Jonkers hoger beroepen tot nader orde uitgesteld.

Jonker: "Het is voor alle betrokkenen heel frustrerend. Ik begrijp het belang van een zitting waarin live van gedachten kan worden gewisseld. Als dat technisch niet lukt, ben ik persoonlijk bereid om, gezien de uitzonderlijke omstandigheden, schriftelijk te reageren op eventuele vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en op inbreng van andere partijen ter zitting, zoals die in de zittingsaantekeningen is vastgelegd. Het is in het belang van alle OV-reizigers dat de zaak niet voor onbepaalde tijd wordt aangehouden. Het is aan de Afdeling bestuursrechtspraak om te bepalen hoeveel uitstel de zaak kan verdragen, met andere woorden: op welk moment de rechtszekerheid van OV-reizigers vereist dat de behandeling op enige wijze wordt voortgezet. Zoals het gezegde luidt: justice delayed is justice denied..."

Gepubliceerd in Mobiliteit
Pagina 1 van 3

Onze Partners

logo Voys Privacyfirst
logo greenhost
logo platfrm
logo AKBA
logo boekx
logo brandeis
 
banner ned 1024px1
logo demomedia
 
 
 
 
 
Pro Bono Connect logo 100
Control Privacy
Procis

Volg ons via Twitter

twitter icon

Volg onze RSS-feed

rss icon

Volg ons op LinkedIn

linked in icon

Volg ons op Facebook

facebook icon