|
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag |
DGV Bestuurlijke Aanpak Schedeldoekshaven 200 2511 EZ Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.minbzk.nl Contactpersoon Heidi Obisp |
T 070426839
Kenmerk 2009-0000171292
Datum 12 juni 2009
Betreft Cameratoezicht en winkeliers
In een algemeen overleg op 21 januari jl. over het project 'Veiligheid begint bij Voorkomen' hebben wij aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de wens van ondernemers met hun camera's een gedeelte van de publieke ruimte in beeld te brengen in de directe omgeving van het bedrijf. Ook hebben wij toegezegd de mogelijkheden hiervoor na te gaan.
Het verwerken van beelden verkregen met particulier cameratoezicht valt onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Op basis van de Wbp en het Vrijstellingsbesluit bij de Wbp is het voor ondernemers, met inachtneming van de (inter)nationaalrechtelijke bepalingen inzake privacy, toegestaan hun eigendommen en personeel met camera's te beschermen.
Het College bescherming persoonsgegevens (Cbp) heeft desgevraagd gereageerd op onze uitspraken in het algemeen overleg van 21 januari jl. Het Cbp geeft in haar reactie kort samengevat aan dat op basis van de Wbp en (de toelichting bij) het Vrijstellingsbesluit Wbp het gebruik van camera's noodzakelijk moet zijn en dat gebouwen, terreinen en zaken van anderen of de openbare weg in beeld mogen worden gebracht als dit onvermijdelijk is. Dit moet van geval tot geval worden bezien. Tegenover de wens van de ondernemer om zijn eigendommen en personeel tegen diefstal, overvallen en dergelijke te beschermen, staat immers het belang van de privacybescherming. Privacyschending door cameratoezicht moet evenredig zijn in relatie tot het doel (proportionaliteit). Daarnaast moet dit doel niet op een minder ingrijpende wijze kunnen worden bereikt (subsidiariteit).
Kortom, de ondernemer mag ter beveiliging van zijn eigendommen en personeel een deel van de openbare ruimte in beeld brengen, echter, niet meer dan noodzakelijk is voor dat doel. Vereiste daarbij is dat de ondernemer het cameratoezicht kenbaar maakt. De ondernemer kan aanleiding zien in overleg te treden met de gemeente, die op grond van de Gemeentewet de bevoegdheid heeft om in het kader van de handhaving van de openbare orde camera's te plaatsen in het publieke domein zelf.
Of de betrokken ondernemer in het concrete geval de juiste belangenafweging heeft gemaakt, beoordeelt het Cbp en uiteindelijk de rechter.
|
Tijdens een algemeen overleg op 1 april jl. over winkelovervallen is door de minister van Justitie eveneens toegezegd na te gaan of de bewaartermijn van camerabeelden kan worden verlengd. Ook werd de vraag gesteld in hoeverre gebruik kan worden gemaakt van centrale opslagtechnieken voor particuliere camerabeelden. Voordat wij u hierover kunnen berichten, willen wij de noodzaak tot verlenging van de bewaartermijn en de mogelijkheden voor centrale opslag nader verkennen. |
Datum 12 juni 2009 Kenmerk 2009-0000171292 |
Een afschrift van deze brief zenden wij aan het MKB Nederland, het Hoofdbedrijfschap voor detailhandel, Koninklijke Horeca Nederland, Detailhandel Nederland, het Cbp en alle gemeenten.
DE MINISTER VAN BINNENLANDSE DE MINISTER VAN JUSTITIE,
ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,
Mevrouw dr. G. ter Horst dr. E.M.H. Hirsch Ballin




